[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Antwoord op vragen van het lid Struijs over strafvermindering voor ernstige misdadigers vanwege te lange strafprocedures

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D40060, datum: 2026-09-01, bijgewerkt: 2026-09-01 11:39, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z15827:

Preview document (🔗 origineel)


AH 2899

2026Z15827

Antwoord van minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 1 september 2026)

Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2611

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het artikel van RTL Nieuws van 3 juli 2026: 'Rechtssysteem loopt vast, moordenaars en verkrachters krijgen lagere straffen'? 1)

Antwoord op vraag 1
Ja.

Vraag 2

Wat is uw reactie op de constatering dat in honderden zaken rond zware misdrijven, waaronder moord, doodslag en verkrachting, strafvermindering is toegepast omdat de strafprocedure te lang

duurde?

Antwoord op vraag 2
Ik acht het van groot belang dat daders een passende straf krijgen. Voorop staat dat verdachten, daders en slachtoffers tijdig hun recht dienen te krijgen en niet te lang moeten wachten op de uitkomst van een strafproces. Het verkorten van de doorlooptijden is dan ook een van de prioriteiten van de strafrechtketen. Tegelijkertijd is het belangrijk dat elke zaak de tijd en aandacht krijgt die deze verdient, zowel tijdens het opsporingsonderzoek als tijdens de behandeling op zitting. Slachtoffers en verdachten hebben recht op een zorgvuldig en rechtvaardig proces. Onderdeel daarvan is dat binnen een redelijke termijn een uitspraak van de rechter volgt. Om te voorkomen dat een verdachte onnodig lang in onzekerheid verkeert over een eventuele bestraffing, vloeit uit art. 6 EVRM voort dat een verdachte recht heeft op de behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn.1 In die gevallen waarin een overschrijding van de redelijke termijn niet vermeden kan worden, kunnen daar consequenties aan worden verbonden. Er kan ook worden volstaan met het vaststellen van die overschrijding. De Hoge Raad heeft de uitgangspunten voor de toepassing van strafvermindering als gevolg van termijnoverschrijdingen uiteengezet2.

Het is echter in alle opzichten onwenselijk als de duur van het proces een rechtvaardige strafoplegging in de weg staat, terwijl daar geen inhoudelijke zaak gerelateerde grondslag voor is. Juist voor slachtoffers en nabestaanden kan het veel impact hebben als het strafproces erg lang op zich laat wachten als gevolg van een overvolle strafrechtketen. Zeker als de lange duur van het strafproces dan ook nog invloed heeft op de hoogte van de straf. Strafvermindering voor verdachten die lang moeten wachten op het strafproces moet dan ook worden voorkomen.

Ik wil daarbij wel benadrukken dat de Rechtspraak aangeeft dat de genoemde aantallen niet door hen kunnen worden bevestigd. Op basis van de binnen de Rechtspraak bekende data kan deze conclusie niet zonder meer worden getrokken. Om een gefundeerde conclusie te kunnen geven zou uitgebreid jurisprudentieonderzoek nodig zijn.

Vraag 3

Wat is volgens u de impact hiervan op de rechtsstaat?

Antwoord op vraag 3
Een goed functionerende strafrechtketen is belangrijk voor het vertrouwen van burgers in de rechtsstaat en het strafrecht. Ik begrijp goed dat het voor slachtoffers en nabestaanden wrang is als in een strafzaak een overschrijding van de redelijke termijn wordt geconstateerd en verdachten als gevolg daarvan strafvermindering krijgen. Ik acht het onwenselijk als betrokkenen te lang moeten wachten op hun recht en dat langere doorlooptijden mogelijk zouden kunnen leiden tot een andere uitkomst van het strafproces. Ik merk daarbij wel op dat indien er strafvermindering wordt toegepast dit niet direct betekent dat de veroordeelde geen gepaste straf krijgt.

Ik acht het in algemene zin van groot belang om de doorlooptijden in de strafrechtketen te verkorten. Het verbeteren van de doorlooptijden heeft prioriteit de komende jaren. Mijn ministerie werkt samen met de ketenorganisaties hard aan de aanpak van de problematiek van lange doorlooptijden. Mede naar aanleiding van de aangehaalde bevindingen van de Algemene Rekenkamer is er een deltaplan in voorbereiding waarin tal van maatregelen zullen worden genomen om de prestaties in de strafrechtketen, waaronder de doorlooptijden, te verbeteren. Uw Kamer is hierover in de voortgangsbrief strafrechtketen van 22 juni jl. geïnformeerd. Het streven is dat het deltaplan in het eerste kwartaal van 2027 gereed is.

Vraag 4

Hoe beoordeelt u dat volgens RTL Nieuws in 2008 in 8 procent van de gepubliceerde vonnissen sprake was van overschrijding van de redelijke termijn, terwijl dit in de eerste helft van 2026 is

opgelopen tot 25 procent?

Antwoord op vraag 4
RTL Nieuws baseert zich op gepubliceerde rechterlijke uitspraken. Omdat de Rechtspraak sinds 2021 fors meer uitspraken publiceert dan in de jaren daarvoor is er in 2026 een veel grotere en andere verzameling uitspraken beschikbaar dan in 2008. Dit maakt de percentages uit 2008 en 2026 moeilijk vergelijkbaar. Op basis van de stijging in het aantal gepubliceerde uitspraken kan dan ook niet worden gezegd dat schendingen van de redelijke termijn daadwerkelijk vaker voorkomen dan in 2008. Evenmin volgt uit deze cijfers dat in alle gevallen strafvermindering is toegepast; overschrijding van de redelijke termijn leidt daar niet automatisch toe. Om dit eventueel vast te kunnen stellen, zou nader onderzoek nodig zijn.

Tegelijkertijd deel ik als gezegd de zorgen over de lange duur van strafzaken en de constatering dat in de gepubliceerde uitspraken sprake is van een dergelijk percentage waarbij sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn. De doorlooptijden in de strafrechtketen hebben mijn volle aandacht. Om tot kortere doorlooptijden te komen zijn daartoe in de strafrechtketen streefnormen vastgesteld ten aanzien van 3 geprioriteerde zaakstromen, namelijk ten aanzien van zeden, jeugd en veelvoorkomende criminaliteit (VVC). Met het bovengenoemde deltaplan zal gewerkt worden aan de verdere realisatie van deze streefnormen. Op termijn dient dit ook bij te dragen aan het verminderen van het aantal strafzaken waarbij de redelijke termijn in het geding is..

Vraag 5

Kunt u in kaart brengen hoe vaak in de afgelopen vijf jaar strafvermindering is toegepast vanwege overschrijding van de redelijke termijn, en om wat voor soort misdrijven dit gaat?

Antwoord op vraag 5
De Rechtspraak en het Openbaar Ministerie houden geen registratie bij van overschrijdingen van de redelijke termijn en de gevolgen die daaraan in een specifieke strafzaak zijn verbonden. Precieze gegevens over het aantal strafzaken waarin een overschrijding van de redelijke termijn is vastgesteld kunnen pas na zeer tijdrovend onderzoek worden verkregen. Hiervoor zouden alle strafzaken bij alle gerechten afzonderlijk moeten worden geanalyseerd.

Vraag 6

Hoe beoordeelt u de gevolgen voor de slachtoffers en nabestaanden in zaken waarin de dader strafvermindering opgelegd krijgt?

Antwoord op vraag 6
Zie antwoord op vraag 2.

Vraag 7

Wordt strafvermindering als gevolg van te lange doorlooptijden expliciet meegenomen in het deltaplan voor de strafrechtketen?

Antwoord op vraag 7
Het deltaplan voor de strafrechtketen richt zich in algemene zin op het verbeteren van de prestaties van de strafrechtketen, waaronder de doorlooptijden. Het verbeteren van de doorlooptijden moet er uiteindelijk toe leiden dat meer zaken binnen een redelijk termijn worden afgedaan. Overigens wordt in het nieuwe Wetboek van Strafvordering de mogelijkheid voor de rechter geïntroduceerd om ook aan de benadeelde partij een schadevergoeding toe te kennen wanneer de redelijke termijn is overschreden.

Vraag 8

Zo ja, bent u bereid om maatregelen hiertegen niet pas in het deltaplan van volgend jaar op te nemen, maar nog vóór het einde van dit jaar met concrete voorstellen te komen?

Antwoord op vraag 8
In december 2025 zijn al verschillende maatregelen aangekondigd om te werken aan het verkorten van de doorlooptijden in de strafrechtketen. Deze maatregelen worden voortgezet.

Vraag 9

Bent u bereid de Kamer jaarlijks te informeren over de ontwikkeling van doorlooptijden van rechtszaken en het aantal zaken waarin strafvermindering wordt toegepast vanwege overschrijding

van de redelijke termijn?

Antwoord op vraag 9
Uw Kamer wordt twee keer per jaar geïnformeerd over de ontwikkeling van de doorlooptijden in de strafrechtketen middels de factsheet strafrechtketenmonitor. Specifiek ten aanzien van zaken waarin strafvermindering wordt toegepast acht ik dit onhaalbaar. Deze informatie wordt op dit moment niet geregistreerd. Het verwerken van dergelijke informatie is intensief en technisch complex voor de Rechtspraak.

1) RTL Nieuws, 3 juli 2026, 'Rechtssysteem loopt vast, moordenaars en verkrachters krijgen lagere

straffen', Rechtspraak vertraagt, daders profiteren


  1. De redelijke termijn vangt aan nadat een handeling is verricht waaraan de verdachte in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat hij wordt vervolgd (bijvoorbeeld een aanhouding, verhoor of huiszoeking.↩︎

  2. Zoals neergelegd door de Hoge Raad (HR 17-06-2008, ECLI:NL:PHR:2008:BD2578). Indien in de laatste feitelijke instantie een gevangenisstraf, hechtenis, een taakstraf en/of een geldboete is opgelegd, wordt — met inachtneming van de volgorde van art. 9 Sr — (het onvoorwaardelijk gedeelte van) die straf verminderd met 5% bij een overschrijding van de redelijke termijn met zes maanden of minder en met 10% bij een overschrijding van de redelijke termijn met meer dan zes maanden doch niet meer dan twaalf maanden. Aan de strafvermindering verbindt de Hoge Raad wel maxima. De omvang van de vermindering bedraagt bij een gevangenisstraf of hechtenis niet méér dan de duur van de overschrijding van de redelijke termijn en in elk geval nooit meer dan zes maanden, bij een taakstraf niet meer dan 25 uren en bij een geldboete niet meer dan € 2.500. Voorts zijn er gevallen waarin geen vermindering wordt toegepast. (Bijvoorbeeld het geval bij een voorwaardelijke straf, een geldboete van € 1.000, levenslange gevangenisstraf, TBS of de plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders). In die gevallen volstaat de HR met het oordeel dat de geconstateerde verdragsschending voldoende is gecompenseerd met de enkele vaststelling dat inbreuk is gemaakt op art. 6 lid 1 EVRM.↩︎