[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [đź§‘mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Antwoord op vragen van de leden Van Baarle, Teunissen, Piri en Dobbe over de afwezigheid van Omar Elshal tijdens zijn rechtszitting in Egypte

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D39976, datum: 2026-08-31, bijgewerkt: 2026-09-01 10:38, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z16637:

Preview document (đź”— origineel)


AH 2864

2026Z16637

Antwoord van minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 31 augustus 2026)

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht “Onverwachte wending bij zaak ASML’er Omar (33): hij was tot ieders verrassing niet in de rechtbank aanwezig”?¹

Antwoord

Ja.

Vraag 2

Herinnert u zich uw antwoorden op de schriftelijke vragen van de leden Teunissen en Van Baarle over de detentie van de Nederlandse ASML-medewerker Omar Elshal?²

Antwoord

Ja.

Vraag 3

Kunt u uiteenzetten welke diplomatieke inspanningen de Nederlandse regering sinds de beantwoording van deze Kamervragen heeft verricht om de rechtspositie, consulaire toegang en het welzijn van de heer Elshal te bevorderen?

Antwoord

Wereldwijd zet het ministerie van Buitenlandse Zaken zich ten volle in voor consulaire bijstand aan en toegang tot Nederlandse gedetineerden die dat willen. Dit geldt nadrukkelijk ook voor de door u opgebrachte gedetineerde Nederlander in Egypte. De Nederlandse overheid kan niet treden in de rechtsgang van een ander land, dat zou andersom ook onwenselijk zijn. Het ministerie van Buitenlandse Zaken blijft zich inzetten om consulaire bijstand te verlenen aan de gedetineerde en brengt deze casus op in gesprekken op verschillende niveaus.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken is terughoudend met het verstrekken van informatie over individuele gevallen, gelet op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de vertrouwelijkheid van de consulaire belangenbehartiging en de effectiviteit van de consulaire bijstand. Informatie wordt alleen verstrekt aan de door de gedetineerde aangewezen contactpersoon.

Vraag 4

Was de Nederlandse ambassade voorafgaand aan de rechtszitting ervan op de hoogte dat de heer Elshal niet naar de rechtbank zou worden overgebracht? Zo ja, wanneer is de ambassade hiervan op de hoogte gesteld en door wie?

Antwoord

Nee.

Vraag 5

Heeft de Nederlandse regering inmiddels bij de Egyptische autoriteiten opheldering gevraagd over de reden waarom de heer Elshal niet bij zijn eigen rechtszitting aanwezig was? Zo ja, wat is daarop geantwoord? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Het ministerie van Buitenlandse Zaken is terughoudend met het verstrekken van informatie over individuele gevallen, gelet op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de vertrouwelijkheid van de consulaire belangenbehartiging en de effectiviteit van de consulaire bijstand. Informatie wordt alleen verstrekt aan de door de gedetineerde aangewezen contactpersoon.

Vraag 6

Klopt het dat de Nederlandse vertegenwoordiging aanwezig was bij de betreffende rechtszitting met het voornemen om de heer Elshal na afloop consulaire bijstand te verlenen? Welke gevolgen heeft zijn afwezigheid gehad voor de mogelijkheid om consulaire toegang te verkrijgen?

Antwoord

De Nederlandse vertegenwoordiging was aanwezig, maar kreeg geen toegang tot de zitting.

Vraag 7

Klopt het dat pas nadat bekend was geworden dat medewerkers van de Nederlandse ambassade bij de rechtszitting aanwezig zouden zijn, bleek dat de heer Elshal niet was voorgeleid? Deelt u de opvatting dat deze gang van zaken ernstige vragen oproept en dat hierover volledige opheldering dient te worden verkregen? Welke concrete stappen onderneemt u om deze opheldering van de Egyptische autoriteiten te verkrijgen?

Antwoord

Het ministerie van Buitenlandse Zaken is terughoudend met het verstrekken van informatie over individuele gevallen, gelet op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de vertrouwelijkheid van de consulaire belangenbehartiging en de effectiviteit van de consulaire bijstand. Informatie wordt alleen verstrekt aan de door de gedetineerde aangewezen contactpersoon.

Vraag 8

Welke concrete stappen onderneemt de regering momenteel om alsnog spoedig consulaire toegang tot de heer Elshal te verkrijgen?

Vraag 9

Is het kabinet bereid de diplomatieke druk op de Egyptische autoriteiten te intensiveren teneinde onverwijld consulaire toegang en een eerlijke rechtsgang voor de heer Elshal te bewerkstelligen? Zo ja, op welke wijze zal de regering deze diplomatieke druk intensiveren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vragen 8 en 9

Het ministerie van Buitenlandse Zaken blijft zich onverminderd inzetten, ook op politiek niveau, om de lokale autoriteiten te bewegen, in overeenstemming met internationale wet- en regelgeving, te faciliteren in de consulaire contacten en bijstand, een eerlijke rechtsgang te garanderen en medische zorg te bieden.

Vraag 10

Is de minister bereid om de voortgang van nieuwe Nederlandse samenwerkingsprojecten met Egypte afhankelijk te maken van aantoonbare verbeteringen in de behandeling van de heer Elshal en de naleving van internationale consulaire verplichtingen? Zo ja, op welke wijze zal de minister hier uitvoering aan geven? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Het ministerie van Buitenlandse Zaken onderzoekt bij individuele consulaire zaken steeds welke diplomatieke en beleidsmatige manieren in een specifieke zaak het meest effect hebben, bijvoorbeeld om consulaire toegang te krijgen. Over de aard en inhoud van de concrete handelingen en interventies kan echter geen inzicht worden gegeven, om de vertrouwelijkheid en effectiviteit van de consulaire belangenbehartiging niet te schaden.

Vraag 11

Is de minister bereid deze zaak actief onder de aandacht te brengen van de Europese Unie en de EU-delegatie in Egypte, met het verzoek de kwestie van de detentie van de heer Elshal en de toegang tot consulaire bijstand nadrukkelijk aan de orde te stellen in de contacten met de Egyptische autoriteiten? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Zoals gesteld onder antwoord 10, beoordeelt het ministerie van Buitenlandse Zaken bij individuele consulaire zaken continu welke manieren om consulaire toegang te krijgen in een specifieke zaak het meest effectief zijn. Daarbij worden politieke en diplomatieke relaties in EU‑verband ook in de afweging opgenomen.

Vraag 12

Is de minister bereid de Egyptische ambassadeur in Nederland te ontbieden om opheldering te verlangen over de afwezigheid van de heer Elshal tijdens zijn rechtszitting en om aan te dringen op onmiddellijke consulaire toegang? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Zoals ook toegelicht in antwoord 13 en 14, heb ik in dit geval ervoor gekozen de zaak van de heer Elshal direct op te brengen en bespreken bij mijn Egyptische ambtgenoot.

Vraag 13

Heeft de minister deze zaak inmiddels persoonlijk besproken met zijn Egyptische ambtgenoot? Zo ja, wanneer en wat was de uitkomst van dat gesprek?

Vraag 14

Indien de minister dit nog niet persoonlijk met zijn Egyptische ambtgenoot heeft besproken, is hij bereid dit op de kortst mogelijke termijn alsnog te doen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vragen 13 en 14

Bij een recente ontmoeting met mijn Egyptische ambtgenoot heb ik zaak van de heer Elshal nadrukkelijk onder de aandacht gebracht en besproken. Over de inhoud van het gesprek doe ik om de bij antwoord 3 genoemde redenen geen uitspraken.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken zal zich onverminderd blijven inzetten om de lokale autoriteiten te bewegen, in overeenstemming met internationale wet- en regelgeving, te faciliteren in de consulaire contacten en bijstand, een eerlijke rechtsgang te garanderen en medische zorg te bieden.

Vraag 15

Deelt u de opvatting dat het onverklaard uitblijven van de heer Elshal bij zijn eigen rechtszitting, terwijl de Nederlandse vertegenwoordiging aanwezig was om de zitting bij te wonen en consulaire bijstand te verlenen, een zeer zorgwekkende ontwikkeling is die aanleiding geeft tot intensivering van de Nederlandse diplomatieke inzet? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 3.

Vraag 16

Klopt het dat de rechter tijdens de betreffende rechtszitting heeft verklaard dat de heer Omar Elshal de enige van in totaal 71 verdachten in deze strafzaak was die niet naar de rechtbank was overgebracht? Zo ja, op welke informatie baseert de regering zich om de juistheid van deze mededeling te beoordelen? Welke mogelijkheden heeft de regering om de juistheid hiervan zelfstandig of via diplomatieke kanalen te verifiëren? Deelt u de opvatting dat, indien deze mededeling juist is, dit de zorgen over de behandeling van de heer Elshal verder vergroot? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 3.

Vraag 17

Welke concrete maatregelen zal de regering nemen om te waarborgen dat een dergelijke situatie zich bij toekomstige rechtszittingen niet opnieuw voordoet en dat medewerkers van de Nederlandse ambassade daadwerkelijk in de gelegenheid worden gesteld de rechtszittingen van de heer Elshal bij te wonen en hem aansluitend consulaire bijstand te verlenen? Is de regering bereid hierover vooraf duidelijke afspraken te maken met de Egyptische autoriteiten? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

De Nederlandse overheid mengt zich niet in de rechtsgang van de staat van detentie, dat zouden we andersom in de Nederlandse rechtsgang ook onwenselijk achten. Het ministerie van Buitenlandse Zaken dringt er wel bij de lokale autoriteiten op aan om, in lijn met internationale wet- en regelgeving, een eerlijke rechtsgang te waarborgen en consulaire toegang te verlenen.

Vraag 18

Is de minister bereid de Kamer onverwijld te informeren zodra duidelijkheid bestaat over de reden waarom de heer Elshal niet bij zijn rechtszitting aanwezig was en over de uitkomsten van de diplomatieke contacten die hierover met de Egyptische autoriteiten zijn gevoerd?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 3.

¹ Eindhovens Dagblad, 29 juli 2026, “Onverwachte wending bij zaak ASML’er Omar (33): hij was tot ieders verrassing niet in de rechtbank aanwezig”.

² Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2026D35838.