[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Verslag van de Energieraad van 26 juni 2026

Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie

Brief regering

Nummer: 2026D36813, datum: 2026-07-14, bijgewerkt: 2026-08-14 09:22, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 21501 33-1237 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie.

Onderdeel van zaak 2026Z16229:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


21501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie

Nr. 1237 Brief van de minister van Klimaat en Groene Groei

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 juli 2026

Hierbij stuur ik u het verslag van de Energieraad die op 26 juni 2026 plaatsvond in Luxemburg. Tevens ga ik in op de vragen van de fractie van PRO die tijdens het debat over de Energieraad van 18 juni jl. aan de orde zijn gesteld en nog niet in het debat zijn beantwoord.

Daarnaast deel ik hierbij een drietal stukken gerelateerd aan het Europees Emissiehandelssysteem (ETS) en de concurrentiekracht van de chemische industrie. Deze zijn met de Europese Commissie gedeeld met het oog op het voorstel voor de ETS-herziening die de Commissie later deze maand zal presenteren.

Tot slot bevat dit verslag een appreciatie van de brief van 12 juni jl. van de Wetenschappelijke Klimaatraad en andere Europese klimaatraden over de inzet van het kabinet op de ETS-herziening, conform het verzoek van de Kamercommissie voor Klimaat en Groene Groei uit de procedurevergadering van 30 juni jl.

De minister van Klimaat en Groene Groei,

S. van Veldhoven- Van der Meer

Verslag Energieraad 26 juni 2026

Op 26 juni jl. vond in Luxemburg de formele Energieraad plaats. Op de agenda stonden: het bereiken van een algemene oriëntatie op de voorstellen uit het European Grids Package, een uitwisseling van standpunten over ‘decarbonisatie in de energiesector post-2030’ en een uitwisseling van standpunten over de crisis in het Midden-Oosten. Daarnaast werden enkele diversenpunten besproken.

Algemene oriëntatie – European Grids Package

Tijdens de Energieraad is een algemene oriëntatie (AO) over het Grids Package bereikt, bestaande uit de richtlijn vergunningverlening en een herziening van de TEN-E-verordening. In de discussie benadrukte de Commissie het strategische belang van het Grids Package voor de Europese energietransitie. Volgens de Commissie vormen de elektriciteitsnetten momenteel de grootste bottleneck voor de verdere uitrol van schone energie, waardoor ook de betaalbaarheid van energie, de energieonafhankelijkheid en de decarbonisatie onder druk staan. De Commissie onderstreepte dat de voorgestelde versnelling van vergunningsprocedures met name op middellange termijn een wezenlijk verschil kan maken.

Wat de richtlijn vergunningverlening betreft, sprak een grote meerderheid van de lidstaten steun uit voor het bereikte compromis. In het algemeen waren lidstaten van oordeel dat een goede balans is gevonden tussen het versnellen van vergunningprocedures en het waarborgen van een hoog niveau van natuur- en milieubescherming. Daarnaast waren lidstaten tevreden dat in het compromisvoorstel meer ruimte wordt gegeven voor nationale keuzes bij de inrichting van hun bestuursrechtelijke procedures. Een kleine groep lidstaten had liever een horizontale aanpak gezien in plaats van sectorspecifieke vergunningsregels.

Ook ten aanzien van de TEN-E-verordening bestond brede steun voor het bereikte compromis. Lidstaten onderstreepten het belang van een sterkere Europese netwerkplanning en investeringen in interconnecties. Enkele lidstaten verwelkomden de aanpassingen van de regels rond congestie-inkomsten van netbeheerders en de sterkere rol van lidstaten en netbeheerders bij het opstellen van het centrale scenario als basis voor Europese netwerkplanning. Daarnaast spraken meerdere lidstaten steun uit voor de introductie van een nieuwe projectcategorie gericht op de veiligheid en weerbaarheid van kritieke energie-infrastructuur. Een kleinere groep lidstaten had daarbij echter graag een bredere reikwijdte en ruimere financieringsmogelijkheden voor veiligheidsmaatregelen en herstelcapaciteit gezien.

Nederland sprak steun uit voor beide onderdelen van het Grids Package. Ten aanzien van de richtlijn vergunningverlening verwelkomde Nederland in het bijzonder de maatregelen die vergunningprocedures versnellen, waaronder de verduidelijkingen rondom stikstof voor elektriciteits- en waterstofnetwerken. Ten aanzien van de TEN-E-verordening sprak Nederland steun uit voor een sterkere Europese netwerkplanning en een effectiever systeem voor de kostendeling van grensoverschrijdende infrastructuur. Daarbij gaf Nederland aan dat op het punt van de kostendeling een ambitieuzere uitkomst wenselijk zou zijn geweest.

Gedachtewisseling: Decarbonisatie in de energiesector post-2030

Tijdens de Energieraad vond een gedachtewisseling plaats over het Europese post-2030 energieraamwerk. De Commissie zal naar verwachting eind dit jaar voorstellen presenteren voor het vervolg op het huidige Europese kader voor hernieuwbare energie en energie-efficiëntie, inclusief de bijbehorende governance-verordening.

Tijdens de gedachtewisseling onderschreef een grote meerderheid van de lidstaten het belang van een toekomstig energieraamwerk dat bijdraagt aan energiezekerheid, energieonafhankelijkheid, concurrentievermogen, betaalbaarheid en duurzaamheid. Daarnaast pleitten veel lidstaten voor een simpelere Europese doelenarchitectuur voor 2040 met minder sub- en sectordoelen voor energie dan in het 2030-energiekader, om de implementatie hiervan makkelijker te maken.

Sommige lidstaten deelden hun standpunten over de vormgeving van de overkoepelende energiedoelstellingen, waarbij de opvattingen uiteenliepen. Een kleine groep lidstaten sprak de voorkeur uit voor voortzetting van de huidige doelstellingen voor hernieuwbare energie en energiebesparing, terwijl enkele andere lidstaten juist pleitten voor een overkoepelend decarbonisatiedoel met ruime flexibiliteit voor lidstaten. Een brede groep lidstaten benadrukte daarnaast het belang van technologieneutraliteit, waarbij lidstaten de ruimte behouden om zelf de meest kosteneffectieve energiemix te bepalen. Daarnaast wees een grote groep lidstaten op de rol van kernenergie. Enkele lidstaten benadrukten afzonderlijk het belang van biomassa als lokaal geproduceerde energiebron. Tot slot spraken enkele lidstaten voorzichtige steun uit voor de introductie van een elektrificatiedoel.

Ten aanzien van de uitgangspunten voor het toekomstige energieraamwerk benadrukte een grote groep lidstaten dat energiezekerheid een centrale, horizontale pijler zou moeten vormen, mede gelet op de geopolitieke ontwikkelingen en de noodzaak om de afhankelijkheid van fossiele energie-import verder terug te dringen.

Nederland pleitte conform het met de Kamer gedeelde non-paper1 voor duidelijke energiedoelen voor 2040, ondersteund door een sterk Europees instrumentarium en een uitvoeringspakket om knelpunten in de energietransitie aan te pakken. Concreet pleitte Nederland voor de afbouw van fossiele brandstoffen door een bindend Europees doel voor schone energie (waaronder hernieuwbare en nucleaire energie), een bindend Europees doel voor finaal energieverbruik, een indicatief Europees doel voor directe elektrificatie en een Europees mechanisme voor de transportsector. Verder onderstreepte Nederland de noodzaak van strikte duurzaamheidscriteria en toepassing van het cascaderingsprincipe voor biomassa.

Gedachtewisseling: crisis in het Midden-Oosten

Tijdens de raad vond een gedachtewisseling plaats over de gevolgen van de crisis in het Midden-Oosten voor de Europese energievoorzieningszekerheid. De discussie stond in het teken van de vraag hoe de EU voorbereid moet zijn indien de verstoring van de scheepvaart in de Straat van Hormuz zou aanhouden of opnieuw zou optreden. Daarbij werd gesproken over mogelijke maatregelen op de korte termijn en lessen voor de leveringszekerheid op de langere termijn.

De Commissie benadrukte dat de recente ontwikkelingen opnieuw laten zien dat de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen een geopolitieke kwetsbaarheid vormt. Tijdens de gedachtewisseling bestond brede overeenstemming onder de lidstaten over het belang van nauwe Europese coördinatie bij een eventuele verdere escalatie van de crisis. Daarbij werd door een grote groep lidstaten, waaronder Nederland, gewezen op het belang van een intensievere monitoring van de olie-, gas- en brandstoffenmarkten, tijdige gegevensuitwisseling, gezamenlijke scenarioanalyses, coördinatie bij het vullen van de gasopslagen en een goede afstemming over eventuele inzet van strategische olievoorraden, zodat lidstaten tijdig en op basis van een gezamenlijk beeld kunnen besluiten over eventuele crisismaatregelen.

Ook gaf de Commissie aan dat de beste bescherming tegen toekomstige crises bestaat uit het versnellen van de energietransitie, het vergroten van de energie-efficiëntie en het verder versterken van de Europese energiezekerheid. Een groot aantal lidstaten onderschreef dit, waarbij Nederland aanvullend pleitte voor verdere energiebesparing, de uitrol van schone energie en versterking van de interne energiemarkt.

Diversenpunten

Methaanverordening

Tsjechië vroeg, gesteund door een brede groep lidstaten, waaronder Nederland, aandacht voor de implementatie van de Methaanverordening. Deze lidstaten onderschreven de doelstellingen van de verordening, maar wezen er, op basis van signalen uit de sector, op dat enkele verplichtingen voor importeurs van olie en gas op korte termijn nog niet uitvoerbaar zijn en onder de huidige marktomstandigheden en geopolitieke context onbedoeld risico’s kunnen opleveren voor de leveringszekerheid. Zij stelden dat de voorgenomen aanpak van de Commissie, met uitgestelde sanctionering voor een periode van drie jaar, onvoldoende juridische zekerheid biedt voor marktpartijen. Zij riepen de Commissie daarom op om, met behoud van de ambitie van de verordening, te komen tot tijdelijke en gerichte oplossingen voor onderdelen die op de korte termijn niet uitvoerbaar zijn, en die daarmee de juridische zekerheid en de leveringszekerheid waarborgen. Tegelijkertijd moet worden gewerkt aan de implementatie van de verordening. Een kleine groep lidstaten erkende de zorgen, maar achtte de huidige door de Commissie geboden flexibiliteit toereikend.

De Commissie gaf aan zich te richten op de implementatie van de Methaanverordening op een wijze die de leveringszekerheid niet in gevaar brengt, zeker gezien de huidige geopolitieke context. De Commissie gaf aan dat de Methaanverordening naar haar oordeel voldoende flexibiliteit biedt om een pragmatische implementatie mogelijk te maken. Ook riep de Commissie lidstaten op om gebruik te maken van flexibiliteit ten aanzien van de sanctionering van de nieuwe verplichtingen voor importeurs, die de Commissie in de nog te publiceren aanbeveling zal bieden.

CACM – Verordening Capaciteitstoewijzing en Congestiemanagement

Italië en Polen, met steun van enkele lidstaten, plaatsten kanttekeningen bij de voortgang van de herziening van de CACM-verordening2 en bij de mate waarin de Commissie de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit in acht neemt. De kritische interventies richtten zich met name op het voornemen om de elektriciteitsmarktkoppeling verder te centraliseren via een single market coupling operator en op de mogelijke toepassing van de zogenoemde ‘70%-regel’ op de intraday-markt. Een groep lidstaten sprak steun uit voor het versterken van de Europese marktkoppeling en marktintegratie. De Commissie benadrukte dat de herziening van de CACM-verordening noodzakelijk is om de Europese elektriciteitsmarkt toekomstbestendig te maken, de marktkoppeling en het toezicht te verbeteren en de integratie van hernieuwbare energie te faciliteren. Daarbij verdedigde zij het centraliseren en versterken van het toezicht op de Europese marktkoppeling en de bijbehorende algoritmen, in lijn met het mandaat uit de Elektriciteitsmarkthervorming (EMD).

Belang van elektrificatie

Frankrijk bracht, met steun van enkele lidstaten, waaronder Nederland, het belang van verdere elektrificatie onder de aandacht, waarvoor een voorspelbaar regelgevend kader, een ambitieus ETS en een sterke Europese industriële basis essentieel zijn. De verklaring kreeg steun van een groep lidstaten. Enkele lidstaten wezen daarbij op het belang van betaalbare energieprijzen, ruimte voor nationale omstandigheden en het behoud van meerdere routes naar verduurzaming. De Commissie onderschreef het belang van versnelde elektrificatie en kondigde aan het Elektrificatie Actieplan de komende weken te presenteren en wees daarnaast op aankomende voorstellen over nettarieven en energiebelasting die elektrificatie moeten stimuleren.

Medische radio-isotopen
België vroeg, met steun van enkele lidstaten, waaronder Nederland, de Europese Commissie om een update over de uitvoering van de
raadsconclusies inzake het versterken van de strategische autonomie op het gebied van medische radio-isotopen. De initiatiefnemers benadrukten het belang van leveringszekerheid voor patiënten en van het versterken van de Europese productiecapaciteit om de afhankelijkheid van derde landen te verminderen. De Commissie bevestigde dat zij werkt aan de uitvoering van de Raadsconclusies en kondigde aan later dit jaar met een Europees initiatief voor medische radio-isotopen te komen. Dit initiatief moet bijdragen aan het versterken van de Europese productiecapaciteit, de leveringszekerheid en de strategische autonomie van de EU op dit terrein.

Beantwoording vragen van PRO-fractie uit Commissiedebat

In het debat van 18 juni jl. over de Energieraad zijn door PRO vragen gesteld over de mogelijke opname van kernenergie in de EU-2040-doelen voor energie en de gevolgen daarvan voor de investeringszekerheid van zon- en windenergie, de uitwerking van subdoelen en subsidies, en de implicaties voor onderliggende gedelegeerde handelingen (waaronder die waarin de eisen om waterstof als hernieuwbaar te kwalificeren zijn vastgelegd). Het kabinet zet vol in op het vergroten van het aandeel schone energie in de energiemix en de energieonafhankelijkheid van Nederland. Kernenergie heeft hier een belangrijk aandeel in, naast hernieuwbare energie zoals windenergie en zon-pv.

Een Europees doel heeft een belangrijke signaalwerking en zorgt voor investeringszekerheid. Dit is belangrijk voor de uitrol van hernieuwbare energie, maar ook voor kernenergie. Dit kabinet wil zich daarom inzetten voor een Europees doel voor 2040 voor schone energie, dat zowel hernieuwbare energie als ook kernenergie omvat. Het kabinet zet dan ook in op investeringszekerheid voor zowel wind en zon als kernenergie, omdat zij alle nodig zullen zijn in de Nederlandse en Europese energiemix richting 2050.

Wat betreft de verschillende subdoelen onder de REDIII3 en een mogelijke voortzetting hiervan onder het EU-2040-kader heeft het kabinet nog geen positie ingenomen. Wel is het kabinet van mening dat de EU-energiedoelen voor 2040 ondersteund moeten worden door sterke Europese instrumenten en geharmoniseerde normen. Dit versterkt de interne markt, zorgt voor een gelijk speelveld, benut schaalvoordelen en is efficiënter dan een groot aantal subdoelstellingen die door lidstaten op uiteenlopende wijze worden geïmplementeerd of onderling onvoldoende samenhangen. Ook de Europese Commissie kijkt naar mogelijkheden voor een simplificatie van de energiedoelen-architectuur voor 2040.

Wat betreft de regelgeving onder de RED voor hernieuwbare energie zal het kabinet zich inzetten voor behoud en waar nodig verbetering en doorontwikkeling van een Europees kader dat de uitrol van hernieuwbare energie ondersteunt. Dit betreft ook de gedelegeerde handeling waarin de eisen om waterstof als hernieuwbaar te kwalificeren zijn vastgelegd. Deze eisen staan los van de inzet op een doel voor schone energie: het is bijvoorbeeld niet zo dat daardoor waterstof uit kernenergie automatisch zou kwalificeren als hernieuwbaar. Waterstof uit kernenergie heeft de Europese Commissie immers al gedefinieerd als koolstofarme waterstof. U bent eerder geïnformeerd over de Nederlandse inzet ten aanzien van aanpassingen in deze gedelegeerde handeling.4

Appreciatie brief Wetenschappelijke Klimaatraad over ETS-herziening

De Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR) heeft samen met andere Europese Klimaatraden op 12 juni een brandbrief gestuurd over het ETS. De oproep aan de EU en lidstaten is om het ETS niet te verzwakken en om stabiel beleid te voeren. Afzwakking van het ETS kent zwaarwegende nadelen.

Conform het verzoek van de Kamercommissie voor Klimaat en Groene Groei uit de procedurevergadering van 30 juni jl. apprecieer ik hierbij kort deze brief. Het kabinet verwelkomt deze brief en de boodschap en vindt het een belangrijk signaal richting de aankomende ETS-herziening. Nederland ziet het ETS als cruciaal om klimaatdoelen te halen, onafhankelijk te worden van fossiele energiebronnen en een gelijk speelveld en investeringszekerheid te bevorderen. Bij de aankomende ETS-herziening zal Nederland zich dan ook, in lijn met de boodschap van de brief, inzetten voor een sterk en ambitieus ETS.


  1. Zie non-paper ‘EU Energy Framework beyond 2030 – Priorities of the Netherlands’ bij kamerstuk 21 501-33, nr. 1215.↩︎

  2. Verordening Capaciteitstoewijzing en Congestiemanagement.↩︎

  3. De Renewable Energy Directive, ofwel Richtlijn Hernieuwbare Energie.↩︎

  4. Aanhangsel Handelingen II, 2025/26, 2086.↩︎