[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Antwoord op vragen van het lid Faber over de bevoegdheden van boa’s

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D39768, datum: 2026-08-28, bijgewerkt: 2026-08-28 17:05, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z15962:

Preview document (🔗 origineel)


AH 2824

2026Z15962

Antwoord van minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 28 augustus 2026)

Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2619

Vraag 1

Klopt het dat vanuit de landelijke leiding van de Nationale Politie is gecommuniceerd naar de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Natuurtoezicht dat vanaf 1 mei 2026 er geen nieuwe handhavingsarrangementen meer worden aangegaan, in afwachting van verdere besluitvorming over de uitvoering van de herziening van het boa-stelsel?

Antwoord op vraag 1

De politie heeft mij laten weten dat er geen stop is op het vastleggen van samenwerkingsafspraken in handhavingsarrangementen of samenwerkingsovereenkomsten. De politie benadrukt voor een gelijkwaardige en complementaire samenwerking met boa’s te staan. Wel zijn er gevallen geweest waarbij het afsluiten van dergelijke overeenkomsten tijdelijk is opgeschort omdat er over de invulling van de te maken afspraken onduidelijkheid bestond. Deze onduidelijkheden zijn inmiddels weggenomen, waarmee de processen voor het afsluiten van dergelijke overeenkomsten weer opgepakt kunnen worden. De politie streeft ernaar deze afspraken landelijk op een eenduidige wijze vorm te geven.

Vraag 2

Zo ja, op welke grondslagen is dit gebaseerd? En is dit geschied in overleg met u?

Antwoord op vraag 2

In een aantal gevallen is het vastleggen van dergelijke afspraken opgeschort omdat onduidelijkheid bestond over de invulling daarvan. Deze onduidelijkheden zijn inmiddels weggenomen. Een algehele stop op het afsluiten van handhavingsarrangementen of samenwerkingsovereenkomsten zou ook een zeer ongelukkige ontwikkeling zijn met het oog op de samenwerking tussen politie en boa’s en de toekenning van geweldmiddelen aan boa’s. Voor de toekenning van geweldmiddelen aan boa’s is immers een handhavingsarrangement of samenwerkingsovereenkomst vereist.

In dit kader wil ik erop wijzen dat het een taak van de politie – Korpschef, als direct toezichthouder - is om toe te zien op een goede samenwerking tussen boa en politie, zowel op basis van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar (artikel 39 BBO) als de Politiewet 2012 (artikel 10 PW). Het vastleggen van samenwerkingsafspraken in een handhavingsarrangement of samenwerkingsovereenkomst is dan ook een verdere verankering van een reeds bestaande verplichting. Binnen het boa-bestel zijn reeds veel handhavingsarrangementen of samenwerkingsovereenkomsten afgesloten en ik hoop dat de partijen die dit nog niet hebben gedaan alsnog snel hun afspraken op papier zullen vastleggen. Het initiatief hiertoe ligt bij boa-werkgevers dan wel de politie. Landelijke formats voor handhavingsarrangementen voor domeinen I en II zijn beschikbaar gesteld als bijlage bij de boa-brief aan de Tweede Kamer van oktober 2025.1

Vraag 3

Bent u het eens met de stelling dat hierdoor een situatie is ontstaan waarin werkgevers wel aan een wettelijke verplichting moeten voldoen, maar dit feitelijk niet meer kunnen, dit omdat sinds 1 mei 2026 een vastgesteld handhavingsarrangement tussen de boa-werkgever, het Openbaar Ministerie en de Nationale Politie een verplichte voorwaarde is voor het aanvragen of verlengen van geweldsmiddelen?

Antwoord op vraag 3

Er is geen stop op het aangaan van handhavingsarrangementen of samenwerkingsovereenkomsten, zoals gemeld bij vraag 1 en 2. Zoals ook staat aangegeven bij de beantwoording van vraag 2, is samenwerking tussen de boa’s en de politie reeds een wettelijk vereiste. Het doel of belang van een handhavingsarrangement of samenwerkingsovereenkomst is dat de betrokken partijen hebben nagedacht over samenwerking en ondersteuning. Het is voor het vaststellen van een samenwerkingsovereenkomst dan ook voldoende om bestaande afspraken op papier te zetten. Er zijn al veel handhavingsarrangementen of samenwerkingsovereenkomsten afgesloten.

Overigens, dat ook het Openbaar Ministerie, als het gezag op de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, betrokken dient te worden bij deze afspraken heeft een praktische reden en betekent niet dat deze ook tekenende partij is bij de te maken afspraken.

Vraag 4

Hoe is het mogelijk dat een wettelijke verplichting op dezelfde dag in werking treedt als waarop de mogelijkheid om aan die verplichting te voldoen, feitelijk wordt beëindigd?

Antwoord op vraag 4

Zie hiervoor de beantwoording bij vragen 1 en 2.

Vraag 5

Welke maatregelen worden genomen om te voorkomen dat boa's hun geweldsbevoegdheden verliezen door een bestuurlijke impasse?

Antwoord op vraag 5

Zoals bij de beantwoording van vraag 1 staat benoemd, zijn de onduidelijkheden over de invulling van de te maken afspraken weggenomen. De processen voor het aangaan van samenwerkingsafspraken in handhavingsarrangementen of samenwerkingsovereenkomsten kunnen daarmee verder worden opgepakt. Daarmee is geen sprake van een bestuurlijke impasse.

Met de aanpassingen van de Beleidsregels boa op 1 mei van dit jaar zijn de criteria voor de toekenning van geweldmiddelen aan boa’s aangepast. Een van de nieuwe criteria is de aanwezigheid van een handhavingsarrangement óf samenwerkingsovereenkomst met de politie. Het vereiste handhavingsarrangement of samenwerkingsovereenkomst ziet enkel op de toekenning van geweldmiddelen aan boa’s, niet op de toekenning van geweldsbevoegdheden (politiebevoegdheden, artikel 7, eerste, derde en vierde lid, Politiewet 2012), opsporingsbevoegdheden of vrijheidsbeperkende middelen.

Ik wil benadrukken dat enkel voor de boa’s voor domein I, indien deze aanspraak willen maken op geweldmiddelen, een handhavingsarrangement vereist is. Dit was ook al vereist vóór de aanpassingen van de toekenningscriteria in de Beleidsregels boa. Voor de overige domeinen volstaat tevens een samenwerkingsovereenkomst. Deze samenwerkingsovereenkomsten zijn vormvrij, terwijl het in de rede ligt om voor het afsluiten van een handhavingsarrangement aansluiting te zoeken bij de eerder genoemde formats. Zoals ook bij het antwoord op vraag 2 staat aangegeven is dan ook voldoende om bestaande afspraken op papier te zetten; er gelden geen minimale vereisten voor het afsluiten van een samenwerkingsovereenkomst, ook niet op welk niveau deze afspraken gemaakt zouden moeten worden. Het is belangrijk om te beseffen dat er slechts een gesprek hoeft plaats te vinden tussen de boa-werkgever en de politie waarna de gemaakte afspraken worden vastgelegd. Specifieke gremia zijn dus niet nodig voor het afsluiten van een samenwerkingsovereenkomst. Een samenwerkingsovereenkomst zou daarmee eenvoudiger af te sluiten moeten zijn dan een handhavingsarrangement.

Vraag 6

Op welke termijn kunnen organisaties weer handhavingsarrangementen sluiten?’

Antwoord op vraag 6

Zie hiervoor het antwoord op vraag 2; er worden nog altijd handhavingsarrangementen of samenwerkingsovereenkomsten afgesloten. In een aantal gevallen is het vastleggen van dergelijke afspraken opgeschort omdat onduidelijkheid bestond over de randvoorwaarden en de inhoud daarvan. Deze onduidelijkheden zijn inmiddels weggenomen en gesprekken tussen partijen over het afsluiten van handhavingsarrangementen en samenwerkingsovereenkomsten kunnen weer worden voortgezet.

Vraag 7

Welke tijdelijke oplossing wordt er geboden om de veiligheid van boa's en de continuïteit van de handhaving te waarborgen?

Antwoord op vraag 7

Er is geen stop op het vastleggen van samenwerkingsafspraken in handhavingsarrangementen of samenwerkingsovereenkomsten. Daarmee is er geen probleem waar een tijdelijke oplossing voor moet worden geboden. Het eventueel opschorten van deze overeenkomsten als voorwaarde voor het toekennen van geweldmiddelen heeft niet de voorkeur, omdat deze overeenkomsten bijdragen aan een betere samenwerking tussen de politie en de boa. Het doel van de overeenkomsten is namelijk dat de betrokken partijen beter weten beter wat ze van elkaar kunnen verwachten. Dit zal resulteren in een zo veilig mogelijke en daarmee adequate taakuitvoering van de boa.


  1. Kamerstukken II, 36395, nr. 22↩︎