Het stijgend aantal mensen dat financieel in de problemen komt
Schriftelijke vragen
Nummer: 2026D37575, datum: 2026-07-28, bijgewerkt: 2026-07-28 13:41, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Krijg melding als deze vragen beantwoord worden:
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: W.D. Bolhuis, Tweede Kamerlid (PRO)
Onderdeel van zaak 2026Z16542:
- Gericht aan: A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie
- Gericht aan: J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
(ingezonden 28 juli 2026)
Vragen van het lid Bolhuis (PRO) aan ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Werk en Participatie over het stijgend aantal mensen dat financieel in de problemen komt.
1.
Bent u op de hoogte van het nieuwsbericht “Nibud: huishoudens zeggen vaker financieel in de knel te komen” van de NOS en het rapport “Geldzaken in de praktijk 2026” van het Nibud, waar dit nieuwsbericht over gaat? 1)
2.
Het Nibud-onderzoek laat zien dat, na jaren van een daling van geldzorgen, er voor het eerst een grotere groep is van mensen die moeite hebben om rond te komen: welke verklaringen ziet u hiervoor?
3.
Deelt u de mening dat de stijgende zorgen over de persoonlijke financiën onder Nederlandse huishoudens problematisch en ongewenst is?
4.
In het rapport van Nibud staat dat vooral jongeren steeds meer geldproblemen hebben, het aandeel dat moeite heeft met rondkomen steeg van 40 procent in 2024 naar 54 procent in 2026, welke hoofdoorzaken ziet u hiervoor en wat zijn hun aandelen in de problematiek?
5.
Welke oorzaak ziet u in de flinke toename van flexwerk onder jongeren en de inkomensonvoorspelbaarheid die dit meebrengt? In hoeverre vindt u flexibele contracten onder jongeren onwenselijk en welk nieuw beleid zet u in om dit terug te dringen en jongeren meer controle en zekerheid te geven?
6.
Hoe groot is in uw ogen de bijdrage van toegenomen online reclametargeting, gerichte verkoop en Buy Now Pay Later constructies via social media waarvan jongvolwassenen steeds meer gebruik maken en wat tot groeiende geldzorgen en betalingsmoeite leidt? Als dit niet duidelijk is, bent u dan bereid hiernaar een verdiepend onderzoek te laten uitvoeren?
7.
Ervan uitgaande dat huishoudens met een wisselend inkomen en die weinig controle ervaren over hun inkomsten - 80 procent van de huishoudens met weinig controle over hun inkomen heeft moeite met rondkomen - zich volgens Nibud duidelijk vaker in een kwetsbare positie bevinden, in hoeverre wordt het wisselend inkomen veroorzaakt door flexwerk en zzp-schap en betreft het hiermee de groep werkende armen in Nederland? Hoe groot is deze groep volgens u? Welke acties zet u in in om huishoudens meer controle en zekerheid te geven over hun inkomen?
8.
In het rapport van Nibud staat dat er een groot verschil is tussen de hoeveelheid zorgen en betalingsproblemen tussen huurders en mensen met een koopwoning, vindt u dit zorgelijk? Zo ja, wat voor maatregelen gaat u treffen om juist bij huurders deze zorgen en betalingsproblemen te verminderen?
9.
Nibud stelt dat een derde van de Nederlanders slechts 2500 euro op de spaarrekening heeft staan, een groot deel hiervan heeft minder dan 1000: welke maatregelen treft het kabinet om ervoor te zorgen dat deze mensen bij een onverwachte uitgave niet in de schulden belanden?
10.
Hoe ziet u dit rapport in combinatie met de geplande bezuinigingen op sociale zekerheid en de zorg, die groepen extra raken die al moeite hebben met rondkomen en zich meer zorgen maken over hun financiële toekomst?
11.
De mediane koopkrachtcijfers voor 2026 zijn licht positief en in de loop van het jaar verbeterd, hoe verklaart u dat onder veel groepen de geldzorgen en betalingsmoeite toch zijn gestegen? Het Nibud rapporteert dat op vrijwel alle uitgavenposten het aandeel mensen dat moeite heeft met betalen is toegenomen ten opzichte van 2 jaar daarvoor. In hoeverre missen de koopkrachtcijfers de daadwerkelijke, feitelijke kosten van gewone mensen?
1) NOS, 23 juni 2026, Huishoudens vaker in de knel, meeste jongvolwassenen kunnen niet rondkomen