Evaluatierapporten ondersteuning klokkenluiders
Wijziging van de Wet Huis voor klokkenluiders en enige andere wetten ter implementatie van Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 (PbEU 2019, L 305) en enige andere wijzigingen
Brief regering
Nummer: 2026D39686, datum: 2026-08-28, bijgewerkt: 2026-09-01 14:35, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Ooit CDA kamerlid)
- Rapport evaluatie rechtsbijstand en mediation klokkenluiders
- Rapport evaluatie voorziening psychosociale ondersteuning klokkenluiders
- Beslisnota bij Kamerbrief over evaluatierapporten ondersteuning klokkenluiders
Onderdeel van kamerstukdossier 35851 -75 Wijziging van de Wet Huis voor klokkenluiders en enige andere wetten ter implementatie van Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 (PbEU 2019, L 305) en enige andere wijzigingen .
Onderdeel van zaak 2026Z17390:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-09-10 11:30 ⇒ (Concept voorstel)
- 2026-09-02 14:29 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-09-02 14:29: Aanvang aansluitend aan de beëdiging: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-09-10 11:30: Procedurevergadering Binnenlandse Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
Preview document (🔗 origineel)
35 851 Wijziging van de Wet Huis voor klokkenluiders en enige andere wetten ter implementatie van Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 (PbEU 2019, L 305) en enige andere wijzigingen
Nr. 75 Brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 28 augustus 2026
Melders leveren een belangrijke maatschappelijke bijdrage door vermoedens van mogelijke misstanden in de zin van de Wet bescherming klokkenluiders (hierna: de Wbk) te melden. Het is van belang dat zij tijdens het meldproces kunnen rekenen op passende en kosteloze ondersteuning. In de Kamerbrief van 10 juli 2025 is uw Kamer toegezegd dat het ondersteuningsaanbod psychosociaal, rechtsbijstand en mediation begin 2026 zou worden geëvalueerd.1 Het onderzoeksbureau Kwink Groep heeft beide evaluaties afgerond. Met deze brief informeer ik uw Kamer over de rapporten ‘evaluatie voorziening psychosociale ondersteuning klokkenluiders’ en ‘evaluatie voorziening rechtsbijstand en mediation klokkenluiders’.
Ondersteuning klokkenluiders
Sinds 1 september 2022 komen melders van vermoedens van misstanden, personen die een melder bijstaan en betrokken derden (hierna: melders) na doorverwijzing van het Huis voor Klokkenluiders (hierna: het Huis) in aanmerking voor kosteloze psychosociale ondersteuning via Slachtofferhulp Nederland (hierna: SHN). Deze voorziening heeft als doel psychosociale ondersteuning te verstrekken aan melders van een vermoeden van een misstand. De psychosociale ondersteuning door SHN loopt tot 1 september 2027.
Sinds 1 februari 2024 kunnen potentiële melders op grond van de Subsidieregeling rechtsbijstand en mediation na doorverwijzing van het Huis2 in aanmerking komen voor kosteloze rechtsbijstand door een advocaat of mediation door een mediator via de Raad voor de Rechtsbijstand (hierna: de Raad). Het doel van deze regeling is om te voorzien in adequate en kosteloze gefinancierde rechtsbijstand en mediation voor melders. De Subsidieregeling rechtsbijstand en mediation loopt tot 1 februari 2028.
De voorzieningen zijn ingesteld naar aanleiding van de evaluatie van de Wet Huis voor klokkenluiders uit 20203, waarin is geconstateerd dat ondersteuning in de vorm van psychosociale en rechtsbijstand voor melders van vermoedelijke misstanden van groot belang is, en een goede organisatie hiervan een bijdrage levert aan de doelen van de Wet bescherming klokkenluiders (hierna: Wbk).
De voorzieningen beogen de meldingsbereidheid van melders te verhogen, conflicten op de werkvloer tussen werkgevers en melders te voorkomen dan wel te de-escaleren, de rechtsbescherming van klokkenluiders te vergroten en bij te dragen aan het oplossen van misstanden in de zin van de Wbk.
Evaluaties
Het onderzoeksbureau Kwink heeft het ondersteuningsaanbod voor melders geëvalueerd om inzicht te krijgen in hoeverre ze bijdragen aan de doelen waarvoor zij zijn ingericht, hoe zij functioneren, de mate waarin ze aansluiten bij de behoefte van melders, en welke mogelijke aanknopingspunten ze bieden voor een structurele vormgeving van het ondersteuningsaanbod.
De rapporten bevestigen, helaas, dat het meldproces voor klokkenluiders vaak belastend is en onderstreept het belang van goede ondersteuning. Te meer nu klokkenluiders met het melden van mistanden een belangrijke maatschappelijke bijdrage leveren. Met tevredenheid heb ik kennisgenomen dat melders die gebruik hebben gemaakt van één of beide voorzieningen, deze als positief beoordelen en aangeven dat deze voorzien in een ondersteuningsbehoefte en helpen het meldingsproces voort te zetten. Enkele melders geven aan een andere verwachting van het ondersteuningsaanbod te hebben. Uit de evaluatie volgt verder dat de voorziening bij zowel melders als partijen die melders bijstaan, zoals vertrouwenspersonen en vakbonden, in beperkte mate bekend is.
Resultaten evaluatie psychosociale ondersteuning klokkenluiders
Een belangrijke conclusie uit het rapport is dat de voorziening voorziet in een behoefte van melders. SHN biedt een luisterend oor, erkenning en steun bij het omgaan met spanning, onzekerheid en langdurige belasting. De voorziening helpt melders met name om het meldproces vol te houden, rust te vinden en beter om te gaan met de emotionele belasting die daarmee gepaard gaat.
Verder laat het rapport zien dat de voorziening organisatorisch goed is ingericht. Het Huis functioneert als toegangspoort en verzorgt de doorverwijzing naar Slachtofferhulp Nederland. Het aanmelden en doorverwijzen van melders naar SHN door het Huis verloopt soepel. Daarbij waarderen melders en betrokken partijen dat er geen sprake is van wachttijden.
Tegelijkertijd blijkt dat een deel van de melders intensievere psychologische hulp verwachtte en daar behoefte aan heeft. De voorziening is echter bewust ingericht als laagdrempelige psychosociale ondersteuning en niet als gespecialiseerde psychologische hulpverlening. Door deze vorm laagdrempelig te organiseren konden melders snel geholpen worden, zonder lange wachttijden. Uit de evaluatie volgt dat melders de laagdrempelige toegang en het snelle contact met SHN waarderen. Verder was ten tijde van de start van de voorziening nog niet duidelijk in hoeverre intensievere psychologische hulp nodig zou zijn. Voor een beeld is in de evaluatie hier naar gevraagd.
Aanbevelingen psychosociale ondersteuning klokkenluiders
De onderzoekers bevelen aan door te gaan met het aanbieden van de psychosociale ondersteuning en deze aan te vullen met een intensievere psychologische ondersteuning. De voorziening loopt in ieder geval tot 1 september 2027. Verder wordt aanbevolen om de ondersteuning laagdrempelig toegankelijk te houden, zonder lange wachttijden. Tot slot, bevelen de onderzoekers aan om de bekendheid en vindbaarheid van de voorziening te verbeteren.
Resultaten evaluatie rechtsbijstand en mediation klokkenluiders
Belangrijke conclusies uit het rapport zijn dat de voorziening de rechtsbescherming van melders vergroot, hen helpt bij de nadelige rechtsgevolgen van het melden, de bescherming van hun rechten ten opzichte van werkgevers versterkt en hen beter in staat stelt om hun rechtspositie te bewaken.
De voorziening voorziet in een behoefte aan kosteloze juridische ondersteuning voor melders voor wie het anders financieel niet haalbaar zou zijn een advocaat in te schakelen. Dit wordt door hen gewaardeerd. Een deel van de melders verwachtte dat de juridische bijstand meer gericht zou zijn op het onderzoeken en oplossen van misstanden. In het huidige stelsel ligt de onderzoeks- verantwoordelijkheid bij werkgevers en de bevoegde autoriteiten. De voorziening is gericht op juridische bijstand bij de nadelige rechtsgevolgen van een melding.
Op grond van deze conclusies ben ik positief gestemd dat de voorziening kan bijdragen aan een effectievere bescherming van de rechten van melders in de praktijk, zoals het benadelingsverbod en de bescherming tegen aansprakelijkheid.
En ook dat de voorziening indirect kan bijdragen aan het oplossen van misstanden, dat het melders steun biedt, hen helpt het meldtraject voort te zetten, deze toegankelijk is voor doorverwezen melders en dat zij weinig drempels ervaren in het gebruik ervan.
Het rapport laat verder zien dat advocaten en mediators overwegend positief over de voorziening zijn, hoewel zij kritisch over de vergoeding zijn. De voorziening functioneert in de basis goed: er is sprake van goede samenwerking tussen betrokken partijen met een duidelijke en logische rolverdeling.
Tot slot kon het effect van mediation in deze evaluatie niet worden gemeten, omdat er nagenoeg geen gebruik van is gemaakt.
Aanbevelingen rechtsbijstand en mediation ondersteuning klokkenluiders
Allereerst bevelen de onderzoekers aan om in te zetten op de bekendheid en vindbaarheid van de voorziening. Verder wordt aanbevolen om onderzoek te doen naar de vergoeding van advocaten, en deze zo nodig aan te passen. Het door het Kenniscentrum van de Raad toegezegde onderzoek naar de tijdsbesteding van advocaten en mediators zal worden betrokken bij het vaststellen van de vergoeding.4 Tot slot is er de aanbeveling om het matchingsproces van de Raad waarbij een melder en advocaat gekoppeld worden, te verbeteren. De Raad neemt de aanbeveling mee in de doorontwikkeling van matching.
Ondersteuningsaanbod klokkenluiders
Ik ben verheugd dat beide rapporten laten zien dat zowel het psychosociale als het juridische ondersteuningsaanbod voorziet in een behoefte van melders, hen steun biedt in moeilijke omstandigheden en door hen worden gewaardeerd. De rapporten geven aanbevelingen en aanleiding om de vormgeving van de voorzieningen op de lange termijn te verkennen.
Ik zie bovendien de toegevoegde waarde van het verder vergroten van de kenbaarheid van de voorzieningen. Als bij meer melders bekend is welke ondersteuningsmogelijkheden er zijn, kan het eraan bijdragen dat ze een melding durven te doen. Met de voorzieningen kan het doenvermogen van een melder worden versterkt en kunnen bijdragen aan het oplossen van misstanden in de zin van Wbk.
In de stand van zakenbrief van 10 juli 20255 ga ik in op de moties van oud-Lid Temmink en Lid van Dijk6,7, over een onafhankelijk klokkenluidersfonds en het gebruiken van boeteopbrengsten uit sancties van het Huis voor een klokkenluidersfonds. Ik heb aangegeven deze moties te zien als steun voor het beleid om psychosociale en juridische ondersteuning aan klokkenluiders te bieden, en dat hiervoor middelen beschikbaar zijn. Ik zal mij de komende periode beraden op de opvolging van de aanbevelingen en nader uitwerken hoe de voorzieningen voor klokkenluiders op de lange termijn in te richten.
Kortom, beide evaluaties betrek ik bij de verdere uitwerking van het ondersteuningsaanbod. Verder gebruik ik ook de eerdere evaluatie van de pilot mediation en juridische ondersteuning klokkenluiders bij de sector Rijk.8 Daarnaast start eind 2026 de wetsevaluatie Wbk. De inzichten uit deze wetsevaluatie wil ik bij dit vraagstuk ook betrekken.
Ik ga hiervoor in overleg met de relevante stakeholders zoals onder meer het Huis en de Raad. Ik informeer uw Kamer voorjaar 2027 nader over de opvolging van de aanbevelingen en de structurele vormgeving van de ondersteuning aan klokkenluiders.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
P.E. Heerma
Kamerstukken II 2024-2025, nr. 35581, nr. 74.↩︎
Stcrt. 2024, nr. 960.↩︎
Kamerstukken 2020-2021, 33 258, nr. 51, p. 11.↩︎
Het kenniscentrum zal onderzoek doen mits voor het einde van de looptijd van de voorziening rechtsbijstand en mediation de urenbesteding in 50 voldoende vergelijkbare zaken zijn vastgesteld.↩︎
Kamerstukken II 2024-2025, nr. 35581, nr. 74.↩︎
Kamerstuk 35851, nr. 56.↩︎
Kamerstuk 35851, nr. 57.↩︎
Kamerstukken II 2024–2025, 35851, nr. 64 zie bijlage bij de brief 30 oktober 2024.↩︎