[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Verslag van de Landbouw- en Visserijraad van 13 juli 2026

Landbouw- en Visserijraad

Brief regering

Nummer: 2026D37642, datum: 2026-07-30, bijgewerkt: 2026-08-05 14:34, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 21501 32-1829 Landbouw- en Visserijraad.

Onderdeel van zaak 2026Z16581:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (šŸ”— origineel)


Geachte Voorzitter,

Op 13 juli jl. vond de Landbouw- en Visserijraad (hierna: Raad) plaats in Brussel. Met deze brief informeren wij de Kamer over de uitkomsten van de Raad. De staatssecretaris informeert de Kamer daarnaast over de aanpassing van de Verordening Vangstmogelijkheden 2026, voor zover deze betrekking heeft op wijzigingen die voor Nederland van belang zijn.

  1. Verslag Landbouw- en Visserijraad d.d. 13 juli 2026

Op 13 juli jl. was de eerste Raad onder het voorzitterschap van Ierland. Vanuit de Europese Commissie (hierna: Commissie) was Commissaris Hansen (Landbouw & Voedsel) aanwezig.

Werkprogramma van het Iers voorzitterschap

Het Iers voorzitterschap (hierna: het voorzitterschap) presenteerde zijn programma en prioriteiten voor de tweede helft van 2026 op het gebied van landbouw en visserij. Het motto van het voorzitterschap luidt: ā€œKracht door eenheid.ā€ Ten aanzien van landbouw en visserij ligt de nadruk op een concurrerende en duurzame landbouw- en visserijsector, met aandacht voor voedselzekerheid, het toekomstig Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), generatievernieuwing, duurzame veehouderij, vereenvoudiging van EU-regelgeving en een sterkere positie van plattelands- en kustgemeenschappen. Ook benadrukte het voorzitterschap het belang van een volgend Meerjarig Financieel Kader (MFK) dat de sectoren voldoende blijft ondersteunen. Voor de komende maanden zet het Iers voorzitterschap in op voortgang van de onderhandelingen over het GLB en de gemeenschappelijke marktordening (GMO), evenals op de verdere uitwerking van de Visie voor Landbouw en Voedsel, de Strategie voor de veehouderij en het EU-Eiwitactieplan. Voor de visserij staan onder meer de voorbereiding van de vangstmogelijkheden voor 2027, de toekomstige financiering van de sector en de Visie 2040 centraal. Nederland heeft de presentatie aangehoord.

Strategie voor de veehouderij en het EU-Eiwitactieplan

Commissaris Hansen presenteerde de op 7 juli 2026 gepubliceerde Strategie voor de veehouderij en het EU-Eiwitactieplan. Met deze initiatieven beoogt de Commissie de voedselzekerheid, strategische autonomie en het concurrentievermogen van de EU te versterken. De Strategie voor de veehouderij richt zich op het vergroten van de veerkracht, het concurrentievermogen en de duurzaamheid van de sector, met aandacht voor risicobeheer, dierenwelzijn, innovatie en territoriale diversiteit. Het EU-Eiwitactieplan heeft als doel de Europese productie van eiwitten te vergroten, de afhankelijkheid van invoer te verminderen en de circulariteit en diversificatie van eiwitbronnen te bevorderen.

De meeste lidstaten verwelkomden beide initiatieven en onderschreven het belang van een sterke en toekomstbestendige veehouderijsector voor de voedselzekerheid, strategische autonomie en vitaliteit van plattelandsgebieden. Daarbij werd breed gewezen op het belang van voldoende financiering, met name via het toekomstig GLB. Ook wezen meerdere lidstaten op het belang van een gelijk speelveld, onder meer ten aanzien van ingevoerde producten. Veel lidstaten benadrukten daarnaast dat de uitvoering van de beide initiatieven niet mag leiden tot onevenredige administratieve lasten en dat rekening moet worden gehouden met regionale verschillen en de economische haalbaarheid voor boeren. Ook werd door verschillende lidstaten gewezen op het belang van een realistische overgangsperiode bij toekomstige dierenwelzijnsmaatregelen en van investeringen in onderzoek, innovatie en bioveiligheid.

De Commissie onderstreepte in haar reactie dat de uitvoering van de initiatieven een gezamenlijke inspanning vergt van de EU, lidstaten en de gehele agrovoedselketen en verwees daarbij naar de inzet via het toekomstig GLB en andere Europese financieringsinstrumenten.

Nederland heeft een studievoorbehoud gemaakt en is niet inhoudelijk op het voorstel ingegaan, maar gaf aan ten algemene de publicatie van de initiatieven te verwelkomen en deze te beoordelen mede in samenhang met de brief aan de Kamer van 26 juni jl. over het maatregelpakket voor landbouw, natuur en stikstof. Nederland onderstreepte dat de veehouderijsector een belangrijke rol speelt in de verduurzaming van de voedselproductie en sprak de verwachting uit dat de strategieƫn boeren zullen ondersteunen bij een economisch, ecologisch en sociaal duurzame transitie. Daarnaast wees Nederland op het belang van een hoog niveau van dierenwelzijn, een evenwichtiger consumptie van dierlijke en plantaardige eiwitten, het verminderen van de afhankelijkheid van ingevoerde eiwitten en een samenhangende uitvoering van beide initiatieven.

Handelsgerelateerde landbouwvraagstukken

De Commissie informeerde zoals gebruikelijk de Raad over de laatste ontwikkelingen met betrekking tot handel en de stand van zaken in lopende bilaterale onderhandelingen over handelsakkoorden. Zij deed dit mede tegen de achtergrond van de situatie rond de Straat van Hormuz en de impact daarvan op de stijging van kosten voor transport, energie en kunstmest. De Commissie ging daarbij in op het op 29 juni jl. door de Commissie aan de Raad aangeboden handelsakkoord tussen de EU en Indonesiƫ, en op de handelsrelatie met China.

In het kader van de bredere handelsagenda van de EU onderstreepten meerdere lidstaten, waaronder Nederland, het belang van een open, op regels gebaseerde handelsorde, en de implementatie en monitoring van de afspraken over handel en duurzaamheid zoals opgenomen in handelsakkoorden. Een aantal lidstaten wees op de noodzaak van bescherming van Europese producenten. Verder sprak een aantal lidstaten, waaronder Nederland, zijn zorgen uit over de Chinese heffingen op zuivel en varkensvlees uit de EU.

Het voorzitterschap had in het kader van deze gedachtewisseling als aanvullend thematisch onderwerp handel en geografische aanduidingen (hierna: GA’s) geagendeerd. De EU kent een sui generis systeem ter bescherming van GAs. Productnamen kunnen een GA krijgen als ze een specifieke link hebben met de plaats waar ze worden gemaakt. De meeste lidstaten benadrukten het economische, culturele en territoriale belang van GA’s. Daarbij werd gewezen op de bijdrage van GA’s aan de concurrentiekracht van de EU, en de ontwikkeling van plattelandsgebieden. Lidstaten benadrukten het belang van bescherming en promotie van GAs, zowel binnen de EU als in derde landen. Daarbij werd door verschillende lidstaten, waaronder Nederland, gewezen op de bescherming van GA’s in derde landen via EU-handelsakkoorden, alsmede handhaving en controle daarvan. Ook werd aandacht gevraagd voor meer zichtbaarheid richting consumenten door bewustwording en promotiecampagnes.

Nederland benadrukte het belang van goede handelsafspraken met belangrijke handelspartners voor de economische weerbaarheid van de Europese landbouwsector, zowel in geopolitieke rustige als onrustige tijden. Ook onderstreepte Nederland het belang van het waarborgen van open handelsstromen.

De Commissie benadrukte dat de bescherming van GA’s al geruime tijd een prioriteit van het EU-handelsbeleid is. De Commissie wees op de economische waarde van GA’s en de inzet voor verdere bescherming via handelsakkoorden en promotieactiviteiten. De Commissie benadrukte het belang van monitoring van handelsakkoorden, naleving van gemaakte afspraken en het behoud van een veerkrachtige Europese agrovoedingssector in een veranderende geopolitieke context.

Vrouwen in de landbouw

Deze gedachtewisseling vond plaats mede in het kader van het jaar van de vrouwelijke agrariƫr, dat is uitgeroepen door de Verenigde Naties. Veel lidstaten, waaronder Nederland, benadrukten het belang van de rol van vrouwen in de landbouw. De meeste lidstaten onderstreepten dat vrouwen een belangrijke bijdrage leveren aan de landbouw en de ontwikkeling van plattelandsgebieden, maar dat hun rol nog onvoldoende zichtbaar is, en ze nog te weinig vertegenwoordigd zijn in leidinggevende en bestuursfuncties. Veel lidstaten wezen op het belang van gelijke kansen en betere toegang tot financiering, kennis en adviesdiensten. Daarnaast werd gewezen op de noodzaak van een goede sociale infrastructuur om de combinatie van werk en privƩleven te verbeteren. Verschillende lidstaten benadrukten dat maatregelen moeten bijdragen aan generatievernieuwing en het aantrekkelijker maken van de landbouwsector voor vrouwen. Daarbij werd door deze lidstaten, waaronder Nederland, gepleit voor meer zichtbaarheid, ondersteuning van vrouwelijk ondernemerschap en het wegnemen van praktische en structurele belemmeringen. Enkele lidstaten wezen erop dat nationale omstandigheden verschillen en dat flexibiliteit in de uitvoering van beleid daarom belangrijk blijft. Sommige lidstaten, waaronder Nederland, benoemden dat bijdragen van vrouwen in de landbouw soms onderbelicht zijn door beperkte statistische gegevens. Deze lidstaten riepen op voor meer onderzoek en betere dataverzameling.

De Commissie gaf aan dat het vergroten van de rol van vrouwen in de landbouw een belangrijk onderdeel is van de Visie voor Landbouw en Voedsel en de Strategie voor generatievernieuwing. De Commissie verwees hierbij naar het recent opgerichte EU-platform Women in Farming, dat gericht is op kennisuitwisseling, het delen van best practices en het zichtbaar maken van rolmodellen. Daarnaast wees de Commissie op de mogelijkheden binnen het GLB om gendergelijkheid te bevorderen, onder meer via gerichte steun, adviesdiensten en nationale investeringen in sociale infrastructuur. De Commissie benadrukte dat het verbeteren van de positie van vrouwen niet alleen via het GLB kan worden bereikt, maar ook bredere maatschappelijke randvoorwaarden vereist.

Diversenpunt van Hongarije over de Aziatische essenprachtkever

Hongarije vroeg aandacht voor de vondst van de Aziatische essenprachtkever, een nieuw quarantaineorganisme van groot fytosanitair belang, dat een bedreiging vormt voor de bosbouw, met name voor essen. Enkele lidstaten benadrukten het belang van snelle actie, nauwe samenwerking, monitoring, onderzoek en informatie-uitwisseling om verdere verspreiding te voorkomen. Verschillende lidstaten gaven aan nationale maatregelen te hebben genomen, zoals afbakening van gebieden en het aanscherpen van preventieve maatregelen. De Commissie gaf aan nauw samen te werken met de betrokken lidstaten en wees op bestaande EU-maatregelen voor snelle bestrijding en uitroeiing, waaronder noodplannen, aangescherpte invoereisen en kennisuitwisseling met experts.

Diversenpunt Hongarije – Crisissituaties en GLB na 2027

De VisĆ©grad-groep (een alliantie van Hongarije, TsjechiĆ«, Polen en Slowakije) agendeerde, met steun van Bulgarije, KroatiĆ« en RoemeniĆ«, een diversenpunt over het crisismanagement in het GLB, dat volgens deze groep lidstaten niet effectief genoeg is. Tijdens de bespreking werd door deze lidstaten dan ook steun uitgesproken voor een flexibeler en doeltreffender crisisbeheersysteem binnen het GLB. Verschillende lidstaten benadrukten het belang van snellere inzet van steunmaatregelen, vereenvoudiging van instrumenten, voorschotten en een voldoende toegeruste crisisreserve om landbouwers beter te ondersteunen bij toenemende risico’s, waaronder extreme weersomstandigheden. De Commissie gaf aan dat risicobeheer een belangrijke rol speelt in het toekomstige GLB en dat wordt gekeken naar verdere oplossingen, onder meer samen met de Europese Investeringsbank. Ook benadrukte de Commissie het belang van samenwerking rond bio-economie en zij nodigde lidstaten uit relevante initiatieven te delen. Nederland heeft niet geĆÆntervenieerd bij dit punt.

Diversenpunt Hongarije – Bio-economie en extreme weersomstandigheden

De Viségrad-groep agendeerde, met steun van Kroatië en Roemenië, een diversenpunt over het belang van samenwerking op het gebied van droogtebeheer. Daarnaast werd het belang van samenwerking op het gebied van bio-economie benadrukt. Lidstaten wezen op het innovatiepotentieel van Midden- en Oost-Europa en het belang van EU-beleid dat de gehele waardeketen ondersteunt. Nederland heeft niet geïntervenieerd bij dit punt.

Diversenpunt ItaliĆ« – EU-promotiebeleid

Italië pleitte, gesteund door meerdere lidstaten, voor een ambitieus promotiebeleid. Meerdere lidstaten benadrukten dat voldoende middelen nodig zijn om de concurrentiekracht van de Europese agrovoedingssector te versterken, met name in het licht van nieuwe handelsakkoorden en de positie van kleinere producenten. Verschillende lidstaten waarschuwden dat een verlaging van het budget negatieve gevolgen kan hebben voor het EU-promotiebeleid. De Commissie gaf aan dat de begroting voor 2027 nog niet definitief is vastgesteld en dat verschillende opties worden bekeken om voldoende financiering te waarborgen voor afzetbevordering. Nederland heeft niet geïntervenieerd bij dit punt.

  1. Tussentijdse aanpassing Verordening Vangstmogelijkheden 2026

Sprot Noordzee, Skagerrak en Kattegat, sprot Kanaal

De vangstmogelijkheden voor sprot in het Kanaal (in bilateraal verband met het Verenigd Koninkrijk (VK)) alsook sprot in de Noordzee, Skagerrak en Kattegat (in trilateraal verband met het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen) worden halverwege het jaar vastgesteld en zijn van kracht voor de periode van 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2027. Via een wijziging van de verordening vangstmogelijkheden 2026 zijn de vangstmogelijkheden (Total Allowable Catch, TACs) vastgesteld in lijn met het ICES-advies voor deze bestanden.

Ingangsdatum aanvullende maatregelingen
In het Written Record voor 2026 tussen de EU en het VK was overeengekomen om aanvullende maatregelen te treffen ter bescherming van kabeljauw, schelvis, wijting in de Keltische en Ierse zee en voor tong en schol in het Kanaal. Het VK heeft vertraging bij het implementeren van de maatregelen voor kabeljauw en wijting in de Ierse zee en voor tong en schol in het Kanaal. Om een gelijk speelveld tussen het VK en de EU te waarborgen zal de ingangsdatum in de wateren van de EU net als voor de Britse wateren ingaan per 1 november 2026.

NEAFC Makreelmaatregelen

Op initiatief van de EU, ondersteund door IJsland en het VK, heeft de North East Atlantic Fisheries Commission (NEAFC) een aanbeveling aangenomen die een limiet (stock protection reserve) van 1495 ton stelt aan de toegestane makreelvangsten door vaartuigen van de Russische Federatie in het verdragsgebied (de Noordoostelijke Atlantische Oceaan). De aanbeveling zal naar verwachting eind augustus 2026 geĆÆmplementeerd worden via NEAFC en onder Europees recht. Wanneer de makreelvangsten door vaartuigen van de Russische Federatie de vastgestelde limiet overschrijden, is het voor Europese vaartuigen of havens niet langer mogelijk die visserijactiviteiten te ondersteunen. De maatregelen moeten de visserijactiviteiten op makreel door vaartuigen van de Russische Federatie bemoeilijken.

De staatssecretaris is met de NVWA en de visserijsector in overleg over de uitvoering van deze NEAFC-aanbeveling.

Jaimi van Essen

Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

Silvio P.A. Erkens

Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur