De documentaire 'De non en de wegwerpkinderen' van WNL
Schriftelijke vragen
Nummer: 2026D39843, datum: 2026-08-31, bijgewerkt: 2026-08-31 12:45, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Krijg melding als deze vragen beantwoord worden:
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.C.G. Straatman, Tweede Kamerlid (CDA)
- Mede ondertekenaar: B.T. Bikkers, Tweede Kamerlid (VVD)
- Mede ondertekenaar: M.H. Bikker, Tweede Kamerlid (ChristenUnie)
Onderdeel van zaak 2026Z17444:
- Gericht aan: K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
(ingezonden 31 augustus 2026)
Vragen van de leden Straatman (CDA), Bikker (ChristenUnie) en Bikkers (VVD) aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de documentaire 'De non en de wegwerpkinderen' van WNL.
Bent u bekend met de documentaire 'De non en de wegwerpkinderen' van WNL[1] en wat is uw reactie op de daarin beschreven adoptiepraktijken in Chili?
Hoeveel kinderen zijn naar schatting in de jaren zeventig en tachtig vanuit Chili naar Nederland geadopteerd? Hoeveel van hen verbleven voorafgaand aan hun adoptie in het kindertehuis Las Palmas?
Zijn bij u andere kindertehuizen, instellingen of personen bekend die betrokken waren bij de adoptie van kinderen vanuit Chili naar Nederland? Zo ja, welke en om hoeveel adopties gaat het?
Welke aanwijzingen zijn bij de Nederlandse overheid bekend dat Chileense kinderen in de jaren zeventig en tachtig zonder geldige of vrijwillige toestemming van hun biologische ouders zijn afgestaan of weggenomen, dan wel dat over hun afkomst of identiteit onjuiste informatie is verstrekt? In hoeveel gevallen zijn dergelijke aanwijzingen bekend?
Erkent u dat signalen die achteraf als zogenoemde 'rode vlaggen' kunnen worden aangemerkt, zoals een Nederlandse naam voor een Chileens kind, aanleiding hadden kunnen, of zelfs moeten, geven tot nader onderzoek? Zo ja, welke signalen waren bij de Nederlandse instanties destijds bekend en hoe is daarop gereageerd?
Acht u het noodzakelijk om, gezien het gegeven dat de commissie-Joustra onderzoek heeft gedaan naar misstanden bij interlandelijke adoptie, maar daarbij geen diepgaand landenonderzoek heeft gedaan naar de adoptiepraktijken in Chili, alsnog onderzoek te laten verrichten naar de adopties vanuit Chili naar Nederland in de jaren zeventig en tachtig, inclusief de rol en verantwoordelijkheid van Nederlandse instanties? Zo nee, waarom niet en welke andere wijze van waarheidsvinding acht u dan toereikend?
Wat is, voor zover bij de Nederlandse regering bekend, de actuele stand van het in Chili lopende strafrechtelijk onderzoek naar vermeende illegale adoptiepraktijken?
Heeft de Nederlandse regering of een Nederlandse organisatie, waaronder Fiom, sinds de start of voortzetting van het Chileense strafrechtelijke onderzoek een formeel verzoek ontvangen van de Chileense autoriteiten om informatie, documenten of dossiers over adopties vanuit Chili naar Nederland beschikbaar te stellen? Zo ja, wanneer, door welke autoriteit en welke informatie is gevraagd, en is deze informatie verstrekt?
Indien de Chileense autoriteiten nog geen formeel rechtshulpverzoek hebben gedaan, bent u bereid hen actief te informeren over de beschikbare informatie en hen te wijzen op de mogelijkheden om via de daarvoor aangewezen kanalen om overdracht of inzage te verzoeken? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid zich er in diplomatieke contacten met de Chileense autoriteiten actief voor in te zetten dat het strafrechtelijk onderzoek naar vermeende illegale adoptiepraktijken voortvarend wordt voorgezet en dat Nederland binnen zijn juridische mogelijkheden alle noodzakelijke medewerking verleent? Zo nee, waarom niet?
Erkent u dat het latere ontbreken, verdwijnen of niet toegankelijk maken van afstammingsinformatie in het algemeen ernstige schade kan berokkenen aan geadopteerden, maar in het bijzonder bij geadopteerden die door adoptiemistanden sowieso meer moeilijkheden ondervinden om afstammingsinformatie te vinden? Welke verantwoordelijkheid heeft de Nederlandse Staat volgens u om beschikbare afstammingsinformatie in dergelijke gevallen actief veilig te stellen, te reconstrueren en (volledig) toegankelijk te maken?
Klopt het dat Fiom in 2025 aan een belangenorganisatie van Chileens geadopteerden een geheimhoudingsverplichting heeft opgelegd ten aanzien van informatie over Las Palmas, waarbij bij overtreding een contractuele boete van € 1.000 geldt? Zo ja, wat was de juridische en inhoudelijke grondslag voor deze geheimhoudingsverplichting en acht u het, gelet op het belang van geadopteerden bij waarheidsvinding en kennis van hun afkomst, proportioneel om een belangenorganisatie die geadopteerden ondersteunt, op deze wijze te beperken in het delen van informatie?
Bent u bereid met Fiom in gesprek te gaan over het onmiddellijk beëindigen of aanpassen van een dergelijke geheimhoudingsverplichting, voor zover deze betrekking heeft op algemene informatie over het kindertehuis Las Palmas? Zo nee, waarom niet?
Bent u het ermee eens dat het belang van geadopteerden om kennis te kunnen nemen van zijn of haar afkomst en ontstaansgeschiedenis bij vermoedelijke adoptiemisstanden in beginsel prevaleert boven de belangen van overige in het dossier genoemde personen, ook als het bijzondere persoonsgegevens of strafrechtelijke gegevens van derden betreft? Zo nee, kunt u aangeven in welke gevallen niet?
Kunt u aangeven hoe in de belangenafweging bij inzage in dossiers, ook als het bijzondere of strafrechtelijke gegevens van derden betreft, nu wordt meegewogen dat sprake is van een vermeende adoptiemisstand, zoals bij de Chileense geadopteerden het geval is?
Erkent u dat de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de regelgeving op basis van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka) onder voorwaarden ruimte bieden om bijzondere en/of strafrechtelijke persoonsgegevens van derden in een afstands- en/of adoptiedossier aan een geadopteerde te verstrekken, bijvoorbeeld indien dit noodzakelijk is voor de instelling, uitoefening of onderbouwing van een rechtsvordering? En bent u het ermee eens dat bij adopties uit landen waarvan bekend is dat op grote schaal adoptiemisstanden hebben plaatsgevonden, het in beginsel noodzakelijk kan zijn om het volledige afstands- en/of adoptiedossier in te zien om te kunnen beoordelen of sprake is van een rechtsvordering en deze zo nodig te kunnen instellen en onderbouwen? Zo nee, waarom niet?
Klopt het dat het advies van de Landsadvocaat van 12 februari 2025 over inzage in afstands- en adoptiedossiers[2] ruimte ziet voor een ruimere inzage dan in de praktijk op sommige plaatsen wordt geboden? Zo ja, welke juridische mogelijkheden zijn volgens u momenteel beschikbaar die nog onvoldoende benut worden?
Welke concrete maatregelen heeft u sinds het advies van de Landsadvocaat genomen om ervoor te zorgen dat dossierhouders de bestaande juridische ruimte voor inzage daadwerkelijk benutten? Bent u bereid een wettelijk inzagerecht te creëren met betrekking tot dossiers bij particuliere en publieke dossierhouders, zoals in de Wobka, en daarbinnen in het belang van adoptiekinderen meer richting te geven aan de belangenafweging?
Bent u bereid om het voorgenomen uitgangspunt van een wettelijk vermoeden van een zwaarwegend belang van de geadopteerde bij inzage uit het wetsvoorstel inzake de afbouw van interlandelijke adoptie reeds als beleidsmatig uitgangspunt te hanteren bij de beoordeling van inzageverzoeken bij het Nationaal Archief en in gesprek met andere publieke en private dossierhouders erop aan te sturen dat dit wettelijk vermoeden ook nu al uniform wordt toegepast bij inzage in dossiers die nog niet bij het Nationaal Archief liggen? Zo nee, waarom niet?
Herkent u het signaal dat dossierhouders uit vrees voor overtreding van de AVG of andere regelgeving terughoudend kunnen zijn bij het verstrekken van informatie over derden aan geadopteerden? Zo ja, welke maatregelen neemt u om deze onzekerheid weg te nemen en dossierhouders in staat te stellen een ruimhartige, juridisch juiste belangenafweging te maken?
Kunt u aangeven hoeveel vouchers er tot op heden zijn uitgegeven via de in december 2025 gestarte pilot voor vouchers voor gratis DNA-tests voor interlandelijk geadopteerden, hoeveel matches dit heeft opgeleverd en ook hoe het vervolgtraject eruitziet nu alle beschikbare vouchers zijn verstrekt?
Onderschrijft u de stelling dat het principieel onwenselijk is dat de Staat zich op verjaring beroept wanneer in een juridische procedure het eigen handelen of nalaten van de Staat als mogelijk onrechtmatig ter beoordeling staat? Zo nee, waarom niet en hoe verhoudt dit zich tot de toezegging van het kabinet naar aanleiding van het rapport van de commissie-Joustra om zich in juridische procedures over interlandelijke adoptie niet op verjaring te zullen beroepen? Zo ja, bent u bereid het niet-beroepen op verjaring als algemeen uitgangspunt te hanteren in alle aansprakelijkheidsprocedures waarin het eigen handelen of nalaten van de Staat wegens vermeende onrechtmatigheid ter beoordeling staat?
[1] NPO Doc, 28 augustus 2026 (https://www.npodoc.nl/artikelen/de-non-en-de-wegwerpkinderen).
[2] Kamerstuk 31 265, nr. 134, bijlage ‘Advies Pels Rijcken inzage dossiers’.