Toelichting tussenuitspraak CBb 1 juni 2026 en besluit referentieaanbod NS 2027
Spoor: vervoer- en beheerplan
Brief regering
Nummer: 2026D36729, datum: 2026-07-14, bijgewerkt: 2026-08-03 11:33, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Onderdeel van kamerstukdossier 29984 -1303 Spoor: vervoer- en beheerplan.
Onderdeel van zaak 2026Z16188:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- 2026-09-01 15:00: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-09-09 10:15: Procedurevergadering Infrastructuur en Waterstaat (Procedurevergadering), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
Preview document (🔗 origineel)
29984 Spoor: vervoer- en beheerplan
Nr. 1303 Brief van de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 14 juli 2026
In de beroepsprocedure van een aantal Mobility-as-a-Service-aanbieders (MaaS-aanbieders) tegen de gunning van de HRN-concessie heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) in de eerdere tussenuitspraak van 30 juni 2025 IenW opgedragen om artikel 44 van de HRN-concessie aan te passen. Op 10 oktober 2025 is artikel 44 van de concessie officieel gewijzigd, hierover is de Kamer al eerder geïnformeerd.1 Vervolgens is op 6 november het definitieve besluit genomen ter vaststelling van het referentieaanbod NS 2026.2 Bij beide besluiten hebben onafhankelijke economisch deskundigen geadviseerd. Het CBb zal beoordelen of dit herstelbesluit voldoet aan de eisen in de betreffende tussenuitspraak.
Via deze brief wil ik de Kamer informeren over de nieuwe tussenuitspraak van 1 juni jl. van het CBb. Dit mede naar aanleiding van de toezegging aan Kamerlid Schutz (VVD)3. Ook informeer ik de Kamer over het besluit dat ik heb genomen met betrekking tot het referentieaanbod van NS voor 2027, dit is hier namelijk aan gerelateerd. Het besluit en de onafhankelijke toets zal ik, conform artikel 44 van de HRN-concessie, publiceren.
Tussenuitspraak CBb
De MaaS-aanbieders hadden het CBb verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het CBb heeft met de tussenuitspraak van 1 juni jl. invulling gegeven aan dit verzoek. Met de tussenuitspraak blijven tot 1 januari 2027 grotendeels de tijdelijke afspraken die NS en de MaaS-aanbieders hebben gemaakt, in stand. De enige wijziging is een ophoging van de distributiekostenkorting (DKC) voor de MaaS-aanbieders met 1,5%. De DKC is de korting die de MaaS-aanbieders krijgen bij het inkopen bij NS, omdat NS kosten met betrekking tot verkoop bespaart. Ook schorst het CBb tijdelijk enkele delen van artikel 44 van de HRN-concessie en bijlage 13. Deze onderdelen hebben betrekking op de berekening van de kortingen die MaaS-aanbieders krijgen. Na het vervallen van de voorlopige voorziening (per 1 januari 2027) zullen deze onderdelen niet langer geschorst zijn. Het CBb heeft inmiddels aan partijen aangekondigd een deskundige te willen benoemen en het onderzoek te heropenen alvorens een definitieve uitspraak te doen.
Besluit referentieaanbod NS 2027
Naar aanleiding van de tussenuitspraak van het CBb in de hierboven beschreven zaak in 2025, is artikel 44 van de HRN-concessie gewijzigd. In het huidige artikel 44 staat het jaarlijkse proces beschreven voor de vaststelling van het referentieaanbod van NS. Het referentieaanbod van NS stelt MaaS-aanbieders in staat om treinvervoer van NS te verkopen. Met het referentieaanbod kunnen deze partijen eigen proposities ontwikkelen. Het CBb heeft enkele onderdelen van artikel 44 geschorst, maar ik ben nog steeds verplicht om een besluit te nemen op het referentieaanbod van NS voor 2027.4 Alle betrokken partijen zijn ook gebaat bij de duidelijkheid die hiermee wordt gecreëerd. Op 1 mei jl. heb ik het referentieaanbod voor 2027 van NS ontvangen. Dit aanbod heb ik, conform artikel 44, laten toetsen door onafhankelijke deskundigen. De conclusie van deze toets is dat het referentieaanbod voldoet aan de in de HRN-concessie gestelde voorwaarden. Het referentieaanbod is transparant, non-discriminatoir en concurrerend en zorgt ervoor dat een gelijk speelveld wordt gecreëerd tussen NS en de MaaS-aanbieders. Om die reden heb ik besloten het referentieaanbod goed te keuren. Ik wil uiteraard ook rekening houden met de lopende rechtszaak en de getroffen voorlopige voorziening. Daarom heb ik ook besloten dat het referentieaanbod 2027 pas na de definitieve uitspraak van het CBb geldig wordt. Tot aan de definitieve uitspraak geldt wat is beschreven in de voorlopige voorziening.
De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.W.H. Bertram
Kamerstukken 29984, nr. 1261 en nr. 1264.↩︎
Definitief besluit referentieaanbod NS voor 2026 | Rijksoverheid.nl↩︎
TZ202606-046↩︎
De verplichting in artikel 44 om binnen acht weken na ontvangst daarvan een besluit te nemen op een voorstel van NS voor een referentieaanbod is niet geschorst. Bovendien is deze schorsing tijdelijk, na afloop daarvan moet er een referentieaanbod voor 2027 zijn dat voldoet aan alle voorwaarden die gesteld worden in de concessie. Daar hecht ik ook grote waarde aan, aangezien in de concessie is bepaald dat het referentieaanbod voor een gelijk speelveld moet zorgen.↩︎