[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Antwoord op vragen van het lid Russcher over de veroordeling van Syriër Rafiq al-Q

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D39877, datum: 2026-08-31, bijgewerkt: 2026-08-31 15:39, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z13379:

Preview document (🔗 origineel)


AH 2843

2026Z13379

Antwoord van minister Van den Brink (Asiel en Migratie) (ontvangen 31 augustus 2026)

Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2500

Vraag 1

Bent u bekend met het vonnis van de rechtbank Den Haag waarbij de Syriër Rafiq al-Q. is veroordeeld tot 26 jaar gevangenisstraf wegens negentien misdrijven tegen de menselijkheid, waaronder foltering, mishandeling en verkrachting, gepleegd in dienst van het Assad-regime?

Antwoord op vraag 1

Ja.

Vraag 2

Hoe heeft het kunnen gebeuren dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in 2021 asiel heeft verleend aan iemand die aantoonbaar betrokken was bij mensenrechtenschendingen?

Vraag 3

Welke screening heeft de IND uitgevoerd voorafgaand aan de asielvergunning van Rafiq al-Q.?

Antwoord op vraag 2 en 3

Allereerst is het belangrijk om te benadrukken dat ik geen mededelingen kan doen in individuele zaken. In zijn algemeenheid kan ik het volgende delen.

In elke asielzaak besteedt de IND op meerdere momenten binnen de asielprocedure gerichte aandacht aan signalen die kunnen wijzen op betrokkenheid bij oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid, misdrijven tegen de vrede of ernstige niet-politieke misdrijven. Signalering vindt plaats op meerdere momenten: vanaf het moment dat het OVA-proces1 start bij de IND en de asielaanvraag formeel is ingediend, bij raadpleging van nationale en internationale politie- en justitiële databases, en tijdens contacten met de vreemdeling – waaronder gehoren, verblijf bij het COA en contacten met DTenV. Ook vindt er een check op de openbare sociale media-accounts plaats en er wordt gekeken welke relevante informatie op internet over de vreemdeling te vinden is. Wanneer zich specifieke 1F-signalen of nationale veiligheidsrisico’s voordoen kan de behandeling worden belegd bij respectievelijk de 1F Unit of het Team Speciale Zaken van de IND en worden signalen binnen de wettelijke kaders gedeeld met de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Ondanks alle inspanningen, betrachte zorgvuldigheid en alertheid kan het voorkomen dat ten tijde van de besluitvorming informatie nog niet beschikbaar of verifieerbaar is. Wanneer relevante informatie over mogelijke strafbare feiten of 1F-indicaties pas later naar boven komt, kan de IND, waar aan de voorwaarden is voldaan, de vergunning intrekken.

Vraag 4

Wat zegt het feit dat Al-Q. en zijn gezin zich voordeden als oorlogsvluchtelingen die uiteindelijk niet opgespoord werden door overheidsinstanties maar door andere Syriërs die hem herkenden, over de effectiviteit van het huidige screeningsproces en over de capaciteiten van onze eigen instanties?

Antwoord op vraag 4

Zoals uiteengezet in antwoord op vraag 2, besteden organisaties binnen de vreemdelingenketen doorlopend aandacht aan signalen die wijzen op betrokkenheid bij 1F-misdrijven. Signalen kunnen ook later worden opgevangen, bijvoorbeeld door meldingen van burgers of slachtoffers en kunnen dan worden opgevolgd. Op basis van deze signalen kan de IND bepalen welk handelingsperspectief mogelijk is, en indien passend overgaan tot intrekking van het verblijfsrecht. Tevens wordt bekeken of een inreisverbod, een ongewenstverklaring of een besluit tot signalering mogelijk is. Het onderkennen van 1F-signalen in de asielprocedure is echter een doorlopend proces dat continue ketenbrede alertheid vereist.

Vraag 5

Hoeveel asielaanvragen van Syrische onderdanen zijn sinds 2013 ingewilligd zonder systematische toetsing aan internationale opsporingsregisters en databases van oorlogsmisdadigers, zoals die van het Internationaal Strafhof, Interpol of de VN-commissie voor Syrië?

Antwoord op vraag 5

De standaardwerkwijze is dat in elke asielprocedure relevante internationale en nationale politie/justitiële databases worden geraadpleegd.

Vraag 6

Kunt u een onafhankelijk onderzoek instellen naar de vraag hoe Al-Q. door de asielprocedure is gekomen?

Antwoord op vraag 6

Het Nederlandse asielstelsel hanteert een zorgvuldige toetsing om te voorkomen dat plegers van internationale misdrijven in Nederland een veilige haven hebben. Voortdurende versterking van procedures, informatie-uitwisseling en screening zijn altijd noodzakelijk om tijdig signalen van mogelijke betrokkenheid bij internationale misdrijven te onderkennen en dit proces heeft dan ook standaard de aandacht van het kabinet. Het kan echter nooit volledig worden voorkomen dat informatie pas later of niet volledig aan het licht komt. Tegen die achtergrond zie ik geen aanleiding om een onafhankelijk onderzoek in te stellen.

Vraag 7

Hoeveel vergelijkbare gevallen zijn er mogelijk, waarbij personen die betrokken waren bij staatsterrorisme, etnische zuivering of andere zware misdrijven in conflictlanden in Nederland verblijven met een geldige asielvergunning?

Antwoord op vraag 7

Het aantal vergelijkbare gevallen van personen die betrokken waren bij zware misdrijven en met een vergunning in Nederland verblijven wordt niet bijgehouden. Wel wordt geregistreerd in welke gevallen 1F is tegengeworpen, waar uitsluiting van verblijfsrecht uit volgt. Zoals volgt uit de Rapportagebrief Internationale Misdrijven2, liepen er in 2025 in totaal 102 1F-onderzoeken, waarvan in 38 gevallen 1F is tegengeworpen en geen verblijfsvergunning is verleend of deze is ingetrokken.

Vraag 8

Wat is er na de aanhouding van Al-Q. in december 2023 gebeurd met zijn asielvergunning, en op welk moment is deze ingetrokken?

Vraag 9

Bent u bereid de verblijfsstatus van de gezinsleden van Al-Q., die eveneens in Nederland verblijven op basis van een afgeleide asielvergunning, te heroverwegen?

Antwoord op vraag 8 en 9

Ik ga niet in op individuele casuïstiek. In algemene zin geldt: indien betrokkene zijn vergunning verliest en het verblijfsrecht van gezinsleden uitsluitend is afgeleid van het verblijfsrecht van de hoofdpersoon, dan heroverweegt de IND deze besluiten.

Vraag 10

Hoe gaat u in de toekomst voorkomen dat mensen zoals Rafiq al-Q. ons land in kunnen komen?

Vraag 11

Welke lessen trekt u uit deze zaak voor de inrichting van de asielprocedure en welke concrete beleidswijzigingen overweegt u naar aanleiding van deze veroordeling?

Antwoord op vraag op 10 en 11

Uw Kamer is in 20233 en 20244 geïnformeerd over evaluaties en verbetermaatregelen rondom het onderkennen van signalen van mogelijke betrokkenheid bij internationale of terroristische misdrijven. Naar aanleiding daarvan zijn reeds maatregelen genomen, waaronder het eerder positioneren van de screening en prioriteit op snelle screening van de nieuwe instroom direct tijdens en na het OVA-proces, met tijdelijke extra capaciteit om doorlooptijden te verkorten. Het Nederlandse asielstelsel hanteert een zorgvuldige toetsing om te voorkomen dat plegers van internationale misdrijven in Nederland een veilige haven hebben. Daarbij is, zoals aangegeven bij vraag zes, voortdurende versterking van procedures, informatie-uitwisseling en screening altijd noodzakelijk om tijdig signalen van mogelijke betrokkenheid bij internationale misdrijven te onderkennen en daarom heeft dit ook standaard de aandacht van het kabinet.

Vraag 12

Hoeveel kost de gevangenisstraf die Rafiq al-Q in Nederland zal uitzitten de Nederlandse belastingbetaler, inclusief het proces, bewaking en zorgkosten?

Antwoord op vraag 12
Over de kosten van individuele gevallen kunnen geen uitspraken worden gedaan. Daarnaast wordt opgemerkt dat in deze zaak nog geen sprake is van een onherroepelijk vonnis. De procedure is daarmee nog niet tot een einde gekomen.

Vraag 13

Deelt u de mening dat het onwenselijk is dat buitenlandse oorlogsmisdadigers hun celstraf uitzitten op kosten van de Nederlandse belastingbetaler?

Antwoord op vraag 13
Uitgangspunt blijft dat opsporing en vervolging zoveel mogelijk plaatsvinden in het land waar de misdrijven zijn gepleegd. Dat is echter niet altijd mogelijk of voor de hand liggend. Wanneer opsporing, vervolging en berechting van internationale misdrijven in Nederland plaatsvindt, wordt een opgelegde gevangenisstraf in beginsel in Nederland ondergaan. De daarmee gemoeide kosten zijn gerechtvaardigd vanuit het fundamentele belang om straffeloosheid te voorkomen bij dergelijke ernstige schendingen van het internationale recht.

In 2023 is – mede dankzij Nederland – het Verdrag van Ljubljana – Den Haag voor internationale samenwerking bij de opsporing en vervolging van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en andere internationale misdrijven tot stand gekomen. Dit verdrag is niet alleen relevant voor rechtshulp en uitlevering, maar voorziet ook in mogelijkheden voor strafoverdracht. Nederland blijft zich wereldwijd inzetten voor brede aansluiting bij dit verdrag. Op dit moment is Syrië niet aangesloten bij enig verdrag op basis waarvan er strafoverdracht met Nederland kan plaatsvinden.

Vraag 14

Wanneer haalt uw kabinet de banden aan met Syrië, zodat dit soort criminelen hun celstraf daar kunnen uitzitten, zodat de Nederlandse belastingbetaler niet meer het levensonderhoud hoeft te voorzien van buitenlandse misdadigers en criminelen?

Antwoord op vraag 14

Het kabinet investeert in de bilaterale relatie met Syrië, onder andere door bezoeken op politiek en ambtelijk niveau. Tijdens deze bezoeken wordt onder meer gesproken over de verdieping van de brede samenwerkingsrelatie. Vanuit Nederland wordt daarbij ook aandacht gevraagd voor het multilaterale Verdrag van Ljubljana – Den Haag. Daarnaast wordt gesproken over de terugkeer van Syriërs vanuit Nederland vanuit vreemdelingrechtelijk perspectief.

1) ECLI:NL:RBDHA:2026:16115


  1. Vóór de invoering van het EU Migratiepact op 12 juni 2026 heette dit het Identificatie- en Registratieproces, uitgevoerd door DISA.↩︎

  2. Rapportagebrief Internationale Misdrijven 2024 – 2025, 2 maart 2026.↩︎

  3. Kamerbrief over evaluaties over het onderkennen van signalen van mogelijke betrokkenheid bij terrorisme in de asiel en nareisprocedure, 5 juni 2023.↩︎

  4. Kamerbrief over stand van zaken bestrijding misbruik asiel en migratiestromen door terroristen, 18 juni 2024.↩︎