Voorstel van wet
Wijziging van de Kadasterwet in verband met het verduidelijken van de inschrijvingseisen van registerverklaringen, het regelen van een grondslag voor de geautomatiseerde verwerking van aktes, het regelen van de verplichting voor de bewaarder om voortaan stukken in te schrijven die gesteld zijn in een vreemde of de Friese taal en een aantal andere wijzigingen (Verzamelwijziging Kadasterwet)
Voorstel van wet
Nummer: 2026D39901, datum: 2026-08-31, bijgewerkt: 2026-09-01 14:40, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van zaak 2026Z17472:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-09-02 14:29 ⇒ Koninklijke boodschap, met de erbij behorende stukken, is al rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-09-02 14:29 ⇒ In handen gesteld van de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (Besluit)
- 2026-09-02 14:29: Aanvang aansluitend aan de beëdiging: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-09-08 16:30: Procedurevergadering Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Preview document (🔗 origineel)
| 37 000 | Wijziging van de Kadasterwet in verband met het verduidelijken van de inschrijvingseisen van registerverklaringen, het regelen van een grondslag voor de geautomatiseerde verwerking van aktes, het regelen van de verplichting voor de bewaarder om voortaan stukken in te schrijven die gesteld zijn in een vreemde of de Friese taal en een aantal andere wijzigingen (Verzamelwijziging Kadasterwet) |
| Nr. 2 | VOORSTEL VAN WET |
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in de Kadasterwet enkele wijzigingen aan te brengen onder meer teneinde een efficiëntere werking van de Basisregistratie Kadaster en de openbare registers te bewerkstelligen en de normen te verduidelijken voor de gebruikers daarvan;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Kadasterwet wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 7t wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. Een belanghebbende kan onder opgaaf van redenen aan de Dienst een verzoek tot herstel van een gegeven in de basisregistratie kadaster doen indien de belanghebbende gerede twijfel heeft of de weergave van:
a. het in de basisregistratie kadaster opgenomen gegeven dat krachtens deze wet als authentiek is aangemerkt, in overeenstemming is met dat gegeven, als opgenomen in een brondocument op grond waarvan het gegeven in de basisregistratie is bijgewerkt; of
b. een uit een andere basisregistratie dan genoemd in artikel 1a in
de basisregistratie kadaster of de registratie voor schepen of
luchtvaartuigen overgenomen authentiek gegeven, in overeenstemming is
met dat gegeven, als opgenomen in een brondocument of, ingeval een
authentiek gegeven wordt afgeleid uit een brondocument, dat gegeven wel
juist en volledig daaruit is afgeleid.
2. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde
lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
2. De artikelen 7n, tweede tot en met vierde en zesde lid, en 7r zijn van overeenkomstige toepassing indien een verzoek als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op een in de basisregistratie kadaster opgenomen gegeven dat krachtens deze wet als authentiek is aangemerkt, en artikel 7m, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing indien het verzoek betrekking heeft op een uit een andere basisregistratie overgenomen gegeven.
B
In de aanhef van artikel 7u, eerste lid, wordt “artikelen 48, tweede lid, onderdelen a tot en met e, en derde lid, onderdelen a tot en met c” vervangen door “artikelen 48, tweede lid, onderdelen a tot en met d, en derde lid, onderdelen a tot en met c”.
C
Artikel 9a wordt als volgt gewijzigd:
1. De woorden “artikel 41, derde lid” worden vervangen door “artikel 41, vierde lid”.
2. Onder vervanging van de punt aan het slot van het artikel door een
komma, wordt toegevoegd “voor zover die nog onder de bewaarder
berusten.”.
D
Na artikel 11c wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 11d
1. Een stuk als bedoeld in artikel 10a kan in een zodanige elektronische vorm worden aangeboden dat het stuk geautomatiseerd kan worden verwerkt.
2. Bij regeling van het bestuur van de Dienst kunnen nadere regels worden gesteld over de
soorten feiten als bedoeld in artikel 10a die voor geautomatiseerde verwerking vatbaar zijn
en over de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om stukken geautomatiseerd te
laten verwerken.
E
Artikel 26, eerste lid, komt te luiden:
1. Ter inschrijving van een rechtshandeling naar burgerlijk recht die
krachtens wetsbepaling kan worden ingeschreven, wordt, tenzij anders is
bepaald, een authentiek afschrift van een notariële verklaring
aangeboden, die bestaat uit:
a. een verklaring van degene die de inschrijving verlangt dat de
rechtshandeling is verricht en wat zij inhoudt;
b. mede in te schrijven stukken waaruit van die rechtshandeling blijkt;
en
c. een verklaring van de notaris als bedoeld in artikel 37, eerste lid,
onderdeel a, b, of c.
F
Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. Ter inschrijving van de vervulling van een voorwaarde, gesteld in een ingeschreven voorwaardelijke rechtshandeling, of van de verschijning van een onzeker tijdstip, aangeduid in de aan een ingeschreven rechtshandeling verbonden tijdsbepaling, wordt een authentiek afschrift van een notariële verklaring aangeboden, die bestaat uit:
a. een verklaring van degene die de inschrijving verlangt dat de voorwaarde is vervuld, onderscheidenlijk het tijdstip is verschenen;
b. mede in te schrijven stukken waaruit van deze vervulling of verschijning blijkt; en
c. een verklaring van de notaris als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel a, b, of c.
2. In de aanhef van het tweede lid wordt “De verklaring van de notaris” vervangen door “De notariële verklaring”.
G
Artikel 34 komt te luiden:
Artikel 34
Ter inschrijving van een verjaring wordt een authentiek afschrift van een notariële verklaring aangeboden, die bestaat uit:
a. een verklaring van degene die de inschrijving verlangt dat de verjaring is ingetreden;
b. een verklaring van de notaris:
1º. inhoudende welk registergoed door verjaring is verkregen, dan wel welk beperkt recht op een registergoed is tenietgegaan;
2º. inhoudende tegen wie de verjaring werkt, indien dit bekend is;
3º. inhoudende welke feiten tot de verjaring hebben geleid;
4º. inhoudende dat de verjaring wordt betwist of niet wordt betwist door degene tegen wie zij werkt, zo dit bekend is; en
c. een verklaring van de notaris als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel a, b, of c.
H
In artikel 35, eerste lid, wordt “worden aangeboden authentieke afschriften” vervangen door “wordt een authentiek afschrift aangeboden”.
I
Artikel 36 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. Ter inschrijving van het feit dat het nut van een mandelige zaak voor elk der erven is geëindigd, wordt een authentiek afschrift van een notariële verklaring aangeboden, die bestaat uit:
a. een verklaring van hen die de inschrijving verlangen dat het nut voor elk der erven is geëindigd;
b. indien niet alle rechthebbenden op de mandelige zaak meewerken: een verklaring van de notaris inhoudende de reden daarvan; en
c. een verklaring van de notaris als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel a, b, of c.
2. Het tweede lid komt te luiden:
2. Ter inschrijving van het bestaan van een recht als bedoeld in artikel 150, eerste lid, van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek (Stb. 1976, 396), wordt een authentiek afschrift van een notariële verklaring aangeboden, die bestaat uit:
a. een verklaring van de notaris:
1º. waarin het bestaan van het recht wordt geconstateerd;
2º. inhoudende een omschrijving van de inhoud van het recht;
3º. inhoudende zo mogelijk, de gangbare benaming van het recht dan wel de verklaring, dat dat recht niet een zodanige benaming heeft;
4º. inhoudende wie de rechthebbende op dat recht is;
b. mede in te schrijven stukken waaruit van een en ander blijkt; en
c. een verklaring van de notaris als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel a, b, of c.
3. Het derde lid komt te luiden:
3. Ter inschrijving van het ontstaan van een erfdienstbaarheid door bestemming of herleving, bedoeld in artikel 163, eerste zin, van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek, wordt een authentiek afschrift van een notariële verklaring aangeboden, die bestaat uit:
a. een verklaring van de notaris:
1º. inhoudende een constatering van het ontstaan van de erfdienstbaarheid;
2º. inhoudende de omschrijving van de inhoud van de erfdienstbaarheid;
3º. inhoudende wie de rechthebbende op dat recht is;
b. mede in te schrijven stukken waaruit van een en ander blijkt; en
c. een verklaring van de notaris als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel a, b, of c.
4. Het vijfde lid komt te luiden:
5. Ter inschrijving van de publicaties, bedoeld in artikel 155a, tweede lid, van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek, wordt een authentiek afschrift van een notariële verklaring aangeboden, die bestaat uit:
a. een verklaring van de notaris inhoudende:
1º. op welke datum die publicaties zijn geschied;
2º. in welk landelijk dagblad die publicaties hebben plaatsgevonden;
en
b. een verklaring van de notaris als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel a, b, of c.
5. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
6. Ter inschrijving van een exploot als bedoeld in artikel 155a, vijfde lid, van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek wordt een door de deurwaarder of een advocaat getekend afschrift daarvan aangeboden.
J
De aanhef van artikel 37, eerste lid, komt te luiden:
1. Een verklaring van de notaris als bedoeld in de artikelen 26, eerste lid, onderdeel c, 30, eerste lid, onderdeel c, 34, onderdeel c, en 36, eerste lid, onderdeel c, tweede lid, onderdeel c, derde lid, onderdeel c, vijfde lid, onderdeel b, houdt in:
K
Artikel 41 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. Ter inschrijving van een feit dat is opgenomen in een stuk dat geheel
is gesteld in een vreemde of de Friese taal, wordt naast of in dat ter
inschrijving aangeboden stuk een letterlijke vertaling in het Nederlands
ter inschrijving aangeboden of opgenomen die vervaardigd en voor
overeenstemmend verklaard wordt door een voor die taal als bevoegd
toegelaten beëdigd vertaler, of door de notaris voor wie de akte is
verleden, waarbij de notaris in het ter inschrijving aangeboden stuk
aangeeft dat de Nederlandse vertaling overeenstemt met de tekst in de
vreemde of de Friese taal.
2. Onder vernummering van het tweede en derde tot derde en vierde lid,
wordt een lid ingevoegd, luidende:
2. Ter inschrijving van een feit dat is opgenomen in een stuk dat gedeeltelijk is gesteld in een vreemde of de Friese taal, wordt in dat ter inschrijving aangeboden stuk een letterlijke vertaling in het Nederlands opgenomen die vervaardigd en voor overeenstemmend verklaard wordt door een voor die taal als bevoegd toegelaten beëdigd vertaler, of door de notaris voor wie de akte is verleden, waarbij de notaris in het ter inschrijving aangeboden stuk aangeeft dat de Nederlandse vertaling overeenstemt met de tekst in de vreemde of de Friese taal.
3. In het derde lid (nieuw) wordt “het eerste lid” vervangen door
“het eerste en tweede lid”.
4. Het vierde lid (nieuw) komt te luiden:
4. De vertalingen en de in de vreemde of de Friese taal gestelde stukken worden ingeschreven, met dien verstande dat de vertaling in het Nederlands prevaleert in het geval er sprake is van een onderlinge afwijking of een verschil van interpretatie tussen de tekst van een stuk gesteld in een vreemde of de Friese taal en de tekst van de vertaling in het Nederlands.
L
Aan artikel 44, eerste lid, wordt toegevoegd “Indien een stuk dat voor bewijs bij de aanbieding van een stuk wordt verlangd reeds eerder ingeschreven is, kan volstaan worden met een verwijzing naar dit eerdere stuk als bedoeld in artikel 19.”.
M
Artikel 48 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel k door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
l. andere gegevens dan bedoeld in dit lid, niet zijnde authentieke gegevens, met betrekking tot onroerende zaken die worden opgenomen op grond van bij regeling van Onze Minister gestelde regels.
2. In het derde lid vervalt, onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel c door een punt, onderdeel d.
N
In artikel 54 wordt onder vernummering van het tweede lid tot derde lid, een lid ingevoegd, luidende:
2. Indien bij een verzoek tot inschrijving van een stuk in de openbare registers gebruik wordt
gemaakt van de mogelijkheid van geautomatiseerde verwerking als bedoeld in artikel 11d, vindt de bijhouding van de basisregistratie kadaster uitsluitend plaats op grond van het stuk dat elektronisch wordt aangeboden voor geautomatiseerde verwerking als bedoeld in het eerste lid van dat artikel.
O
Artikel 57, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. De zinsnede “Indien een meting noodzakelijk is ten behoeve van de bijhouding, doet de Dienst” wordt vervangen door “De Dienst bepaalt wanneer een meting noodzakelijk is ten behoeve van de bijhouding en doet”.
2. In de tweede volzin wordt "de dag en het uur waarop" vervangen door "moment waarop of periode waarin".
3. Aan het slot wordt de volgende zin toegevoegd “De in dit lid bedoelde taak van de Dienst kan niet worden gemandateerd aan een derde die niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van de Dienst”.
P
Artikel 58 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt “artikel 48, derde lid” vervangen door “artikel 48, zevende lid”.
2. Het derde lid komt te luiden:
3. Indien in een geval, als bedoeld in het eerste lid, het ingeschreven
stuk een herverkavelingsakte als bedoeld in artikel 16.136 van de
Omgevingswet is, vindt het bepaalde in de vorige leden geen
toepassing.
Q
Artikel 73 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid vervalt de tweede volzin.
2. Het derde lid komt te luiden:
3. Indien naar zijn oordeel nodig wint de daarmee belaste ambtenaar ter plaatse nadere inlichtingen in. Van het voornemen daartoe wordt mededeling gedaan:
a. overeenkomstig artikel 57, eerste lid, in het geval de inlichtingen ter plaatse nodig zijn voor de voorbereiding van een besluit tot splitsing of samenvoeging van percelen als bedoeld in het eerste lid van dit artikel. Artikel 57, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing; of
b. per brief aan de verzoeker, naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in het tweede lid, met vermelding van het moment waarop of periode waarin de aanwijzing zal plaatsvinden, waarbij de verzoeker door aanwijzing ter plaatse de voor de bijhouding benodigde inlichtingen aan de daarmee belaste ambtenaar verschaft.
R
Aan artikel 85, tweede lid, wordt, onder vervanging van de punt aan
het slot van onderdeel l door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd,
luidende:
m. door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat aan een zeeschip
toegekend nationaal scheepsidentificatienummer (NSI-nummer).
S
In artikel 100 wordt, onder vernummering van het derde tot vierde lid, een lid ingevoegd, luidende:
3. Desgevraagd voegt de Dienst bij verstrekking van inlichtingen uit de landelijke kadastrale kaart, bedoeld in artikel 48, derde lid, informatie toe ter oriëntatie.
T
In artikel 107 wordt “, en” aan het slot van onderdeel f vervangen door een puntkomma en wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel g door “; en”, een onderdeel toegevoegd, luidende:
h. de algemene voorwaarden waaronder de Dienst producten en diensten verstrekt uit de openbare registers, de registraties en de bescheiden bedoeld in artikel 50.
U
Na artikel 107c wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 107d
1. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere voorwaarden, gericht op het waarborgen van een rechtmatige en betrouwbare verwerking van persoonsgegevens door een onderneming, gesteld aan de verstrekking van inlichtingen als bedoeld in de artikelen 99, 100, eerste lid, 101 en 102 aan een onderneming die de verstrekte inlichtingen, waaronder persoonsgegevens, geheel of gedeeltelijk verwerkt in producten met het oogmerk deze te verstrekken aan derden.
2. De Dienst verstrekt de in het eerste lid bedoelde inlichtingen aan
een onderneming nadat de Dienst heeft vastgesteld dat:
a. de door de onderneming beoogde verwerking van de te verstrekken
persoonsgegevens verenigbaar is met de doeleinden, genoemd in artikel
2a; en
b. de onderneming voldoet aan de nadere voorwaarden, bedoeld in het
eerste lid.
3. Jaarlijks controleert de Dienst of de door de onderneming verrichte
verwerking van de aan de onderneming verstrekte persoonsgegevens
verenigbaar is met de doeleinden, genoemd in artikel 2a.
4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen krachtens het eerste lid
geregelde voorwaarden worden aangewezen waar de Dienst periodiek een
controle op uitvoert.
ARTIKEL II
Na de inwerkingtreding van deze wet berust artikel 14 van de Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994 op artikel 48, tweede lid, onderdeel l, van de Kadasterwet.
ARTIKEL III
Deze wet wordt aangehaald als: Verzamelwijziging Kadasterwet.
ARTIKEL IV
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip en werkt ten aanzien van artikel I, onderdeel M, eerste lid en
artikel II, terug tot en met 1 januari 2008. Bij koninklijk besluit kan
een ander tijdstip worden vastgesteld waarop artikel I, onderdeel U, in
werking treedt.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,