Het antwoord op vragen over het artikel 'IPCC schrapt rampscenario: opwarming hooguit nog ‘maar’ 3,5 graden in 2100'” van 17 juli 2026.
Schriftelijke vragen
Nummer: 2026D39624, datum: 2026-08-28, bijgewerkt: 2026-09-01 14:43, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Krijg melding als deze vragen beantwoord worden:
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: H. Vermeer, Tweede Kamerlid (BBB)
Onderdeel van zaak 2026Z17358:
- Gericht aan: S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei
- Gericht aan: V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
(ingezonden 28 augustus 2026)
Vragen van het lid Vermeer (BBB) aan de ministers van Klimaat en Groene Groei en van Infrastructuur en Waterstaat over het antwoord op vragen over het artikel 'IPCC schrapt rampscenario: opwarming hooguit nog ‘maar’ 3,5 graden in 2100'” van 17 juli 2026.
Klopt het dat in uw antwoord op vraag 2 (1) u aangeeft dat in de KNMI’23 klimaatscenario’s gebruik is gemaakt van het hoge emissiescenario SSP5-8.5 om een hoog klimaatscenario af te leiden als worst-case scenario voor de effecten van klimaatverandering met als argument dat “Dit hoge klimaatscenario is ook mogelijk bij lagere emissies als het klimaat gevoeliger blijkt te reageren op een toename in broeikasgassen dan gedacht en/of als terugkoppelingen in de koolstofcyclus de CO2 concentratie sneller doet toenemen dan gedacht.”, waarmee aangetoond is dat het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) ondanks dat nationaal en internationaal onderzoekers al bijna tien jaar waarschuwen dat het RCP8.5-scenario onwaarschijnlijk is en niet meer gebruikt zou moeten worden voor beleidsdoeleinden, toch nog dit onwaarschijnlijke scenario?
Kunt u als dat klopt dan aangeven op welke wetenschappelijke literatuur het KNMI baseert dat er versterkende effecten in het klimaat kunnen zitten waardoor het klimaat nog heftiger kan gaan reageren op een toename van CO2?
Klopt het dat het KNMI zonder wetenschappelijke onderbouwing nieuwe klimaatscenario’s draait waarbij het probeert aan te tonen dat je zelfs met veel lagere emissies toch die hoge opwarming kunt krijgen en dus geen afstand wil nemen van de hoge opwarming en snelle zeespiegelstijging in hun Hoge scenario?
Deelt u de mening en zo nee waarom niet dat in de ‘KNMI-klimaatscenario’s 2023’ er wel wordt gehint dat RCP8.5 niet langer plausibel zou zijn maar toch omschrijft het KNMI in het antwoord op vraag 2 het gebruik van RCP8.5 als een worst-case scenario terwijl die omschrijving in het 66 pagina’s tellende rapport van het KNMI helemaal niet voorkomt en het KNMI en PBL het RCP8.5 scenario in 2014 dus wel degelijk opvoerden als een business-as-usual scenario?
Deelt u de volgende mening: in vraag 26 vraag ik de Kamer met spoed een eerste inventarisatie te sturen van de projecten in Nederland die gebaseerd zijn op RCP8.5 en/of SSP5-8.5 zodat de Kamer kan zien hoe dit scenario heeft doorgewerkt in de samenleving en u antwoord dat u daarvoor onvoldoende aanleiding ziet en verwijst u naar de Kamerbrief ‘KNMI ’23-klimaatscenario’s en doorwerking in Rijksbeleid’ van 8 mei 2024 (2) die een uitgebreid overzicht zou geven, maar die brief zelf noemt RCP8.5 of SSP5-8.5 niet expliciet maar geeft wel aan dat de overheid een scenario gebruikt dat vergelijkbaar is met een hoge-emissiewereld (SSP5-8.5-familie) als basis voor een groot aantal strategische investeringen en beleidsprogramma’s en de brief documenteert daarmee een brede institutionele doorwerking van dit type scenario in de Nederlandse samenleving?
Kunt u de projectlijsten van bijvoorbeeld (en niet limiterend) Rijkswaterstaat, Deltares, ProRail, IPO, Unie van Waterschappen en de provincies waarnaar is gevraagd alsnog aan de Kamer toesturen, ter aanvulling op de genoemde brief van minister Harbers die weliswaar bewijst dat de beleidsmatige doorwerking groot is, maar nog geen inventarisatie van de feitelijke projectmatige doorwerking oplevert en alleen programma’s weergeeft?
(1) Aanhangsel Handelingen II, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2571
(2) Kamerstuk 32 813, nr. 1386