Amendement van het lid Clemminck over het toezicht op de uitvoering van de risicoanalyse beleggen bij de volksvertegenwoordiging
Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet en de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met de risicoanalyse bestuurlijke integriteit voor kandidaat-bestuurders (Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur tweede tranche)
Amendement
Nummer: 2026D39470, datum: 2026-08-27, bijgewerkt: 2026-08-27 12:02, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.R.F. Clemminck, Tweede Kamerlid (JA21)
Onderdeel van kamerstukdossier 36892 -8 Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet en de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met de risicoanalyse bestuurlijke integriteit voor kandidaat-bestuurders (Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur tweede tranche).
Onderdeel van zaak 2026Z17311:
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 36 892 | Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet en de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met de risicoanalyse bestuurlijke integriteit voor kandidaat-bestuurders (Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur tweede tranche) | |
| Nr. 8 | AMENDEMENT VAN HET LID Clemminck | |
| Ontvangen 27 augustus 2026 | ||
| De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: | ||
I
In artikel I, onderdeel A, wordt in het voorgestelde artikel 36c, tweede lid, “De burgemeester” vervangen door “De raad”.
II
In artikel II, onderdeel A, wordt in het voorgestelde artikel 35d, tweede lid, “De commissaris van de Koning ziet” vervangen door “De provinciale staten zien”.
III
In artikel III, onderdeel A, onder 1, wordt in het voorgestelde derde lid “De voorzitter” vervangen door “Het algemeen bestuur”.
IV
In artikel IV, onderdeel A, wordt in het voorgestelde artikel 41, tweede lid, “De gezaghebber” vervangen door “De eilandsraad”.
Toelichting
De risicoanalyse vindt plaats als onderdeel van de benoemingsprocedure van een decentrale bestuurder. Dit is een procedure waarin de decentrale volksvertegenwoordiging aan zet is en uiteindelijk beslist over de benoeming. Daarin onderscheidt dit wetsvoorstel zich wezenlijk van de reguliere taken van de kroonbenoemde bestuurder op het gebied van bestuurlijke integriteit: het gaat hier niet om een bevoegdheid van een individueel bestuursorgaan, maar om een verantwoordelijkheid die bij het hoogste orgaan van het decentrale bestuur berust.
De volksvertegenwoordiging is immers het hoogste orgaan binnen het decentrale bestuur en is belast met de benoeming van bestuurders. Zij beschikt bovendien over ruime ervaring met het vertrouwelijk omgaan met privacygevoelige informatie in het kader van benoemingsprocedures. Het ligt daarom in de rede dat ook de risicoanalyse binnen dit besloten kader wordt belegd.
De volksvertegenwoordiging kan haar toezichthoudende rol op dit punt uitoefenen langs de bestaande, vertrouwelijke lijnen, bijvoorbeeld via een raadscommissie, vergelijkbaar met een vertrouwenscommissie. Zo wordt de zorgvuldige omgang met gevoelige informatie geborgd, terwijl de democratische verantwoordelijkheid voor de benoeming ondubbelzinnig bij de volksvertegenwoordiging blijft liggen. De volksvertegenwoordiging bepaalt zelf hoe zij de risicoanalyse inricht; zij kan daartoe bijvoorbeeld een extern bureau inschakelen.
Ook het zogenoemde "goede gesprek" met de kandidaat kan binnen dit kader worden belegd, bijvoorbeeld bij een extern bureau of een daartoe aangewezen functionaris. De memorie van toelichting wijst daarnaast op de rol van de burgemeester als gesprekspartner in dit goede gesprek. De indiener onderkent dat een dergelijke rol in voorkomende gevallen denkbaar is, maar benadrukt dat deze geen automatisme vormt en niet uit de wet voortvloeit. De regie over de inrichting van het proces berust volledig bij de volksvertegenwoordiging. Een rol voor de burgemeester is dan ook uitsluitend aan de orde indien de volksvertegenwoordiging het gesprek tussen kandidaat en burgemeester uitdrukkelijk als onderdeel van de procedure vaststelt.
Zo wordt de zorgvuldige omgang met gevoelige informatie geborgd, terwijl de democratische verantwoordelijkheid voor de benoeming ondubbelzinnig bij de volksvertegenwoordiging blijft liggen.
Clemminck