[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Antwoord op vragen van de leden Van der Werf en Bamenga over aanvallen Israëlische leger op medisch personeel in Libanon

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D36716, datum: 2026-07-13, bijgewerkt: 2026-07-14 10:50, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z14597:

Preview document (🔗 origineel)


AH 2555

2026Z14597

Antwoord van minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 13 juli 2026)

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht 'De eerste ambulance werd geraakt; toen de tweede, derde en vierde. Hoe Israël medisch personeel aanvalt in Libanon'?[1]

Antwoord

Ja.

Vraag 2

Herkent u het beeld dat het Israëlische leger in Libanon zogenoemde double-tap-aanvallen uitvoert, waarbij hulpverleners die na een eerste aanval te hulp schieten herhaaldelijk opnieuw worden beschoten? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Het kabinet ziet inderdaad dat herhaaldelijk sprake is van situaties waarin medisch en humanitair personeel dat toestroomt na een aanval wordt getroffen door een vervolgaanval. Aanvallen waarbij hulpverleners worden getroffen verontrusten het kabinet altijd, en dit geldt des te meer voor vervolgaanvallen, waarbij het risico aanzienlijk toeneemt dat hulpverleners worden getroffen. Het kabinet kent ook de cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie over het hoge aantal zorgverleners dat is omgekomen in Libanon sinds de start van het conflict op 2 maart. De impact van de geweldsescalatie tussen Israël en Hezbollah op hulpverleners en medische faciliteiten, en daarmee op de gehele hulpverlening, in Libanon is zorgwekkend.

Vraag 3

Deelt u de conclusie van de door NRC geraadpleegde experts dat deze aanvallen in strijd zijn met het humanitair oorlogsrecht, in het bijzonder met de bescherming van medisch personeel en ambulances? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Volgens het humanitair oorlogsrecht genieten ziekenhuizen, medisch personeel en ambulances een speciale, beschermde status. Het doelbewust aanvallen van medische gebouwen, transporten of medisch personeel die herkenbaar zijn en hun neutrale taak uitvoeren, is een ernstige schending van het humanitair oorlogsrecht. Onder het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof is het opzettelijk aanvallen van medische gebouwen, medische eenheden en transporten gecategoriseerd als een oorlogsmisdrijf. De bescherming onder het humanitair oorlogsrecht vervalt alleen als een medische entiteit buiten haar humanitaire taak wordt gebruikt om handelingen te verrichten die schadelijk zijn voor de vijand.

Het kabinet onderstreept deze uitgangspunten en veroordeelt dan ook doelbewuste aanvallen op hulpverleners en medische faciliteiten. Tegelijkertijd kan in complexe conflictsituaties niet altijd worden vastgesteld wat de precieze omstandigheden zijn. Het kabinet dringt aan op transparant en onafhankelijk onderzoek naar mogelijke schendingen van het humanitair oorlogsrecht. Het is in eerste instantie aan de lokale autoriteiten om dergelijk onderzoek te doen. In dat kader steunt Nederland de komende vier jaar het Nationale Comité voor het Humanitair Oorlogsrecht (National International Humanitarian Law Committee) van Libanon met een financiële bijdrage, zodat dit onderzoek kan doen naar mogelijke schendingen van het humanitair oorlogsrecht.

Vraag 4

Hoe beoordeelt u deze aanvallen op medisch personeel en ambulances in het licht van de verplichtingen van Israël onder artikel 2 van de EU-Israël Associatieovereenkomst?

Antwoord

Zoals bekend in uw Kamer waren in mei 2025 de humanitaire situatie in de Gazastrook, de situatie op de Westelijke Jordaanoever, en de Israëlische positie die wezen op de herbezetting van (delen van) de Gazastrook, Syrië en Libanon reden om de EU Hoge Vertegenwoordiger (HV) Kallas te verzoeken om een evaluatie van artikel 2 van het EU-Israël Associatieakkoord. Naar aanleiding van de conclusie van de HV en de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) dat er aanwijzingen zijn dat Israël in strijd zou handelen met zijn verplichtingen onder artikel 2 van het Associatieakkoord heeft Nederland zich in EU-verband ingezet voor concrete EU-maatregelen. Het beoogde doel van de Nederlandse inzet voor maatregelen was de druk op te voeren en Israël van koers te doen veranderen. Hiervoor blijkt tot op heden te weinig draagvlak onder lidstaten. Niettemin blijft de kabinetsinzet ten aanzien van de opvolging van de evaluatie van Artikel 2 van het EU-Israël Associatieakkoord erop gericht om voldoende steun te vergaren voor EU-maatregelen.1

Vraag 5

Is het kabinet bereid deze aanvallen scherp en publiekelijk te veroordelen, en dit ook rechtstreeks over te brengen aan de Israëlische regering? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Het kabinet onderstreept dat militair optreden alleen binnen de kaders van het internationaal recht mag plaatsvinden. Dat betekent dat het humanitair oorlogsrecht, alsook het recht voor het gebruik van geweld door staten, door alle partijen moet worden gerespecteerd. Daar waar dat niet gebeurt of lijkt te gebeuren, spreekt het kabinet zich uit, voor en achter de schermen. Zoals uw Kamer bekend wijst het kabinet de Israëlische regering op zijn internationaalrechtelijke verplichtingen, waaronder de bescherming van burgers, hulpverleners en medische faciliteiten.

Vraag 6

Hebben eerdere gesprekken met Israëlische ministers en andere diplomatieke contacten geleid tot aantoonbare verandering in het optreden van het Israëlische leger? Zo nee, welke conclusie trekt het kabinet daaruit over de effectiviteit van diplomatieke waarschuwingen?

Antwoord

Het kabinet zet zich – met partners en naar vermogen – in om de situatie in Israël, de Palestijnse Gebieden en de bredere regio te de-escaleren en te verbeteren. Het kabinet benut daarvoor de goede relaties die Nederland heeft met zowel Israël als de Palestijnse Autoriteit, en staat in nauw en intensief contact met landen in de regio, o.a. om regionale spanningen te verlagen en humanitaire hulp te bieden. Zowel voor als achter de schermen is het kabinet actief om invloed uit te oefenen. Het kabinet brengt zorgen over het optreden van Israël in Libanon consistent op bij de autoriteiten.

Zoals bekend in uw Kamer is naast dialoog ook het opvoeren van druk een belangrijk onderdeel van de diplomatieke inspanningen, o.a. om gedragsverandering van Israël te realiseren Die inzet gaat door. Daarom zet het kabinet zich in EU-verband in om de draagvlak voor EU-maatregelen te vergroten

Vraag 7

Is het kabinet bereid deze praktijken aan te grijpen om in Europees verband opnieuw en blijvend te pleiten voor spoedige politieke en handelsmaatregelen tegen Israël, zolang het Israëlische leger burgers, hulpverleners en medisch personeel blijft aanvallen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Zie beantwoording vraag 4.

Vraag 8

Welke concrete gevolgen verbindt het kabinet aan de relatie met Israël nu het Israëlische leger, na meerdere waarschuwingen, opnieuw hulpverleners, ambulances en medische voorzieningen blijkt aan te vallen?

Antwoord

Zie beantwoording vraag 6.

[1] NRC, 23 juni 2026, 'De eerste ambulance werd geraakt; toen de tweede, derde en vierde. Hoe Israël medisch personeel aanvalt in Libanon' (https://www.nrc.nl/nieuws/2026/06/23/de-eerste-ambulance-werd-geraakt-toen-de-tweede-derde-en-vierde-hoe-israel-medisch-personeel-aanvalt-in-libanon-a4929212)


  1. In reactie op verzoek 2025Z18617/2025D43258 Aan minister BuZa - Verzoek d.d. 3 oktober 2025 om een reactie ten aanzien van het voorstel inzake opschorting van bepaalde handelsgerelateerde bepalingen van de Euro-mediterrane Overeenkomst van de Europese Gemeenschappen en Israël. Zie tevens de kabinetsinzet ten aanzien van dit voorstel in onder meer de Kamerstukken 21501-02 nr. 3262 en 21501-02 nr. 3267.↩︎