Gezond en veilig op de stageplaats
Arbeidsomstandigheden
Brief regering
Nummer: 2026D39694, datum: 2026-08-28, bijgewerkt: 2026-09-02 12:59, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 25883 -551 Arbeidsomstandigheden.
Onderdeel van zaak 2026Z17393:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-09-03 14:19 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-09-03 14:19: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-09-08 16:30: Procedurevergadering Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Preview document (🔗 origineel)
25 883 Arbeidsomstandigheden
31 524 Beroepsonderwijs en Volwassenen Educatie
Nr. 551 Brief van de minister van Werk en Participatie
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 28 augustus 2026
Voldoende gekwalificeerd personeel is essentieel voor de toekomst. Dit geldt zeker in sectoren waar nu al sprake is van tekorten zoals de techniek. Om dit voor elkaar te krijgen zullen we jongeren moeten opleiden. In het middelbaar beroepsonderwijs wordt in alle opleidingen leren en werken gecombineerd. Dit maakt dat jongeren met de juiste vaardigheden en kennis de arbeidsmarkt betreden. Door specifieke regels in het Arbeidsomstandighedenbesluit (hierna: Arbobesluit) mogen jeugdige studenten op school bepaalde werkzaamheden wel uitvoeren, terwijl zij dit tijdens hun stage of leerbaan bij een bedrijf (hierna: stageplaats) niet mogen doen. Hierdoor mogen jeugdige stagiairs1 bijvoorbeeld niet houtbewerken of lassen op de stageplaats.
In recente inspectieprojecten over blootstelling aan gevaarlijke stoffen, heeft de Nederlandse Arbeidsinspectie met grote regelmaat situaties aangetroffen waarin jeugdigen werkzaamheden verrichten die op grond van deze specifieke regels niet zijn toegestaan. Bij deze inspecties is ook gezien dat een aanzienlijk deel van de (leer)bedrijven onvoldoende maatregelen neemt om hun werknemers te beschermen tegen blootstelling aan gevaarlijke stoffen. De Arbeidsinspectie heeft daarom onlangs aan de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (hierna: SBB)2 aangekondigd in het nieuwe schooljaar te zullen handhaven op deze regels.
Eind vorig jaar gaven VNO-NCW, MKB-Nederland en verschillende brancheorganisaties aan dat de arboregels een belemmering vormen voor het aanbieden van stageplaatsen. Door de aangekondigde handhaving groeien de zorgen bij hen en SBB over het stage-aanbod.
Zij verwachten dat met name opleidingen in de beroepsbegeleidende leerweg (BBL-opleidingen), maar ook opleidingen die in de beroepsopleidende leerweg (de BOL-variant) en de loopbaan begeleidende leerweg (de LBL-variant) worden aangeboden, in diverse sectoren onder druk zullen komen te staan. Ook geven zij aan dat bedrijven mogelijk zullen stoppen als leerbedrijf uit vrees voor boetes van de Arbeidsinspectie. Dit zou kunnen betekenen dat een deel van de huidige studenten problemen zal ervaren met het afronden van de opleiding, en dat bepaalde opleidingen in de toekomst niet meer mogelijk zijn voor jeugdige stagiairs. Dit kan gevolgen hebben voor de kansen van deze jeugdigen op de arbeidsmarkt. Op dit moment zijn er ongeveer 24.000 BBL-, 144.000 BOL- en minder dan 500 LBL-studenten onder de 18 jaar. Deze toekomstige werkenden zijn hard nodig op de arbeidsmarkt, zeker in tekortsectoren zoals de techniek.
Stages vormen een belangrijke schakel tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt. Ze bieden studenten praktijkervaring en helpen hen vaardigheden te ontwikkelen. Op de stageplaats moet het werk voor jeugdige stagiairs veilig zijn en voldoen aan de Nederlandse wet- en regelgeving die voortvloeit uit en aansluit op de Europese richtlijn over de bescherming van jongeren op het werk. Jeugdige werknemers mogen echter niet werken met of blootgesteld worden aan bepaalde schadelijke stoffen, schadelijke trillingen en hoge geluidsniveaus.3 Het EU-recht biedt zeer beperkt ruimte om gevaarlijke werkzaamheden door jeugdige stagiairs op de stageplaats wel toe te staan.4 Daarvan wordt in de Nederlandse wet- en regelgeving geen gebruik gemaakt.
Gezond en veilig werken, ook van jongeren, staat voor mij voorop. We hebben jongeren hard nodig voor de innovatieve, productieve economie en samenleving van de toekomst. Het is belangrijk jongeren te beschermen tegen de risico’s van gevaarlijke werkzaamheden. Door een gebrek aan ervaring of omdat hun geestelijke ontwikkeling nog niet is voltooid, kunnen zij die risico’s in sommige gevallen minder goed inschatten. Omdat hun lichaam nog niet volledig is ontwikkeld, kan blootstelling bovendien meer impact hebben dan bij een volwassene. Tegelijkertijd is het op een gezonde en veilige wijze leren omgaan met gevaarlijke werkzaamheden voor sommige beroepen een onmisbaar en onvermijdelijk onderdeel van de opleiding. Ik ga het komend schooljaar verkennen hoe met gebruik van de uitzonderingsmogelijkheid uit de richtlijn invulling kan worden gegeven aan de ruimte die het EU-recht biedt om buiten de onderwijsinrichting – op de stageplaats – ervaring op te doen met werkzaamheden die gevaarlijk kunnen zijn. Dit doe ik in nauwe samenwerking met onder meer de sociale partners via de Stichting van de Arbeid en de SBB. Daarbij moet de bescherming van de gezondheid en veiligheid van stagiairs voorop staan en gegarandeerd zijn.
Voor de ontwikkeling van de vaardigheden van jeugdigen en hun latere kansen op de arbeidsmarkt, is het van belang dat er zekerheid is over de mogelijkheden om op stage te gaan of een stageplek aan te bieden. Daarom sta ik, in afwachting van de uitkomsten van de verkenning, voor het schooljaar 2026/2027 toe dat werkzaamheden met veiligheidsrisico’s zoals houtbewerken en lassen ook op de stageplaats door 16- en 17-jarigen kunnen worden aangeleerd. Hierbij gelden belangrijke waarborgen, zodat de stageplaats voor deze jeugdigen een gezonde en veilige leer-werkomgeving is.
Zo moet ook op stageplaatsen de arbeidshygiënische strategie onverkort worden toegepast. Daarin geldt dat gevaren en risico’s zoveel mogelijk moeten worden voorkomen of beperkt. Gezien de hogere risico’s voor jongeren is dit extra belangrijk.
De werkgever is verder op grond van de richtlijn verplicht ervoor te zorgen dat deze gevaarlijke werkzaamheden enkel worden uitgevoerd door 16- en 17-jarige stagiairs als dit volstrekt noodzakelijk is voor de beroepsopleiding5, als er adequaat toezicht is6 en als de bescherming van de gezondheid en veiligheid van de jeugdige stagiairs gegarandeerd is. Ook moet vanzelfsprekend worden voldaan aan alle overige wettelijke voorschriften op arboterrein die voor jeugdige werknemers gelden, evenals aan de voorschriften zoals die op volwassen werknemers van toepassing zijn.7
De Nederlandse Arbeidsinspectie ziet hierop toe en zal haar toezicht in het studiejaar 2026/2027 als volgt inrichten. Als de Arbeidsinspectie bij het reguliere toezicht constateert dat sprake is van een overtreding op de werkplek, gaat de Arbeidsinspectie handhaven. Als daarbij jeugdigen betrokken zijn en die werkzaamheden zijn op grond van het Arbobesluit voor hen verboden, moeten de jeugdigen deze werkzaamheden staken en kan de inspecteur een boeterapport aanzeggen. Dit kunnen zowel stagiairs zijn als gewone werknemers. Jeugdige stagiairs mogen de werkzaamheden uitsluitend hervatten als de werkplekovertreding voor hen is opgeheven en wordt voldaan aan de eerder in deze brief genoemde voorwaarden voor het uitvoeren van gevaarlijke werkzaamheden door jeugdige stagiairs. Dit betekent onder andere dat het toezicht op de jeugdige stagiairs adequaat georganiseerd is.8 Als de Arbeidsinspectie twijfels heeft of de aangetroffen werkzaamheden wel volstrekt noodzakelijk zijn voor de beroepsopleiding, kan de Arbeidsinspectie daarvan melding doen aan SBB.
Ik vind het belangrijk dat werkgevers zich maximaal inspannen om de gezondheid en veiligheid van jeugdige stagiairs te waarborgen. Ook is aandacht nodig voor de grote gevaren die sommige werkzaamheden met zich meebrengen. Als werkgevers zich hiervoor maximaal inspannen, verwacht ik dat jeugdige stagiairs hun opleidingen gezond en veilig kunnen volgen en afronden. En dat zij na afronding van hun opleiding met de juiste vaardigheden en kennis, gezond en veilig aan het werk kunnen op de arbeidsmarkt.
Ik zal uw Kamer hiervan op de hoogte houden.
De minister van Werk en Participatie,
A.A. Aartsen
Deze term sluit aan bij de term jeugdige werknemer in het Arbobesluit. Dit is een werknemer jonger dan 18 jaar. In de BOL wordt gesproken over stagiair en stageplaats. In de BBL over leerling-werknemer en leerwerkplek. Kortheidshalve houdt de brief de termen stagiair en stageplaats aan.↩︎
De SBB voert taken uit in opdracht van OCW, zoals het erkennen en begeleiden van leerbedrijven, onder andere voor stages en leerwerkplekken. Ook ontwikkelt de SBB de kwalificatiestructuur en levert ze stage- en arbeidsmarktinformatie. Tot slot is de SBB de plek waar beroepsonderwijs en bedrijfsleven afspraken maken over de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt.↩︎
Zie artikel 7, tweede lid, van de richtlijn 94/33/EC van de Raad van 22 juni 1994 betreffende de bescherming van jongeren op het werk.↩︎
Artikel 7, derde lid, van de richtlijn 94/33/EC van de Raad van 22 juni 1994 betreffende de bescherming van jongeren op het werk.↩︎
Voor de invulling hiervan wordt bekeken in hoeverre de werkzaamheden die vanuit het bedrijf aangeboden worden voldoende aansluiten bij de werkprocessen van de kwalificatie waarvoor het bedrijf is erkend. Het kwalificatiedossier vormt daarbij het uitgangspunt, omdat hierin de voor de opleiding geldende kerntaken en werkprocessen zijn beschreven.↩︎
Zie onder andere artikel 1.37 van het Arbobesluit over deskundig toezicht, en artikel 1.36 over nadere voorschriften voor de risico-inventarisatie en –evaluatie als in een bedrijf of inrichting jeugdige werknemers werkzaam (kunnen) zijn.↩︎
Naast de Arbowetgeving, zijn ook regels voor jeugdige werknemers opgenomen in de Arbeidstijdenwet.↩︎
Zie voetnoot 6.↩︎