Antwoord op vragen van lid Heutink over het artikel waaruit blijkt dat de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling naar verwachting zal opschalen naar feitelijk watertekort
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D37873, datum: 2026-08-05, bijgewerkt: 2026-08-11 10:01, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat
Onderdeel van zaak 2026Z16327:
- Gericht aan: V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 2631
Antwoord van minister Karremans (Infrastructuur en Waterstaat) (ontvangen 5 augustus 2026)
Bent u op de hoogte van de inhoud van het artikel1?
Ja, ik ben hiervan op de hoogte.
Hoe beoordeelt u de ernst van de huidige droogte, mede gelet op het uitzonderlijke lage waterpeil en de zeer lage afvoer van de Rijn? Kunt u een actueel overzicht van het neerslagtekort en de grondwaterstanden van de Rijn en de Maas toevoegen aan uw antwoord
Op 16 juli is besloten op te schalen van een dreigend (niveau 1) naar een feitelijk watertekort (niveau 2). De omstandigheden van de huidige droogte wordt uitgebreid beschreven in de Kamerbrief2 die op 16 juli is verstuurd om de Kamer te informeren over de opschaling.
De aanhoudende droogte zorgt ervoor dat er een grotere vraag is naar water dan wat er ons land binnenkomt via regen en rivieren. De rivierafvoeren zijn historisch laag. Zo is op 15 juli de laagste juli-afvoer van 780 m/s welke afkomstig is uit 1976 onderschreden. Ook het neerslagtekort loopt steeds verder op, en is vergelijkbaar met het droge jaar 2018. Actuele informatie over afvoeren, (grond)waterstanden en (regionale) maatregelen is te vinden op de online droogtemonitor3.
Op basis van welke criteria schaalt de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) op naar ‘feitelijk watertekort’ en wat zijn hiervan de directe en indirecte gevolgen voor de samenleving?
De criteria voor opschaling zijn vastgelegd in het Landelijk draaiboek waterverdeling en droogte4. De huidige situatie (feitelijk watertekort) vraagt om besluiten die over regio’s, watersysteemfuncties en belanghebbenden heen gaan en die bestuurlijk goed afgestemd moeten worden. Deze afstemming is de rol van het Management Team Watertekorten (MTW). Het MTW bestaat uit Rijkswaterstaat, waterschappen, drinkwaterbedrijven, provincies en betrokken ministeries (LNV, EZK en IenW). Zij bereiden bovenregionale maatregelen voor, om het water zo goed mogelijk te verdelen. De leden van het MTW vertalen dit naar besluiten in de eigen bestuurlijke kolom. Waterschappen, Rijkswaterstaat en provincies hebben elk hun eigen structuren, verantwoordelijkheden en besluitvorming.
Voorbeelden van directe gevolgen van de watertekorten zijn dat de scheepvaart op verschillende locaties te maken heeft met dieptebeperkingen, met langere wachttijden (doordat in een aantal sluizen waterbesparend wordt geschut) of stremmingen (door een te laag waterpeil of te grote zoutindringing). Ook ondervinden natuur en landbouw verdergaande effecten van de droogte, omdat niet alleen de beschikbaarheid van oppervlaktewater beperkt is maar ook de grondwaterstanden steeds verder zakken. Voor de landbouw heeft de droogte invloed op de gewasgroei, met name in gebieden waar geen wateraanvoer mogelijk is, en daar waar onttrekkingsverboden van kracht zijn. De drinkwater- en energievoorziening staan voorlopig niet onder druk.
Voorbeelden van indirecte effecten zijn dat door de beperkingen voor de scheepvaart bedrijven moeite krijgen met de bevoorrading omdat grondstoffen of producten later binnenkomen. Daarnaast kunnen bedrijven tijdelijk kiezen voor vrachtwagens in plaats van schepen, wat zorgt voor extra drukte op de weg.
Verder neemt bij lagere afvoeren de vervuiling van het water toe (door minder verdunning) en stijgt de watertemperatuur. Het risico op bijvoorbeeld vissterfte, blauwalg, botulisme, droogvallende nevengeulen en natuurbranden neemt daarbij toe, sterk afhankelijk van de lokale omstandigheden. Bij aanhoudend hoge watertemperatuur is er risico dat het lozen van koelwater op de rivieren sterk moet worden beperkt of gestaakt.
Welke criteria en omstandigheden zorgen voor nog verdere opschaling, als dat mogelijk is, en wat zijn dan de gevolgen? Wilt u elke mogelijke overtreffende trap van deze ladder in het antwoord betrekken?
De criteria voor ieder niveau van opschaling zijn vastgelegd in het Landelijk draaiboek waterverdeling en droogte5.
Op 16 juli is een Kamerbrief gestuurd om u te informeren dat op 1 juli Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) is opgeschaald naar het niveau "dreigend watertekort" (niveau 1). Op advies van de LCW heeft de voorzitter van het Management Team Watertekorten (MTW) donderdag 16 juli 2026 besloten om op te schalen naar het huidige niveau van een “feitelijk watertekort” (niveau 2). Verdere opschaling kan plaatsvinden wanneer sprake is van een dreigend nationaal watertekort met maatschappelijke gevolgen. In algemene zin betreft het:
Op landelijke schaal moet in nagenoeg alle regio’s fors gekort worden op de watervoorziening voor behoeften in de categorieën 3 en 4 van de verdringingsreeks.
Regionaal komt de watervoorziening voor behoeften in de categorieën 1 en 2 uit de verdringingsreeks in gevaar.
De effecten van de droogte worden zeer ernstig.
Maatschappelijke gevolgen, die samenhangen met het dreigende watertekort, leiden tot een politiek-bestuurlijke wenselijkheid om op te schalen.
Dit leidt tot (het hoogste) niveau 3: “(dreigende) crisis watertekort”. De minister van IenW besluit tot opschaling naar niveau 3, op advies van de dgRWS (in de rol van portefeuillehouder crisisbeheersing van het ministerie van IenW c.q. voorzitter MTW). De laatste keer dat dit gebeurde was in 2003. Er is dan sprake van grote maatschappelijke gevolgen en mogelijke, daarmee samenhangende, politiek-bestuurlijke gevoeligheden. Bijvoorbeeld als de leveringszekerheid van de energie- of drinkwatervoorziening in het geding komt. Hiermee wordt ook de nationale interdepartementale crisisorganisatie actief onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Besluitvorming vindt dan ook plaats op het hoogste ambtelijke of zelfs ministerieel niveau. De LCW en MTW leveren in dit geval advies aan de nationale crisisorganisatie.
Kunt u per regio aangeven welke onttrekkings-, beregenings- en sproeiverboden momenteel gelden of worden voorbereid en welke gevolgen deze maatregelen (zullen) hebben voor boeren, tuinders en overige ondernemers?
In de online droogtemonitor6 zijn de actieve maatregelen voor elke regio weergegeven; ook voor onttrekkingsverboden van grond- en oppervlaktewater. De waterschappen en Regionale Droogte Overleggen (RDO) leveren deze informatie zelf aan bij Rijkswaterstaat voor de droogtemonitor.
De gevolgen van de onttrekkingsbeperkingen zijn gebiedsafhankelijk. Bijvoorbeeld door eventuele lokale verschillen in neerslag, de mate waarin wateraanvoer mogelijk is en de mate waarin ondernemers zelf waterbesparende maatregelen hebben getroffen.
Welke preventieve maatregelen zijn er genomen om droogte in 2026 zoveel als mogelijk het hoofd te bieden, dan wel af te wenden?
In de Kamerbrief van 16 juli zijn enkele van de genomen maatregelen opgenomen. Zo hebben waterbeheerders vroeg in het jaar geanticipeerd op mogelijke droogte door het peil in het IJssel- en Markermeer te verhogen. Bij bekende knelpunten zoals de sluis Eefde in het Twentekanaal zijn tijdelijke pompinstallaties geplaatst en is er preventief gebaggerd zodat er langer kon worden doorgevaren.
In het Deltaprogramma Zoetwater werken Rijk en regio sinds 2012 samen om het zoetwatertekort te beperken en Nederland beter weerbaar te maken tegen droogte. Zo is bijvoorbeeld de Klimaatbestendige Wateraanvoer Midden-Nederland (KWA) uitgebreid. De KWA is een voorziening om zoetwater naar West-Nederland te leiden, op het moment dat de aanvoer van zoetwater vanuit de Rijn door droogte te beperkt is. Deze KWA is nu ook in werking. Daarnaast zijn er maatregelen genomen om te zorgen dat als er water is, dit in de bodem kan infiltreren en niet of minder snel wordt afgevoerd. Vooral in gebieden waar geen water aanvoer is, is dit van belang.
Ook is na de droogte van 2003 door de Rijksoverheid (het ministerie van Verkeer en Waterstaat, nu Infrastructuur en Waterstaat) in samenwerking met waterbeheerders de Verdringingsreeks ontwikkeld en vastgelegd in artikel 3.14 van het Bkl. Deze verdelingsvolgorde bepaalt welke functies het beschikbare oppervlaktewater krijgen als er watertekorten optreden. De leveringszekerheid van drinkwater en energie staan hoog in deze verdringingsreeks, net zoals het behoud van de stabiliteit van keringen en het voorkomen van onomkeerbare schade aan natuur.
Deelt u de mening dat het kabinet opnieuw vooral lijkt te reageren wanneer de droogte al is opgetreden, terwijl al maanden bekend was dat de uitgangspositie door lage grondwaterstanden, beperkte sneeuwval en droogte in de stroomgebieden ongunstig was? Zo ja, waarom is er dan niet voldoende preventief gehandeld? Zo nee, waarom niet?
Nee, die mening deel ik niet. Zoals bij vraag 6 aangegeven wordt door het Rijk al jaren gewerkt om Nederland voor te bereiden op zoetwaterschaarste. Dit doen we zowel uitvoeringsmaatregelen in het watersysteem, als door onderzoek naar de ontwikkeling van de duur en frequentie van droogte en watertekorten. In de droge jaren 2018 en 2022 hebben de genomen maatregelen (zoals de KWA) effect gehad, en bewijzen ook nu weer hun nut. Verder monitoren Rijkswaterstaat en het KNMI de voorspellingen in het gehele stroomgebied van de rivieren continu. Onder andere hierom is tijdig besloten de buffer van het IJssel- en Markermeer te vergroten en hebben waterschappen hun peilen opgezet ter voorbereiding op mogelijke droogte.
Op 31 mei 2024 is de Kamer geïnformeerd7 over de nieuwe inzichten rondom zoetwaterbeschikbaarheid. Daaruit blijkt dat de zoetwateropgave de komende jaren flink toeneemt. Tot nu toe hebben we in de praktijk vooral ingezet op optimaliseren van het huidige watersysteem. De inzet op optimalisatie van het watersysteem en zoveel mogelijk faciliteren van de watervraag wordt voortgezet. Op 22 juni 2026 heb ik de Kamer geïnformeerd8 over welke maatregelen ik wil nemen in het hoofdwatersysteem, mede om de zoetwaterbeschikbaarheid te verbeteren. Dit is echter niet langer voldoende, gelet op de omvang van de zoetwateropgave. Nederland zal zich structureel moeten aanpassen aan de veranderende omstandigheden via het aanpassen en transformeren van de ruimtelijke inrichting aan de waterbeschikbaarheid. Denk aan het voortzetten van het beter vasthouden van water (en verhogen van grondwaterstanden), maar ook aan veranderingen in bedrijfsvoering en locatiekeuze van watervragende activiteiten.
Kunt u ondubbelzinnig garanderen dat de beschikbaarheid van voldoende, schoon en betaalbaar drinkwater deze zomer én in de komende jaren nergens in Nederland in gevaar komt? Zo nee, waarom niet?
Er is momenteel voldoende drinkwater beschikbaar en de levering van
drinkwater blijft stabiel, al blijft het belangrijk om (het hele jaar
door) bewust en zuinig met drinkwater om te gaan.
Het is bekend dat de drinkwatervoorziening de komende jaren steeds meer
onder druk staat. Onder andere door langere periodes van droogte, maar
ook door een groeiende vraag. De beschikbaarheid van voldoende, schoon
en betaalbaar drinkwater wordt grotendeels bepaald door de
beschikbaarheid en kwaliteit van de drinkwaterbronnen. Om de komende
jaren onze drinkwaterbeschikbaarheid ook veilig te stellen werken de
drinkwaterbedrijven en provincies in het kader van het Actieprogramma
beschikbaarheid drinkwaterbronnen aan maatregelen om de
productiecapaciteit van drinkwater in 2030 ook structureel te vergroten.
Voor de lange termijn kijkt het Rijk samen met de drinkwatersector hoe
zij zich het best kan ontwikkelen om toekomstbestendig te zijn en ook op
lange termijn voldoende, kwalitatief goed drinkwater kan leveren in
Nederland. Tegelijkertijd werken we met de uitvoering van het Nationaal
Plan van aanpak drinkwaterbesparing samen met veel stakeholders aan het
terugbrengen van de vraag naar drinkwater met 20% in 2035, zowel voor
consumenten als voor zakelijke gebruikers.
https://www.nu.nl/binnenland/6403159/dat-droogte-een-sluipmoordenaar-is-kunnen-we-de-komende-weken-gaan-zien.html↩︎
Kamerstukken II, 27 625, nr. 745↩︎
https://waterberichtgeving.rws.nl/owb/droogtemonitor↩︎
https://iplo.nl/thema/water/crisismanagement-water/landelijk-draaiboek-waterverdeling-droogte/↩︎
https://iplo.nl/thema/water/crisismanagement-water/landelijk-draaiboek-waterverdeling-droogte/↩︎
https://waterberichtgeving.rws.nl/owb/droogtemonitor↩︎
Kamerstukken II, 27 625, nr. 669↩︎
Kamerstukken II, 31 710, nr. 88↩︎