Antwoord op vragen van het lid Wiersma over de afsluiting kwelders Wierum en Ternaard en beperking recreatief gebruik Waddenzee
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D36828, datum: 2026-07-14, bijgewerkt: 2026-07-14 18:06, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat
Onderdeel van zaak 2026Z08873:
- Gericht aan: V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat
- Gericht aan: J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Volgcommissie: vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 2559
Antwoord van minister Karremans (Infrastructuur en Waterstaat) (ontvangen 14 juli 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2007
Vraag 1
Bent u bekend met recente berichten over het afsluiten van delen van de Waddenzee, waaronder de kwelders bij Wierum en Ternaard, en het stopzetten van excursies naar Rottum?
Ja.
De kwelders bij Wierum en Ternaard zijn van grote waarde voor vogels. Om de ongewenste verstoring van vogels door menselijke activiteiten hier te voorkomen heeft Rijkswaterstaat, in afstemming met de eigenaar van de gebieden - het Wetterskip Fryslân - hier verboden toegang borden geplaatst. Dit is gedaan naar aanleiding van de ecologische evaluatie van het Natura 2000-beheerplan waarbij vanuit Rijkswaterstaat is geconcludeerd dat het treffen van deze maatregelen al vooruitlopend op het nieuwe Natura 2000-beheerplan Waddenzee wenselijk is.
Vanuit de urgentie op de korte termijn (broedseizoen) zijn tot en met 15 juli 2026 twee kwelders aan de Waddenkust bij Ternaard afgesloten. Na 15 juli worden de verboden toegangsborden weggehaald.
Voordat deze maatregel is gestart, zijn er meerdere informatiebijeenkomsten voor omwonenden gehouden.
Vraag 2
Klopt het dat Rijkswaterstaat inzet op het afsluiten van meerdere gebieden in de Waddenzee voor publiek gebruik in het kader van Natura 2000-doelstellingen?
In het kader van het actualiseren van de N2000-beheerplannen Waddenzee en Noordzeekustzone is in het voorjaar een aantal bijeenkomsten gehouden op de Waddeneilanden. Naar aanleiding van deze sessies in het voorjaar 2026 met bewoners, ondernemers, ambtenaren en belangenorganisaties is bij sommigen de indruk ontstaan dat Rijkswaterstaat van plan is om grote delen van eilanden af te sluiten voor publiek ten behoeve van behoud van natuurkwaliteit. Dit is niet het geval. Binnen een Natura 2000-gebied kunnen deelgebieden deels, tijdelijk of volledig worden afgesloten als dat ten behoeve van de instandhoudingsdoelstellingen noodzakelijk is. Dat gebeurt over het algemeen via een Toegangsbeperkend Besluit. Voor de regio Rottum geldt bijvoorbeeld een dergelijk Toegangsbeperkend Besluit, onder andere voor het beschermen van rust- en broedgebieden van vogels en zeehonden.
De rol van Rijkswaterstaat in de totstandkoming van het nieuwe Natura 2000 beheerplan voor de Waddenzee is die van voortouwnemer. De nut en noodzaak voor het treffen van toegangsbeperkende maatregelen komt veelal voort uit het
beheerplanproces. Het ministerie van LVVN is het bevoegd gezag om – indien nodig – via een afzonderlijke procedure toegangsbeperkende besluiten (TBB) te treffen in de Rijkswateren.
Vraag 3
Welke concrete ecologische problemen liggen volgens het kabinet ten grondslag aan deze maatregelen en welke rol speelt recreatie daarin ten opzichte van andere factoren, zoals visserij, scheepvaart, industrie en baggerwerkzaamheden?
Uit de ecologische evaluatie van het Natura 2000 Beheerplan, opgesteld namens alle bevoegd gezagen en in opdracht van Rijkswaterstaat1 (2023), blijkt dat recreatie een belangrijke verstorende factor kan zijn voor foeragerende vogels en broedvogels. Visserij, scheepvaart, industrie en baggerwerkzaamheden vinden niet plaats op de kwelders.
Vraag 4
Kunt u onderbouwen welk aandeel recreatief medegebruik heeft in de verstoring van natuurwaarden in de Waddenzee?
Recreatief medegebruik van de Wadden hoort bij het Waddengebied, zo beleven mensen de natuur en leren ze die te waarderen. Er is geen kwantitatieve informatie beschikbaar over het aandeel van het recreatief medegebruik. De gevraagde data en informatie worden niet op een structurele manier bijgehouden. Wel is bekend dat betreding van kwelders met name tijdens weekenden, vakanties en met mooi weer, tot een grote mate van verstoring kan leiden (Fieten et al., 2022). Kleine kwelders, zoals die bij Wierum, zijn hier met name gevoelig voor omdat vogels hier niet kunnen uitwijken, waardoor bij betreding al snel veel vogels opvliegen. Daarom is besloten om de toegang te sluiten tijdens het broedseizoen, dat eindigt op 15 juli, waarna de borden worden weggehaald.
Vraag 5
Waarom is in deze gevallen gekozen voor een vergaande en vaak jaarronde afsluiting, terwijl recreatie in het Waddengebied grotendeels seizoensgebonden, weersafhankelijk en tijdelijk van aard is?
Zie het antwoord op vraag 1 en 2, de sluiting is uitsluitend voor het broedseizoen.
Vraag 6
In hoeverre zijn alternatieven onderzocht, zoals seizoensgebonden openstelling, zonering, vergunningen of begeleide toegang?
Voordat over wordt gegaan tot tijdelijke sluiting van een gebied wordt altijd eerst naar alternatieven gekeken om bestaande activiteiten zoals recreatie toch mogelijk te blijven maken. Voor de kwelders van Wierum en Ternaard is door RWS op basis van het onderzoek geconcludeerd dat het combineren van functies op deze relatieve kleine kwelders helaas niet mogelijk is. Wel is per locatie gekeken naar maatwerk: zo blijft bij Ternaard de pier toegankelijk voor recreatief gebruik en worden wadlopers in Wierum meer richting het oosten geleid, buiten de meest kwetsbare delen van de kwelder.
Vraag 7
Hoe weegt u het feit dat lokale gebruikers, zoals wadlopers, vissers, schippers en bewoners al generaties lang verbonden zijn met het gebied en een belangrijke rol vervullen als “ogen en oren” van de natuur?
Ik laat de historische verbinding van de lokale gebruikers met het waddengebied zwaar meewegen in de keuzes die gemaakt worden ten behoeve van de natuur. Het is – zoals u stelt in uw vraag – zeker zo dat zij met hun diepgewortelde gebiedskennis de ogen en oren van het gebied zijn. Die kennis is waardevol voor natuur en cultuur, welke samen de identiteit van de Wadden bepalen. Het is niet voor niets dat Texel het oudste weidevogelreservaat kent van Nederland, mede dankzij pionier van de Nederlandse natuurbescherming Jac. P. Thijsse.
Vraag 8
Deelt u de zorg dat het uitsluiten van deze groepen kan leiden tot verlies van lokale kennis, minder toezicht in het gebied en afname van betrokkenheid bij natuurbeheer?
Die zorg deel ik niet, want er is in Wierum en Ternaard sprake van het tijdelijk sluiten van gebieden en niet van het uitsluiten van groepen bij de totstandkoming van nieuwe beheerplannen. Betrokkenheid van de omgeving is cruciaal bij het in stand houden van de natuurwaarden. Er zijn succesvolle vormen van participatie die daaraan bijdragen, zoals signalerende rollen of betrokkenheid bij monitoring.
Vraag 9
Kunt u toelichten hoe de belangen van natuur, leefbaarheid en cultureel gebruik van het gebied tegen elkaar zijn afgewogen bij deze besluiten?
Bij besluiten over Natura 2000‑gebieden in rijkswateren geldt dat de natuurdoelen juridisch leidend zijn op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Activiteiten kunnen alleen doorgaan als zeker is dat deze de vastgestelde instandhoudingsdoelen niet aantasten, daarbij worden waar nodig mitigerende maatregelen getroffen. Mitigerende maatregelen zijn maatregelen die worden genomen om negatieve effecten van een activiteit te verminderen of te beperken door bijvoorbeeld het gebruik op andere tijdstippen te laten plaatsvinden of technische maatregelen te nemen. Belangen zoals leefbaarheid, economische activiteiten en cultureel gebruik worden in dit kader zorgvuldig meegewogen via bijvoorbeeld een passende beoordeling, met name in beheerplannen waar bestaand gebruik wordt beoordeeld en zo nodig aangepast.
Voor de kwelders van Wierum en Ternaard is door RWS op basis van het onderzoek geconcludeerd dat er sprake is van ecologische noodzaak, urgentie en dat het combineren van functies op deze relatieve kleine kwelders niet of zeer beperkt mogelijk is in het broedseizoen.
Vraag 10
Waarom richt het beleid zich volgens signalen uit de regio relatief sterk op het beperken van recreatie, terwijl grotere drukfactoren mogelijk onderbelicht blijven?
Het beleid richt zich op natuurherstel, natuurbeheer en het terugdringen van druk op de natuur. Dat gebeurt via de Programmatische Aanpak Grote Wateren, versterking van de samenwerking van het beheer via de Beheerautoriteit Waddenzee met de gezamenlijke beheerders en middels het Natura 2000-beheerplan met Rijkswaterstaat als voortouwnemer. Het Natura 2000-beheerplan gaat over gebruik en beheer gericht op het behalen van de instandhoudingsdoelen op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn. De minister van LVVN werkt aan een Beleidskader Natuur Waddenzee om de cumulatieve druk op de natuur te verminderen, het ministerie van IenW is hierbij betrokken. Tevens werkt de minister van LVVN samen met de medebevoegde gezagen aan een natuurplan in het kader van de Natuurherstelverordening. In deze trajecten wordt nadrukkelijk breder gekeken dan alleen recreatie en toerisme.
Vraag 11
Bent u het ermee eens dat natuur en mens in veel gevallen samen kunnen gaan en dat volledige uitsluiting van mensen niet altijd de meest effectieve maatregel is?
Sluiting van gebieden is één van de mogelijke maatregelen om natuurdoelen te bereiken. In veel situaties kunnen natuur en mens samengaan zonder dat sluiting van een gebied hoeft plaats te vinden, denk bijvoorbeeld aan de wadlopers naar Texel die rekening houden met de foeragerende vogels en afstand bewaren tot de zeehonden of de fietsers op Vlieland die tijdens het fietsen rekening houden met de broedvogels via aangepaste fietsroutes. In specifieke gevallen, zoals bijvoorbeeld bij kwetsbare gebieden met een belangrijke broedfunctie voor vogels kan sluiting echter een noodzakelijke maatregel zijn.
Vraag 12
Hoe voorkomt u dat maatregelen vooral bijdragen aan het behalen van papieren natuurdoelen, zonder aantoonbaar effect op daadwerkelijke natuurverbetering?
Het niet verstoren van vogels tijdens het broedseizoen leidt tot aantoonbare positieve effecten voor de natuur, want hierdoor neemt het broedsucces toe. Dat is geen papieren natuurdoel, maar een zinvolle effectieve maatregel.
Van belang is dat verstoring van soorten en verslechtering van habitats in de N2000-gebieden moet worden voorkomen. Het nemen van maatregelen is hiervoor nodig. Hierbij wordt rekening gehouden met vereisten op economisch, sociaal en cultureel gebied. De effecten van beheermaatregelen worden gevolgd via monitoring en periodieke evaluatie van Natura 2000‑beheerplannen. Wanneer blijkt dat maatregelen onvoldoende effect sorteren, kunnen zij worden heroverwogen of aangepast.
Vraag 13
Bent u bereid om samen met regionale partijen, gebruikers en bewoners te werken aan gebiedsgerichte oplossingen met draagvlak, in plaats van generieke afsluitingen?
Rijkswaterstaat werkt als voortouwnemer in opdracht van de minister van IenW en samen met de verschillende bevoegd gezagen aan een nieuw Natura 2000-beheerplan voor de Waddenzee, ter vervanging van het vigerende plan uit 2016. Daarmee is in 2024 gestart en het plan moet eind 2028 klaar zijn zodat het nieuwe plan op 1 januari 2029 in werking kan treden. Rijkswaterstaat werkt met partijen aan maatregelen en waar mogelijk worden gebiedsgerichte oplossingen gezocht. In 2025 zijn er informatiesessies voor het grote publiek georganiseerd. Recent is er een tweede ronde voor genodigden – overheden zoals de betrokken gemeenten, ondernemers en gebiedsbeheerders – georganiseerd over concept-maatregelen in de Waddenzee. Daarbij is gekeken naar mogelijke locaties waar op verschillende manieren maatregelen genomen kunnen worden en wat dit zou kunnen betekenen voor de regionale gemeenschap.
Vraag 14
Kunt u toezeggen dat toekomstige maatregelen in de Waddenzee expliciet worden getoetst op effectiviteit, proportionaliteit en draagvlak?
Bij toekomstige maatregelen wordt uiteraard aandacht besteed aan effectiviteit, proportionaliteit en draagvlak. Van belang is wel dat, om aan de verplichtingen ten aanzien van de natuurdoelen te voldoen, significante verstoring van soorten en verslechtering van habitats in de Natura2000-gebieden moet worden voorkomen. Het nemen van maatregelen is hiervoor nodig. Hierbij wordt rekening gehouden met vereisten op economisch, sociaal en cultureel gebied.
We hebben ons als land te houden aan de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn vanuit het belang van de natuur. Tegelijk zien we ook dat wanneer we dit niet voldoende doen dit leidt tot economische schade doordat de woningbouw, de energietransitie en de verduurzaming van de industrie vertraging oploopt. Het gaat er dus om dat we in onze afwegingen niet alleen aandacht hebben voor de bestaande activiteiten, maar ook de lange termijn economische consequenties meewegen.
Vraag 15
Waarom is specifiek gekozen voor locaties zoals ’t Skoar bij Ternaard en de nieuwe kwelder bij Wierum en bijvoorbeeld niet voor kwelders in de Peazumerlannen?
De kwelders bij Wierum en Ternaard kenmerken zich door recente natuurontwikkeling, beperkte omvang, hoge kwetsbaarheid en een specifieke functie als broedgebied. Andere kwelders hebben een andere ecologische functie, gebruiksdruk en zijn vaak groter, wat heeft geleid tot andere beheerkeuzes. Zo zijn de wandelroutes in de Peazemerlannen vrij toegankelijk voor publiek naast dat een deel tijdens het broedseizoen voor het publiek wordt afgesloten.
Vraag 16
Waarom worden dergelijke besluiten volgens signalen uit de regio in sterke mate top-down genomen, zonder voldoende overleg met de lokale gemeenschap, lokale politiek en omwonenden?
Er zijn twee informatiebijeenkomsten over de sluiting van de kwelders georganiseerd in Wierum en Ternaard waarbij betrokkenen zijn geïnformeerd. Tegelijkertijd wordt erkend dat deze communicatie door een deel van de omgeving niet als tijdig of voldoende is ervaren. Dit onderstreept het belang om bij toekomstige maatregelen eerder en intensiever met de omgeving in gesprek te gaan.
Ook voor het opstellen van het nieuwe Natura 2000 Beheerplan worden themabijeenkomsten gehouden over onder andere recreatieve zonering. Tijdens de bijeenkomst worden de conceptmaatregelen voor de nieuwe N2000 beheerplannen (Waddenzee en Noordzeekustzone) besproken. De input uit deze sessies wordt gebruikt om de haalbaarheid en impact van concept maatregelen in kaart te brengen, en vormt een belangrijke bouwsteen voor het planMER en het ontwerp van het nieuwe Beheerplan.
Vraag 17
Heeft het afsluiten van buitendijkse gebieden gevolgen voor lopende dijkversterkingsprojecten?
Het afsluiten van deze buitendijkse gebieden heeft geen gevolgen voor lopende of geplande dijkversterkingsprojecten.
Vraag 18
Waarom wordt de lokale gemeente volgens signalen op geen enkele manier betrokken bij dergelijke besluiten, terwijl zij over belangrijke gebiedskennis beschikt en de gevolgen ook haar plannen rond toerisme raken?
De lokale overheid is betrokken. Zo zijn de gemeenten betrokken via diverse themabijeenkomsten in het kader van de totstandkoming van een nieuw Natura 2000 plan voor de Waddenzee. Voor de kwelders zijn informatiebijeenkomsten gehouden in Wierum en Ternaard.
Vraag 19
Bent u zich ervan bewust dat dergelijke besluiten plaatsvinden in regio’s aan de randen van Nederland, waar voorzieningen onder druk staan en waar deze gebieden juist bijdragen aan de leefkwaliteit en het gevoel van verbondenheid van bewoners?
Ja. Ik ben mij bewust van de sociaal‑economische context van deze regio’s en de belangrijke betekenis van de Waddenzee voor de bewoners. Dit benadrukt het belang van zorgvuldige afweging en duidelijke communicatie over maatregelen om deze waardevolle omgeving te behouden.
Vraag 20
Deelt u de zorg dat het op deze wijze afsluiten van gebieden negatieve gevolgen kan hebben voor het vertrouwen van inwoners in de overheid?
Draagvlak en begrip voor overheidsmaatregelen is van belang, zeker als het gaat om kwetsbare natuur. Daarom wordt ingezet op transparantie, heldere uitleg van besluiten en een doorgaand gesprek met de omgeving, zeker ook wanneer maatregelen ingrijpend zijn.