Antwoord op vragen van het lid Koorevaar over Ecoregelingen
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D39654, datum: 2026-08-28, bijgewerkt: 2026-08-28 15:47, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Onderdeel van zaak 2026Z16350:
- Gericht aan: J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 2808
Antwoord van minister Van Essen (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) (ontvangen 28 augustus 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2621
1.
Bent u op de hoogte van het nieuwsbericht “Negatieve
beschikkingen eco-regeling 2025: LTO blijft aandringen op
herbeoordeling” waaruit blijkt dat maar weinig
herbeoordelingen van afgewezen eco-regelingen leiden tot het
terugdraaien van een afwijzing?
Antwoord
Ja, ik ben bekend met het nieuwsbericht.
2.
Hoeveel van de toegezegde 1345 herbeoordelingen zijn intussen
gedaan?
Antwoord
N.a.v. motie Koorevaar (Kamerstuk 21501-32, nr. 1789) heeft RVO inmiddels alle 1345 van de toegezegde herbeoordelingen uitgevoerd. De motie verzocht om beschikkingen opnieuw te beoordelen die hadden geleid tot substantiële verlagingen of afkeuringen van vergoedingen binnen de Eco-regeling, waarbij menselijke beoordeling een zwaardere rol krijgt. Aanvullend heeft RVO ook de dossiers waarin de eco-activiteit ‘Groenbedekking’ was afgekeurd door doodgevroren gewas en dit financiële gevolgen had, opnieuw beoordeeld.
3.
Hoeveel van de herbeoordelingen leiden tot een positieve beschikking waar die eerder negatief was?
Antwoord
Van de inmiddels herbeoordeelde dossiers heeft RVO in 386 gevallen
vastgesteld dat het herbeoordelen van de eco-activiteit Groenbedekking
alsnog heeft geleid tot een hogere vergoeding
4.
Hoeveel andere bezwaren op de (pro-forma) beschikkingen 2025 heeft de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) intussen ontvangen en wat is de stand van zaken (aandeel ingediend versus afgehandeld) van de ingediende bezwaren 2025?
Antwoord
RVO heeft inmiddels 5306 bezwaren ontvangen tegen de beschikkingen over 2025. Daarvan zijn 168 bezwaren afgehandeld en zijn 5138 bezwaren nog in behandeling. RVO registreert in de bezwaarprocedure niet op welke specifieke onderdelen van een beschikking bezwaar wordt gemaakt. Een bezwaar kan bovendien betrekking hebben op meerdere onderdelen van een aanvraag. Daardoor kan niet worden aangegeven welk deel van de bezwaren specifiek betrekking heeft op specifieke activiteiten.
5.
Is beheer (maaien en klepelen) van percelen waarvoor de eco-regeling minimaal 80 procent groenbedekking vereist is, toegestaan?
Antwoord
Of beheer van een perceel is toegestaan, hangt af van de
betreffende eco-activiteit en de daarbij behorende subsidievoorwaarden.
Voor verschillende eco-activiteiten is beheer, waaronder maaien en
klepelen, toegestaan. Voor de eco-activiteit Groene braak geldt dat het
perceel gedurende de vereiste periode minimaal 80% zichtbaar bedekt moet
zijn met het aangegeven gewas. Maaien of klepelen is daarbij toegestaan,
maar het maaisel moet op het perceel blijven liggen en mag niet worden
afgevoerd. Het uitvoeren van beheer laat de verplichting om gedurende de
vereiste periode aan de voorwaarden voor bedekking te voldoen
onverlet.
6.
Is het AMS-systeem in staat om voldoende bodembedekking door droog/afgestorven/afgevroren/gemaaid/geklepeld gewas te herkennen en te beoordelen?
Antwoord
Het AMS is ontwikkeld om op basis van satellietbeelden en algoritmen te beoordelen of aan de subsidievoorwaarden wordt voldaan. In specifieke situaties, bijvoorbeeld bij doodgevroren, verdroogd of gemaaid gewas, kan de interpretatie van satellietbeelden complex zijn. Door AMS als afwijkend beoordeelde ("rode") percelen worden daarom alsnog door een medewerker beoordeeld, die naast satellietdata ook andere gegevens bij de beoordeling kan betrekken. En aanvullend houdt RVO rekening met vorstgevoelige gewassen en vorstperiodes bij de eco-activiteit Groenbedekking. Bij de eco-activiteit Groene braak is de werkwijze aangepast om beter rekening te houden met onder andere maaien, droogte en klepelen. De wijze waarop beelden worden geïnterpreteerd en wanneer aanvullende menselijke beoordeling nodig is, wordt door RVO continu verder ontwikkeld en verbeterd.
7.
Het AMS-systeem en de praktijk lijken niet overeen te komen. Hoe gaat u om met deze zorg en hoe kalibreert u het AMS-systeem op de praktijk (inclusief weersomstandigheden/klimaat/groeiverloop/et cetera)?
Antwoord
Het AMS wordt jaarlijks gevalideerd aan de hand van onder meer
veldwaarnemingen, controles ter plaatse en analyses van de uitkomsten.
De resultaten van de herbeoordelingen van Groenbedekking geven geen
aanleiding om te concluderen dat sprake is van structureel onjuiste
beoordelingen door het AMS. Wel blijkt dat menselijke beoordeling in
specifieke situaties, bijvoorbeeld bij mogelijke gewasschade door
weersomstandigheden, van meerwaarde blijft. Samen met RVO blijf ik
daarom bezien hoe de toepassing van AMS en de aanvullende menselijke
beoordeling verder kunnen worden verbeterd, waarbij ook rekening wordt
gehouden met weersomstandigheden, het groeiverloop en andere
agronomische omstandigheden.
8.
Veel boeren ontvingen de beschikking 2025 pas laat in het voorjaar van 2026, toen de betreffende percelen alweer in gebruik waren voor het bouwjaar 2026. Als die boeren bezwaar willen maken, maar geen foto of satellietmateriaal of andere data beschikbaar hebben om hun gelijk te onderbouwen, wat kunnen zij dan wel doen om het bezwaar te onderbouwen?
Antwoord
Ook wanneer een agrariër niet beschikt over eigen foto’s of andere bewijsmiddelen, kan deze bezwaar maken tegen een beschikking. RVO betrekt bij de beoordeling van het bezwaar de beschikbare gegevens die relevant zijn voor de beoordeling, waaronder de satellietbeelden en andere gegevens die bij de oorspronkelijke beoordeling zijn gebruikt.
Agrariërs kunnen daarnaast zelf beschikbare informatie aanleveren die hun bezwaar ondersteunt, zoals teeltregistraties, gegevens over uitgevoerde werkzaamheden of andere relevante bedrijfsgegevens. Satellietdata, in de vorm van luchtfoto's, zijn openbaar en te vinden via het satellietdataportaal van de Netherlands Space Agency (NLSA). De aanvullende beoordeling van de beschikbare gegevens kan bij RVO worden opgevraagd.
9.
Als een boer die bezwaar maakt tegen een beschikking vraagt om de satellietbeelden van de RVO, krijgt de boer die dan altijd ook voor de hele periode waarop de beschikking betrekking heeft? Zo nee, waarom niet? Wat kan een boer in dat geval doen?
Antwoord
Een agrariër kan RVO verzoeken om de beschikbare gegevens die ten grondslag liggen aan de beoordeling van een eco-activiteit, waaronder de gebruikte satellietbeelden. RVO verstrekt de beelden en gegevens die bij de beoordeling van de betreffende eco-activiteit zijn gebruikt en die betrekking hebben op de relevante verplichtingsperiode.
Als een agrariër van mening is dat bepaalde relevante gegevens ontbreken, kan hij of zij dit bij RVO aangeven en deze informatie betrekken bij een bezwaarprocedure.
10.
Klopt het dat het aantal deelnemers aan de eco-regeling met ruim 6 procent is gedaald ten opzichte van 2025? Wat vindt u hiervan? Wat wilt u doen om deze trend te keren?
Antwoord
Van de 43.276 GLB-deelnemers, hebben 32.052 boeren gekozen voor deelname aan de Eco-regeling. Dat is circa 6% minder dan in 2025. Ik neem deze daling uiteraard serieus. Uit een analyse van RVO blijkt dat de oorzaken divers zijn. Een deel van de voormalige deelnemers heeft in 2026 geen GLB-aanvraag meer ingediend, bijvoorbeeld vanwege een bedrijfsbeëindiging of bedrijfsoverdracht. Daarnaast is er een groep die wel een GLB-aanvraag heeft ingediend, maar ervoor heeft gekozen niet meer deel te nemen aan de Eco-regeling. Bij een deel van deze groep kan een lagere beschikking dan aangevraagd invloed hebben gehad op deze keuze. Ik vind het belangrijk dat de Eco-regeling aantrekkelijk blijft voor agrariërs. Daarom werk ik aan de aangekondigde aanpassingen van de regeling in 2027, waaronder een flexibelere puntensystematiek en uitbetaling op basis van de daadwerkelijk behaalde waarde van eco-activiteiten (Kamerstuk 28625, nr.383).
11.
Boeren worden in 2026 opnieuw geconfronteerd met grote hitte en
droogte. De RVO heeft de peildatum voor enkele eco-activiteiten
uitgesteld naar 1 juli. De hitte en droogte duren echter voort en dit
heeft grote invloed op de mate waarin boeren de eisen aan deelname aan
de eco-regeling kunnen naleven. Wilt u toezeggen om bij de controles op
de naleving van de eco-activiteiten in 2026 hier mee rekening te houden
en coulance te betrachten bij afwijkingen? Wat kan u praktisch doen om
een herhaling van 2025 te voorkomen? Wilt u toezeggen om controles voor
een bepaalde tijd op te schorten als de boer aangeeft dat het moment
bijzonder ongelukkig gekozen is gezien de droogte?
Antwoord
Ik heb voor dit jaar, vanwege de droogte, reeds besloten om
voor drie eco-activiteiten de beoordelingsdatum te verschuiven naar 1
juli. Ook hanteert RVO dit jaar voor controles van verschillende
activiteiten een langere periode voor het insturen van
een geotagfoto, zodat agrariërs langer de gelegenheid hebben om een
representatieve foto van de uitvoering van een activiteit aan te
leveren. De Europese GLB verordeningen bieden verder ruimte om bij
extreme weersomstandigheden, zoals droogte, overmacht te bieden aan
landbouwers die door deze omstandigheden zijn getroffen. Van die ruimte
wil ik gebruik maken door heel Nederland aan te wijzen als gebied waar
sprake is van extreme droogte en daarbij overmacht toe te kennen voor
twee conditionaliteitsvoorwaarden en een aantal subsidievoorwaarden
binnen de eco-regeling.
12.
Welke lessen leert u naar aanleiding van de vele problemen met
de eco-regeling voor het toekomstige Gemeenschappelijk Landbouwbeleid
(GLB) 2028-2034? Wilt u toezeggen hierover met de sector te blijven
overleggen?
Antwoord
De ervaringen met de huidige Eco-regeling laten zien dat onder andere voorspelbaarheid en doenbaarheid belangrijke voorwaarden zijn voor een succesvolle Eco-regeling. Ik zet mij daarom in voor een GLB waarin doelgerichtheid en werkbaarheid hand in hand gaan. Daarbij vind ik het van belang dat agrariërs voldoende handelingsperspectief hebben en dat de administratieve lasten beperkt blijven. Ik blijk hierover nadrukkelijk in gesprek met sectorpartijen, uitvoeringsorganisaties en andere betrokkenen, zowel bij de verdere uitwerking van de Eco-regeling vanaf 2027 als in de Nederlandse inzet voor het GLB na 2027.