Antwoord op vragen van het lid Goudzwaard over het artikel 'Waarom pakt de politie het misbruik van witte kentekenplaten niet aan?'
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D40057, datum: 2026-09-01, bijgewerkt: 2026-09-01 11:14, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
- Mede namens: V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat
Onderdeel van zaak 2026Z13201:
- Gericht aan: V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat
- Volgcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 2882
Antwoord van minister Van Weel (Justitie en Veiligheid), mede namens de minister van Infrastructuur en Waterstaat (ontvangen 1 september 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2493
Vraag 1
Bent u bekend met het AD-artikel «Waarom pakt de politie het misbruik van witte kentekenplaten niet aan? 1)
Antwoord op vraag 1
Ja.
Vraag 2
Klopt het dat bestuurders van auto’s met een buitenlands
kenteken de wegenbelasting, BPM én APK-verplichtingen ontlopen?
Antwoord op vraag 2
In de motorrijtuigenbelasting (hierna: mrb) en de belasting op personenauto's en motorrijwielen (hierna: bpm) geldt het uitgangspunt dat motorrijtuigen worden belast in de lidstaat waar de houder zijn gewone verblijfplaats heeft. Personen die hun gewone verblijfplaats buiten Nederland hebben, zoals toeristen en andere tijdelijke bezoekers, zijn vrijgesteld van Nederlandse mrb en bpm. Deze vrijstelling vloeit voort uit Richtlijn 83/182/EEG betreffende belastingvrijstellingen bij tijdelijke invoer van voertuigen.1 Deze richtlijn berust op wederkerigheid tussen de lidstaten. Evenzo betalen Nederlandse ingezetenen die tijdelijk in een andere lidstaat verblijven in beginsel hun voertuigbelastingen in Nederland en niet in de lidstaat die zij slechts tijdelijk bezoeken.
Voor de Nederlandse ingezetenen met een voertuig worden in de mrb en
bpm twee groepen onderscheiden. De eerste groep betreft Nederlandse
ingezetenen die op grond van de Wegenverkeerswet 1994 verplicht zijn hun
voertuig in het Nederlandse kentekenregister in te schrijven. Die
verplichting geldt voor iedere Nederlandse ingezetene die eigenaar of
houder is van een motorrijtuig.2 Voor deze groep wordt de
mrb automatisch geheven van degene op wiens naam het voertuig in het
kentekenregister is geregistreerd.
De tweede groep betreft Nederlandse ingezetenen die gebruik maken van
een in het buitenland geregistreerd voertuig dat eigendom is van een in
het buitenland woonachtige of gevestigde persoon. Daarbij kan
bijvoorbeeld worden gedacht aan een buitenlandse huurauto of leaseauto,
een voertuig van een buitenlandse werkgever of een voertuig dat ter
beschikking is gesteld door een in het buitenland wonende eigenaar. Deze
voertuigen zijn uitgezonderd van de Nederlandse
kentekenregistratieplicht omdat zij zich bevinden in het zogenoemde
‘internationaal verkeer’.3 Het gebruik van deze
voertuigen is in Nederland niet aan een wettelijke termijn gebonden.
Voor deze groep wordt de mrb en bpm geheven van degene die het
motorrijtuig met buitenlands kenteken feitelijk gebruikt op de
Nederlandse weg. De belastingaangifte daarvoor moet worden gedaan
voorafgaand aan het gebruik van de Nederlandse weg.
Het is dus niet juist dat bestuurders van voertuigen met een buitenlands kenteken de mrb en bpm ontlopen. Wel is de handhaving van de verplichtingen voor de tweede groep complexer dan bij voertuigen die zijn opgenomen in het Nederlandse kentekenregister. Bij voertuigen met een Nederlands kenteken zijn de houder, het voertuig en het moment waarop de belastingplicht ontstaat rechtstreeks bekend uit het kentekenregister. Bij voertuigen met een buitenlands kenteken ontbreken deze gegevens. Als de belastingplichtige niet zelfstandig aangifte heeft gedaan, moet de belastinginspecteur vaststellen dat deze persoon het voertuig feitelijk ter beschikking heeft, dat gebruik wordt gemaakt van de Nederlandse weg en dat geen vrijstelling van toepassing is. Juist het vaststellen van deze feiten maakt de handhaving aanzienlijk arbeidsintensiever.
In dit verband wordt opgemerkt dat voor een voertuig met een buitenlands kenteken doorgaans motorrijtuigenbelasting is verschuldigd in de lidstaat waar het voertuig is geregistreerd. De veronderstelling dat met een buitenlands kenteken in het geheel geen belasting wordt betaald, is daarom onjuist. De potentiële fiscale voordelen van een buitenlands kenteken moeten in dat licht worden bezien. Bovendien kan het rijden met een buitenlands kenteken, als gevolg van het ontbreken van harmonisatie van de motorrijtuigenbelasting binnen de Europese Unie, leiden tot een dubbele fiscale last. Afhankelijk van de wijze waarop de verschillende lidstaten hun motorrijtuigenbelasting vormgeven, kan de heffing van motorrijtuigenbelasting in Nederland ertoe leiden dat voor hetzelfde voertuig tweemaal een belastingdruk ontstaat: in Nederland en in de lidstaat van registratie. Dergelijke situaties van dubbele belasting zijn, bij gebrek aan harmonisatie op Unieniveau, niet in strijd met het Unierecht.
Voor wat betreft voertuigen uit andere EU-lidstaten ontlopen deze de APK-plicht niet. Deze auto’s hebben namelijk een APK-plicht in het land van registratie. Elke lidstaat ziet erop toe dat voertuigen die in die lidstaat zijn geregistreerd, periodiek worden gekeurd door erkende controlecentra in die lidstaat. De minimale keuringsfrequentie is Europees vastgelegd.
Vraag 3
Hoeveel boetes zijn de afgelopen vijf jaar uitgeschreven met betrekking tot voertuigen die te lang zijn blijven rijden met een buitenlands kenteken?
Antwoord op vraag 3
Het gaat hier om kentekenhouders met een buitenlands kenteken die Nederlands ingezetene zijn. Zij maken dus deel uit van de eerste groep zoals benoemd in het antwoord op vraag 2. In principe moet iemand zijn kenteken omzetten als hij of zij in Nederland komt wonen. Voor het strafrecht wordt, net als bij het omwisselen van een rijbewijs, aangesloten bij 185 dagen in Nederland geregistreerd of dat op een andere manier kan worden gereconstrueerd dat iemand al langer dan 185 dagen in Nederland woont. De reden hiervoor is dat op een andere manier niet kan worden aangetoond dat de betrokkene hier zijn of haar gewone verblijfplaats heeft en dan kan aangeven dat hij of zij nog steeds op en neer rijdt naar het land waar het voertuig vandaan komt en onder de uitzondering van het internationaal verkeer valt.
Onderstaande tabel bevat het aantal boetes van de feitcode waar het niet tijdig omzetten van een in het buitenland geregistreerd voertuig en het rijden met een Nederlands voertuig zonder geldig kenteken onder valt. Deze categorieën kunnen niet gesplitst worden. Kanttekening hierbij is dus dat de feitcode van de boete ziet op meer overtredingen dan alleen de overtreding voor het niet tijdig omzetten van een in het buitenland geregistreerd voertuig. Daarmee zijn onderstaande aantallen hoger dan het daadwerkelijke aantal feiten dat te lang is blijven rijden met een buitenlands kenteken.
| Jaar | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 |
|---|---|---|---|---|---|
| Aantallen | 3067 | 3428 | 1811 | 7677 | 4259 |
Vraag 4
Heeft u zicht op het aantal langdurig in Nederland verblijvende arbeidsmigranten die niet geregistreerd staan in de Basisregistratie Personen?
Vraag 5
Gelet op het feit dat volgens het rapport «Onderzoek opgave arbeidsmigratie in de provincie Zuid-Holland» het aantal niet geregistreerde arbeidsmigranten maar liefst 47% van het totaal zou kunnen zijn: is deze verhouding indicatief voor Nederland ansich? 2)
Antwoord op vragen 4 en 5
Onderzoek opgave arbeidsmigratie in de provincie
Zuid-Holland
De 47% uit het aangehaalde onderzoek4 betreft een schatting
van het aantal niet-geregistreerde migranten uit Midden- en Oost-Europa
in 2009-2010 en stamt uit een tijd waarin de huidige Basisregistratie
Personen (hierna: BRP) nog niet bestond. Het gaat hierbij om personen
die destijds niet voorkwamen in de registers van de GBA (Gemeentelijke
basisadministratie persoonsgegevens, met gegevens over inwoners van
Nederland en uit Nederland geëmigreerden) en het UWV. Dus nee, deze
verhouding is niet indicatie voor Nederland an sich. De wet BRP trad op
6 januari 2014 in werking en pas toen openden de RNI-loketten
(Registratie Niet-Ingezetenen) waar niet-ingezetenen zich kunnen laten
registreren in de BRP. Uitgifte van identificerende nummers aan
niet-ingezetenen verliep voor die tijd via de Belastingdienst en was
niet gekoppeld aan de BRP (destijds nog GBA).
Huidige BRP-stelsel
Als we kijken naar het huidige BRP-stelsel zien we het volgende.
Arbeidsmigranten schrijven zich over het algemeen in de BRP in als
ingezetene of niet-ingezetene. Arbeidsmigranten die zich niet
registeren, hebben geen BSN en betalen daarom het anoniementarief van
52% over hun salaris. Dit is een sterke financiële prikkel om in te
schrijven.
Inzicht in arbeidsmigranten niet geregistreerd in BRP
Naar verwachting schrijft een gedeelte van de groep
EU-gedetacheerden en arbeidsmigranten die illegaal of zwart werkt zich
in het geheel niet in de BRP in als ingezetene of niet-ingezetene, omdat
zij het BSN niet gebruiken voor werk. Hoe groot de groep exact is die
zich niet inschrijft, is onbekend.
Inzicht in arbeidsmigranten ingeschreven als niet-ingezetene in
BRP
Bij langdurig verblijf in Nederland is de arbeidsmigrant verplicht
zich als ingezetene te laten registreren.5 Dat
gebeurt niet altijd, onder meer door illegale huisvesting, een gebrek
aan kennis of omdat arbeidsmigranten dit zelf niet willen.6 In
2024 stonden 236.400 werkende EU-burgers (excl. Nederlanders) als
niet-ingezetene in de BRP geregistreerd.
Een deel daarvan is terecht: het gaat onder meer om grenswerkers die in het buitenland wonen en om seizoenswerkers die kort in Nederland zijn en daarom is inschrijving als ingezetene niet vereist. Van deze groep werken zo’n 63.000 EU-burgers langer dan zes maanden aaneengesloten in Nederland, terwijl zij niet in Duitsland of België wonen (dit sluit grenswerkers uit). Zij hadden zich daarom vermoedelijk als ingezetene moeten inschrijven en zijn dus onjuist geregistreerd. Mogelijk is deze groep groter. Afgezet tegen de in totaal 728.600 EU-burgers die eind 2024 in Nederland werkten, gaat het om ten minste 8,6%. Het is belangrijk om hierbij te benoemen dat aantallen en percentages sterk afhankelijk zijn van de gehanteerde definitie van "de arbeidsmigrant."
Het kabinet vindt het zicht op arbeidsmigranten essentieel. Daarom werkt de staatssecretaris van BZK samen met de minister van SZW aan een breed pakket aan maatregelen om de registratie van arbeidsmigranten in de BRP te verbeteren.7
Vraag 6
Welke criteria worden gebruikt om vast te stellen of er bij een auto sprake is van «duurzaam gebruik» in Nederland, waarbij een Nederlands kenteken verplicht is?
Antwoord op vraag 6
Duurzaam gebruik wordt in de Wegenverkeerswet 1994 niet gebruikt om te bepalen of iemand een Nederlands kenteken aan moet vragen. Om vast te stellen of iemand een Nederlands kenteken nodig heeft, of dat een uitzondering geldt, is de vraag of een voertuig zich in het internationale verkeer bevindt. Volgens het Verdrag inzake wegverkeer bevindt een voertuig zich in het internationale verkeer in Nederland wanneer een voertuig:
• eigendom is van een partij, die gewoonlijk zijn woonplaats of plaats van vestiging heeft in het buitenland;
• niet in Nederland is ingeschreven; en
• het tijdelijk in Nederland is ingevoerd.
Cruciaal in deze definitie is wat het betekent waar iemand ‘gewoonlijk’ zijn woonplaats heeft. Er moet dus worden aangetoond dat iemand in Nederland woonachtig is. Daarvoor kunnen de criteria worden gebruikt zoals BRP-registratie, waar iemand woont, waar iemand werkt, waar zijn gezin woont, hoe vaak iemand naar het buitenland gaat en of diegene daar nog een huis heeft.
Vraag 7
In hoeverre is handhaving op «duurzaam gebruik» realistisch aangezien het langdurig, individueel, anderszins onopvallend gedrag betreft?
Antwoord op vraag 7
Het is inderdaad moeilijk aan te tonen dat iemand in Nederland woonachtig is. Dat zal vooral moeten blijken uit het verhoor van de verdachte. Iemand hoeft pas zijn kenteken om te wisselen als hij in Nederland woonachtig is, maar hier zijn geen harde handvatten voor waarop de handhavers kunnen acteren. Er zal dus per geval moeten worden gereconstrueerd aan de hand van de informatie die de handhavers hebben.
Vraag 8
In hoeverre wordt handhaving bemoeilijkt door het feit dat voertuigregistratie, fiscale afhandeling en de signalering van overtredingen allemaal bij andere instanties liggen?
Antwoord op vraag 8
Het is met name complex om duidelijk te krijgen of een bestuurder in overtreding is. Dit moet per casus aangetoond worden door de betrokken instanties. Bij een staandehouding van een bestuurder van een voertuig met buitenlands kenteken op de Nederlandse weg door de politie, kan door de politie niet eenvoudig worden vastgesteld of de bestuurder voldoet aan alle wettelijke verplichtingen. De politie moet vaststellen of (1) de bestuurder feitelijk woonachtig is in Nederland (2) het voertuig zich rechtmatig in het internationaal verkeer bevindt of dat een Nederlands kenteken moet worden gevoerd en (3) of de verschuldigde belastingen zijn voldaan dan wel dat een fiscale vrijstelling van toepassing is. Deze aspecten vragen om nauwe samenwerking met betrokken instanties en zijn arbeidsintensief en bewerkelijk.
Vraag 9
Bij wie ligt de bewijslast bij een mogelijke overtreding? Wanneer is het aannemelijk genoeg dat er sprake is van een voertuig met «duurzaam gebruik» om te handhaven op het kenteken?
Antwoord op vraag 9
In het strafrecht ligt de bewijslast bij politie en OM. Iemand is onschuldig totdat het tegendeel is bewezen. Er moet worden aangetoond dat iemand zijn kenteken had moeten omwisselen, omdat hij in Nederland woonachtig is.
Vraag 10
Heeft u zicht op hoeveel geld de overheid misloopt door gebrekkige handhaving wat betreft het langdurig gebruik van buitenlandse kentekens
Antwoord op vraag 10
Er zijn in de systemen van de Belastingdienst geen gegevens beschikbaar waarmee de omvang van eventuele misgelopen belastinginkomsten als gevolg van het gebruik van buitenlandse kentekens kan worden vastgesteld. Wel zijn de volgende gegevens beschikbaar.
De motorrijtuigenbelasting
In de periode 1 januari 2022 tot en met 25 juni 2026 zijn er 18.122 aangiften bij de Belastingdienst opgevoerd voor motorrijtuigen met buitenlandse kentekens. In deze periode zijn er ook 11.957 beëindigd, bijvoorbeeld omdat het motorrijtuig inmiddels een Nederlands kenteken heeft of niet meer in Nederland gebruik maakt van de weg. Op 25 juni 2026 zijn er 6.156 lopende aangiften voor de motorrijtuigenbelasting voor motorrijtuigen met buitenlandse kentekens.
De belasting van personenauto’s en motorrijwielen
Het aantal aangiften voor de belasting van personenauto’s en motorrijwielen ziet er als volgt uit:
| Jaar | Aantal aangiften |
|---|---|
| 2022 | 582 |
| 2023 | 559 |
| 2024 | 520 |
| 2025 | 479 |
| 2026 (tot 18 mei) | 230 |
Het aantal signalen van onrechtmatig gebruik van de weg
In de volgende tabel staat het aantal signalen dat de Belastingdienst heeft ontvangen sinds 2022 omtrent het gebruik van de Nederlandse weg door Nederlandse ingezetenen met een motorrijtuig met buitenlands kenteken, waarbij geen aangifte voor bpm of mrb is gedaan.
| Signalen BPM/MRB | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Categorie | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | Eindtotaal |
| BPM | 1.627 | 2.265 | 2.125 | 1.913 | 7.930 |
| MRB | 1.344 | 1.905 | 1.793 | 1.605 | 6.647 |
Vraag 11
Is het mogelijk de handhavingsketen te stroomlijnen zonder extra administratieve lasten te creëren voor zowel bedrijven als overheidsinstanties?
Antwoord op vraag 11
In zowel het straf- als het bestuursrecht zal de handhaving en de bewijsbaarheid van de overtreding lastig blijven. Het is, zoals eerder benoemd, namelijk lastig om aan te tonen of iemand in Nederland woont of niet.
Vraag 12
In hoeverre ziet u kansen om met ANPR-systemen en (bestaande) verkeerscamera’s signalering en dus handhaving te vereenvoudigen?
Antwoord op vraag 12
Het probleem zit hem niet in de handhaving en inzet van ANPR, maar op het kunnen aantonen dat iemand een Nederlands kenteken had moeten hebben. Daarom zullen de ministeries van IenW en Financiën, samen met het ministerie van JenV en de betrokken ketenpartners, verkennen wat er nodig is om de handhaving te vereenvoudigen.”.
Vraag 13
Bent u bekend met het plan «Zo werkt arbeidsmigratie voor iedereen»? 3)
Antwoord op vraag 13
Ja.
Vraag 14
Bent u bereid om uitvoering te geven aan het eerste punt onder hoofdstuk 2.1 waar gevraagd wordt om een dekkend registratiesysteem voor arbeidsmigranten, gekoppeld aan het BRP?
Antwoord op vraag 14
Dit kabinet zet in op een brede set aan maatregelen om de registratie van arbeidsmigranten te verbeteren en zo te zorgen voor een dekkend registratiesysteem. In de kamerbrief van 9 september 2025 is uw kamer geïnformeerd over de laatste stand van zaken omtrent de aanpak voor verbetering van de registratie van arbeidsmigranten.8 Er wordt gewerkt aan het verbeteren van de registratie door het ministerie van BZK en het ministerie van SZW. Het registreren van contactgegevens en tijdelijke verblijfsadressen in Nederland van niet-ingezetenen is een belangrijke maatregel om deze ongewenste situatie aan te pakken. Daarnaast wordt onder meer een bevorderings-, vergewis- en (optionele) meldplicht geïntroduceerd voor uitleners, met als beoogde inwerkingtreding 1 januari 2027.
Vraag 15
Bent u het met ons eens dat een dergelijk systeem zou kunnen helpen bij de handhaving rondom het «duurzaam gebruik» van auto’s in Nederland die desondanks met een buitenlands kenteken blijven rijden?
Antwoord op vraag 15
Het is van belang dat iedereen die in Nederland woont in het BRP staat ingeschreven, zodat ze aangesproken kunnen worden op het registreren van hun voertuig in Nederland. Als je beter zicht hebt op wie in Nederland woont, draagt dat hieraan bij.
1) AD, 27 mei 2026, Waarom pakt de politie het misbruik van witte kentekenplaten niet aan? | Auto | AD.nl
2) Provincie Zuid-Holland, 17 juni 2025, Verkenning opgave arbeidsmigratie provincie Zuid-Holland kv-tk-2026Z13201 ’s-Gravenhage 2026 Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026
3) Diverse gemeenten en provincies, 24 november 2025, actieplan: Zo werkt arbeidsmigratie voor iedereen Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Vragen
RICHTLIJN VAN DE RAAD van 28 maart 1983 betreffende de belastingvrijstellingen bij de tijdelijke invoer van bepaalde vervoermiddelen binnen de Gemeenschap (83/182/EEG)↩︎
Artikel 36, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.↩︎
Artikel 37, eerste lid, onderdeel b, van de Wegenverkeerswet 1994 in samenhang met artikel 1, onderdeel b, van het Weens verdrag inzake het wegverkeer (1968)↩︎
Op basis van de EU-Burgerschapsrichtlijn kan verblijf tot drie maanden niet worden verplicht (Wet BRP verplicht inschrijving als ingezetene bij intentie tot verblijf langer dan vier maanden.↩︎
Zie: Zicht op arbeidsmigranten: Een belevingsonderzoek naar de positie van EU-arbeidsmigranten, derdelanders en Oekraïners in Nederland | Rijksoverheid.nl↩︎
Zie: Kamerbrief over aanpak verbetering registratie in de BRP | Rijksoverheid.nl↩︎
Kamerbrief over aanpak verbetering registratie in de BRP | Rijksoverheid.nl↩︎