Hoofdlijnenconvenant gewasbeschermingsmiddelen
Gewasbeschermingsbeleid
Brief regering
Nummer: 2026D36805, datum: 2026-07-14, bijgewerkt: 2026-07-27 10:51, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Ooit VVD kamerlid)
- Convenant toekomstbestendige gewasbescherming
- Beslisnota bij Kamerbrief Hoofdlijnenconvenant gewasbeschermingsmiddelen
Onderdeel van kamerstukdossier 27858 -770 Gewasbeschermingsbeleid.
Onderdeel van zaak 2026Z16227:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- 2026-09-01 15:00: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-09-09 11:15: Procedurevergadering Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Procedurevergadering), vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Preview document (🔗 origineel)
27 858 Gewasbeschermingsbeleid
Nr. 770 Brief van de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 14 juli 2026
In april berichtte ik u over mijn aanpak om te komen tot een convenant
gewasbeschermingsmiddelen, zoals afgesproken in het coalitieakkoord
(Kamerstuk 27 858, nr. 745). Daarvoor zijn onder leiding van de
onafhankelijke voorzitter Gert-Jan Segers gesprekken gestart met
overheidspartijen,
sector- en ketenpartijen en maatschappelijke organisaties met als doel te komen tot een toekomstbestendige plantaardige landbouwsector in 2040. Dat is een sector die aantoonbaar voldoet aan de geldende beschermdoelen voor mens, dier en milieu en tegelijkertijd economisch houdbaar is, met een robuust verdienmodel voor telers en een sterke concurrentiepositie zowel binnen als buiten de EU.
Hierbij informeer ik uw Kamer dat de gesprekken hebben geresulteerd in een Convenant gewasbeschermingsmiddelen 2026–2040, dat vandaag is getekend. Dat het gelukt is om gezamenlijk in zo’n kort tijdsbestek tot afspraken te komen is zeer waardevol en dat is ook een compliment aan de deelnemende partijen die scherp en constructief hebben gewerkt hieraan. In deze brief vindt u een toelichting op het convenant en geef ik aan welke vervolgstappen volgen. Uw Kamer heeft verzocht om een technische briefing over het convenant gewasbescherming in september, hiervoor geef ik mijn toestemming.
Het convenant 2026-2040
De inzet voor dit hoofdlijnenconvenant is om de milieubelasting van het gebruik van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen in de plantaardige sector fors terug te dringen. Dit hoofdlijnenconvenant vormt daarvoor het kader, met afspraken op hoofdlijnen. Na de zomer moeten deze verder worden uitgewerkt in deelconvenanten die uiterlijk eind 2026 vastgesteld worden. Het hoofdlijnenconvenant is een onderhandelingsakkoord en moet in samenhang met de deelconvenanten tot een geborgde realisatie van alle doelen leiden. In de zomer zal gesproken worden over een voorstel voor de governance structuur voor dit vervolgtraject en vaststelling daarvan is voorzien begin september. Mijn inzet hierbij is ook dat in het “deelconvenantentraject” alle relevante partijen in gaan stappen en aan tafel komen. Bij de hieropvolgende uitwerking van de deelconvenanten is een resultaat voorzien voor eind 2026.
Welke afspraken zijn gemaakt?
Reductiedoelen
Er zijn afspraken gemaakt over een nationaal kwantitatief reductiedoel voor de vermindering van de milieubelasting van het gebruik van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen. Met bestaande indicatoren is die sturing mogelijk. Voor de korte termijn wordt de milieubelastingreductie op landelijk niveau gemeten met inzet van de Nationale Milieu-Indicator (NMI). Op de langere termijn wordt gebruik gemaakt van benchmarking en de Milieu-indicator gewasbescherming (MIG) om te sturen op milieubelasting op individueel bedrijfsniveau, zodat ondernemers ook van elkaar kunnen leren en zo de milieubelasting kunnen laten dalen.
Voortgangsevaluatie zal plaatsvinden in 2030, 2035 en 2040. Ook wordt een onafhankelijke gegevensautoriteit opgericht, naar voorbeeld van de antibioticareductie aanpak. Deze moet het nationale reductiedoel (en de MIG) met data ondersteunen. In het deelconvenantentraject zullen partijen voor de NMI een overall reductiedoel vaststellen voor 2040, met duidelijk startpunt en een berekening maken van concrete ambities en maatregelen waarmee het NMI-reductiedoel in realiteit bereikt moet worden. De WUR zal worden gevraagd hierover te adviseren. Ook start een traject om tot afrekenbare reductiedoelen op deelconvenantniveau te komen (per sector). Tot slot moet de gegevensautoriteit vóór januari 2027 zijn opgericht. Hiervoor wordt z.s.m. overleg gestart met de convenantspartijen wat daarvoor nodig is.
Ook wordt ingezet op een maatschappelijke dialoog om polarisatie te verminderen en draagvlak te vergroten. Hiervoor volgt een nader plan van het convenantsecretariaat.
Waterkwaliteit, natuur en leefomgeving
Voor de stoffen die de Kaderrichtlijn Water (KRW) raken worden de EU-afspraken aangehouden, een nadrukkelijk uitgangspunt van het Kabinet. Daar waar we de doelen in 2027 nog niet halen, moet voor de komende planperiode 2028-2033 tot een extra inzet worden gekomen die beweegt richting nul overschrijdingen van de waterkwaliteitsnorm en het voorkomen van nieuwe overschrijdingen. In het convenant is vastgelegd dat benodigde maatregelen om de huidige structurele normoverschrijdingen weg te nemen uiterlijk eind 2027 genomen moeten zijn. Ook dat het rijk initiatief neemt voor het opstellen van een generiek aanvullend pakket voor kwetsbare watergebieden.
Om negatieve effecten van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in en rondom Natura 2000-gebieden te beperken, is afgesproken te komen tot beleidsafspraken. De inzet is een vermindering van negatieve effecten op de natuur (via sterk omlaag brengen van emissies en door middel van extensivering en/of technische precisiemaatregelen). Daarnaast wordt ingezet op het terugbrengen en voorkomen van ‘overspill’ van actieve stoffen naar biologische landbouw. Deze beleidsafspraken moeten vóór 1 januari 2027 vastgesteld zijn. Om te komen tot een solide basis voor zo’n landelijk beleidskader, zet LVVN deze zomer een externe opdracht uit. Dit pakket aan maatregelen moet per 1 januari 2027 worden vastgesteld.
Ook wordt ingezet op de ontwikkeling van een landelijk beleidskader voor gevoelige functies in de nabije leefomgeving. Dit zijn functies waar mensen langere tijd verblijven, hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan scholen en kinderdagverblijven maar ook woningen. Om te komen tot een uniforme aanpak van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in relatie tot gevoelige functies, zet LVVN deze zomer een externe opdracht uit voor de ontwikkeling van een landelijk beleidskader. Dit kader moet concrete handvatten bieden voor een consistente en uitvoerbare toepassing van maatregelen, in lijn met de afspraken uit het hoofdlijnenconvenant. De planning is gericht op implementatie in 2027. Dit kader moet -volgens het hoofdlijnenconvenant- uiterlijk 1 maart 2027 gereed zijn.
De inzet van het Rijk is er op gericht met het totaalpakket van convenant op hoofdlijnen en de deelconvenanten te laten slagen. Ik zet me ervoor in dat dit lukt, en sta klaar om, indien nodig, de benodigde stappen te zetten om dit te waarborgen. Mocht onverhoopt onvoldoende voortgang worden geboekt, zal het Rijk zelf alsnog met de benodigde maatregelen komen, maar ik reken en vertrouw op een scherpe en constructieve inzet van de convenantspartijen.
Innovatie, toezicht en naleving
De sector staat voor belangrijke uitdagingen om gewassen te beschermen tegen ziekten, plagen en onkruiden, zoals de krimp van het middelenpakket, trage toelating van nieuwe gewasbeschermingsmiddelen en nieuwe ziekten en plagen door klimaatverandering. Telers hebben dringend behoefte aan een grotere beschikbaarheid van effectieve, duurzame alternatieven. Om telers in deze transitie te ondersteunen, zijn afspraken gemaakt over het opstellen van een innovatie, kennisontwikkeling en transitieprogramma (hierna: innovatieprogramma). Dit innovatieprogramma wordt vóór 1 januari 2027 onder regie van LVVN opgesteld en richt zicht op kennisontwikkeling, kennisdeling en implementatie en opschaling van weerbare teelt- en plantsystemen.
Het gaat hierbij om alternatieven voor alle landbouwvormen (gangbaar, biologisch, agro-ecologisch). Daarnaast wordt in het deelconvenantentraject per sector aandacht besteed aan relevante knelpunten voor sectoren en beschikbare alternatieven.
Om telers voldoende mogelijkheden te bieden om teelten te beschermen zet ik mij zowel Europees als nationaal in om meer alternatieve middelen met een lager risico beschikbaar te krijgen. Zo worden in de lopende onderhandelingen van de ‘Omnibus voor veiligheid van voedsel en diervoeder’ voorstellen gedaan om biocontrol middelen sneller op de markt te krijgen. In de basis sta ik hier positief tegenover, al dient het beschermingsniveau voor mens, dier en milieu hierbij minimaal gehandhaafd te blijven. Dit is conform het BNC-fiche en de aangenomen Kamermoties en toezeggingen aan uw Kamer (Kamerstuk 22 112, nr. 4261). Daarnaast wordt op nationaal niveau ingezet op het bevorderen van de beoordeling van groene middelen door onder andere de inrichting van een verduurzamingsloket bij het Ctgb en door de toekenning van aanvullende middelen voor het Ctgb om de beoordeling van groene middelen te bevorderen (Kamerstuk 36 800 XIV, nr. 21).
Goede naleving van de wet- en regelgeving voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen essentieel is voor de bescherming van mens, dier en milieu, het maatschappelijk draagvlak voor de land- en tuinbouw en een gelijk speelveld tussen ondernemers. Om de naleving te verbeteren (nu rond 60-70%) zullen partijen gezamenlijk uiterlijk 1 januari 2027 acties uitwerken, terwijl het Rijk een aanvullend instrumentarium van sancties en andere vormen van toezicht ontwikkelt, met als streefdatum 1 januari 2027. Eén van de randvoorwaarden voor effectief toezicht is toegang tot informatie voor toezichthouders. Daarom wordt in het deelconvenantentraject een systeem voor monitoring en verantwoording uitgewerkt, gebaseerd op een volledige en controleerbare registratie van inkoopgegevens en de vereiste gegevens uit Uitvoeringsverordening (EU) 2023/564 over digitale spuitregistratie. Ook wordt gekeken hoe publiek toezicht ondersteund kan worden door private kwaliteitssystemen.
Tot slot
Dat partijen op korte termijn bereid zijn gebleken om in gezamenlijke dialoog tot voorstellen te komen stemt hoopvol voor de toekomst. Middels deze brief aan uw Kamer wil ik mijn dank ook richting hen, de convenantsvoorzitter en zijn ondersteuning uitspreken. Oktober 2026 zal ik uw Kamer weer informeren over de voortgang van de deelconvenanten. De uitwerking van het convenant zie ik met vertrouwen tegemoet.
De staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
S.P.A. Erkens