[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Antwoorde op vragen van de leden Bamenga, Mathlouti, Huizenga en El Boujdaini over racistische uitingen jegens spelers van het Nederlands elftal op sociale media

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D39980, datum: 2026-08-31, bijgewerkt: 2026-09-01 10:56, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z15516:

Preview document (🔗 origineel)


AH 2872

2026Z15516

Antwoord van minister Heerma (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) en de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport (ontvangen 31 augustus 2026)

Vraag 1

Bent u bekend met de berichtgeving dat spelers van het Nederlands elftal, waaronder Justin Kluivert, Jurrien Timber en Crysencio Summerville, na de verloren Wereld Kampioenschap (WK)-wedstrijd tegen Marokko zijn overspoeld met racistische beledigingen en haatreacties op sociale media?1)

Antwoord op vraag 1

Ja, het kabinet heeft met afschuw kennis genomen van deze racistische uitingen.

Vraag 2

Hoe beoordeelt u het feit dat Nederlandse internationals die ons land vertegenwoordigen op het hoogste sportieve podium na een nederlaag niet worden afgerekend op hun prestaties, maar op hun huidskleur?

Vraag 3

Deelt u de opvatting dat dit een onacceptabele vorm van racisme is die niet alleen de betrokken spelers raakt, maar ook ingaat tegen de waarden van de Nederlandse democratische rechtsstaat?

Antwoord op vragen 2 en 3

Het is volstrekt onacceptabel wanneer mensen, in dit geval Nederlandse sporters, worden geconfronteerd met racistische uitingen of worden beoordeeld op hun huidskleur in plaats van op hun (sportieve) prestaties. Discriminatie op grond van herkomst, afkomst of huidskleur is verboden in artikel 1 van de Grondwet en gaat in tegen de waarden van de Nederlandse democratische rechtsstaat. Alhoewel het recht op vrijheid van meningsuiting, waaronder uitingen die kunnen kwetsen en schuren zoals kritiek, eveneens een essentieel grondrecht is en een belangrijke voorwaarde voor een open en pluriforme samenleving, is dit recht niet absoluut. Zij is geen vrijbrief maar brengt verantwoordelijkheden met zich mee en is begrensd wanneer uitingen de rechten en waardigheid van anderen aantasten. Discriminerende uitingen, zoals het bewust racistisch beledigen van mensen, zijn strafbaar. Voor deze gevallen geldt evident dat geen beroep gedaan kan worden op de bescherming die het recht op vrijheid van meningsuiting biedt.

Artikel 1 van onze Grondwet legt in de eerste plaats de wetgever, het bestuur en de rechter, de zwaarwegende juridische verplichting op om iedereen in Nederland in gelijke gevallen gelijk te behandelen. Tegelijkertijd geeft dit grondrecht ook uitdrukking aan een bredere sociaal-normatieve waarde, namelijk de fundamentele standaard dat iedereen in Nederland gelijkwaardig is.

Vraag 4

Deelt u de opvatting dat deze uiting van racisme veel meer mensen raakt dan alleen de betrokken sporters, omdat zij ook een signaal afgeeft aan Nederlanders met een migratieachtergrond dat zij ondanks hun inzet en prestaties nog steeds op hun afkomst of huidskleur worden afgerekend?

Antwoord op vraag 4

Ja, het kabinet deelt deze opvatting. Gevoelens van uitsluiting en onveiligheid hebben ook invloed op mensen die zich herkennen in de spelers, omdat zij bijvoorbeeld een vergelijkbare achtergrond hebben, of van dezelfde komaf zijn. Zo raken deze opmerkingen niet alleen de spelers maar een breder publiek: het signaal dat je niet wordt beoordeeld op je inzet, kwaliteiten en prestaties, maar op waar je vandaan komt en wie je bent. Dit raakt niet alleen de sport maar ook andere maatschappelijke terreinen. Dit soort uitingen gaan in tegen de kerngedachte van fundamentele gelijkwaardigheid binnen onze samenleving.

Discriminatie en racisme zijn een diepgeworteld probleem in en van de samenleving. De gevolgen van discriminatie en racisme tasten de sociale cohesie aan, en daarmee het vertrouwen in de politiek en overheid waardoor ook de maatschappelijke betrokkenheid afneemt.2 Dit maakt dat de bestrijding van discriminatie en racisme een maatschappelijke en gezamenlijke uitdaging is die ons allen aangaat, ook diegenen die hier niet direct door geraakt worden.

Vraag 5

Indien het antwoord op vragen 3 en 4 'ja' luidt, welke maatregelen neemt u om deze groep beter te beschermen, racisme krachtiger tegen te gaan en duidelijk uit te dragen dat afkomst of huidskleur nooit bepalend mag zijn voor de manier waarop iemand in Nederland wordt behandeld?

Antwoord op vraag 5

De opgave waar we als samenleving gezamenlijk voor staan is om gelijkwaardigheid te bevorderen en discriminatie tegen te gaan in al haar verschijningsvormen, ongeacht het maatschappelijk terrein. Persoonskenmerken zoals afkomst en huidskleur mogen nooit bepalend zijn voor de wijze waarop iemand behandeld wordt.

Met betrekking tot het bestrijden van racisme en discriminatie binnen de sport werken de ministeries JenV, OCW, SZW en VWS met beperkt budget samen met de KNVB binnen het programma Ons Voetbal Is Van Iedereen (OVIVI). De maatregelen binnen OVIVI zijn gericht op bewustwording, gedragsverandering, signaleren en sanctioneren. Dit programma loopt tot het eind van 2026 maar het kabinet is voornemens om maatregelen voor te zetten in 2027, in lijn met het regeerakkoord.

Als het gaat om discriminatie in de sport is het aandeel van meldingen dat gedaan wordt bij een antidiscriminatievoorziening (ADV) relatief klein ten opzichte van andere maatschappelijke terreinen.3 Blijvende en nadrukkelijke aandacht voor het herkennen van discriminatie en het melden ervan blijft noodzakelijk in de procesbegeleiding en trainingsprogramma’s voor de clubs, bij zowel amateur- als betaald voetbal organisaties (BVO’s). Om het signaleren en melden van racistische en andere discriminerende gedragingen en uitingen op en rond de voetbalvelden te versterken, worden in het Plan van aanpak 2023-2025 verschillende maatregelen genomen, waaronder het versterken van de samenwerking tussen de KNVB en ADV’s voor begeleiding van het doen van meldingen, de afhandeling daarvan en kennisdeling tussen deze organisaties en het Centrum Veilige Sport Nederland.4

Daarnaast ontwikkelt de KNVB in samenspraak met reeds betrokken departementen een normstellend kader voor het tegengaan van online discriminatie binnen het voetbal, waarin aandacht voor het doen van meldingen een onderdeel is.5

Voor een effectieve aanpak van discriminatie in Nederland is inzicht in ervaren en gemelde discriminatie essentieel. In algemene zin is bekend is dat het aantal meldingen niet representatief is voor de daadwerkelijk ervaren discriminatie.6 Deze beperkte meldingsbereidheid, zowel binnen de sport als binnen andere maatschappelijke sectoren, is onder andere te verklaren door een gebrek aan vertrouwen in de opvolging van meldingen.7

Melden heeft altijd zin. ADV’s bieden een luisterend oor, voeren hoor- en wederhoor en kunnen juridische procedures voeren voor hun melders. Om de meldingstoegankelijkheid verder te stimuleren is een toegankelijke, deskundige en herkenbare meldstructuur van groot belang. In de afgelopen jaren is ingezet op professionalisering van de 18 individuele ADV’s (die samen meer dan 95% van de Nederlandse gemeenten bestrijken als werkgebied), waaronder de lancering van Discriminatie.nl als naam voor álle meldpunten en de toegenomen aandacht voor Discriminatie.nl als landelijke vereniging. Desondanks is verdere versterking nodig om de effectiviteit, kwaliteit, uniformiteit - en daarmee de meldingstoegankelijkheid en het vertrouwen om te melden - te vergroten. Het wetsvoorstel Bijstand bij discriminatie beoogt deze verbeteringen te bereiken door middel van één door het Rijk gefinancierde landelijke organisatie met lokale fysieke loketten.8 Deze nieuwe landelijke organisatie zal onafhankelijk zijn in de wijze waarop zij haar taken uitvoert en krijgt daarnaast nieuwe taken gericht op preventie van discriminatie en om melders actief door te geleiden naar passende nazorg als dat gewenst is.

Om het vertrouwen in het melden van discriminatie verder te verhogen werkt het kabinet ook aan een brede publiekscommunicatie waaronder een landelijke campagne, gericht op de meldingstoegankelijkheid van alle gronden, waaronder ook afkomst en herkomst. De lancering van de campagne is beoogd voor het najaar van 2026.

Tot slot is de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie (NCDR) ingesteld met het doel om racisme en discriminatie te bestrijden. Als regeringscommissaris adviseert de NCDR het kabinet over de aanpak van discriminatie en racisme. De NCDR heeft inmiddels verschillende adviezen uitgebracht en heeft het voornemen om ook een advies over anti-zwart racisme op te stellen.9

Vraag 6

Heeft u contact opgenomen met de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) en de betrokken spelers om hen desgewenst te ondersteunen bij vervolgstappen?

Antwoord op vraag 6

Ja, er is contact opgenomen met de KNVB en is er steun betuigd over de gedane aangifte. Tijdens het commissiedebat Sportbeleid op 30 juni 2026 heeft de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport haar afschuw uitgesproken over de racistische uitingen.

Vraag 7

Deelt u de opvatting dat racistische online haat na grote sportevenementen inmiddels een voorspelbaar patroon vormt? Zo ja, hoe ondersteunt u topsporters en sportbonden voor en na grote sportevenementen?

Vraag 8

Welke rol ziet u weggelegd voor het programma Ons Voetbal Is Van Iedereen (OVIVI) in het bestrijden van online racisme in het voetbal, ook vanaf 2027?

Antwoord op vragen 7 en 8

De wijze waarop de Nederlandse spelers zijn bejegend na het verlies tegen Marokko, is helaas geen geïsoleerd incident maar komt vaker voor.10 Uitgangspunt is dat sport moet zorgen voor verbinding, waarbij doorgaans veel positieve emoties loskomen. Tegelijkertijd is het duidelijk dat discriminatie en racisme helaas niet ongebruikelijk is op verschillende niveaus en op verschillende gronden.

Specifiek binnen het voetbal komen discriminerende en racistische uitingen relatief vaak voor, zo laat ook het prevalentie onderzoek van Verian11 uit 2026 zien. Daaruit blijkt dat ongeveer 4% van alle sporters en 3% van alle sportprofessionals in het afgelopen jaar discriminatie heeft ervaren. Binnen de sport wordt het voetbal – als grootste teamsport met de meeste aantal leden van Nederland - het vaakst genoemd als context waarin dergelijke uitingen voorkomen. Het gaat vooral om verbale uitingen van medespelers, tegenstanders en publiek zo meldt het onderzoek. Dat er sprake zou zijn van een voorspelbaar patroon van racistische online haat na grote sportevenementen onderschrijft het kabinet echter niet.

Met de programma’s OVIVI en OCIVI (Onze Club Is Van Iedereen) ondersteunt het kabinet de sportsector in de strijd tegen discriminatie en racisme in het voetbal en sportbreed. Zowel op het veld, in de hal, langs de lijn en online.

De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport heeft tijdens commissiedebat Sportbeleid van 30 juni 2026 medegedeeld dat er wordt binnen OVIVI gewerkt aan het ontwikkelen van een slimme technologie om daders op te sporen, om het proces tot vervolging te vergemakkelijken.

Tot slot heeft het kabinet de intentie de subsidie gericht op het bestrijden van online racisme te zullen voortzetten in 2027, zoals in reactie op vraag 5 reeds is aangegeven. Daarover lopen momenteel gesprekken met de KNVB.

Vraag 9

Heeft u momenteel zicht op de omvang van online discriminatie tegen Nederlandse sporters? Zo nee, bent u bereid te onderzoeken in welke mate Nederlandse topsporters structureel slachtoffer zijn van online racisme en discriminatie, zodat beleid beter kan worden ingericht?

Antwoord op vraag 9

Het eerder genoemde Verian onderzoek (2026) naar discriminatie in de sport maakt onderscheid naar vormen van discriminatie, maar omvat geen landelijk percentage voor online discriminatie van sporters. Op dit moment is er daardoor nog geen volledig zicht op de omvang van online discriminatie tegen Nederlandse sporters. Wel zijn er diverse onderzoeken die hieronder toegelicht zullen worden.

Binnen de aanpak OVIVI is aandacht voor online racisme richting voetballers. Hierbij wordt gebruikgemaakt van monitoring, meldingen en technologie om online haat op sociale media te signaleren. Dit is terug te zien in de Monitor OVIVI, die jaarlijks door het Mullier Instituut wordt uitgebracht. De meest recente versie van deze monitor is op 24 juni 2026 aan uw Kamer aangeboden.12

Naast de monitor van OVIVI, heeft Movisie in 2022 een overigens niet-representatief onderzoek gedaan naar online discriminatie onder mannelijke betaald voetbalspelers.13

Er is in het kader van OVIVI begin dit jaar een vragenlijst uitgezet over (online) discriminatie onder betaald voetbalspelers in Nederland. Helaas was de respons onder de mannelijke spelers te laag om over te rapporteren. De respons onder vrouwelijke speelsters was wel hoog genoeg; de resultaten worden door het Mulier Instituut verwerkt en later dit jaar gepubliceerd.

Daarnaast voeren momenteel het Verwey Jonker Instituut, de Anne Frank Stichting en de Erasmus Universiteit het onderzoek uit naar antisemitisme in het betaald voetbal (in opdracht van de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding). Dat bestaat uit een bevolkingsonderzoek naar in welke mate discriminatie, racisme en antisemitisme voorkomt in stadions en in online omgevingen, gerelateerd aan voetbal. Dat rapport wordt medio 2027 verwacht. Die studie richt zich alleen op voetbal en niet op de ervaringen van (top)sporters zelf.

Vraag 10

Acht u de mogelijkheden van politie en Openbaar Ministerie (OM) om personen die zich via sociale media schuldig maken aan racistische belediging, discriminatie, bedreiging of het aanzetten tot haat jegens Nederlandse sporters op te sporen en strafrechtelijk te vervolgen toereikend, ook wanneer daders gebruikmaken van anonieme accounts of buitenlandse platforms?

Vraag 11

Op welke wijze werken Nederlandse autoriteiten samen met buitenlandse autoriteiten en online platforms wanneer daders zich buiten Nederland bevinden?

Antwoord op vragen 10 en 11

Het (kunnen) identificeren van plegers van online haat is ingewikkeld. Daar waar plegers gebruik maken van anonieme (social media) accounts zijn politie en OM in veel gevallen afhankelijk van internationale rechtshulp. Dat is een kostbaar en tijdrovend proces, waarbij het Nederlandse OM voor identificerende gegevens van plegers veelal afhankelijk is van de autoriteiten van landen waar deze tech-bedrijven zijn gevestigd. Daarom wordt, daar waar dat kan, via minder ingrijpende middelen zoals Open Source Intelligence (OSINT) getracht om zekerheid te verkrijgen over de identiteit van de online pleger. In het geval dat dergelijke informatie ontoereikend is en informatie nodig is uit het buitenland, zal dit worden opgevraagd middels een rechtshulpverzoek aan de landen waar de tech-bedrijven zich bevinden.

Daar waar de verdenking zich richt op groepsbelediging ex. artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht (WvSr) kunnen er in beginsel weinig bijzondere opsporingsmethoden worden ingezet, omdat artikel 137c WvSr geen feit is waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten (als bedoeld in artikel 67 lid 1 Wetboek van Strafvordering).

Tot slot zal er een gesprek tussen de Minister van Langdurige Zorg Jeugd en Sport en de Minister van JenV plaatsvinden over de mogelijkheden online haat te bestrijden op socialemediaplatforms. De terugkoppeling daarvan wordt meegenomen in de eerder toegezegde stand-van-zakenbrief.

Vraag 12

In hoeveel gevallen van online discriminatie of racistische uitingen heeft het OM de afgelopen vijf jaar daadwerkelijk vervolging ingesteld en ziet u aanleiding deze aanpak te intensiveren?

Antwoord op vraag 12

Het OM rapporteert jaarlijks over de discriminatiecijfers aan de Minister van JenV via het cijferrapport ‘Strafbare Discriminatie in Beeld’. Dit rapport wordt jaarlijks ter kennisgeving aan de Kamer aangeboden door de Minister van JenV. In dit rapport wordt uiteengezet hoeveel specifieke discriminatiefeiten (zoals groepsbelediging) er bij het OM zijn ingestroomd en hoeveel feiten er zijn ingestroomd waarin een discriminatieaspect een rol heeft gespeeld. Per 1 juli 2025 zijn de laatstgenoemde categorie feiten opgenomen als wettelijke strafverzwaringsgrond in artikel 44bis van het Wetboek van Strafrecht. In 2025 betroffen het 42 specifieke discriminatiefeiten en 37 feiten waarin een discriminatieaspect een rol speelde, die online zijn gepleegd.

Het OM werkt in principe aangifte-gedreven; zo staat ook te lezen in de Aanwijzing discriminatie. Verhoging van de aangiftebereidheid leidt daarmee vrijwel automatisch tot het vaker (kunnen) afdoen van discriminatiezaken, ook online. Daarnaast wordt er binnen het OM sinds het afgelopen jaar meer samengewerkt tussen de discriminatie-aanpak en de aanpak van terrorisme en radicalisering online, om waar mogelijk ook vaker ambtshalve een discriminatieonderzoek te kunnen starten of afronden.

Vraag 13

Welke concrete verplichtingen vloeien voor (zeer grote) online platforms, zoals Instagram (Meta), Facebook, X en TikTok, voort uit de Digital Services Act bij het beperken van systematische racistische haatcampagnes en hoe wordt toegezien op naleving daarvan?

Antwoord op vraag 13

Discriminatie is in Nederland en de EU verboden. De Digitaledienstenverordening (Digital Services Act, DSA) legt zorgvuldigheidsverplichtingen op aan tussenhandeldiensten, waaronder online platforms zoals Meta, X en TikTok, met als doel om illegale inhoud zoals online haat en racisme aan te pakken. Zo moeten de genoemde platforms voorzien in doeltreffende kennisgevings- en actiemechanismen waar illegale inhoud kan worden gemeld. De genoemde platforms moeten verder de zogenaamde systeemrisico’s die voortvloeien uit hun diensten in kaart brengen en beperken. Deze systeemrisico’s kunnen onder meer risico’s omvatten die worden veroorzaakt door schadelijke inhoud, zoals online haat en discriminatie.

Het toezicht op de naleving van deze verplichtingen uit de DSA voor Meta, X en TikTok – zogenoemde zeer grote online platforms (Very Large Online Platforms, VLOP’s) – ligt bij de Europese Commissie.

De DSA maakt het daarnaast mogelijk voor organisaties met specifieke expertise in het opsporen, identificeren en melden van illegale inhoud, om gecertificeerd te worden als ‘betrouwbare flagger’. In Nederland worden aanvragen voor die status behandeld door de Autoriteit Consument en Markt. Betrouwbare flaggers kunnen illegale inhoud bij online platforms melden. Zulke meldingen moeten met prioriteit worden behandeld door online platformen. In dit kader is het relevant dat Meld.Online Discriminatie (MOD) is gecertificeerd als betrouwbare flagger voor meldingen van online discriminatie in Nederland.14 Naar aanleiding van de discriminerende bejegeningen van de Oranjespelers, heeft MOD meerdere berichten als illegaal beoordeeld en hierover verwijderverzoeken ingediend bij online platforms. De verwijderverzoeken zijn allen ingewilligd door de bevraagde platforms.15

Vraag 14

Heeft u aanleiding om te veronderstellen dat de betrokken platforms in deze zaak onvoldoende of te laat hebben ingegrepen tegen de golf aan racistische reacties? Zo ja, welke mogelijkheden heeft u om platforms daarop aan te spreken of handhavend op te treden?

Antwoord op vraag 14

Ja, uit de berichtgeving blijkt dat de Oranjespelers op grote schaal zijn geconfronteerd met racistische uitingen. Daaruit concludeer ik dat de platformen er niet in zijn geslaagd om gebruikers van hun diensten te beschermen tegen online haat en discriminatie. Dat is verontrustend en zou niet moeten gebeuren. Het ligt voor de hand dat platforms bij voorspelbare piekmomenten extra maatregelen treffen. Uit navraag bij betrokken platforms volgt dat zij actief monitoren op racistische content. Zowel TikTok als Meta geven aan dat zij anticiperen op grote gebeurtenissen, zoals sportevenementen. Het is aan de Europese Commissie om te onderzoeken of zij met hun huidige werkwijze voldoen aan de verplichtingen uit de DSA.

Vraag 15

Hoe beoordeelt u het feit dat de betrokken spelers zich genoodzaakt zagen hun sociale media af te schermen om zichzelf tegen racistische haat te beschermen? Wat zegt dit volgens u over de huidige bescherming van slachtoffers van online discriminatie?

Antwoord op vraag 15

Het is onacceptabel dat de betrokken spelers zich genoodzaakt zagen om hun sociale media af te schermen tegen haat en racisme. Geconfronteerd worden met online haat en racisme moet niet getolereerd en genormaliseerd worden, of dat gaat om de betrokken spelers, of wie dan ook. Dit incident laat zien dat de bescherming van slachtoffers onvoldoende was. Dit demonstreert de noodzaak, urgentie en belang voor het tegengaan van online discriminatie, en dat duurzamere en effectievere bescherming en ondersteuning van slachtoffers van groot belang zijn. Deze taak valt ons allemaal toe. Het kabinet trekt hier in samen op met het maatschappelijk middenveld vanuit het Plan van aanpak tegen online discriminatie.16

Vraag 16

Verwacht u van grote platforms dat zij op voorspelbare piekmomenten, waaronder grote sportevenementen zoals een wereldkampioenschap voetbal, extra inzetten op moderatie en detectie van racistische uitingen en haatcampagnes? Zo ja, acht u de huidige inzet voldoende?

Antwoord op vraag 16

Zie het antwoord onder vraag 14.

Vraag 17

Kunt u uiteenzetten wat de voortgang is van het maatregelenpakket uit het Plan van aanpak tegen online discriminatie, gepresenteerd september 2025?

Antwoord op vraag 17
Het Plan van aanpak online discriminatie omvat rijksbrede maatregelen ter bestrijding van alle vormen van online discriminatie. Het Plan van aanpak zet onder andere in op vaker en meer zichtbare consequenties voor daders, betere ondersteuning van slachtoffers en meer maatschappelijke bewustwording. Hieronder een paar voorbeelden van maatregelen uit het Plan van aanpak die zijn uitgevoerd of momenteel worden uitgevoerd.

Het kabinet investeert vanaf 2025 structureel in de expertise en personeelsbezetting van de gespecialiseerde politie-eenheid voor discriminatie, ECAD-P genaamd. Deze investeringen zijn bedoeld om politie-eenheden te helpen discriminatie beter te herkennen, te registreren en te bestrijden, zowel offline als online.

Ook steunt het kabinet dit jaar trainingen van International Network Against Cyber Hate (INACH) aan maatschappelijke organisaties en (decentrale) overheden om bewustwording over online haatspraak te stimuleren en handelingsperspectieven te bieden. De trainingen gaan onder meer over de digitale rechten die men heeft, de beschikbare online meldvoorzieningen en hoe daar gebruik van gemaakt kan worden.

Daarnaast zet het kabinet in op een goede en overzichtelijke hulpinfrastructuur voor slachtoffers van online discriminatie, waarbij wordt ingezet op intensievere samenwerking tussen hulporganisaties. Dit blijkt ook uit de lancering van Discriminatie.nl als naam voor álle meldpunten en diens samenwerkingsovereenkomst met Meld.Online Discriminatie die dit jaar is ondertekend. Zo kunnen laagdrempeligere meldmogelijkheden geboden worden aan slachtoffers van online discriminatie.

Ook start in oktober een maatschappelijke dialoog over normen en waarden rond online discriminatie. Deze dialoog vindt deels plaats op een nog te lanceren dialoogplatform www.praatmeemetdeoverheid.nl en deels tijdens fysieke bijeenkomsten onder begeleiding van experts. Daarmee zet het kabinet in op sterkere online normen en waarden, meer maatschappelijke bewustwording en het betrekken van Nederlanders bij het bedenken van passende beleidsmaatregelen.


  1. 'KNVB gaat melding doen van racistische berichten aan Oranjespelers die penalty misten', NOS, 30 juni 2026, (nos.nl/artikel/2621066-knvb-gaat-melding-doen-van-racistische-berichten-aan-oranjespelers-die-penalty-misten).↩︎

  2. Dit blijkt onder andere uit de Voortgangsrapportage 'Keer op keer. Inzichten in gestapelde discriminatie ervaringen in Nederland en Europa' van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme (maart 2025).↩︎

  3. In 2025 betrof het aantal meldingen van discriminatie in de sport 4% van het totaal aantal meldingen gedaan bij de ADV’s. ‘Discriminatiecijfers in 2025’, Walz en Fiere, Art. 1, 2025.↩︎

  4. Plan van Aanpak 2023-2025, OVIVI.↩︎

  5. Plan van Aanpak 2023-2025, OVIVI, p. 15.↩︎

  6. Uit de Veiligheidsmonitor (2025) van het CBS blijkt dat slechts in één van de tien gevallen ervaren discriminatie gemeld wordt bij een officiële meldinstantie, waaronder de ADV’s. Het totaal aantal meldingen gedaan bij de ADV’s in 2025 betrof ‘Discriminatiecijfers in 2025, Walz en Fiere, Art. 1, 2025.↩︎

  7. ‘Discriminatiecijfers in 2025’, Walz en Fiere, 2025; Monitor OVIVI 2024.↩︎

  8. Kamerstukken II 2025/26, 30 950, nr. 513.↩︎

  9. Bestrijding Anti-Zwart racisme in 2026 | Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme; Terugblik: Roots & Remedies – Moving towards structural change | Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme.↩︎

  10. OM onderzoekt racistische reacties op selfie Oranje, NOS, 17 november 2014 https://nos.nl/artikel/2004255-om-onderzoekt-racistische-reacties-op-selfie-oranje; FC Den Bosch erkent alsnog racisme: 'Hebben plank volledig misgeslagen', NU.nl, 5 augustus 2019 https://www.nu.nl/voetbal/6011767/fc-den-bosch-erkent-alsnog-racisme-hebben-plank-volledig-misgeslagen.html.↩︎

  11. Discriminatie in de zorg, welzijn en sport: structureel probleem met ernstige gevolgen, Verian Group 2026.↩︎

  12. Kamerstukken II 2025/26, 30 234, nr. 442; Monitor OVIVI 2025, Mulier Instituut.↩︎

  13. https://www.movisie.nl/publicatie/online-discriminatie-voetbal.↩︎

  14. Zie voor een lijst van gecertificeerde betrouwbare flaggers in de Europese Unie https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/trusted-flaggers-under-dsa.↩︎

  15. KNVB doet aangifte om discriminerende opmerkingen op sociale media tegen Oranjespelers, NOS, 3 juli 2026.↩︎

  16. Kamerstukken II 2025/26, 30 950/26 643, nr. 461.↩︎