Het ontbreken van maatschappelijke organisaties onder het Convenant toekomstbestendige gewasbescherming
Schriftelijke vragen
Nummer: 2026D37891, datum: 2026-08-05, bijgewerkt: 2026-08-05 12:50, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Krijg melding als deze vragen beantwoord worden:
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: R. den Hollander, Tweede Kamerlid (VVD)
Onderdeel van zaak 2026Z16686:
- Gericht aan: S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
(ingezonden 5 augustus 2026)
Vragen van het lid Den Hollander (VVD) aan de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het ontbreken van maatschappelijke organisaties onder het Convenant toekomstbestendige gewasbescherming
Bent u bekend met de brief die AARDige Buren, Urgenda, Parkinson Vereniging, Vogelbescherming Nederland, Caring Doctors, Greenpeace, Pesticide Action Network Netherlands, Meten=Weten, De Vlinderstichting en de Bijenstichting aan u hebben gestuurd, waarin wordt gesteld dat het Convenant toekomstbestendige gewasbescherming zou zijn “geklapt”?
Klopt het dat het hoofdlijnenconvenant is ondertekend door drie overheden, vier sectorpartijen en één ketenpartij, maar door geen enkele maatschappelijke organisatie? Welke maatschappelijke organisaties waren betrokken bij de totstandkoming van het convenant, welke daarvan waren daadwerkelijk uitgenodigd om het convenant te ondertekenen en welke hebben uiteindelijk van ondertekening afgezien?
Welke redenen hebben de betrokken maatschappelijke organisaties afzonderlijk aangevoerd om het convenant niet te ondertekenen?
Deelt u de mening dat deelname aan een convenant van alle partijen vraagt dat zij niet alleen verlangens op tafel leggen, maar ook bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen, compromissen te sluiten en zich aan gezamenlijke afspraken te committeren?
Hoe beoordeelt u in dat licht de opstelling van organisaties die niet tekenen, maar vervolgens wel oproepen het gehele convenant stop te zetten? Deelt u de mening dat partijen die zelf besluiten niet deel te nemen daarmee geen vetorecht kunnen verkrijgen over afspraken die overheden, landbouworganisaties en ketenpartijen wel bereid zijn uit te voeren?
Deelt u de mening dat het onverantwoord zou zijn om het convenant stop te zetten, nu daarmee ook afspraken over reductie van milieubelasting, innovatie, waterkwaliteit, natuur, leefomgeving en een landelijk uniform beleidskader zouden worden vertraagd of verloren zouden gaan?
Welke gevolgen heeft het ontbreken van maatschappelijke ondertekenaars voor de bestuurlijke en juridische status van het hoofdlijnenconvenant? Is het convenant naar uw oordeel rechtsgeldig tot stand gekomen en kunnen alle ondertekenende partijen onverkort aan hun afspraken worden gehouden?
Hoe verhoudt de mededeling van de Rijksoverheid dat het hoofdlijnenconvenant “op zichzelf niet juridisch bindend” is zich tot artikel 1.1, derde lid, waarin staat dat de afspraken bindend zijn voor de partijen en dat zij de nakoming daarvan zullen borgen? Kunt u precies aangeven welke afspraken momenteel politiek, bestuurlijk dan wel juridisch bindend zijn en welke pas bindend worden na vaststelling van de deelconvenanten?
Welke concrete waarde heeft het huidige hoofdlijnenconvenant zolang het nationale reductiedoel, de sectorale reductiedoelen, de governance, de terugvalopties en een groot deel van de uitvoeringsmaatregelen nog niet zijn uitgewerkt? Aan welke onderdelen zijn de ondertekenaars reeds nu daadwerkelijk gebonden?
Welke gevolgen heeft het ontbreken van maatschappelijke ondertekenaars voor de voorgenomen omgevingsdialoog en de doelstelling om het maatschappelijke draagvlak te vergroten? Hoe voorkomt u dat niet-ondertekenende organisaties via het vervolgtraject wel invloed uitoefenen, maar geen verantwoordelijkheid dragen voor de haalbaarheid en uitvoering van de uiteindelijke afspraken?
Bent u voornemens maatschappelijke organisaties opnieuw uit te nodigen voor de uitwerking van de deelconvenanten, onder de duidelijke voorwaarde dat deelname is gericht op het bereiken van uitvoerbare afspraken en niet op het alsnog openbreken of blokkeren van het reeds gesloten hoofdlijnenconvenant?
Bent u voornemens bij de inrichting van de governance een duidelijk onderscheid te maken tussen convenantspartijen, die zich committeren aan de afspraken en daarop aanspreekbaar zijn, en overige belanghebbenden die worden gehoord of geconsulteerd maar geen medebeslissingsrecht hebben?
Kunt u garanderen dat het ontbreken van maatschappelijke ondertekenaars niet leidt tot uitstel van de deelconvenanten, het vaststellen van concrete en afrekenbare reductiedoelen, de oprichting van de gegevensautoriteit en de ontwikkeling van landelijke kaders voor waterkwaliteit, Natura 2000-gebieden en gevoelige functies?
Welke voorwaarden verbindt u aan de indicatief gereserveerde 250 miljoen euro? Worden deze middelen uitsluitend beschikbaar gesteld voor concrete, meetbare en controleerbare maatregelen die aantoonbaar bijdragen aan de doelen van het convenant?
Bent u bereid de Kamer uiterlijk vóór de start van het deelconvenantentraject te informeren over de precieze status en afdwingbaarheid van het hoofdlijnenconvenant, de partijen die wel en niet deelnemen aan de deelconvenanten, de governance en besluitvormingsregels en de wijze waarop wordt voorkomen dat partijen zonder commitment de uitvoering kunnen vertragen?