[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

De afwezigheid van Omar Elshal tijdens zijn rechtszitting in Egypte.

Schriftelijke vragen

Nummer: 2026D37803, datum: 2026-08-03, bijgewerkt: 2026-08-03 12:59, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Krijg melding als deze vragen beantwoord worden:

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z16637:

Preview document (🔗 origineel)


2026Z16637

(ingezonden 3 augustus 2026)

Vragen van de leden Van Baarle (DENK), Teunissen (PvdD), Piri (PRO) en Dobbe (SP) aan de minister van Buitenlandse Zaken over de afwezigheid van Omar Elshal tijdens zijn rechtszitting in Egypte.

1. Bent u bekend met het bericht “Onverwachte wending bij zaak ASML’er Omar (33): hij was tot ieders verrassing niet in de rechtbank aanwezig”?¹

2. Herinnert u zich uw antwoorden op de schriftelijke vragen van de leden Teunissen en Van Baarle over de detentie van de Nederlandse ASML-medewerker Omar Elshal?²

3. Kunt u uiteenzetten welke diplomatieke inspanningen de Nederlandse regering sinds de beantwoording van deze Kamervragen heeft verricht om de rechtspositie, consulaire toegang en het welzijn van de heer Elshal te bevorderen?

4. Was de Nederlandse ambassade voorafgaand aan de rechtszitting ervan op de hoogte dat de heer Elshal niet naar de rechtbank zou worden overgebracht? Zo ja, wanneer is de ambassade hiervan op de hoogte gesteld en door wie?

5. Heeft de Nederlandse regering inmiddels bij de Egyptische autoriteiten opheldering gevraagd over de reden waarom de heer Elshal niet bij zijn eigen rechtszitting aanwezig was? Zo ja, wat is daarop geantwoord? Zo nee, waarom niet?

6. Klopt het dat de Nederlandse vertegenwoordiging aanwezig was bij de betreffende rechtszitting met het voornemen om de heer Elshal na afloop consulaire bijstand te verlenen? Welke gevolgen heeft zijn afwezigheid gehad voor de mogelijkheid om consulaire toegang te verkrijgen?

7. Klopt het dat pas nadat bekend was geworden dat medewerkers van de Nederlandse ambassade bij de rechtszitting aanwezig zouden zijn, bleek dat de heer Elshal niet was voorgeleid? Deelt u de opvatting dat deze gang van zaken ernstige vragen oproept en dat hierover volledige opheldering dient te worden verkregen? Welke concrete stappen onderneemt u om deze opheldering van de Egyptische autoriteiten te verkrijgen?

8. Welke concrete stappen onderneemt de regering momenteel om alsnog spoedig consulaire toegang tot de heer Elshal te verkrijgen?

9. Is het kabinet bereid de diplomatieke druk op de Egyptische autoriteiten te intensiveren teneinde onverwijld consulaire toegang en een eerlijke rechtsgang voor de heer Elshal te bewerkstelligen? Zo ja, op welke wijze zal de regering deze diplomatieke druk intensiveren? Zo nee, waarom niet?

10. Is de minister bereid om de voortgang van nieuwe Nederlandse samenwerkingsprojecten met Egypte afhankelijk te maken van aantoonbare verbeteringen in de behandeling van de heer Elshal en de naleving van internationale consulaire verplichtingen? Zo ja, op welke wijze zal de minister hier uitvoering aan geven? Zo nee, waarom niet?

11. Is de minister bereid deze zaak actief onder de aandacht te brengen van de Europese Unie en de EU-delegatie in Egypte, met het verzoek de kwestie van de detentie van de heer Elshal en de toegang tot consulaire bijstand nadrukkelijk aan de orde te stellen in de contacten met de Egyptische autoriteiten? Zo nee, waarom niet?

12. Is de minister bereid de Egyptische ambassadeur in Nederland te ontbieden om opheldering te verlangen over de afwezigheid van de heer Elshal tijdens zijn rechtszitting en om aan te dringen op onmiddellijke consulaire toegang? Zo nee, waarom niet?

13. Heeft de minister deze zaak inmiddels persoonlijk besproken met zijn Egyptische ambtgenoot? Zo ja, wanneer en wat was de uitkomst van dat gesprek?

14. Indien de minister dit nog niet persoonlijk met zijn Egyptische ambtgenoot heeft besproken, is hij bereid dit op de kortst mogelijke termijn alsnog te doen? Zo nee, waarom niet?

15. Deelt u de opvatting dat het onverklaard uitblijven van de heer Elshal bij zijn eigen rechtszitting, terwijl de Nederlandse vertegenwoordiging aanwezig was om de zitting bij te wonen en consulaire bijstand te verlenen, een zeer zorgwekkende ontwikkeling is die aanleiding geeft tot intensivering van de Nederlandse diplomatieke inzet? Zo nee, waarom niet?

16. Klopt het dat de rechter tijdens de betreffende rechtszitting heeft verklaard dat de heer Omar Elshal de enige van in totaal 71 verdachten in deze strafzaak was die niet naar de rechtbank was overgebracht? Zo ja, op welke informatie baseert de regering zich om de juistheid van deze mededeling te beoordelen? Welke mogelijkheden heeft de regering om de juistheid hiervan zelfstandig of via diplomatieke kanalen te verifiëren? Deelt u de opvatting dat, indien deze mededeling juist is, dit de zorgen over de behandeling van de heer Elshal verder vergroot? Zo nee, waarom niet?

17. Welke concrete maatregelen zal de regering nemen om te waarborgen dat een dergelijke situatie zich bij toekomstige rechtszittingen niet opnieuw voordoet en dat medewerkers van de Nederlandse ambassade daadwerkelijk in de gelegenheid worden gesteld de rechtszittingen van de heer Elshal bij te wonen en hem aansluitend consulaire bijstand te verlenen? Is de regering bereid hierover vooraf duidelijke afspraken te maken met de Egyptische autoriteiten? Zo nee, waarom niet?

18. Is de minister bereid de Kamer onverwijld te informeren zodra duidelijkheid bestaat over de reden waarom de heer Elshal niet bij zijn rechtszitting aanwezig was en over de uitkomsten van de diplomatieke contacten die hierover met de Egyptische autoriteiten zijn gevoerd?

¹ Eindhovens Dagblad, 29 juli 2026, “Onverwachte wending bij zaak ASML’er Omar (33): hij was tot ieders verrassing niet in de rechtbank aanwezig”.

² Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2026D35838.