[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Toezegging gedaan tijdens het vragenuur van 16 juni 2026, over de extra kosten voor Nederland voor fossiele energie als gevolg van de prijsstijgingen door het conflict in het Midden-Oosten

Voorzienings- en leveringszekerheid energie

Brief regering

Nummer: 2026D36754, datum: 2026-07-14, bijgewerkt: 2026-08-03 10:50, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 29023 -723 Voorzienings- en leveringszekerheid energie.

Onderdeel van zaak 2026Z16213:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


29023 Voorzienings- en leveringszekerheid energie

Nr. 723 Brief van de minister van Klimaat en Groene Groei

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 juli 2026

Tijdens het vragenuur van 16 juni 2026 is aan het lid Oosterhuis (D66) toegezegd om toelichting te geven op de extra kosten voor Nederland voor fossiele energie als gevolg van de prijsstijgingen door het conflict in het Midden-Oosten. In deze brief ga ik schriftelijk in op die toezegging.

Onzekerheidsmarge berekening

Het CBS laat zien dat de waarde van de import van fossiele brandstoffen sterk varieert over de jaren.1 Dat cijfer zegt echter ook weinig over de werkelijke kosten van fossiele energie voor Nederland omdat een deel van deze import hier wordt bewerkt en vervolgens weer wordt geëxporteerd. Daarnaast komt een deel van het verbruik uit lokale productie waardoor importcijfers niet het hele verhaal vertellen. De kosten van het totale volume aan verbruik van fossiele energie in Nederland zijn sterk afhankelijk van marktomstandigheden tijdens het sluiten van de aankoopcontracten. Een aanzienlijk deel van het aardgas en de olie die in Nederland wordt gebruikt is niet op de spotmarkt gekocht, maar via lange termijncontracten. Daarbij geldt dat elk contract zijn eigen prijsformule kent op basis waarvan de te betalen prijs wordt bepaald. De prijs waarvoor deze volumes zijn vastgelegd verschilt daarom per contract en het moment van afsluiten en is afhankelijk van de in- en verkoopstrategieën van marktpartijen. Dit alles brengt een onzekerheidsmarge voor de berekening met zich mee.

Indicatieve berekening

De totale jaarlijkse Nederlandse uitgaven aan fossiele energie liggen, afhankelijk van marktprijzen, tussen de €35-45 miljard.2 Een grove benadering van de extra kosten als gevolg van de situatie in het Midden-Oosten kan worden gemaakt door deze jaarlijkse uitgaven te combineren met de gemiddelde prijsstijging gedurende de verstoringsperiode. Het Centraal Planbureau laat zien dat de olie- en gasprijzen met ongeveer 40% zijn gestegen tijdens de piekfase in april gedurende de sluiting van de Straat van Hormuz.3 Over de hele periode eind februari tot eind juni is een gemiddelde prijsstijging van 35% een redelijke benadering.4 Met deze aannames5 zou de verstoring zoals we die de afgelopen vier maanden hebben meegemaakt voor ongeveer 4 miljard euro aan extra kosten voor fossiele energie voor Nederland hebben gezorgd. Dit bedrag moet nadrukkelijk worden gezien als een orde-grootte en een grove indicatie. Het is ook niet om te slaan naar een bedrag dat één-op-één door huishoudens en bedrijven extra is betaald. De feitelijke kosten hangen af van onder meer de productmix, het moment waarop contracten zijn afgesloten, termijncontracten en hedging, voorraadposities, gedragsreacties van producenten en afnemers en de mate waarin hogere marktprijzen daadwerkelijk en met vertraging doorwerken in eindprijzen.

Het kabinet deelt uiteraard de zorgen die er zijn over de hoge olie- en gasprijzen en de gevolgen daarvan voor Nederland. Daarom is het van belang dat Nederland de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verder afbouwt.

De minister van Klimaat en Groene Groei,

S. van Veldhoven-van der Meer


  1. CBS, ‘Aardoliegrondstoffen- en aardolieproductenbalans; aanbod en verbruik’ (Aardoliegrondstoffen- en aardolieproductenbalans; aanbod en verbruik | CBS).↩︎

  2. Orde van grootte gebaseerd op CBS energiebalans: Energiebalans; aanbod, omzetting en verbruik | CBS (finaal energieverbruik van aardolie en aardgas, omgerekend naar euro’s via gemiddelde marktprijzen van olie (±$70–80/vat) en gas (±€20–35/MWh) over de periode 2023–2025).↩︎

  3. Centraal Planbureau, ‘De economische impact van hogere energieprijzen door de Iranoorlog’, april 2026 (De economische impact van hogere energieprijzen door de Iranoorlog).↩︎

  4. Pre-crisis was de prijs ~$72 per vat olie en gemiddelde tijdens de crisis, grofweg, ~$95-100 per vat olie (uitgaande van actieve maandcontracten (month ahead)), komt neer op +30-40%. Voor gas was een vergelijkbaar patroon te zien waarmee het totaal gemiddelde in dezelfde bandbreedte valt en onder de piek die het CPB ook laat zien.↩︎

  5. Orde van grootte van normale uitgaven gedurende vier maanden (€40 miljard x 4/12 =) €13,33 miljard x 0.35 = €4,67 miljard.↩︎