De gevolgen van de landbouwvrijstelling voor wisselteelt
Schriftelijke vragen
Nummer: 2026D39617, datum: 2026-08-28, bijgewerkt: 2026-08-28 13:38, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Krijg melding als deze vragen beantwoord worden:
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: H. Vermeer, Tweede Kamerlid (BBB)
- Mede ondertekenaar: C.A.M. van der Plas, Tweede Kamerlid (BBB)
Onderdeel van zaak 2026Z17352:
- Gericht aan: J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Gericht aan: E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
(ingezonden 28 augustus 2026)
Vragen van de leden Vermeer en Van der Plas (beiden BBB) aan de staatssecretaris van Financiën en de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de gevolgen van de landbouwvrijstelling voor wisselteelt
Bent u bekend met het artikel ‘Strenge voorwaarden bij landbouwvrijstelling en vruchtwisseling’ van aaff? 1)
Bent u zich ervan bewust dat melkveehouders de landbouwvrijstelling over de periode van uitgebruikgeving kunnen verliezen wanneer zij grond tijdelijk beschikbaar stellen aan akkerbouwers of bollentelers voor wisselteelt? Zo ja, wat gaat u doen om dit knelpunt weg te nemen? Zo nee, bent u bereid dit op korte termijn te onderzoeken?
Erkent u dat gewassen zoals bloembollen, aardappelen en uien vanwege de opbouw van ziekten en virusdruk vaak slechts eenmaal per vijf of zes jaar op hetzelfde perceel kunnen worden geteeld?
Erkent u dat het voor deze teelten noodzakelijk kan zijn dat akkerbouwers en bollentelers tijdelijk grond huren of uitruilen met melkveehouders?
Klopt het dat bij de beoordeling of sprake is van noodzakelijke vruchtwisseling alleen wordt gekeken naar het belang van de teelt van de grondeigenaar en niet naar het belang van de teelt van degene die de grond tijdelijk gebruikt? Zo ja, waarom is voor deze beperking gekozen?
Waarom kan een akkerbouwer of bollenteler onder voorwaarden wel aannemelijk maken dat wisselteelt noodzakelijk is voor zijn eigen bedrijfsvoering, terwijl een melkveehouder die zijn grond hiervoor tijdelijk beschikbaar stelt niet meer aan deze voorwaarden kan voldoen?
Erkent u dat wisselteelt met grond van melkveehouders kan bijdragen aan het voorkomen van bodemgebonden ziekten en virussen en daarmee aan het verminderen van het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen?
Bent u het ermee eens dat dit maatschappelijke en landbouwkundige voordeel moet worden meegewogen bij de toepassing van de landbouwvrijstelling? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de zorg dat melkveehouders hun grond niet langer voor wisselteelt beschikbaar zullen stellen wanneer daardoor een fiscale claim ontstaat die niet kan worden terugverdiend? Welke gevolgen verwacht u hiervan voor melkveehouders, akkerbouwers en bollentelers?
Heeft u onderzocht hoeveel hectare landbouwgrond door deze strengere voorwaarden naar verwachting niet langer beschikbaar zal zijn voor wisselteelt? Zo nee, bent u bereid dit alsnog te onderzoeken?
Deelt u de zorg dat het beperken van de landbouwvrijstelling bij uitgebruikgeving ertoe kan leiden dat gewassen vaker op dezelfde percelen worden geteeld, waardoor de ziekte- en virusdruk en het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen kunnen toenemen? Zo ja, hoe gaat u dit voorkomen?
Kunt u toezeggen dat de landbouwvrijstelling van toepassing blijft wanneer grond in het kader van noodzakelijke wisselteelt tijdelijk wordt uitgeruild tegen vervangende grond, zodat het beteelde areaal op peil kan blijven en het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen kan worden beperkt?
Bent u bereid de voorwaarden zo aan te passen dat tijdelijke uitgebruikgeving door een melkveehouder voor noodzakelijke wisselteelt niet leidt tot verlies van de landbouwvrijstelling over de betreffende periode? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de zorg dat de huidige voorwaarden nadelig kunnen uitpakken voor de voedselzekerheid en sierteeltsector? Kunt u uw antwoord onderbouwen?
Erkent u dat de regeling ook de extensivering van de melkveehouderij kan bemoeilijken, doordat de vraag naar geschikte wisselteeltgrond en daarmee de grondprijs verder kan stijgen? Hoe gaat u voorkomen dat melkveehouders hierdoor moeilijker extra grond kunnen verwerven?
Wat gebeurt er bij een bedrijfsoverdracht binnen de familie met een fiscale claim die is ontstaan doordat grond tijdelijk voor wisselteelt uit gebruik is gegeven? Kan deze claim worden doorgeschoven naar de bedrijfsopvolger en, zo ja, onder welke voorwaarden?
Bent u gezien de gevolgen voor reeds gemaakte teeltplannen bereid tijdelijk maatwerk of een ruimere overgangsregeling toe te passen totdat een structurele oplossing is gevonden?
1) Aaf.nl, 13 maart 2026, Landbouwvrijstelling en vruchtwisseling | aaff