Antwoord op vragen van het lid Bikker over de grootschalige handel in designerdrugs
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D37644, datum: 2026-07-30, bijgewerkt: 2026-07-30 16:58, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
- Mede namens: S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z12042:
- Gericht aan: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 2622
Antwoord van minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) , mede namens de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (ontvangen 30 juli 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2379
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat Nederlandse bedrijven voor bijna twee miljard euro aan gevaarlijke designerdrugs uit India hebben geïmporteerd?[1][2]
Antwoord op vraag 1
Ja, ik ben hiermee bekend.
Vraag 2
Deelt u de ernstige zorgen over de omvang van deze handel, waarbij circa 153.000 kilo aan middelen is ingevoerd en met zeer hoge winstmarges wordt doorverkocht?
Vraag 3
Hoe beoordeelt u het morele aspect van deze handel, waarbij willens en wetens middelen worden verhandeld die in verband worden gebracht met verslaving, hersenschade en sterfte? Kunt u toezeggen dat u er van uw kant alles aan doet om politie en justitie in staat te stellen dit krachtig te bestrijden? Zo ja, wat bent u van plan om aanvullend te doen?
Antwoord op vragen 2 en 3
Ik ben geschrokken van de omvang van de handel in designerdrugs zoals geschetst in het artikel. Deze handel is enorm en zeer kwalijk en ik veroordeel deze handel ten zeerste. Het is uitermate schokkend dat er partijen zijn die dit soort - mogelijk levensgevaarlijke - middelen aanbieden voor eigen financieel gewin. Ik zet mij ten volle in om politie en justitie in staat te stellen dit te bestrijden. Een belangrijke maatregel in deze strijd is de invoering van lijst IA op 1 juli 2025, een verbod op een drietal stofgroepen die zijn afgeleid van middelen die op lijst I van de Opiumwet staan. Binnenkort wordt via een AMvB een vierde stofgroep, de nitazenen, toegevoegd aan lijst IA.
In het door de media genoemde onderzoek wordt voornamelijk gerefereerd aan handel in middelen gedurende de periode van vóór de invoering van dit stofgroepenverbod. Deze middelen vielen destijds nog niet onder de Opiumwet, waardoor politie en justitie toen nog niet konden ingrijpen. Sinds de invoering van het stofgroepenverbod (lijst IA bij de Opiumwet) per 1 juli 2025 kunnen zij dit wél en is het aanbod in designerdrugs via websites als Funcaps.nl sterk afgenomen. Dat aanbod betrof voornamelijk stoffen voor recreatief gebruik zoals varianten van partydrug 3-mmc. We zien nu helaas een verschuiving van het aanbod naar namaak geneesmiddelen zoals designerbenzodiazepinen (namaak slaap- en kalmeringsmiddelen) of namaak pijnstillers. Deze middelen vallen niet onder de Opiumwet. Het is een grote uitdaging om dit aanbod effectief te bestrijden. Verkopers zoeken de randen van de wet op om hun verdienmodel in stand te houden.
De minister van VWS en ik werken samen met de NVWA, IGJ, Politie en het OM aan een integrale aanpak om de online verkoop van (namaak) geneesmiddelen en (designer)drugs effectiever te bestrijden. In deze aanpak is aandacht voor wet- en regelgeving, maar ook voor bevoegdheden, capaciteit en (internationale) samenwerking. Uw Kamer is hierover recent geïnformeerd met de brief over (namaak) geneesmiddelen en (designer)drugs.1
Vraag 4
Deelt u de zorg dat de handel in designerdrugs mede wordt gefaciliteerd door het gebruik van bv-constructies die persoonlijke aansprakelijkheid afschermen, en welke mogelijkheden ziet u om natuurlijke personen achter deze constructies directer aansprakelijk te stellen en hun crimineel verkregen vermogen af te pakken?
Antwoord op vraag 4
Ik deel uw zorgen over de import van en handel in designerdrugs. Mede daarom is recent de Opiumwet aangescherpt, zodat meer middelen dan voorheen verboden zijn en verboden kunnen worden, en dat ook productie en handel daarin kan worden aangepakt. Het gebruik van bv-constructies voor legale handel, zoals de handel in deze middelen grotendeels was tot en met 1 juli 2025, is toegestaan.
Het overtreden van de Opiumwet en aanpalende wet- en regelgeving is een serieus misdrijf, waar het OM stevig tegen optreedt. In dit kader kunnen behalve natuurlijke personen ook rechtspersonen en hun bestuurders strafrechtelijk worden vervolgd. Dat kan leiden tot gevangenisstraffen, geldboetes en/of het ontnemen van vermogen.
Met de implementatie van de Europese Confiscatierichtlijn worden de mogelijkheden voor het afpakken van het crimineel verkregen vermogen verruimd. Zo kan vermogen straks ook worden afgepakt zonder strafrechtelijke veroordeling (NCBC-procedure2).
Zoals ook in het Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland3 (DON) en in de Koersbrief4 beschreven is, worden legale infrastructuren misbruikt door criminelen om crimineel geld te verkrijgen, criminele activiteiten te verhullen of het criminele businessmodel te ondersteunen. Samen met verschillende partners, waaronder het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) kijken we naar systeemkwetsbaarheden in onze economie, en wordt er door EZK gewerkt aan een (wets)voorstel om de (poortwachters)rol van de Kamer van Koophandel te versterken.
Vraag 5
In hoeverre acht u het huidige instrumentarium toereikend om te voorkomen dat producenten via kleine chemische aanpassingen de Opiumwet blijven omzeilen? Kunt u reflecteren op de effectiviteit van het per 1 juli 2025 ingevoerde groepenverbod en in hoeverre dit het ‘kat-en-muisspel’ daadwerkelijk heeft doorbroken?
Antwoord op vraag 5
Het (online) aanbod van nieuwe psychoactieve stoffen (NPS) is de afgelopen periode aanzienlijk versmald. Tientallen stoffen die voorheen legaal konden worden verhandeld, zijn inmiddels strafbaar gesteld en daarmee uit het aanbod verdwenen. Zoals reeds benoemd blijven verkopers echter creatief in het vinden van manieren om hun verdienmodel in stand te houden. Er is sinds de invoering van het stofgroepenverbod wel een toename zichtbaar in het aanbod van namaak geneesmiddelen zoals de designerbenzodiazepinen (namaak slaap- en kalmeringsmiddelen) en namaak-pijnstillers.
Het op 1 juli 2025 ingevoerde stofgroepenverbod wordt binnen drie jaar na de inwerkingtreding uitgebreid geëvalueerd. Bij die evaluatie worden zowel de effecten op de volksgezondheid als de effecten op de productie en handel in kaart gebracht.
Vraag 6
Deelt u de zorg dat nog altijd risicovolle middelen buiten het bereik van het groepenverbod vallen? Welke aanvullende aanscherpingen zijn wat u betreft nodig, en bent u bereid hier met spoed werk van te maken?
Antwoord op vraag 6
Binnenkort treedt een AMvB in werking waarmee een extra stofgroep, de nitazenen, wordt toegevoegd aan lijst IA van de Opiumwet. Nitazenen zijn een stofgroep synthetische opioïden die zeer potent en dus gevaarlijk zijn.
Zoals in het antwoord op vraag 3 toegelicht, blijft er een aanbod van middelen dat buiten het stofgroepenverbod valt. Dat betreft voornamelijk varianten van geneesmiddelen die onder de Geneesmiddelenwet vallen (zoals een variant van Tramadol) en van geneesmiddelen die al onder lijst II van de Opiumwet vallen (varianten van slaap- en kalmeringsmiddelen, designer benzo’s). De Kamer is over de aanpak van illegale handel in (namaak)geneesmiddelen en (designer)drugs geïnformeerd met een Kamerbrief.
Vraag 7
Hoe beoordeelt u het dat na het sluiten van 43 websites de handel grotendeels doorgaat via buitenlandse websites en besloten kanalen, en welke aanvullende maatregelen zijn nodig om dat een halt toe stoppen?
Antwoord op vraag 7
Vanwege het grensoverschrijdende karakter van het internet wordt de aanpak van criminaliteitsfenomenen, zoals de illegale handel in drugs, bemoeilijkt. Het sluiten van websites is een belangrijke maatregel voor de korte termijn, maar biedt voor de lange termijn geen structurele oplossing omdat eigenaren van dit soort websites op andere domeinextensies of besloten kanalen doorgaan. De focus van de aanpak moet zich toespitsen op het oprollen van de netwerken achter deze websites. Dat is tijdrovend en arbeidsintensief opsporingsonderzoek.
Voor zover websites kwalificeren als tussenhandeldiensten waarop gebruikers online content kunnen plaatsen, zoals online platforms en online marktplaatsen, blijft de Digitale Services Act (DSA) van toepassing. De DSA hanteert een brede definitie van “illegale inhoud”. Daaronder vallen naast illegale producten, bijvoorbeeld ook diensten en activiteiten die in strijd zijn met het Unierecht of het recht van een lidstaat. Hieronder valt ook de handel in illegale drugs. Op grond van de DSA zijn hostingdiensten, waaronder online platforms en online marktplaatsen, gehouden illegale content te verwijderen zodra zij hier kennis van krijgen. Doen zij dit niet, dan kunnen zij geen beroep doen op de beperking van aansprakelijkheid die zij in beginsel genieten. Ook moeten online platforms gebruikers die frequent illegale inhoud plaatsen, schorsen. Online marktplaatsen moeten verder aan verschillende verplichtingen voldoen om ervoor te zorgen dat handelaren op hun platform traceerbaar zijn en dat zij hij het toepasselijke Unierecht naleven. Op de DSA wordt toezicht gehouden. De lidstaat van (Europese) vestiging bepaalt welke toezichthouder bevoegd is. Deze toezichthouders hebben evenwel niet de bevoegdheid om content offline te halen. Besloten kanalen en groepen vallen buiten de reikwijdte van de DSA. Er is sprake van beslotenheid als er effectief deurbeleid wordt gehanteerd.
Wanneer aangifte of melding wordt gedaan van strafbare online content, dan kunnen het Openbaar Ministerie en de politie een verwijderverzoek richten aan aanbieders van communicatiediensten om de betreffende online content offline te halen. Dit verzoek kan alleen worden gedaan als bekend is wie de aanbieder is van de content en waar die aanbieder is gevestigd, dat kan ook in het buitenland zijn. Soms komt het voor dat niet bekend is waar de illegale content precies staat. In die gevallen is het niet mogelijk een verwijderverzoek te doen. Indien een verwijderverzoek niet het gewenste effect heeft, kan de officier van justitie, bij een verdenking van een misdrijf als bedoeld in artikel 67, eerste lid, Wetboek van Strafvordering (Sv) (feiten waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is), met machtiging van de rechter-commissaris, op grond van artikel 125p Sv een (dwingend) bevel uitvaardigen om de content ontoegankelijk te (laten) maken om een strafbaar feit te beëindigen of nieuwe feiten te voorkomen. In die gevallen waarin de content niet in Nederland staat maar in het buitenland, dan is het Openbaar Ministerie afhankelijk van samenwerking en medewerking van de daartoe bevoegde buitenlandse autoriteiten. Deze route leidt niet altijd tot het gewenste resultaat omdat niet met ieder land een rechtshulprelatie bestaat en het doen van dergelijke verzoeken vaak ook enige tijd vergt.
Het ontoegankelijk maken van online content en het gebruik van notice-and-actionmechanismen zijn belangrijke instrumenten, maar moeten worden gezien als onderdeel van een bredere aanpak. Omdat aanbieders kunnen uitwijken naar buitenlandse domeinen, besloten kanalen of nieuwe webshops, blijft het van belang om daarnaast in te zetten op strafrechtelijk onderzoek naar de aanbieders achter deze handel, financiële stromen, logistieke schakels en internationale aanvoerroutes.
Vraag 8
Welke inzet pleegt u om deze handel internationaal, met name richting India, bij de bron aan te pakken? Wat gaan u en uw collega van Buitenlandse Zaken aanvullend doen om dit aan te pakken?
Antwoord op vraag 8
De internationale banden die zijn aangehaald bij de SYNDEC5 en de Commission on Narcotic Drugs van de VN worden actief gebruikt om het gesprek aan te gaan over de problematiek rondom de verkoop van designerdrugs. Hiermee wordt getracht een betere samenwerking te faciliteren tussen India en Nederland. Dit zal helpen met het in kaart brengen van de grootschalige legale en illegale aanvoerroutes van de chemische en farmaceutische industrie.
Vraag 9
Deelt u de opvatting dat naast repressie ook een krachtige norm nodig is tegen drugsgebruik, en welke concrete maatregelen neemt u om het gebruik van designerdrugs actief te ontmoedigen, met name onder jongeren?
Antwoord op vraag 9
Ja, die opvatting deel ik. De sociale norm rondom een bepaalde gedraging is één van de belangrijkste voorspellers voor zo’n gedraging. Als we het gebruik van (designer-)drugs willen verminderen, is het van belang daarop in te zetten. De minister van VWS en ik dragen deze norm vaak uit, in Kamerbrieven en debatten. Daarnaast werk ik met de minister van VWS aan een voortzetting van de campagne die jongeren bewust moet maken van de negatieve gevolgen op de maatschappij en gezondheid van drugsgebruik. Hierover bent u door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport geïnformeerd via de recente Verzamelbrief ontwikkeling drugsbeleid.
[1] NOS, 4 juni 2026, Nederlandse bv's cashen met import gevaarlijke designerdrugs uit India (https://nos.nl/artikel/2617062-nederlandse-bv-s-cashen-met-import-gevaarlijke-designerdrugs-uit-india).
[2] Follow the Money, 4 juni 2026, Van Indiase labs naar nederlandse webshops: de miljardenhandel achter designerdrugs (https://www.ftm.nl/artikelen/van-indiase-labs-naar-nederlandse-webshops-de-miljarden-handel-achter-designerdrugs).
2026Z15545&did=2026D34828">illegale online handel (designer)drugs en (namaak)geneesmiddelen | Tweede Kamer der Staten-Generaal↩︎
Non Conviction Based Confiscation procedure.↩︎
Koersbrief ondermijning door georganiseerde criminaliteit | Rijksoverheid.nl↩︎
De 10e editie van SYNDEC (Synthetic Drug Conference) vond plaats van 4 tot en met 6 maart 2026. Dit internationale evenement richt zich op de aanpak van synthetische drugs en brengt wereldwijd professionals samen uit de opsporings-, justitiële en douanesector.↩︎