Antwoord op vragen van de leden Markuszower en Moinat over "Belastingdienst hield datakluis op slot tijdens verzamelen gegevens parlementaire enquête"
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D38558, datum: 2026-08-18, bijgewerkt: 2026-08-18 16:09, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën
- Mede ondertekenaar: S.T.P.H. Palmen, staatssecretaris van Financiën (Ooit Nieuw Sociaal Contract kamerlid)
- Beslisnota's bij o.a. antwoord op vragen van de leden Markuszower en Moinat over "Belastingdienst hield datakluis op slot tijdens verzamelen gegevens parlementaire enquête".
- Openbaar te maken e-mail
Onderdeel van zaak 2026Z16432:
- Gericht aan: E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën
- Gericht aan: E. Heinen, minister van Financiën
- Gericht aan: S.T.P.H. Palmen, staatssecretaris van Financiën
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 2697
Antwoord van staatssecretaris Eerenberg (Financiën), mede namens de staatssecretaris van Financiën (mw. Palmen) (ontvangen 18 augustus 2026)
Vraag 1
Bent u bekend met diverse berichten over het onderzoek van BDO naar de
datakluis van de Belastingdienst? 1)
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Kunt u bevestigen dat een medewerker van de Belastingdienst al in 2022,
tijdens het verzamelen van stukken voor de Parlementaire Enquête
Fraudebeleid en Dienstverlening (PEFD), op de hoogte was van het bestaan
van de datakluis en van de mogelijkheid dat daarin relevante informatie
zat? Waarom is dit signaal destijds niet opgevolgd en waarom is het
zoekteam doorgegaan met een zoekslag waarbij de
html-verwijzingsbestanden naar de kluis welbewust of onbewust buiten
beschouwing bleven?
Antwoord 2
De datakluis werd in 2019 ingezet als mitigerende maatregel om aan de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en Archiefwet te voldoen, naar aanleiding van een advies van de Auditdienst Rijk (ADR). De Kamer is daar destijds over geïnformeerd. De datakluis is gevuld op basis van een generieke aanpak.
Het klopt dat een medewerker van de Belastingdienst in juni 2022 in het kader van de PEFD tweemaal heeft gevraagd hoe wordt omgegaan met de datakluis. De laatste e-mail is opgenomen in de bijlage bij de Kamerbrief van 10 juli 2026. Voor een volledig beeld treft u ook de eerste e-mail als bijlage bij deze beantwoording. Blijkens het BDO-rapport, lag de focus in de fase waarin deze e-mails werden gestuurd vooral op de vraag hoe de Belastingdienst tijdig invulling kon geven aan de vorderingen van de PEFD.
Uit het BDO-rapport blijkt (pagina 56) dat bij de zoekslag van de Belastingdienst naar documenten voor de PEFD de bestandstypen PowerPoint, Word, PDF, Excel en txt zijn betrokken, omdat de verwachting was dat hierin inhoudelijke informatie opgenomen kon zijn. Door het verplaatsen van documenten naar de datakluis werd in de oorspronkelijke mappenstructuur een HTML-verwijzingsbestand achtergelaten. De achterliggende documenten waren daardoor alleen in de datakluis toegankelijk en kwamen, omdat niet op HTML-bestandstypen werd gezocht, niet naar voren in reguliere zoekslagen.
De datakluis werd gevuld met data afkomstig van netwerkschijven (de zogenoemde Q-schijf). Deze netwerkschijven betroffen een gedeelde werkomgeving waarop meerdere medewerkers bestanden kunnen opslaan en openen. Deze schijf bevat verschillende type documenten, zoals Word- en PDF-documenten en PowerPointpresentaties. Deze schijf kan documenten bevatten die ongestructureerd zijn opgeslagen of waarvan de status niet te achterhalen is. De datakluis is niet gevuld vanuit de primair proces systemen. In primair proces systemen zijn fiscale- en toeslaggegevens van burgers en bedrijven opgeslagen. Er kan echter niet uitgesloten worden dat data uit een primair proces systeem ook of als kopie is opgeslagen op een netwerkschijf en zodoende alsnog in de datakluis terecht is gekomen.
Vraag 3
Op welke andere momenten, naast dit signaal uit 2022, is het kabinet of
de Belastingdienst geadviseerd om nadere zoekslagen te doen naar
documenten over het toeslagenschandaal in de datakluis? Kunt u hiervan
een uitputtende lijst geven, met daarin in ieder geval alle relevante
rapporten van de Auditdienst Rijk (ADR), interne ambtelijke adviezen, en
overige signalen of aanbevelingen, inclusief data en geadresseerden?
Antwoord 3
Het BDO-rapport geeft op dit moment het beste inzicht in signalen die zijn ontvangen over het bestaan van de datakluis. BDO beveelt aan om onderzoek te doen naar signalen in het proces van informatievoorziening. Wij vinden het zeer kwalijk het dat er signalen bestonden van het bestaan van de datakluis in relatie tot de PEFD zoekslag en dat deze datakluis alsnog niet betrokken is in de zoekslag. Dit had niet mogen gebeuren. Daarom hebben wij in onze brief van 10 juli 2026 opgenomen dat wij de aanbeveling van BDO onverkort overnemen. Dit betekent dat wij de door BDO aanbevolen vervolgonderzoeken zullen doen, waaronder een onderzoek naar signalen in het proces van informatievoorziening. Hierin zal aandacht worden besteed aan mogelijke andere signalen over de datakluis, ook bij andere zoekslagen, en aan het oppakken van deze signalen. Wij willen deze signalen onafhankelijk onderzoeken, door het onderzoek en het opdrachtgeverschap daarvan, onafhankelijk te organiseren. Daarmee gaan we ervan uit dat we dit overzicht van signalen op een later moment aan uw Kamer kunnen verstrekken.
Wij hechten groot belang aan onafhankelijkheid. Die onafhankelijkheid probeerden wij reeds te betrachten door het betrekken van BDO, een partij die nooit eerder iets voor de Belastingdienst heeft onderzocht. Ook door het instellen van een externe commissie die onderzoek gaat doen naar de inhoud van de documenten in de datakluis borgen wij deze onafhankelijkheid verder. Wij gaan graag met uw Kamer in overleg indien er aanvullende wensen leven over het borgen van deze onafhankelijkheid.
Vraag 4
Klopt het dat staatssecretaris Palmen al eind juli 2025 is geïnformeerd
over het bestaan van de datakluis én over het feit dat deze niet was
gebruikt voor de PEFD? Zo ja, waarom heeft het vervolgens tot april 2026
geduurd voordat de Kamer hierover werd geïnformeerd, en wie heeft in die
tussenliggende negen maanden besloten dit niet direct te melden? 2)
Antwoord 4
De Tweede Kamer had eerder geïnformeerd moeten worden en dat spijt ons. We realiseren ons ook goed dat we na de Toeslagenaffaire de schijn tegen hebben. Het is zeer ongelukkig dat juist in deze kwestie mogelijk opnieuw documenten niet zijn gedeeld met de Tweede Kamer. Beide staatssecretarissen van Financiën zijn via de nota “Datakluis Belastingdienst”, met datum 31 juli 2025 schriftelijk geïnformeerd over de datakluis. Voorafgaand aan deze nota is de staatssecretaris Herstel en Toeslagen eind juli 2025 telefonisch geïnformeerd over de situatie, zoals uit het BDO-rapport (pagina 65/66) blijkt. Deze nota is door staatssecretaris Herstel en Toeslagen op 17 augustus 2025 gelezen, door de toenmalige staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane op 8 augustus 2025. In die nota was nog niet bevestigd dat in de datakluis informatie zit die ontsloten had moeten worden aan de PEFD.
Het opnieuw in beeld komen van de datakluis riep veel vragen op en bracht uitzoekwerk met zich mee. Uit het BDO-onderzoek komt ook naar voren dat uit de nota van 31 juli 2025 nog onvoldoende duidelijkheid bestond over de inhoud en reikwijdte van de aangetroffen informatie, mede in relatie tot de PEFD en dat de wens was om de Kamer zo volledig en zorgvuldig mogelijk te informeren. Zo moest er eerst een steekproef worden uitgevoerd naar de inhoud van de datakluis. Deze steekproeven waren ten tijde van de nota’s van 31 juli en 16 oktober nog niet afgerond.
Eind 2025 werd op basis van de uitkomst van de steekproeven bevestigd dat er informatie in de datakluis zit, die geleverd had moeten worden aan de PEFD. Op 26 maart 2026 ontvingen beide staatssecretarissen een nota ter voorbereiding op een overleg met de Belastingdienst op 27 maart 2026 over de datakluis. Met de nota van 7 april 2026 en de bijbehorende juridische analyse van 6 februari 2026, werd bevestigd dat het informatie betreft die verstrekt had moeten worden. De Kamer is vervolgens met de brief “Update datakluis” van 15 april 2026 in kennis gesteld dat de datakluis niet is betrokken in belangrijke leveringen van informatie.
Dit proces en daarmee het informeren van uw Kamer heeft duidelijk te lang geduurd. Dit had anders gemoeten en dat spijt ons.
Vraag 5
Op welke momenten is de Kamer naar uw oordeel foutief geïnformeerd over
het bestaan, de inhoud, of de bevraging van de datakluis? Kunt u per
moment aangeven welke informatie destijds is verstrekt, waarom die
onjuist of onvolledig was, en wie daarvoor verantwoordelijk was?
Antwoord 5
Het BDO-rapport laat zien dat op basis van de uitgangspunten die zijn vastgesteld voor de levering van informatie aan de PEFD in 2022 en andere zoekslagen, de datakluis in de zoekslag betrokken had moeten zijn. Aangezien op dit moment nog niet duidelijk is wat de inhoud van de documenten in de datakluis is, is nu nog onduidelijk of deze documenten vervolgens relevant zijn om daadwerkelijk aan te leveren aan de PEFD of te betrekken in andere zoekslagen. Zoals in onze brief van 10 juli 2026 is aangegeven, wordt met een plan van aanpak gewerkt om de datakluis alsnog op een gestructureerde manier af te handelen.
Vraag 6
In het BDO-rapport staat een interne e-mail waarin de Belastingdienst
zelf erkent dat het achterhouden van deze documenten een schending van
artikel 68 van de Grondwet oplevert. Kunt u de inhoud en verzenddatum
van deze e-mail met de Kamer delen, en kunt u aangeven wie deze e-mail
heeft opgesteld, wie hem heeft ontvangen en welke actie daarop is
genomen?
Antwoord 6
De Belastingdienst heeft de Directie Juridische Zaken (DJZ) van het ministerie van Financiën gevraagd te beoordelen hoe het niet betrekken van bestanden in de datakluis bij de levering aan de PEFD zich verhoudt tot archiefwetgeving en AVG. Hierop heeft DJZ in februari 2026 een memo opgesteld waarin de verhouding wordt geschetst tussen de verplichtingen uit de AVG en Archiefwet enerzijds en de informatieplichten uit artikel 68 van de Grondwet, de Wet op de parlementaire enquête 2008 en Woo anderzijds. Dit betrof een algemene juridische beschouwing waarbij de inhoud van datakluis niet is betrokken. Het betreffende memo is onderdeel van de openbare informatie die is meegezonden met de Kamerbrief van 10 juli 2026.
Vraag 7
Klopt het dat de inhoud van de datakluis gewoon aan de Kamer geleverd
had moeten worden zodra daarnaar gevraagd werd, zowel bij schriftelijke
Kamervragen als bij een parlementaire enquête waarbij documenten worden
opgevraagd? Zo ja, op basis van welke wettelijke grondslag gold die
leveringsplicht, en waarom is daar in dit geval herhaaldelijk niet aan
voldaan?
Antwoord 7
Op basis van artikel 68 van de Grondwet zijn bewindspersonen gehouden uw Kamer de gevraagde inlichtingen te verschaffen (tenzij het belang van de Staat zich tegen een dergelijke verstrekking verzet). Ook kan een Kamerlid of de Kamer een gericht verzoek doen om specifieke documenten. Een dergelijk gericht verzoek is een verzoek waarbij is aangegeven over welk onderwerp het gaat en welk specifiek document of welke specifieke documenten het betreft. Deze inlichtingenplicht vervult een fundamentele rol in onze parlementaire democratie en in de verantwoordingsplicht voor ministers en staatssecretarissen die in het parlementaire stelsel ligt besloten. Volgens de artikelen 5 en 6 van de Wet op de parlementaire enquête 2008 kan een enquêtecommissie verder schriftelijke inlichtingen en afschrift van, inzage in of kennisneming van documenten vorderen. Bewindspersonen en ambtenaren zijn gehouden hieraan opvolging te geven.
Voor de achtergrond en vormgeving van de datakluis en voor de informatieverstrekking hierover aan uw Kamer verwijs ik naar het onderzoek van BDO. Op dit moment is nog niet precies bekend welke informatie zich in de datakluis bevindt en of deze informatie niet reeds bekend of openbaar is. Het kan om zeer uiteenlopende informatie over een veelheid aan onderwerpen gaan. Of en, zo ja, welke (specifieke) informatie bij een eerdere vraagstelling van uw Kamer had moeten worden verstrekt kan dus nog niet met zekerheid worden gezegd. Waar dit ten onrechte niet is gebeurd, zal dit zo snel, transparant en zorgvuldig mogelijk alsnog gebeuren.
Daarbij zal wel steeds op basis van de aard en de inhoud van de documenten in de datakluis moeten worden bezien op welke wijze de gevraagde informatieverstrekking het beste kan plaatsvinden. Er kunnen andere zwaarwegende redenen zijn die aan openbare verstrekking in de weg staan. Zo kunnen zich in de datakluis van de Belastingdienst mogelijk (ook) gegevens over individuele belastingplichtigen bevinden die onder de fiscale geheimhoudingsplicht vallen. Ook kunnen er gegevens zijn die zwaarwegende belangen of privacy van derden raken. Alsdan zal van geval tot geval moeten worden bezien op welke wijze zo goed mogelijk aan het informatierecht van uw Kamer uitvoering kan worden gegeven.
Vraag 8
Welke wetten heeft het kabinet allemaal overtreden door deze informatie
niet te leveren, terwijl al lang bekend was dat dit wel moest? Wilt u
hierbij uitputtend zijn en in ieder geval ingaan op de Wet open overheid
(Woo, voorheen Wob), de Grondwet (artikel 68) en de Wet op de
Parlementaire Enquête 2008?
Antwoord 8
Nederland kent diverse wetten die bijdragen aan transparant overheidsbeleid met elk hun eigen bereik en voorwaarden. Afhankelijk van de inhoud van een verzoek om informatie, kan het hierbij niet meenemen van – mogelijk relevante documenten uit – de datakluis in strijd zijn met die regelgeving. Richting de Tweede Kamer gaat het daarbij om artikel 68 van de Grondwet en om de Wet op de parlementaire enquête 2008. Richting burgers – en andere betrokkenen – gaat het in het bijzonder om verzoeken op basis van de Wet open overheid en om AVG-inzageverzoeken. In hoeverre in een individueel geval daadwerkelijk sprake is van een onvolledige afhandeling, en welke consequenties dit mogelijk heeft, zal mede afhangen van de inhoud en de aard van het verzoek en van de in de datakluis aanwezige informatie.
Daarnaast kent Nederland regels rond het zorgvuldig omgaan met informatie en persoonsgegevens. Het niet of te laat ordelijk archiveren van documenten die daarvoor in aanmerking komen en het te lang bewaren van informatie die niet meer wordt gebruikt, kan hierbij in strijd zijn met de AVG dan wel met de Archiefwet.
Vraag 9
Kunt u uitsluiten dat er ambtsmisdrijven zijn gepleegd in verband met
het achterhouden van de datakluis? Kunt u dit antwoord uitgebreid
toelichten, met een onderbouwing per relevant delict uit Titel XXVIII
van het Wetboek van Strafrecht?
Antwoord 9
De datakluis is in 2019 ingericht omdat de Belastingdienst kampte met grote achterstanden in het opschonen, archiveren en vernietigen van gegevens. Dat als gevolg van de datakluis bepaalde (zwaarwegende) verplichtingen niet zijn nagekomen en mogelijk regels zijn overtreden is uiteraard onterecht en dat betreuren wij zeer. Maar er zijn ook in het onderzoek van BDO geen aanwijzingen dat dit opzettelijk is gebeurd met als doel voordeel te behalen, bepaalde gegevens te verbergen of bepaalde belastingplichtigen te benadelen. Ook als er door of binnen het ministerie of de Belastingdienst fouten zijn gemaakt, zal dit niet per definitie betekenen dat sprake is van strafbaar gedrag. Het is van belang nu eerst de datakluis verder te onderzoeken en te bezien welke informatie hierin aanwezig is. Vervolgens kan dan, afhankelijk van de gevonden informatie, verder worden bezien of en zo ja welke consequenties hieraan verbonden worden.
Vraag 10
Deelt u de opvatting dat, ondanks de interne erkenning van
grondwetsschending genoemd in vraag 6, het welbewust achterhouden van
miljoenen documenten voor de zwaarste onderzoeksvorm die de Kamer kent,
een ernstiger feit is dan de staatssecretarissen tot nu toe
erkennen?
Antwoord 10
Uit onder andere de PEFD blijkt dat in het verleden veel niet goed is gegaan. Het is zeer ongelukkig dat juist in deze kwestie mogelijk opnieuw documenten niet zijn gedeeld met de Tweede Kamer. Wij zijn ons daar van bewust en wegen de situatie als zeer ernstig. We hebben dat ook getracht uit te stralen in onze brieven en communicatie. Op dit moment hebben wij echter geen indicatie dat met het niet betrekken van de datakluis bij het verzamelen van de gevorderde documenten bewust is beoogd relevante informatie voor de enquêtecommissie achter te houden.
Vraag 11
Kunt u bevestigen dat de datakluis mede is voortgekomen uit een
veiligstelactie die is uitgevoerd nadat het ministerie van Financiën in
2020 aangifte deed tegen de eigen Belastingdienst wegens vermoedelijke
misdrijven in de toeslagenaffaire, waarbij mailboxen, N-schijven en
Q-schijven van betrokken medewerkers zijn veiliggesteld, maar nooit
verder zijn onderzocht? Zo ja, waarom zijn na deze veiligstelactie geen
vervolgacties ondernomen en is deze informatie niet betrokken bij latere
onderzoeken, waaronder het onderzoek door de PEFD?
Antwoord 11
Het is belangrijk om het onderscheid te maken tussen de datakluis en
andere afgeschermde omgevingen bij de Belastingdienst die eveneens zijn
betrokken in het onderzoek van BDO.
De datakluis is in 2019 ontstaan omdat de Belastingdienst achterliep met het opschonen en vernietigen van gegevens in het kader van de AVG. De datakluis was een mitigerende maatregel zodat niet tijdig verwijderde persoonsgegevens niet onrechtmatig konden worden gebruikt. De datakluis is niet voortgekomen uit de aangifte in 2020.
Naast de datakluis is er een groot aantal vertrouwelijke, afgeschermde omgevingen binnen de Belastingdienst, dat in de loop der tijden is ontstaan naar aanleiding van uiteenlopende verzoeken, waaronder interne verzoeken, strafrechtelijke trajecten en andere formele opdrachten. Naar aanleiding van de aangifte van vermoedens van strafbare feiten op 19 mei 2020 is er, zoals aangegeven in het BDO-onderzoek, een omgeving met mailboxen en N-schijven van medewerkers en samenwerkingsomgevingen veiliggesteld in een dergelijke afschermde omgeving. Vanwege het vertrouwelijk karakter van dit soort omgevingen was daar beperkt zicht op bij de Belastingdienst. Deze omgeving was niet in beeld ten tijde van de PEFD.
Vraag 12
De Kamer heeft in 2020 al geëist dat de Belastingdienst een openbaar
hotspotarchief zou inrichten en zou stoppen met het vernietigen van
documenten. Kunt u bevestigen dat de Belastingdienst in 2024 heeft
geprobeerd onder deze verplichting uit te komen? Zo ja, wie heeft
daartoe besloten en met welke onderbouwing?
Antwoord 12
De hotspot ‘Toeslagenaffaire’ is vastgesteld naar aanleiding van de motie Omtzigt1. De reikwijdte van de hotspot omvat alle relevante informatie uit de periode 2005 tot medio 2021 die onderdeel was van de PEFD en de POK. Daarnaast is in 2020 verzocht om geen archief over de toeslagenaffaire meer te vernietigen. In antwoord hierop heeft de Belastingdienst op 29 september 2020 aan de Kamer toegezegd tot nader order Belastingdienst breed geen fysiek archief meer te vernietigen. De datakluis betreft een digitaal archief. De vernietigingsstop is in maart 2024 voor de Belastingdienst opgeheven, omdat deze op gespannen voet stond met de Archiefwet. U bent hierover onder meer geïnformeerd met de stand-van-zakenbrief Belastingdienst van 7 februari 2024 en 6 maart 2025. De vernietigingsstop voor de Dienst Toeslagen is nog wel van kracht.
Zoals in het BDO-rapport vermeld, zijn er in 2024 controledossiers uit de zogenaamde TOP-applicatie vernietigd. Dit is gebeurd in opdracht van de directie Midden en Klein Bedrijf (MKB) in afstemming met de directies Particulieren en Grote Ondernemingen (GO). Deze dossiers zijn afgerond voor 2013 en hadden al na 7 jaar vernietigd moeten worden conform de Selectielijst Belastingregio’s (handeling 11) en de Archiefwet 1995. Deze dossiers vielen niet onder een bestaande hotspot of vernietigingsstop en wij herkennen daarom niet dat de Belastingdienst heeft geprobeerd onder genoemde verplichting uit te komen.
Vraag 13
De Belastingdienst heeft erkend gedurende lange tijd meer dan veertien
wetten te hebben overtreden in het kader van de fraudeaanpak (waaronder
CAF, RAM en PIT), zonder dat hiervoor ooit individuele
verantwoordelijkheid is vastgesteld. Bent u bereid alsnog per overtreden
wet vast te stellen wie hiervoor verantwoordelijk was en welke
consequenties daaraan worden verbonden?
Antwoord 13
Naar wij aannemen wordt hier gedoeld op de brief van 21 maart 20212 waarin dertien illustratieve voorbeelden werden genoemd waarin de Belastingdienst niet in overeenstemming met de wet heeft gehandeld. Over de achtergrond en de opvolging hiervan hebben onze ambtsvoorgangers de Kamer diverse keren bericht. Hierbij is mede per situatie aangegeven op welke wijze dit is opgepakt en of, en zo ja, op welke wijze herstel is geboden. In de brief van 22 mei 20233 is verder, in antwoord op vragen van de vaste commissie voor Financiën, zo goed mogelijk per situatie in beeld gebracht wanneer de ambtelijke en politieke top hierover is geïnformeerd. Uitgaande hiervan zien wij geen aanleiding voor verder onderzoek.
Vraag 14
Kunt u bevestigen dat in de datakluis onbewerkte, historische brondata
zijn aangetroffen van de discriminerende selectiecriteria op basis van
nationaliteit, geloof of postcode waarmee groepen ouders in CAF-zaken
collectief en zonder individuele toetsing als fraudeur zijn
aangemerkt?
Antwoord 14
Er zijn steekproeven gedaan op de inhoud van de datakluis. Daaruit bleek dat er informatie in de datakluis kan zitten die geleverd had moeten worden aan de PEFD. Er is op dit moment geen zicht op de overige inhoud van de bestanden die in de datakluis zitten.
Vraag 15
Klopt het dat deze data zonder wettelijke grondslag, dus illegaal, zijn
gedeeld met andere overheidsinstanties en private partijen, waaronder
banken? Zo ja, sinds wanneer wist het ministerie dit, welke instanties
hebben deze data ontvangen, en welke gevolgen heeft dit gehad voor de
mensen op wie deze data betrekking hadden?
Antwoord 15
Er is op dit moment geen zicht op de inhoud van de bestanden die in de datakluis zitten noch of data uit de kluis zijn gedeeld.
In onze brief van 15 april 2026 hebben wij reeds aangegeven dat we ervoor waken dat documenten die relevant zijn voor PEFD, POK of andere leveringen, zullen worden gedeeld. Wij willen benadrukken dat het aantreffen van deze gegevens geen invloed heeft op eerder genomen besluiten waarin ouders als gedupeerde zijn aangemerkt over de situatie van gedupeerden in het herstelproces. Ook verandert het niets aan de uitgangspunten van de hersteloperatie dat het verhaal van de ouder altijd leidend is en dat zij ruimhartig worden gecompenseerd voor geleden schade..
Vraag 16
Op welke wijze kunnen toeslagenouders, maar ook getroffen ondernemers en
andere burgers, op de kortst mogelijke termijn inzage krijgen in de
stukken die specifiek over henzelf gaan in de datakluis, en welk tijdpad
hanteert u daarvoor?
Antwoord 16
Wij begrijpen dat burgers, waaronder toeslagenouders, en ondernemers duidelijkheid willen of er informatie in de datakluis zit die op hen betrekking heeft. Het doel is om relevante documenten zo snel mogelijk alsnog te leveren.
Momenteel wordt er door de Belastingdienst aan gewerkt om de datakluis te indexeren zodat deze doorzoekbaar wordt en Dienst Toeslagen werkt aan de voorbereiding van het te zijner tijd doorzoeken. Hoe het doorzoeken en verwerken van zoekresultaten precies in zijn werk zal gaan is onderdeel van een plan van aanpak, zoals wij aankondigden in onze brief van 22 mei 2026. De Werkgroep Toeslagen Advocaten, die gedupeerde ouders bijstaat in de toeslagenaffaire, wordt op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen.
Aan uw Kamer is toegezegd dat een externe commissie toeziet op de beoordeling van de relevantie van documenten, de manier van delen van documenten met de Kamer en maatschappij en de verhouding van documenten tot conclusies uit en over het verleden. Het kabinet streeft ernaar deze commissie, met als beoogd voorzitter Senna Maatoug, per 1 oktober 2026 in te stellen. Deze commissie gaat zich bezighouden met de inhoud van de datakluis. De komende periode wordt in samenspraak met de beoogd voorzitter de taakopdracht verder geconcretiseerd.
Vraag 17
Kunt u alle conceptversies van het BDO-rapport, alsmede alle feedback
die daarop vanuit het kabinet en/of de Belastingdienst is gegeven, aan
de Kamer doen toekomen?
Antwoord 17
Het is voor BDO als onderzoeker niet gebruikelijk om documenten anders dan het definitieve rapport vrij te geven. Enkel op een definitief rapport heeft BDO alle onderzoekshandelingen en kwaliteitscontroles afgerond. BDO voert zijn werkzaamheden uit met inachtneming van de relevante regelgeving in de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA) van de Koninklijke NBA ten aanzien van onder meer professionaliteit, objectiviteit, integriteit, vertrouwelijkheid, vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. BDO geeft aan dat conceptversies geen compleet beeld kunnen geven en zelfs een onjuist beeld kunnen geven omdat bijvoorbeeld op bepaalde onderdelen nog geen wederhoor heeft plaatsgevonden of dat aanvullende informatie ter beschikking is gekomen waarop het rapport door BDO is aangepast. Om die reden lenen conceptversies van het rapport zich in eerste instantie niet goed voor vrijgave.
Hoewel het niet gebruikelijk is willen de onderzoekers en wij vanuit het oogpunt van transparantie in dit specifieke geval de Kamer inzicht bieden in het totstandkomingsproces van het definitieve rapport en de Kamer in gelegenheid stellen om in vertrouwelijkheid kennis te nemen van conceptversies en de schriftelijke feedback die BDO daarop heeft ontvangen, waarbij persoonsgegevens zijn gelakt. Daartoe wordt door ons ministerie een inzagemoment georganiseerd in samenspraak met BDO.
Vraag 18
Kunt u een volledige inventarislijst van de inhoud van de datakluis
openbaar maken?
Antwoord 18
Zoals aangegeven in het BDO-rapport is er een overzicht van de mappenstructuur. Dit overzicht is gebruikt in het proces om te komen tot een aanpak voor het opruimen van de datakluis. Er is echter nog geen volledige inventarislijst van de inhoud van de datakluis, omdat de datakluis nog niet volledig is geïndexeerd. Als die volledige inventarislijst beschikbaar is, wordt die ter beschikking gesteld aan uw Kamer.
Vraag 19
Het BDO-rapport is bij brief van 10 juli 2026 aan de Kamer aangeboden,
vlak na de start van het zomerreces. 3)
Deelt u de opvatting dat dit tijdstip van publicatie, gecombineerd met het patroon van eerdere vertraging in informatievoorziening, de indruk wekt van een bewuste strategie om maatschappelijke en parlementaire aandacht te ontlopen? Zo nee, waarom is niet gekozen voor publicatie tijdens een reguliere vergaderperiode?
Antwoord 19
Bij Kamerbrief van 15 april 20264 is toegezegd om, naast het plan van aanpak, ook de uitkomsten van het onafhankelijke onderzoek vóór het zomerreces te delen. Daarnaast is in dezelfde brief toegezegd om relevante informatie zo snel mogelijk te delen met de Kamer. Het definitieve rapport hebben wij op 6 juli 2026 ontvangen. Dit rapport is – gegeven het belang ervan en daaruit volgende aankondiging van een commissie – aan de ministerraad aangeboden. Direct na de ministerraad is het BDO-rapport op 10 juli 2026 aan uw Kamer aangeboden, conform de vorengenoemde toezeggingen.
Vraag 20
Getuigen voor een parlementaire enquêtecommissie leggen hun verklaring
af onder ede. Kunt u per bewindspersoon en ambtenaar die in het kader
van de PEFD onder ede is gehoord, nagaan of hun verklaringen over de
volledigheid van de aangeleverde informatie zich verhouden tot de
bevindingen van het BDO-rapport, met bijzondere aandacht voor het moment
waarop signalen over de datakluis (2022) en de bevestiging daarvan
(2025) bekend werden?
Antwoord 20
Zoals in de Wet op de parlementaire enquête 2008 is opgenomen legt een getuige voor een parlementaire enquêtecommissie voorafgaand aan het verhoor de eed of belofte af dat hij de gehele waarheid en niets dan de waarheid zal zeggen. Bij een verhoor onder ede is er een directe relatie tussen de getuige die onder ede wordt verhoord en de enquêtecommissie, waar wij niet in kunnen treden. Wij gaan niet over de inhoud van de verklaringen die onder ede worden afgelegd. Tegen die achtergrond achten wij het niet opportuun om op de volledigheid of juistheid van de verklaringen onder ede in te gaan.
Vraag 21
Deelt u de opvatting dat, indien blijkt dat een getuige onder ede bewust
een onvolledige of onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven over
het bestaan of de inhoud van de datakluis, dit het strafbare feit
meineed (artikel 207 Wetboek van Strafrecht) kan opleveren?
Antwoord 21
Het door een getuige voor een enquêtecommissie onder ede opzettelijk afleggen van een valse verklaring is strafbaar op basis van artikel 207 van het Wetboek van Strafrecht. Voordat sprake kan zijn van meineed is dus vereist dat opzettelijk een valse verklaring onder ede wordt afgelegd. De beoordeling of hiervan sprake is, ligt bij het Openbaar Ministerie (OM) en alleen het OM kan een getuige voor meineed vervolgen.
Vraag 22
Bent u bereid, gelet op de wettelijke mogelijkheid dat de
enquêtecommissie ten behoeve van een strafrechtelijk onderzoek naar
meineed informatie mag verstrekken aan het Openbaar Ministerie, deze
route actief te (laten) onderzoeken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 22
Tegen de achtergrond van het in antwoord 20 genoemde, zijn wij niet voornemens de door de leden genoemde route te (laten) onderzoeken.
Vraag 23
Kan het kabinet, of het ministerie van Financiën namens de Staat,
aangifte doen van mogelijke meineed of andere ambtsmisdrijven in verband
met het achterhouden van de datakluis? Zo ja, tegen wie zou een
dergelijke aangifte zich kunnen richten — de betrokken
(oud-)bewindspersonen, individuele ambtenaren, en/of de Belastingdienst
als organisatie — en bent u bereid dit te (laten) onderzoeken?
Antwoord 23
Iedereen, dus ook het kabinet of een bewindspersoon, kan aangifte doen van (vermoedens van) een misdrijf. Daar zien wij nu geen aanleiding voor. Als dit later anders blijkt te zijn, dan handelen wij naar bevind van zaken.
Wij gaan niet over de inhoud van de verklaringen die onder ede worden afgelegd. Tegen die achtergrond achten wij het niet opportuun om op de volledigheid of juistheid van de verklaringen onder ede in te gaan.
Vraag 24
Pieter Omtzigt stelt dat het patroon van een doofpot is om de aandacht
te laten verslappen, rapporten in het reces te publiceren en te wachten
tot het overwaait. Deelt u de opvatting dat dit patroon zich hier
herhaalt, en bent u bereid onafhankelijk (dus niet door een partij met
bestaande banden met de Belastingdienst) te laten vaststellen of er
sprake is geweest van een bewuste vertragingsstrategie?
Antwoord 24
Laat ons voorop stellen dat we de Kamer eerder hadden moeten informeren, wat ons spijt, zoals ook toegelicht in antwoord 4. Zie daarnaast ook het antwoord bij vraag 19. Met het zo snel mogelijk aanbieden van het BDO-rapport op 10 juli 2026 is opvolging gegeven aan toezeggingen aan de Kamer. De uitvoerder van het onafhankelijke onderzoek, BDO, is expliciet gekozen omdat deze partij nog geen werkzaamheden of onderzoeken heeft verricht voor en naar de Belastingdienst.
Met het aanbieden van het BDO-rapport stellen wij de uitkomsten van het onafhankelijke onderzoek zo snel als mogelijk aan de Kamer beschikbaar.
Vraag 25
Een burger die bij een belastingcontrole één document achterhoudt,
riskeert strafrechtelijke vervolging. Kunt u toelichten waarom er tot op
heden geen enkele bestuurlijke of strafrechtelijke consequentie is
verbonden aan het jarenlang achterhouden van 64 miljoen bestanden door
de eigen dienst?
Antwoord 25
Allereerst herkennen wij het beeld niet dat een burger wegens het achterhouden van één document strafrechtelijke vervolging riskeert. Het strafrecht is het laatste onderdeel van de totale handhavingsketen en wordt (alleen) ingezet waar dit passend is. Hier wordt zorgvuldig mee omgegaan. Op dezelfde wijze zal zorgvuldig moeten worden omgegaan met het verbinden van consequenties aan (mogelijke) fouten die rond de datakluis zijn gemaakt. Uit het BDO-rapport blijkt niet dat informatie bewust is achtergehouden. Nu is het zaak om in lijn met onze brief van 10 juli 2026, eerst de inhoud van de datakluis te doorgronden.
Vraag 26
Bent u bereid, vooruitlopend op de uitkomsten van de vorige week
ingestelde externe commissie, de Kamer een volledige tijdlijn te doen
toekomen van alle momenten waarop binnen de Belastingdienst en het
ministerie bekend was of kón zijn dat de datakluis relevante informatie
bevatte voor lopende of afgeronde parlementaire onderzoeken, inclusief
de rol van de veiligstelactie uit 2020 en het signaal uit 2022?
Antwoord 26
Er is reeds door BDO een tijdlijn gemaakt vanaf 2019. Het BDO-onderzoek is meegestuurd naar de Kamer op 10 juli 2026.
Vraag 27
Kunt u deze vragen één voor één en binnen drie weken beantwoorden?
Antwoord 27
Wij hebben de vragen één voor één en zo snel als mogelijk beantwoord.
1) Zie berichtgeving door Trouw op 20 juli 2026 ("Rapport weerspreekt
'toevallige vondst' datakluis, ministerie ontkent kwade trouw") en 21
juli 2026 ("De politieke verontwaardiging groeit over een verzwegen
datakluis: 'Wat is een parlementaire enquête nog waard?'"),
door GeenStijl op 20 juli 2026 (“Belastingdienst hield datakluis op slot
tijdens verzamelen gegevens parlementaire enquête”) en door Accountancy
Vanmorgen op 20 juli 2026 (“BDO: fiscus hield datakluis herhaaldelijk
uit zicht onderzoekscommissies”), alsmede een bericht op X van Pieter
Omtzigt op 21 juli 2026.
2) Brief van de staatssecretarissen van Financiën van 15 april 2026;
Kamerstuk 31066, nr. 1535 (Update Datakluis).
3) Brief van de staatssecretarissen van Financiën van 10
juli 2026; 2026Z16115 (Datakluis: Extern gevalideerde tijdlijn,
Instelling externe commissie datakluis, Plan van aanpak en resultaten
indexatie).
Kamerstukken II, 2020–2021, 31066, nr. 724↩︎
Kamerstukken II 2020-2021, 31066, nr. 800.↩︎
Kamerstukken II 2022-2023, 31066, nr. 1229.↩︎
Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 1535↩︎