[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Reactie op de gewijzigde motie van het lid Piri c.s. over onderzoeken of er (beperkte) individuele financiële tegemoetkoming mogelijk is voor goed gedocumenteerde gevallen van Hawija slachtoffers (Kamerstuk 27925-1035)

Bestrijding internationaal terrorisme

Brief regering

Nummer: 2026D36555, datum: 2026-07-13, bijgewerkt: 2026-08-04 13:22, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 27925 -1036 Bestrijding internationaal terrorisme.

Onderdeel van zaak 2026Z16126:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


> Retouradres Postbus 20701 2500 ES Den Haag

de Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Bezuidenhoutseweg 67

2594 AC Den Haag

Datum 13 juli 2026
Betreft Reactie motie lid Piri (PRO), juni 2026

Ministerie van Defensie

Plein 4

MPC 58 B

Postbus 20701

2500 ES Den Haag

www.defensie.nl

Onze referentie

MINDEF20260049916

Bij beantwoording, datum, onze referentie en onderwerp vermelden.

Geachte voorzitter,

Hierbij ontvangt u mijn reactie op de aangenomen motie van het lid Piri1, die de regering verzoekt om te onderzoeken of (beperkte) individuele financiële tegemoetkoming mogelijk is voor goed gedocumenteerde gevallen van slachtoffers van Hawija en de Kamer hierover binnen zes maanden te informeren.

Het toenmalige kabinet heeft in 2020, na zorgvuldig afwegen, besloten niet over te gaan tot het uitkeren van vrijwillige vergoedingen op individueel niveau, maar om vrijwillig de getroffen gemeenschap tegemoet te komen in de vorm van projecten in Hawija. De daaropvolgende kabinetten hebben dit onderschreven. Uw Kamer is de afgelopen jaren meermaals geïnformeerd over de overwegingen en die blijven onverminderd van kracht.2 Ik zie daarom af van verdere uitvoering van deze motie.

Het beleid van Defensie ten aanzien van vrijwillige financiële compensatie (zogenoemde ex-gratia betalingen) is het leveren van maatwerk.3 Vrijwillige compensatie kan verschillende vormen aannemen en dient telkens nauwkeurig te worden afgestemd op de aard van de wapeninzet en geleden schade, binnen de context van het desbetreffende conflict. Deze variabelen zijn in elke situatie anders. In het geval van Hawija is gekozen om vrijwillig de getroffen gemeenschap tegemoet te komen in de vorm van projecten, waarvan het doel is om een substantiële bijdrage te leveren aan de gemeenschap, inclusief de slachtoffers. Voormalig minister van Defensie Brekelmans heeft in januari van dit jaar een bezoek gebracht aan Hawija. Tijdens dit bezoek heeft hij met verschillende belanghebbenden gesproken over de noden en wensen van de gemeenschap. Deze behoeften, waaronder het verstevigen van faciliteiten binnen de gezondheidszorg in Hawija, zullen in het vormgeven van de besteding worden meegenomen.

Een algemeen geldend principe is dat in het geval van een legitieme krijgshandeling onder het humanitair oorlogsrecht tijdens een gewapend conflict Nederland wel verantwoordelijk, maar niet aansprakelijk is voor de gevolgen van een wapeninzet. Het kabinet stelt dat de aanval op de ISIS-autobommenfabriek in de nacht van 2 op 3 juni 2015 rechtmatig was, omdat deze in overeenstemming met het humanitair oorlogsrecht werd uitgevoerd, en de Staat dus niet aansprakelijk is voor de geleden schade. Om deze reden heeft het kabinet in beginsel destijds besloten niet over te gaan tot het uitkeren van vrijwillige vergoedingen op individueel niveau. Daarnaast is meegenomen in het besluit dat het vrijwillig aanbieden van vergoedingen op individueel niveau de verwachting zou wekken dat er ook bij toekomstige, legitieme wapeninzet - die correct en binnen de kaders van het humanitair oorlogsrecht wordt uitgevoerd - een vrijwillige vergoeding op individueel niveau zou volgen. Dit terwijl er in dit geval geen sprake is van aansprakelijkheid en er daarom geen reden is om van het uitgangspunt af te wijken, om zo geen onterechte verwachtingen voor de toekomst te scheppen. Ten overvloede gelden in deze casus verschillende praktische bezwaren, waardoor het kabinet het nog altijd zeer moeilijk acht om op een verantwoorde wijze individuele tegemoetkoming te realiseren. Zo is het jaren na de aanval haast onmogelijk om te achterhalen wie in Hawija welke schade heeft ondervonden door de secundaire explosie en om, conform de motie Fritsma4, (voormalige) ISIS-sympathisanten hiervan uit te sluiten. Voorts leidt het voorstel van het kamerlid Piri om uitsluitend de goed gedocumenteerde slachtoffers te compenseren, met uitsluiting van slachtoffers waarvan de schade niet of onvoldoende is gedocumenteerd, tot een rechtsongelijkheid die het kabinet niet kan uitleggen.

De in de motie gemaakte vergelijking tussen verschillende casussen gaat in algemene zin niet op. Juist de variabelen, zoals het verschil in de aard van de wapeninzet en/of de context van het conflict, zorgen voor andere afwegingen bij het al dan niet toekennen van vrijwillige individuele financiële tegemoetkoming. Tijdens de inzet in Afghanistan heeft Nederland, net als meerdere partnerlanden destijds, vrijwillige (ex gratia) betalingen uitgekeerd. De aard van de inzet in Afghanistan was anders dan de inzet in Irak tegen ISIS. In Afghanistan was sprake van een wederopbouwmissie, terwijl de inzet in Irak gericht was op de bestrijding van ISIS. Dit verschil in karakter van de missie is van invloed geweest op de overwegingen ten aanzien van vrijwillige tegemoetkoming. Inzake de vrijwillige financiële tegemoetkoming voor twee verschillende luchtaanvallen in Mosul in 2015 en 2016, heeft Defensie besloten de nabestaanden in deze specifieke gevallen een vrijwillige financiële tegemoetkoming aan te bieden omdat met de kennis achteraf, geen sprake is van een legitiem militair doelwit. In dit besluit was de aard van de wapeninzet doorslaggevend in het toekennen van individuele financiële tegemoetkoming.

Tot slot wil ik graag mijn waardering uitspreken richting de betrokken Nederlandse militairen van Defensie voor de inzet die zij tonen, toen en nu. Zij hebben naar eer en geweten gehandeld. Met deze brief en het debat van 25 juni jl. hoop ik het hoofdstuk Hawija in deze politieke context af te sluiten en daarmee rust te brengen aan alle betrokkenen, wetende dat deze gebeurtenis blijvende gevolgen heeft voor de inwoners van Hawija, de militairen en de Nederlandse samenleving.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN DEFENSIE

Dilan Yeşilgöz-Zegerius


  1. Kamerstuk 27925-1035.↩︎

  2. Kamerstuk 2026Z10230, Kamerstuk 2026D27399.↩︎

  3. Kamerstuk 36 200 X, nr. 11.↩︎

  4. Kamerstuk 29 521, nr. 453, 22 december 2022.↩︎