[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Uitvoering van de motie van het lid Boomsma over de beoordelingssystematiek voor vogelsoorten betrekken bij het bepalen van de staat van instandhouding van algemeen voorkomende diersoorten (33576-489)

Natuurbeleid

Brief regering

Nummer: 2026D36834, datum: 2026-07-14, bijgewerkt: 2026-08-14 09:19, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 33576 -516 Natuurbeleid.

Onderdeel van zaak 2026Z16237:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


33576 Natuurbeleid

Nr. 516 Brief van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 juli 2026

Uw Kamer heeft op 23 juni jl. een motie aangenomen die oproept om bij het traject tot wijziging van de methodiek voor het bepalen van de staat van instandhouding van algemeen voorkomende diersoorten, ook de beoordelingssystematiek voor vogelsoorten te betrekken en te onderzoeken of een aangepaste systematiek kan worden vastgesteld die meer rekening houdt met de omvang van populaties (Kamerstuk 33576, nr. 489). Ik zal uw motie uitvoeren.

Ik sta op het punt om te laten onderzoeken wat een geschikte manier is om de staat van instandhouding te bepalen voor diersoorten die geen Europese bescherming genieten. Alle inheemse vogels worden beschermd onder de Vogelrichtlijn. Voor vogels wordt de staat van instandhouding periodiek bepaald om te beoordelen hoe het in Nederland met wilde vogelsoorten gesteld is. Zoals aangegeven in mijn brief van 11 juni 2026 (Kamerstuk 33576, nr. 488) is in opdracht van LVVN al eerder onderzoek gedaan naar de manier waarop de staat van instandhouding voor vogels wordt bepaald, inclusief een internationale review, waarin onder andere is gekeken naar Europese jurisprudentie over dit onderwerp. Daarom had ik aangegeven dat de methodiek zich niet op vogels zou richten (Kamerstuk 33576, nr. 488).

Ik ben bereid, naar aanleiding van uw motie, bij het uit te zetten onderzoek ook de vraag te stellen op welke manier de methodiek voor het bepalen van de staat van instandhouding van algemeen voorkomende vogels meer rekening kan houden met de omvang van populaties.

Ik verwacht uw Kamer in het tweede kwartaal van 2027 over de resultaten van het onderzoek te kunnen informeren.

De minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,

J. van Essen