[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Afgifte vergunning voor export militair materieel naar Marokko

Wapenexportbeleid

Brief regering

Nummer: 2026D36720, datum: 2026-07-13, bijgewerkt: 2026-07-31 15:51, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 22054 -489 Wapenexportbeleid.

Onderdeel van zaak 2026Z16186:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


22 054 Wapenexportbeleid

Nr. 489 Brief van de ministers van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 juli 2026

Conform het op 10 juni 2011 per brief gemelde aangescherpte wapenexportbeleid (Kamerstuk 2010-2011, 22 054, nr. 165) en de motie van het lid El Fassed c.s. van 22 december 2011 over verlaging van de drempelwaarde voor de versnelde parlementaire controle bij specifieke wapenexportaanvragen naar â‚Ŧ2.000.000,- (Kamerstuk 2011-2012, 22 054, nr. 181), ontvangt uw Kamer onderstaande informatie over een door Nederland afgegeven vergunning ter waarde van â‚Ŧ13.000.000,- voor de uitvoer van militair materieel naar Marokko.

Een Nederlands bedrijf heeft onlangs een exportvergunning verkregen voor de uitvoer van een onbemand oppervlakteschip, inclusief bijbehorende sensoren, besturingssystemen, reserveonderdelen, training en technische ondersteuning. De eindgebruiker van de goederen is de Marokkaanse marine t.b.v. missies voor onderzeeboot- en mijnenbestrijding.

De aanvraag is getoetst aan de acht criteria van het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport (EUGS).1 Deze toetsing, waarvan de essentie ten aanzien van het meest relevante criterium hieronder wordt weergegeven, leidde tot het afgeven van de vergunning op basis van de volgende argumenten:

Regionale stabiliteit (CR4)

Marokko geldt voor Nederland als een stabiele en strategische veiligheidspartner in een instabiele regio. Mede gelet op de geografische ligging aan de zuidgrens van de Europese Unie heeft Nederland belang bij een stabiel, betrouwbaar en weerbaar Marokko. Daarbij speelt Marokko een belangrijke rol bij het tegengaan van ongereguleerde migratie op de route tussen West-Afrika en de Canarische Eilanden. De betreffende schepen zijn hiervoor niet inzetbaar.

De Westelijke Sahara is een niet-zichzelf besturend gebied waarvan de definitieve status dient te worden vastgesteld in het kader van een door de Verenigde Naties geleid politiek proces. Marokko oefent feitelijk gezag uit in de Westelijke Sahara, onder meer door de aanwezigheid van de Marokkaanse krijgsmacht en marine activiteiten in de territoriale wateren van het gebied. Hoewel deze activiteiten plaatsvinden in een gebied waarvan de internationale status wordt betwist, vormen zij op zichzelf geen aanwijzing dat de onderhavige goederen zullen worden ingezet voor agressie jegens een andere staat of voor het met kracht bijzetten van territoriale aanspraken.

De aanvraag betreft twee autonoom onbemande oppervlakteschepen waarmee de operationele maritieme capaciteiten van de Marokkaanse marine worden versterkt. Deze schepen zijn primair ontworpen voor defensieve maritieme taken. Eventuele bewapening dient slechts ter bescherming van het platform en de uitvoering van onderzeeboot- en mijnenbestrijding. Daarnaast zijn de schepen missiespecifiek geconfigureerd en niet zonder ingrijpende aanpassingen inzetbaar voor andere taken. Gezien de stabiele veiligheidssituatie en het feit dat confrontaties met de onafhankelijkheidsbeweging Front Polisario beperkt blijven tot kleinschalige schermutselingen landinwaarts, is inzet in dat conflict ook niet aannemelijk.

Gelet op de aard en beoogde inzet van de goederen, de afwezigheid van een interstatelijk maritiem conflict, het ontbreken van concurrerende territoriale aanspraken van andere staten en het feit dat de resterende confrontaties met het Front Polisario zich beperken tot landoperaties zonder maritieme component, bestaat geen duidelijk risico dat de goederen zullen worden gebruikt voor agressie jegens een andere staat of voor het met kracht bijzetten van territoriale aanspraken. Toetsing aan criterium 4 is derhalve positief.

Ten aanzien van de overige zeven criteria gelden geen bijzonderheden; ook deze zijn positief getoetst.

De minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
S.W. Sjoerdsma

De minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen


  1. Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008, het meest recent aangepast middels raadsbesluit (GBVB) 2019/1560 van 16 september 2019.â†Šī¸Ž