Antwoord op vragen van het lid Jimmy Dijk over het artikel uit de Volkskrant: ‘Minima in Amsterdam krijgen 85 euro extra steun, een paar kilometer verderop is het 1050 euro’
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D39819, datum: 2026-08-31, bijgewerkt: 2026-08-31 12:08, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie (Ooit VVD kamerlid)
- Mede namens: J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Ooit D66 kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z16363:
- Gericht aan: J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 2830
Antwoord van minister Aartsen (Werk en Participatie) , mede namens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ontvangen 31 augustus 2026)
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel uit de Volkskrant: ‘Minima in Amsterdam krijgen 85 euro extra steun, een paar kilometer verderop is het 1050 euro’? 1)
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de mening dat in Nederland de bestaanszekerheid van mensen niet postcode-afhankelijk mag zijn? Zo nee, waarom niet? Zo ja waarom wel?
Antwoord 2
Ja. Zoals aangegeven in het coalitieakkoord vindt het kabinet het van belang dat mensen kunnen rondkomen ongeacht hun postcode. In de voortgangsbrief over de hervormingsagenda inkomensondersteuning die op 9 juli jl. aan uw Kamer is aangeboden, is toegelicht dat het kabinet streeft naar een toereikend en toegankelijk stelsel voor het sociaal minimum dat naadloos aansluit op alle andere regelingen in de sociale zekerheid.
Vraag 3
De individuele Inkomenstoeslag kan tussen gemeenten honderden euro’s per maand per persoon schelen. Is dit volgens u acceptabel? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet en wat zou volgens u wel een acceptabel verschil zijn?
Antwoord 3
Het is een bewuste keuze geweest om gemeenten binnen de kaders van de wet ruimte te geven voor een eigen invulling van hun minimabeleid. Het is daarmee onvermijdelijk dat verschillen optreden tussen gemeenten. Deze verschillen zitten zowel in de verschillende regelingen die gemeenten aanbieden als in de voorwaarden die aan deze regelingen verbonden zijn. Te grote en niet uitlegbare verschillen tussen gemeenten in de uitkomst van de ondersteuning zijn hierbij niet wenselijk. In het coalitieakkoord is daarom de ambitie opgenomen om in overleg met gemeenten te werken aan vereenvoudiging en een basisniveau van aanvullende gemeentelijke regelingen. Dit maakt voor mensen het aanbod en de aanvraag van regelingen overzichtelijker.
Omdat de Individuele Inkomenstoeslag onderdeel uitmaakt van het hele palet aan maatregelen die gemeenten in samenhang kunnen inzetten in hun minimabeleid is het niet wenselijk om uitspraken te doen over acceptabele verschillen tussen gemeenten op basis van één regeling, zonder het bredere minimabeleid te kennen waarin de verschillen tot stand zijn gekomen. Zo wordt in het artikel gesproken over de gemeente Amsterdam die een lage Individuele Inkomenstoeslag toekent, maar bijvoorbeeld een uitgebreide Stadspas kent en de gemeente Diemen die een hoge Individuele Inkomenstoeslag verstrekt, maar geen Stadspas heeft.
Vraag 4
Bent u het eens met de voorzitter van de Commissie Sociaal Minimum dat minima gelijk behandeld moeten worden, ongeacht hun woonplaats? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Zoals is aangegeven in het coalitieakkoord vindt het kabinet het van belang dat er een basisniveau komt van aanvullende gemeentelijke regelingen. Te grote en niet uitlegbare verschillen tussen gemeenten zijn hierbij niet wenselijk. Bij het vormgeven van het basisniveau wil het kabinet wel nadrukkelijk oog houden voor gemeentelijke beleidsvrijheid en de mogelijkheden voor maatwerk op lokaal niveau.
Vraag 5
Waarom heeft u sinds het advies van deze Commissie drie jaar geleden, nog geen concrete stappen gezet hierop?
Antwoord 5
Het kabinet heeft in de afgelopen periode stappen gezet om het
gemeentelijk armoedebeleid te verbeteren en te vereenvoudigen, in lijn
met de aanbevelingen van de commissie Sociaal Minimum. In de eerste
voortgangsrapportage van het Nationaal Programma Armoede en Schulden,
die de minister van SZW op
10 maart jl. aan uw Kamer heeft aangeboden, is beschreven welke stappen
in de afgelopen periode zijn gezet om te komen tot beter en eenvoudiger
armoedebeleid. Zo heeft Divosa op verzoek van de VNG een verkenning
gedaan om te komen tot toegankelijker en effectiever gemeentelijk
armoedebeleid, heeft SZW in een ambtelijke exercitie verkend welke
regelingen beter landelijk kunnen worden uitgevoerd of worden
geharmoniseerd en hebben Nibud en KWIZ een analyse gemaakt van de
effectiviteit van het gemeentelijk armoedebeleid. Deze verkenningen
worden betrokken bij de uitwerking van de ambitie uit het
coalitieakkoord om te komen tot vereenvoudiging en een basisniveau van
aanvullende gemeentelijke regelingen. Met de VNG wordt gesproken over
verbetering en vereenvoudiging van het armoedebeleid, inclusief de
lokale basisdienstverlening. De intentie is om hierover bestuurlijke
afspraken te maken.
Vraag 6
Bent u het met de SP en de onderzoekers van het Instituut voor Publieke Economie eens dat deze inkomenstoeslag landelijk en uniform verstrekt zou moeten worden? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Zoals ook in het antwoord op vraag 3 is aangegeven maakt de Individuele Inkomenstoeslag onderdeel uit van het hele palet aan maatregelen die gemeenten in samenhang kunnen inzetten in hun minimabeleid. Te grote en niet uitlegbare verschillen tussen gemeenten in de uitkomst van de ondersteuning zijn hierbij niet wenselijk. Een landelijke en uniforme verstrekking van de individuele inkomenstoeslag past echter op dit moment niet bij de ruimte die gemeenten hebben bij de invulling van hun minimabeleid.
De Individuele Inkomenstoeslag vormt bij uitstek het instrument om op individueel niveau iets te betekenen voor mensen die langdurig niet kunnen werken. Dit zijn vaak mensen zonder of met een beperkt arbeidsvermogen. Zij zijn niet in staat om een inkomen te verdienen waarmee zij onafhankelijk worden van de bijstand en hebben daarmee geen perspectief op een betere situatie.1 Ik ben aan het onderzoeken hoe ik deze groep mensen binnen de kaders van de Participatiewet tegemoet kan komen in de inkomensondersteuning. Ik verken of en op welke wijze de Individuele Inkomenstoeslag daarbij een passende rol kan spelen.
Vraag 7
Deelt u ook de mening dat de duur voordat de inkomenstoeslag toegekend wordt, die tevens enorm kan verschillen per gemeente, overal gelijk zou moet zijn? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom?
Antwoord 7
Zie het antwoord op vraag 6.
Vraag 8
Hoe kan het volgens u dat de verschillen tussen gemeenten dermate groot kunnen zijn terwijl de duur en laagte van het inkomensniveau van mensen hetzelfde zijn? Heeft dit volgens u te maken met de onvoldoende middelen en geld die sommige gemeenten hebben om meer of eerder inkomenstoeslag toe te kennen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
Zoals in de eerdere antwoorden ook is aangegeven maakt de Individuele Inkomenstoeslag onderdeel uit van het hele palet aan maatregelen die gemeenten in samenhang kunnen inzetten in hun minimabeleid. Gemeenten worden niet apart gefinancierd voor de Individuele Inkomenstoeslag. Ze worden via het gemeentefonds gefinancierd voor een breed takenpakket en ze kunnen daarbinnen keuzes maken over hoe ze de beschikbare middelen willen inzetten. Ook kan een gemeente ervoor kiezen om eigen middelen in te zetten voor het beleid dat ze voert.
Vraag 9
Bent u het met de SP en de onderzoekers eens dat deze grote verschillen tussen gemeenten het vertrouwen in de overheid schaadt? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
Te grote en niet uitlegbare verschillen tussen gemeenten zijn niet wenselijk. Ook is het niet wenselijk dat het ondersteunende stelsel erg ingewikkeld is waardoor mensen niet weten waar ze aan toe zijn. In het coalitieakkoord is daarom de ambitie opgenomen om in overleg met gemeenten te werken aan vereenvoudiging en een basisniveau van aanvullende gemeentelijke regelingen.
Vraag 10
Deelt u de mening dat inwoners van gemeenten die recht hebben op de individuele inkomenstoeslag, automatisch benaderd moeten worden door de betreffende gemeente dat zij hier recht op hebben? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 10
Bij de wetsbehandeling van het wetsvoorstel Participatiewet in Balans is een amendement van de leden Lahlah en Van Kent aangenomen dat ambtshalve toekenning van de Individuele Inkomenstoeslag mogelijk maakt. Dit onderdeel treedt op 1 januari 2027 in werking. Dit betekent dat gemeenten, als alle benodigde gegevens aanwezig zijn, de toeslag kunnen verstrekken zonder dat er een aanvraag nodig is. Dit helpt om het niet-gebruik van de Individuele Inkomenstoeslag terug te dringen.
Vraag 11
Welke concrete maatregelen gaat u binnen de komende drie maanden nemen om de verschillen tussen gemeenten te verkleinen en het recht op inkomensondersteuning voor mensen met een laag inkomen te verbeteren?
Antwoord 11
In de Kamerbrief over de voortgang van de hervormingsagenda inkomensondersteuning van 9 juli jl. is aangegeven welke stappen het kabinet wil zetten om te komen tot vereenvoudiging van het stelsel van inkomensondersteuning. Hierbij is onder meer het wetsvoorstel proactieve dienstverlening van belang dat bijdraagt aan het tegengaan van niet-gebruik van uitkeringen en andere sociale voorzieningen. Het kabinet kijkt uit naar de plenaire behandeling van het wetsvoorstel.
Daarnaast gaat het kabinet, mede op basis van de eerdergenoemde verkenningen, in gesprek met VNG en Divosa om invulling te geven aan het voornemen uit het coalitieakkoord om te komen tot een basisniveau van aanvullende gemeentelijke regelingen. Inzet is om te komen tot bestuurlijke afspraken over het vereenvoudigen en verbeteren van het gemeentelijk armoedebeleid. In de volgende voortgangsrapportage over het Nationaal Programma Armoede en Schulden (eind 2026) zal het kabinet nader ingaan op de stand van zaken.
1) De Volkskrant, 16 juli 2026 (https://www.volkskrant.nl/binnenland/minima-in-amsterdam-krijgen-85-euro-extra-steun-een paar-kilometer-verderop-is-het-1-050-euro~b886a58c/)
Kamerstukken II, 2024/25, 34 352, nr. 344.↩︎