[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Inbreng verslag schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde Agenda Informele bijeenkomst van Milieuministers van 23 en 24 juli 2026

Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Inbreng verslag schriftelijk overleg

Nummer: 2026D36831, datum: 2026-07-14, bijgewerkt: 2026-08-07 09:56, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z14212:

Onderdeel van zaak 2026Z16118:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat hebben verschillende fracties de behoefte om vragen en opmerkingen voor te leggen aan het kabinet over de geannoteerde Agenda Informele bijeenkomst van Milieuministers van 23 en 24 juli 2026 en de brief Nederlandse inzet Milieuomnibus (Kamerstuk 22112, nr. 4392).
De voorzitter van de commissie,
Huizenga
Adjunct-griffier van de commissie,
Meedendorp
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Inhoudsopgave

Inleiding

VVD-fractie

PRO-fractie

PVV-fractie

Partij voor de Dieren-fractie

Inleiding

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de informele Milieuraad van 23 en 24 juli 2026. Deze leden hebben hierover nog de volgende vragen.

De leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van de brief van het kabinet en de geannoteerde agenda. Gezien het gebrek aan een agenda of stukken is het lastig om concreet te reageren op punten mee te geven aan het kabinet.

De leden van de PVV-fractie hebben met kritische belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Informele Milieuraad in Ierland en hebben nog enkele vragen.

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben enkele vragen in verband met de informele Milieuraad op 23 en 24 juli. Deze leden verzoeken het kabinet om echt álle vragen te beantwoorden, omdat ze in het verleden hebben gemerkt dat dat niet altijd goed gaat.

VVD-fractie

Milieuomnibus

De leden van de VVD-fractie onderschrijven het belang van het vereenvoudigen van Europese regelgeving, het terugdringen van administratieve lasten en het versnellen van vergunningverlening. Tegelijkertijd hechten deze leden aan zorgvuldige Europese wetgeving. Kan de staatssecretaris aangeven welke concrete vereenvoudigingen Nederland gedurende de triloogonderhandelingen nog wil realiseren boven op het huidige Raadsmandaat?

De leden van de VVD-fractie lezen dat het kabinet een nationale quickscan uitvoert naar de effecten van de Milieuomnibus. Op welke wijze zullen de uitkomsten van deze quickscan daadwerkelijk worden betrokken bij de Nederlandse inzet gedurende de triloogonderhandelingen? Is de staatssecretaris bereid de Kamer hierover tussentijds te informeren indien de quickscan aanleiding geeft de Nederlandse inzet aan te passen?

De leden van de VVD-fractie vragen of de staatssecretaris kan toezeggen dat Nederland zich tijdens de triloogonderhandelingen zal blijven verzetten tegen voorstellen die leiden tot extra administratieve lasten of uitvoeringslasten voor ondernemers en bevoegde gezagen, zonder dat daar een aantoonbare verbetering van milieu of volksgezondheid tegenover staat.

Europees 2040-klimaatpakket

De leden van de VVD-fractie lezen dat de Europese Commissie de komende maanden voorstellen zal presenteren ter uitvoering van het Europese 2040-klimaatdoel. Kan de staatssecretaris bevestigen dat voor Nederland een gelijk Europees speelveld, behoud van de internationale concurrentiepositie en het voorkomen van nationale koppen leidende uitgangspunten blijven bij de beoordeling van deze voorstellen? Hoe zal Nederland zich ervoor inzetten dat de herziening van onder meer het Emissions Trading System (ETS), de Effort Sharing Regulation en de Land-use, land-use change and forestry regulation (LULUCF) verordening voldoende ruimte laat voor innovatie, economische groei en behoud van een concurrerende Europese industrie?

REACH

De leden van de VVD-fractie constateren dat Nederland samen met enkele andere lidstaten heeft gepleit voor betere handhaving van de REACH-verordening, met name ten aanzien van importproducten en e-commerce. Welke concrete vervolgstappen verwacht de staatssecretaris op dit dossier onder het Ierse voorzitterschap? Deelt de staatssecretaris de opvatting dat betere handhaving van bestaande Europese regelgeving vaak effectiever is dan het introduceren van nieuwe regelgeving? Zo ja, op welke wijze zal Nederland deze inzet de komende maanden actief uitdragen?

Wetgevingskwaliteit

De leden van de VVD-fractie lezen met belangstelling het recente advies van de Sociaal-Economische Raad (SER) over de kwaliteit van de Europese omnibusvoorstellen. De SER uit kritiek op het ontbreken van impact assessments en op de beperkte aandacht voor de gevolgen voor brede welvaart. Op welke wijze zal Nederland zich tijdens het Ierse voorzitterschap inzetten om impact assessments, transparantie en betere wetgevingskwaliteit weer een vanzelfsprekend onderdeel te maken van toekomstige Europese wetgevingsvoorstellen en omnibuspakketten?

PRO-fractie

De leden van de PRO-fractie willen wel benadrukken dat het afzwakken van doelen of uitstellen van deadlines niet in het belang is van Nederland, Europa of de wereldgemeenschap als geheel. In tegendeel, we zullen de transitie naar een groene economie fors moeten versnellen om klimaatverandering en verder verlies van biodiversiteit tijdig te kunnen stoppen. Tijdig is in dit geval niet een streefdatum, maar het moment dat ons klimaat kantelt en herstel niet meer mogelijk is. Daarmee worden de kosten voor de lange termijn oneindig veel groter dan wat we met een tragere transitie op de korte termijn kunnen besparen. Deze leden vragen om het grote belang van een snelle transitie te blijven benadrukken en niet akkoord te gaan met vertragingen.

De leden van de PRO-fractie wijzen erop dat de recente aanvallen van de Verenigde Staten op Iran en de gevolgen voor de olieproductie en olieprijzen laat zien wat het belang is van energieonafhankelijkheid en het uitfaseren van alle fossiele stromen. Landen met een groot aandeel duurzame energie in de energiemix hadden veel minder last van de prijsschommelingen dan landen met een grote afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Een snelle transitie is daarom ook vanuit het oogpunt van strategische autonomie en bescherming van onze economie van groot belang.

De leden van de PRO-fractie lezen in de geannoteerde agenda over de Nederlandse inzet voor vraagcreatie van schone producten. Deze leden zijn hier niet tegen, mits we goed het doel in het oog houden dat dit ten koste moet gaan van de grijze productie en consumptie. Immers, vergroening bestaat niet bij gratie van meer groen, maar van minder grijs. Uitfasering en afschaffing van de fossiele en niet circulaire vervuilende industrieën is het doel. Groen boven op grijs, is alleen maar meer consumptie en vervuiling. Zolang de fossiele, vervuilende en niet circulaire sectoren niet worden geconfronteerd met de onvermijdelijkheid van hun einde zullen producenten en ook investeerders niet overstappen.

De leden van de PRO-fractie waarderen dat Nederland zich diplomatiek wil blijven inzetten voor biodiversiteit (COP) en klimaat. Deze leden moeten wel constateren dat Nederland zelf ver achterblijft bij de eigen eerder geformuleerde ambities en al helemaal bij wat nodig is. Hoe staat het met het afschaffen van fossiele subsidies en belastingvrijstellingen? Hoe staat het met onze waterkwaliteit, ons natuurherstel? Hoe kan Nederland diplomatiek vooroplopen en andere landen aanspreken op hun acties en resultaten, als we zelf zo ver achterlopen?

De leden van de PRO-fractie constateren verder dat Europa steeds vaker, langer en erger zucht onder hitte en droogte, met grote gevolgen voor de gezondheid van mensen, onze economie, ecologie en veiligheid. Daar waar voorheen het zo snel mogelijk afvoeren van water dat Nederland binnenkomt de belangrijkste prioriteit was, zijn er nu steeds meer zorgen over voldoende schoon drinkwater in de zomerperiode. Deze leden delen de toenemende zorgen hierover, van waterschappen, Rijkswaterstaat en andere betrokken waterpartijen. Graag vernemen deze leden of het kabinet deze zorgen ook deelt en of zij van plan is om dit vraagstuk proactief te agenderen tijdens de komende informele Milieuraad? Zo nee, waarom niet?

De leden van de PRO-fractie lezen dat de Unie van Waterschappen deze week constateerde dat de afspraken in Europees verband over de verdeling van schaars rivierwater onvoldoende stevig zijn. De Unie van Waterschappen stelt daarom voor om deze afspraken aan te scherpen zodat benedenstroomse landen zoals Nederland niet grotere problemen zullen krijgen. Deze leden delen deze zorgen en vinden het verstandig dat hier in Europees verband op korte termijn nadere afspraken over worden gemaakt. Deelt het kabinet dit standpunt? Zo ja, wat gaat het kabinet concreet doen? Zo nee, waarom niet?

Kan het kabinet, zo vragen de leden van de PRO-fractie, aangeven wat de Europese Commissie op dit moment concreet doet om afspraken over de schaarse verdeling van schoon rivierwater te verbeteren? Vindt het kabinet dat de Europese Commissie op dit moment voldoende urgentie geeft aan dit onderwerp? En kan het kabinet aangeven hoe andere (buur)landen die bovenstrooms liggen ten opzichte van Nederland in deze discussie zitten? Welke nadere afspraken probeert Nederland in bilateraal verband op dit moment te maken? En kan het kabinet concreet aangeven hoe ook de waterkwaliteit in dit vraagstuk concreet wordt meegenomen? Deelt het kabinet in dit kader de mening dat het versoepelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) tot gevolg heeft dat Nederland meer en strengere nationale regels zal moeten opstellen om de waterkwaliteit te borgen? Zo nee, waarom niet?

De leden van de PRO-fractie vinden het verstandig als er in EU-verband nadere afspraken volgen, maar constateren dat voor het maken van goede afspraken ook een niet-EU land als Zwitserland betrokken zou moeten worden. Kan het kabinet ook aangeven hoe niet-EU landen hierbij betrokken worden?

PVV-fractie

De leden van de PVV-fractie maken zich ernstige zorgen over de democratische borging van de besluitvorming in Brussel. In de brief over de Nederlandse inzet voor de Milieuomnibus wordt gesproken over een uitzonderlijk korte doorlooptijd, die de ruimte voor een grondige nationale en parlementaire behandeling ernstig beperkt. Het zeer onzalige voornemen om onder dergelijke tijdsdruk ingrijpende wijzigingen door te voeren, wordt door deze leden ten zeerste afgekeurd. Deze leden vragen hoe de staatssecretaris deze werkwijze beoordeelt in het licht van de noodzakelijke zorgvuldigheid?

De leden van de PVV-fractie constateren dat de Milieuomnibus, die onder andere ziet op de Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV), niet is vergezeld door een Impact Assessment (effectbeoordeling) van de Europese Commissie (EC). Deze leden vragen of de staatssecretaris een reactie kan geven op het feit dat er nu onder hoge tijdsdruk besluitvorming wordt geforceerd zonder dat de risico's voor de volksgezondheid en de leefomgeving volledig gewogen kunnen worden. Daarnaast vragen deze leden waarom het kabinet heeft besloten zich bij de ambassadeursbespreking in het Committee of Permanent Representatives (COREPER) op 24 juni aanstaande te onthouden van stemming in plaats van tegen te stemmen, zolang de nationale quickscan naar de effecten nog niet is afgerond.

Decarbonisatie en concurrentievermogen

De leden van de PVV-fractie lezen dat, ten aanzien van de werksessie over decarbonisatie en concurrentievermogen, het kabinet pleit voor een voorspelbaar emissiereductiepad na 2030 via het Emissions Trading System (ETS). Deze leden vrezen voor een schandelijke lastenverzwaring voor de Nederlandse huishoudens en het midden- en kleinbedrijf (MKB) die hiermee gepaard gaat. Kan de staatssecretaris toelichten wat de verwachte financiële gevolgen van dit pad zijn voor deze groepen, zeker nu een groep lidstaten kritisch is op de korte termijn impact van dit beleid?

Daarnaast hebben de leden van de PVV-fractie vragen over de Industrial Accelerator Act (IAA). In de geannoteerde agenda wordt gesproken over het vergroten van de vraag naar schone producten via vraagcreatie. Deze leden vragen of dit volgens het kabinet betekent dat de overheid kunstmatig markten gaat creëren en wat hiervan de risico's zijn voor de werkelijke concurrentiekracht van de Europese Unie (EU).

Mondiaal leiderschap en klimaatconferenties

De leden van de PVV-fractie hebben vragen bij de inzet van Nederland op zogenaamde coalitions of the willing (coalities van welwillenden) tijdens de Conference of the Parties (COP) 31 voor klimaat en COP17 voor biodiversiteit. Waarom vindt het kabinet het raadzaam om voorop te lopen in dergelijke initiatieven, wanneer de voortgang op multilateraal niveau moeizaam blijkt? Deze leden vragen of de staatssecretaris kan garanderen dat de inzet op het wereldwijd weg bewegen van fossiele brandstoffen de leveringszekerheid en de energieprijzen in Nederland niet verder onder druk zet.

Circulaire economie en weerbaarheid

De leden van de PVV-fractie vragen ook om een nadere toelichting op de link tussen de circulaire economie en de strategische autonomie van de EU. In de onderliggende informatiebronnen wordt verwezen naar de aanstaande Circular Economy Act (CEA) en de al aangenomen Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR). Deze leden vragen of de staatssecretaris kan uiteenzetten in hoeverre deze nieuwe Europese productnormen leiden tot extra administratieve lasten en regeldruk voor het Nederlandse bedrijfsleven. Hoe weegt het kabinet het risico dat een verplicht verminderd gebruik van primaire grondstoffen de economische groei in Nederland belemmert?

Partij voor de Dieren-fractie

Allereerst hebben de leden van de Partij voor de Dieren-fractie nog wat vragen op de terugblik van de vorige Milieuraad. Deze leden lezen dat er lidstaten zijn die hebben opgeroepen om de KRW niet te herzien voor mijnbouw. Klopt het dat Nederland zich daar niet bij heeft aangesloten en zo ja, waarom heeft Nederland dat niet gedaan, terwijl daar in het laatste commissiedebat Water (25 juni 2026) nadrukkelijk om is gevraagd aan de minister? Klopt het ook dat Nederland niet aangesloten was bij de groep lidstaten die wil dat we meer gaan doen met hergebruik van water? Waarom? En klopt het dat Nederland zelf niet heeft gepleit voor meer aandacht voor de gecombineerde effecten van stoffen en de introductie van een mengselbeoordelingsfactor, en zo ja, waarom niet? Is Nederland bereid om tijdens de volgende Milieuraad duidelijk te maken zich wel achter de initiatieven van bovenstaande voorstellen te scharen?

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vragen welke landen opriepen tot een nationaal verbod op PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen. Is Nederland bereid zich bij deze landen aan te sluiten, ook gezien de recent aangenomen motie daarover (Kamerstuk 28 089, nr. 373)? Zo nee, waarom laat het kabinet het nog steeds gebeuren dat gevaarlijke PFAS via bestrijdingsmiddelen overal door ons land wordt verspreid en in ons water en eten terechtkomt? Kan het kabinet bevestigen dat afgelopen jaren het gebruik van PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen is gegroeid in Nederland? Kan het kabinet schetsen hoeveel PFAS jaarlijks in ons milieu terechtkomt (jaarlijkse PFAS-belasting naar grond-/oppervlaktewater in PFOA-equivalenten) door gebruik van bestrijdingsmiddelen, en hoeveel dat jaarlijks is door respectievelijk Chemours, door Sabic Bergen op Zoom en door CFS Weert?

Gaat het kabinet in Brussel de zorgwekkende conclusies delen dat PFAS in moedermelk in Nederland zit, en soms zelfs zoveel dat het over grenswaarden van wat gezond is gaat? Welke extra stappen gaat het kabinet naar aanleiding van dat nieuws nemen, om baby's sneller te beschermen?

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vragen het kabinet daarnaast de inbreng die door Nederland op 6 juli geleverd, is in het kader van de vragenlijst over de stresstest van de Vogel- en Habitatrichtlijn, zo volledig mogelijk met de Kamer te delen.

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben daarnaast nog een aantal vragen in verband met de Milieuomnibus. De SER stuurde afgelopen maand een brief aan het kabinet over de omnibusvoorstellen. De SER is bezorgd over de kwaliteit, voorspelbaarheid en legitimiteit van de omnibusvoorstellen. Onder andere omdat een impact assessment ontbreekt en het alleen gaat om lastenreductie in plaats van te kijken naar brede welvaart. De SER roept het kabinet op om zich in Brussel actiever in te zetten voor wetgevingskwaliteit en proceswaarborgen. Hoe reflecteert de staatssecretaris in het kader van de brief van de SER op het proces rondom de milieuomnibus? Hoe gaat zij zich ervoor inspannen om te zorgen voor een gedegen proces en zorgvuldige wetgeving waarbij de gezondheid van mens, dier en milieu centraal staat? Welke gevolgen verbindt het kabinet voor hun eindoordeel over de omnibussen, als de problemen die SER aankaart niet worden opgelost? En gaat de staatsecretaris samen met haar collega’s duidelijker maken wat volgens hen ‘better regulation’ betekent? Zo nee, waarom niet? Gaat de staatsecretaris daarnaast luisteren naar de oproep om sociale partners in een vroegere fase te betrekken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe gaat zij dit precies nog bewerkstelligen?

In het licht van de SER-brief, deelt het kabinet de mening met de leden van de Partij voor de Dieren-fractie dat het onwenselijk is dat de Europese Commissie aan de Vogel- en Habitatrichtlijn gaat sleutelen, terwijl de stresstest nog loopt, onder andere omdat dit het proces minder transparant en minder democratisch maakt? Is de staatssecretaris bereid om normerend op te treden in Europa en te waken voor parallelle processen? Zo ja, kan de staatssecretaris toezeggen dat zij de Kamer helder en concreet op de hoogte stelt van haar inspanningen en het resultaat daarvan?

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben ook nog enkele vragen en opmerkingen over op welke manier het kabinet tijdens de aankomende informele Milieuraad gaat oproepen tot een ambitieus klimaatbeleid. In aanloop naar de afgelopen Energieraad, op 26 juni 2026, heeft het kabinet onder meer een non-paper verspreid (EU Energy Framework beyond 2030 – Priorities of the Netherlands). Deze leden lezen daarin ook over de inzet op de bijmengverplichting groen gas en kernenergie. Laat het duidelijk zijn dat deze leden zowel ‘groen’ gas als kernenergie niet als duurzame energiebronnen zien. Hoe gaat bijvoorbeeld voorkomen worden dat er met de inzet van ‘groen’ gas lock-in effecten ontstaan doordat we voor dat gas afhankelijk worden van de intensieve veehouderij die extreem inefficiënt, vervuilend en dieronvriendelijk is? Wat in de non-paper niet benoemd wordt is de positie van Nederland ten aanzien van het compenseren van uitstoot via internationale koolstofkredieten. Deze leden benadrukken dat de mogelijkheid tot compensatie het 2040-doel ondermijnt. Compensatie is geen reductie, maar uitstel. Als uitstoot weggestreept mag worden met papieren credits, verdwijnt de prikkel om echt te verduurzamen. Bovendien is de betrouwbaarheid van veel compensatieprojecten uiterst twijfelachtig. Denk hierbij aan bossen die worden geplant maar later weer verdwijnen, kredieten die dubbel worden geteld, of projecten die ook zonder Europese financiering al zouden plaatsvinden. Dat ondergraaft de geloofwaardigheid van ons klimaatbeleid. Als Europa serieus is over 2040, dan kiezen we voor echte emissiereductie hier, niet voor boekhoudkundige trucs elders. Kan de staatssecretaris daarom toezeggen om zich in Europees verband nadrukkelijk uit te spreken tegen verzwakkingen van het 2040-doel, inclusief mogelijkheden om uitstoot te compenseren? Hoe voorkomt ze (wetenschappelijk onderbouwd) parallel hieraan greenwashing op systeemniveau via dit soort koolstofkredieten? En hoe zal het kabinet tijdens de aankomende Milieuraad ervoor zorgen dat de Nederlandse positie over het 2040-maatregelenpakket van de EU maximaal wordt gehoord?

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben ook alvast enkele vragen rondom de LULUCF-verordening. Deze leden benadrukken dat ook bij LULUCF grote risico’s spelen rond betrouwbaarheid en boekhouding. Wat wordt de inzet van het kabinet in de herziening van de LULUCF-verordening, of wanneer kunnen de leden de inzet van het kabinet tegemoetzien? Hoe wordt voorkomen dat er lock-in effecten ontstaan, doordat afhankelijkheid groeit van vormen van bedrijfsvoering dat dieronvriendelijk en/of milieuonvriendelijk is (zoals bio-industrie of teelten waarbij veel landbouwgif wordt gebruikt)? Op welke manier laat het kabinet zich adviseren door onafhankelijke wetenschappers en wetenschappelijke toetsing?

Tot slot hebben de leden van de Partij voor de Dieren- fractie nog vragen over de REACH. Deze leden concluderen dat de broodnodige herziening van REACH via de gewone, transparante processen niet doorgaat (ondanks de wens van de Kamer) en dat helaas in Brussel weer niet het belang van gezondheid van mens, dier en milieu voorop staat. De Europese Commissie wil het proces via comitologie doorzetten. Zoals het kabinet bevestigt, zien wijzigingen via comitologie uitsluitend op de bijlagen van REACH. De Europese Commissie wees op de Roadmap voor uitfasering van dierproeven ten behoeve van chemische beoordeling, maar dat kan nog jaren op zich laten wachten, terwijl alle (relevante) wijzigingen van wet- en regelgeving in de EU benut kunnen worden om sneller stappen te zetten naar een Europa die gebruik maakt van slimme en veel betere proefdiervrije alternatieven in plaats van achterhaalde dierproeven. Er liggen ook kansen om minder dierproeven uit te voeren, onder andere door beter gebruik te maken van bestaande kennis en door makkelijker toelaten van alternatieven.

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie wijzen erop dat de rapporteurs voor de herziening van REACH de Kamer, mede op basis van gesprekken met experts, hebben geïnformeerd over de mogelijkheden om (ook bij wijzigingen van uitsluitend de REACH-bijlagen) het aantal dierproeven substantieel terug te dringen en het gebruik van proefdiervrije testmethoden verder te stimuleren en eerder toe te passen. Is het kabinet het met deze leden eens dat het zonde zou zijn om die kansen te missen? Is het kabinet bereid alle mogelijke kansen hiervoor te benutten in het vervolgproces? Is het kabinet bereid zich actief in Brussel uit te spreken voor het benutten van kansen op vermindering van dierproeven in het verdere REACH-proces via comitologie, zoals de Kamer ook nadrukkelijk wenst en eerder per brief van de Kamer naar de Europese Commissie heeft gecommuniceerd? Deze leden wijzen erop dat de Kamer zich in meerdere aangenomen moties heeft uitgesproken voor het zo snel mogelijk uitfaseren van dierproeven, het versneld ontwikkelen en toepassen van proefdiervrije innovaties en het versterken van de Nederlandse koploperspositie op dit terrein. Daarnaast heeft de Kamer het kabinet via een aangenomen motie (Kamerstuk 32 336, nr. 147) expliciet verzocht om bij wijzigingen van REACH de kansen te benutten om dierproeven te verminderen en proefdiervrije alternatieven te bevorderen. Deelt het kabinet de wens van de Kamer dat een modernisering van REACH (in welke vorm dan ook) ook nadrukkelijk benut moet worden om de nieuwste wetenschappelijke inzichten op het gebied van New Approach Methodologies (NAMs) en andere proefdiervrije testmethoden sneller te implementeren? Kan het kabinet aangeven hoe ze uitvoering gaat geven aan de wens van de Kamer op het gebied van dierproeven en REACH, bij welke momenten en hoe de tijdlijn eruitziet? Is het kabinet bereid de Kamer periodiek te informeren over de voortgang van de Nederlandse inzet hierop? Hoe gaat het precies verder met de Roadmap met betrekking tot dierproeven? Wat zijn de exacte stappen, beslismomenten en tijdlijn? De Europese Commissie zegt ook bezig te zijn met een EU-verordening voor producten. Kan het kabinet toelichten wat dat precies inhoudt en wat de planning daarvoor is?