A-brief project 'Uitbreiding grondmobiliteit Luchtmobiele Brigade’
Materieelprojecten
Brief regering
Nummer: 2026D39551, datum: 2026-08-27, bijgewerkt: 2026-09-02 16:32, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.G. Boswijk, staatssecretaris van Defensie (Ooit CDA kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 27830 -515 Materieelprojecten.
Onderdeel van zaak 2026Z17342:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Defensie
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-09-02 14:29 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-09-02 14:29: Aanvang aansluitend aan de beëdiging: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-09-10 10:45: Procedurevergadering Defensie (Procedurevergadering), vaste commissie voor Defensie
Preview document (🔗 origineel)
| > Retouradres Postbus 20701 2500 ES Den Haag | |
|---|---|
de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag |
|
| Datum | 27 augustus 2026 |
| Betreft | A-brief project 'Uitbreiding grondmobiliteit Luchtmobiele Brigade’ |
Ministerie van Defensie
Plein 4
MPC 58 B
Postbus 20701
2500 ES Den Haag
www.defensie.nl
Onze referentie
D2026-005297
MINDEF20260057689
Bij beantwoording, datum, onze referentie en onderwerp vermelde
Geachte voorzitter,
Oorlog is terug op het Europese continent. Rusland vormt de grootste directe dreiging voor onze veiligheid en bereidt zich voor op een langdurige confrontatie met Europa. Defensie moet, nu meer dan ooit, in staat zijn om haar taken volwaardig uit te voeren. Met de invoering van het NATO Force Model (NFM) is de focus van de inzet van de NAVO verlegd van het expeditionair optreden naar geloofwaardige afschrikking en verdediging van het bondgenootschappelijk verdragsgebied; hoofdtaak 1 voor Nederland.1
De 11 Luchtmobiele Brigade speelt hierbij een belangrijke rol. Mogelijke tegenstanders beschikken steeds vaker over geavanceerde luchtverdediging, waardoor een luchtmobiele inzet met helikopters of parachutisten niet altijd mogelijk is. De Luchtmobiele Brigade moet ook als lichte infanterie-eenheid op kunnen treden met voertuigen. De infanteriebataljons van deze brigade moeten daarnaast in staat zijn om snel te kunnen verplaatsen vanuit de landingsgebieden buiten het bereik van deze vijandelijke luchtverdediging. De brigade heeft daarvoor voldoende tactische grondmobiliteit nodig om haar taken succesvol te kunnen uitvoeren en verliezen te minimaliseren.
Daarom versterkt Defensie de grondmobiliteit van de Luchtmobiele Brigade met lichte, luchtverlaadbare en terreinvaardige voertuigen om het personeel van de infanterie-eenheden te verplaatsen naar de inzetlocatie.2 Hiertoe investeert Defensie in de invulling van de NAVO-capaciteitsdoelstellingen voor deze brigade.3 Met deze A-brief informeer ik uw Kamer over de behoeftestelling voor het project ‘'Uitbreiding grondmobiliteit Luchtmobiele Brigade’.
Behoefte
Met dit verwerft Defensie luchtverlaadbare tactische grondmobiliteit voor de 11 Luchtmobiele Brigade. Dit betreft de aanschaf van een voertuig voor het vervoeren van het personeel van infanterie-eenheden. Met deze capaciteit kunnen de infanteriegroepen na een luchtverplaatsing mobiel en verspreid opereren binnen het operatiegebied van 1 German/Netherlands Corps (1GNC), waar deze eenheden bij inzet in een hoofdtaak 1-scenario deel van uitmaken. De behoefte voor het voertuig bestaat uit een aantal elementen:
Het is luchtverlaadbaar en moet onder een Chinook CH-47 transporthelikopter kunnen worden vervoerd;
Om vanuit de landingslocatie naar het uiteindelijke inzetgebied te verplaatsen moet het terreinvaardig zijn. De mogelijkheid om te verplaatsen in heuvelachtig terrein en voldoende actieradius zonder brandstofbevoorrading is randvoorwaardelijk voor inzet;
Het draagvermogen moet voldoende zijn om de militairen met uitrusting per voertuig te vervoeren. Hierdoor is snelle inzet, flexibiliteit en verspreid optreden mogelijk. Dit draagt bij aan de operationele taakuitvoering en vermindert de risico’s voor de ingezette militairen;
Defensie verwerft het voertuig ‘van de plank’ (Military-off-the-Shelf, MOTS). MOTS-verwerving biedt voordelen op het gebied van prijs en levertijd. Bovendien levert de aanschaf van een beproefd en volwassen systeem minder risico’s op ten opzichte van een nog te ontwikkelen voertuig. Defensie richt zich daarbij op een voertuig dat al wordt gebruikt door NAVO-bondgenoten. Dit draagt bij aan het vergroten van de interoperabiliteit en de uitwisselbaarheid.
Om verschillende soorten infanteriegroepen te vervoeren schaft Defensie zowel een vijf- als negen-persoonsvariant aan. Het project betreft de verwerving van voertuigen voor twee luchtmobiele infanteriebataljons, opleiding en training en logistieke reserve.
Doeltreffend en doelmatigheid
Met de uitvoering van dit project geeft Defensie, onder verwijzing naar artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet 2016, invulling aan doeltreffendheid en doelmatigheid:
Doeltreffendheid: de verwerving van tactische grondmobiliteit past in het huidige operationeel optreden van de Luchtmobiele Brigade. De mogelijkheid om met grondmobiliteit grote afstanden te kunnen overbruggen is essentieel voor de inzetmogelijkheden van deze brigade en de veiligheid van onze militairen. Defensie draagt met dit project bij aan de versterking van deze brigade en geeft daarmee invulling aan de NAVO-capaciteitsdoelstellingen.
Doelmatigheid: deze verwerving vergroot de tactische grondmobiliteit van de Luchtmobiele Brigade, doordat zij met deze voertuigen over meer mogelijkheden beschikt om zich te verplaatsen naar het inzetgebied. Omdat het project uitgaat van de aanschaf van een MOTS-wapensysteem is snelle levering mogelijk en wordt het technische en financiële risico beperkt. Tevens hebben MOTS-systemen voordelen in de verkrijgbaarheid van (reserve)onderdelen en zijn schaalvoordelen en de uitwisselbaarheid van componenten mogelijk gedurende de instandhouding.
Gerelateerde projecten
Dit project is gerelateerd aan het project 'Chinook Vervanging & Modernising’,4 waarmee Defensie voorziet in moderne CH-47F transporthelikopters. Het voorliggende project ‘Uitbreiding grondmobiliteit Luchtmobiele Brigade’ betreft de aanschaf van voertuigen die onder operationele omstandigheden mogelijk onder deze helikopters worden vervoerd.
De Luchtmobiele Brigade beschikt nu en in de nabije toekomst over verschillende operationele wielvoertuigen, die voor verschillende gespecialiseerde taken worden ingezet. Het voorziene voertuig treedt op met het Airborne Vehicle ‘Caracal’ uit het project ‘Defensiebrede Vervanging Operationele Wielvoertuigen (DVOW)’5. Hierbij is de ‘Caracal’ bedoeld voor de versterking van het gemotoriseerd optreden beschikt over de voor het luchtmobiel optreden benodigde radio- en wapensystemen. Daarnaast beschikt de Luchtmobiele Brigade over het operationele wielvoertuig ‘Vector’.6 Dit voertuig is bedoeld voor de taakstelling van een ander infanteriebataljon van de Luchtmobiele Brigade, die de Special Operations Forces (SOF) ondersteunt.
Risico’s
Voor dit project is een risicobeoordeling gemaakt en worden, waar nodig, beheersmaatregelen getroffen. Binnen het projectbudget is een risicoreservering opgenomen om de onderkende risico’s te dragen.
Financiën
Met dit project is een investering gemoeid binnen de DMP-bandbreedte van € 50 miljoen tot € 250 miljoen (prijspeil 2026). Deze investering komt ten laste van het investeringsbudget van Defensie. Het projectbudget is inclusief een risicoreservering en exploitatiekosten.
Planning en vooruitblik
Gezien de financiële omvang van dit project van minder dan € 250 miljoen ben ik voornemens om dit project te mandateren aan het Commando Materieel en IT (COMMIT). Over de voortgang van dit project informeer ik uw Kamer via de begroting van het Defensiematerieelbegrotingsfonds (DMF) en het Defensieprojectenoverzicht (DPO).
Hoogachtend,
DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE
Derk Boswijk
Kamerstuk 28 676, nr. 497 van 24 april 2025.↩︎
Toezegging aan het lid Ellian (VVD) over het verkennen van de mogelijkheden tot aanschaf van lichte voertuigen voor de luchtmobiele brigade (Kamerstuk TZ202507-007) van 1 juli 2025.↩︎
Kamerstuk 36 975, nr. 1 van 29 juni 2026.↩︎
Kamerstuk 27 830, nr. 157 van 7 september 2015.↩︎
Kamerstuk 27 830, nr. 407 van 15 juni 2023.↩︎
Kamerstuk 26 396, nr. 118 van 16 december 2022.↩︎