Antwoord op vragen van het lid Coenradie over ‘De Blauwe Haven’
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D36823, datum: 2026-07-14, bijgewerkt: 2026-07-14 15:52, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Onderdeel van zaak 2026Z11821:
- Gericht aan: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 2558
Antwoord van minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 14 juli 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2351
Vraag 1
Welke handelingen en interventies heeft de korpsleiding vanaf juni 2024 verricht ten aanzien van De Blauwe Haven?
Antwoord op vraag 1
De korpsleiding heeft mij laten weten dat het eerste signaal over De Blauwe Haven hen in juni 2024 heeft bereikt. Dit signaal was ernstig, maar op dat moment nog onvoldoende concreet. In de periode daarna is om aanvullende informatie verzocht. Deze informatie is schriftelijk aangeleverd. Daaropvolgend is de korpschef geïnformeerd en heeft zij direct opdracht gegeven tot een intern oriënterend onderzoek door het Landelijk Team Interne Onderzoeken (LTIO).
Vraag 2
Welke informatie bevatte het eerste signaal dat de korpsleiding in juni 2024 bereikte, op basis waarvan werd dit signaal als ernstig aangemerkt en welke concrete gegevens ontbraken volgens de korpsleiding waardoor niet direct een onderzoek of interventie is gestart?
Antwoord op vraag 2
In verband met de privacy van de melder en betrokkenen doe ik geen uitspraken over de inhoudelijke aspecten van dit eerste signaal.
Vraag 3
Hoeveel personen hebben zich gedurende het onderzoek gemeld als mogelijk slachtoffer van grensoverschrijdend gedrag, aanranding of verkrachting binnen De Blauwe Haven, ongeacht of hun verklaring uiteindelijk formeel onderdeel is geworden van het onderzoek, en zijn er signalen ontvangen dat het aantal mogelijke slachtoffers aanzienlijk hoger ligt dan het aantal slachtoffers dat tot op heden publiekelijk bekend is gemaakt?
Antwoord op vraag 3
De politie heeft mij laten weten dat de medewerkers van het onderzoeksteam met tientallen mensen hebben gesproken, zowel melders als getuigen. In verband met de privacy van de melder en betrokkenen doe ik geen uitspraken over de inhoudelijke aspecten van meldingen.
Vraag 4
Hoe kan worden vastgesteld dat het onderzoek een volledig beeld heeft opgeleverd, terwijl de politie zelf erkent dat personen terughoudend waren om formeel te verklaren?
Antwoord op vraag 4
Ik heb vertrouwen in de professionaliteit van het landelijk team interne onderzoeken (LTIO).
Vraag 5
Erkent u dat medewerkers terughoudend kunnen zijn om melding te doen wanneer onderzoek plaatsvindt door een team dat onderdeel uitmaakt van dezelfde politieorganisatie als waartegen de meldingen zich richten? Zo ja, waarom is niet gekozen voor een volledig extern en onafhankelijk onderzoek?
Antwoord op vraag 5
Het landelijk team interne onderzoeken (LTIO) is een team dat is opgericht om eenheidsoverstijgende interne integriteitskwesties te onderzoeken. Ik heb vertrouwen in hun professionaliteit. Bij vermoedens van strafbare feiten neemt het LTIO contact op met het openbaar ministerie.
Vraag 6
Waarom kiest u voor de formulering dat het onderzoek zich “niet per definitie” heeft beperkt tot drie personen, in plaats van helder uiteen te zetten wat de feitelijke scope van het onderzoek is geweest?
Antwoord op vraag 6
De politie heeft mij laten weten dat naar aanleiding van de signalen medewerkers van het onderzoeksteam met tientallen mensen hebben gesproken. Op basis hiervan zijn drie disciplinaire onderzoeken gestart. Ook is er één strafrechtelijk onderzoek gestart in opdracht van de officier van justitie.
Vraag 7
Welke personen, functies, leidinggevenden, werkprocessen of cultuuraspecten binnen De Blauwe Haven zijn naast de drie disciplinaire onderzoeken onderzocht?
Antwoord op vraag 7
De politie heeft mij laten weten dat naar aanleiding van de signalen medewerkers van het onderzoeksteam met tientallen mensen hebben gesproken. Er is op geen enkele wijze onderscheid gemaakt tussen personen op basis van functies. Ik doe derhalve geen uitspraak over welke functies, leidinggevende, werkprocessen of cultuuraspecten direct of indirect onderdeel uitmaakten van het onderzoek.
Vraag 8
Klopt het dat binnen het onderzoek naar De Blauwe Haven
aanvankelijk signalen bestonden die betrekking hadden op zeven mogelijke
verdachten en dat deze signalen onder meer betrekking hadden op
aanranding, verkrachting, discriminatie, seksueel grensoverschrijdend
gedrag, intimidatie, bedreiging en fraude? Zo ja, hoe zijn deze signalen
onderzocht en wat is de afdoening per categorie geweest?
Antwoord op vraag 8
Alle signalen over betrokkenen zijn meegenomen in het onderzoek. In
verband met de privacy van de melders en betrokkenen doe ik geen
uitspraak over de inhoud en hoeveelheid meldingen.
Vraag 9
Kunt u aangeven hoeveel signalen, meldingen, verklaringen en aangiften met betrekking tot aanranding, verkrachting, seksueel grensoverschrijdend gedrag, intimidatie, bedreiging, discriminatie en fraude gedurende het onderzoek zijn ontvangen, ongeacht of deze uiteindelijk formeel onderdeel zijn geworden van een disciplinair onderzoek?
Antwoord op vraag 9
De politie heeft mij laten weten dat naar aanleiding van de signalen medewerkers van het onderzoeksteam met tientallen mensen hebben gesproken. Ik doe geen uitspraak over de inhoudelijke aspecten van deze gesprekken.
Vraag 10
Kunt u uitsluiten dat meldingen of signalen over mogelijk strafbare feiten binnen De Blauwe Haven uitsluitend disciplinair zijn afgehandeld zonder dat een beoordeling door het Openbaar Ministerie heeft plaatsgevonden? Zo nee, om hoeveel gevallen gaat het en welke feiten betroffen dit?
Antwoord op vraag 10
Zie het antwoord op vraag 6.
Vraag 11
Acht u het handelen van de korpschef achteraf bezien volledig adequaat? Zo ja, waarop baseert u dat oordeel? Zo nee, welke tekortkomingen constateert u?
Antwoord op vraag 11
De korpschef heeft direct nadat ze is geïnformeerd een onderzoek ingesteld. Dit vind ik een juiste handelingswijze.
Vraag 12
Bent u bereid alsnog een onafhankelijk onderzoek te laten verrichten door de Rijksrecherche? Zo nee, waarom niet?
Antwoord op vraag 12
De Rijksrecherche verricht onderzoeken in opdracht van het College van Procureurs-Generaal (OM), niet van de minister van Justitie en Veiligheid.
Ik heb vertrouwen in de professionaliteit van het LTIO. Bij vermoedens van strafbare feiten neemt de politie contact op met het openbaar ministerie.
Vraag 13
Bent u bereid een onafhankelijk extern meldpunt en onafhankelijke
vertrouwenspersonen buiten de politiehiërarchie beschikbaar te stellen
voor (oud-)medewerkers van De Blauwe Haven? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord op vraag 13
Het is belangrijk dat politiemedewerkers die een melding willen maken hiertoe de gelegenheid hebben. Hiervoor heeft de politie een uitgebreid lokettenlandschap met onder meer een stelsel van vertrouwenspersonen, diverse meldpunten en de ombudsfunctionaris politie. Sinds 2023 is tevens het Sociaal Loket opgericht dat fungeert als centraal aanspreekpunt bij vragen en meldingen, die vervolgens worden doorgeleid naar het juiste loket in de organisatie.
Vraag 14
Waarom zijn een onafhankelijk extern meldpunt en onafhankelijke
vertrouwenspersonen niet expliciet als aanvullende maatregel aangewezen
indien medewerkers zich niet veilig genoeg voelden om via de reguliere
politiekanalen te verklaren?
Antwoord op vraag 14
Gedurende het onderzoek heeft het LTIO gebruik gemaakt van een
‘geheimhouder’. Dit betekent dat melders zich anoniem konden melden bij
de geheimhouder. Voor meer informatie over de werkzaamheden van de
geheimhouder verwijs ik u naar de beantwoording van de Kamervragen van
het lid Coenradie van 29 mei jl.
Vraag 15
Klopt het dat meerdere vermeende slachtoffers in het kader van De Blauwe Haven gesprekken hebben gevoerd met vertegenwoordigers van de Nederlandse Politiebond (NPB) over het doen van aangifte? Zo ja, welke opvolging is hieraan gegeven?
Antwoord op vraag 15
De politie heeft mij laten weten dat zij signalen hebben ontvangen dat dergelijke gesprekken met de NPB hebben plaatsgevonden. Zij zijn niet bekend met de inhoud van deze gesprekken.
Vraag 16
Klopt het dat zogenoemde kluisverklaringen al bestonden
of werden besproken voordat het LTIO-onderzoek formeel van start ging?
Zo ja, wat was de aanleiding hiervoor en op welke wijze zijn deze
verklaringen betrokken bij het onderzoek?
Antwoord op vraag 16
Gedurende het onderzoek heeft het LTIO gebruik gemaakt van een
‘geheimhouder’. Dit betekent dat melders zich anoniem konden melden bij
de geheimhouder. De korpsleiding heeft mij laten weten dat zich enkele
personen bij deze geheimhouder hebben gemeld, waarop met hen een gesprek
is gevoerd.
Vraag 17
Zijn u signalen bekend dat medewerkers die melding wilden doen of een verklaring wilden afleggen zijn benaderd of geïntimideerd door verdachten, familieleden van verdachten of leidinggevenden? Zo ja, hoeveel van dergelijke signalen zijn ontvangen, wanneer heeft de korpsleiding hiervan kennisgenomen en welke maatregelen zijn naar aanleiding daarvan genomen?
Antwoord op vraag 17
De politie heeft mij laten weten dat enkele personen zich hebben gemeld bij het onderzoeksteam die intimidatie en bedreigingen hebben ervaren. Deze signalen zijn meegenomen door het onderzoeksteam.
Vraag 18
Zijn u signalen bekend dat binnen De Blauwe Haven of aanverwante projecten werd gesproken over een zogenoemde “lijst” waarop medewerkers zouden staan die misstanden hadden gemeld of hierover vragen hadden gesteld? Zo ja, is onderzocht of een dergelijke lijst daadwerkelijk heeft bestaan en wat waren de bevindingen?
Antwoord op vraag 18
De politie heeft mij laten weten dat zij niet bekend zijn met een zogenoemde ‘lijst’ met medewerkers die misstanden hebben gemeld.
Vraag 19
Kunt u aangeven of er binnen het onderzoek aanwijzingen zijn aangetroffen voor een cultuur van angst, terughoudendheid of vrees voor repercussies onder medewerkers die melding wilden doen van misstanden? Zo ja, welke conclusies zijn hieruit getrokken?
Antwoord op vraag 19
De Blauwe Haven moet bij uitstek een omgeving zijn waar politiemensen onder veilige omstandigheden kunnen werken of re-integreren. De politie heeft geconstateerd dat er bij de Blauwe Haven in de loop der jaren een onwenselijke cultuur is ontstaan, waarbinnen sprake was van onwenselijke omgangsvormen. De korpsleiding is geschrokken van het beeld dat is ontstaan en heeft daarom ingegrepen. Naast drie disciplinaire trajecten zijn ook wijzigingen doorgevoerd bij de leiding van de Blauwe Haven.