Antwoord op vragen van het lid Kisteman over het bericht ‘Renaissanceschool van Forum voor Democratie gaat weer open in Almere’
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D40087, datum: 2026-09-01, bijgewerkt: 2026-09-01 10:59, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z14593:
- Gericht aan: J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 2875
Antwoord van staatssecretaris Tielen (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 1 september 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2541
Inleiding
Gezien de belangstelling vanuit uw Kamer voor dit onderwerp, hecht ik eraan u verder te attenderen op vier Woo-verzoeken die recent zijn ingediend over de bekostiging van de Renaissanceschool. Vandaag zal ik in reactie op de vier
Woo-verzoeken informatie openbaar maken. De informatie wordt gepubliceerd op open.overheid.nl. De informatie omvat onder andere het marktonderzoek.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht ‘Renaissanceschool van Forum voor Democratie gaat weer open in Almere’? 1)
Antwoord 1
Ja
Vraag 2
Hoe verhoudt de oprichting van scholen die zich nadrukkelijk richten op een specifieke levensbeschouwelijke of politieke gemeenschap zich volgens u tot de ambitie uit uw beleidsbrief om onderwijs te laten bijdragen aan verbinding in de samenleving, het tegengaan van segregatie en een sterke democratische rechtsstaat?
Antwoord 2
Alle scholen hebben hun onderwijs in te richten in overeenstemming met de basiswaarden van de democratische rechtsstaat, waaronder vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit. Dat volgt uit de wettelijke burgerschapsopdracht. Binnen, onder meer, die kaders creëert de vrijheid van onderwijs (artikel 23 van de Grondwet) het recht om scholen te stichten, met (onder voorwaarden) volledige overheidsbekostiging, en om hun onderwijs verder vorm te geven. Dat kunnen scholen op openbare of bijzondere grondslag zijn. De vrijheid van onderwijs zorgt voor meer keuzevrijheid voor ouders en leerlingen om een school te kiezen die bij hen past. Dat leidt tot een zekere mate van onderwijssegregatie. De overheid formuleert, vanuit doelmatigheidsoverwegingen, de lat waaraan elke nieuwe school moet voldoen.
Elke bekostigingsaanvraag voor een nieuwe school wordt getoetst aan een set uniforme bekostigingscriteria. Een belangrijk onderdeel hiervan is het advies van de Inspectie van het Onderwijs (hierna: inspectie) over de te verwachten onderwijskwaliteit. Initiatieven voor nieuwe scholen moeten bijvoorbeeld aannemelijk maken dat zij het burgerschapsonderwijs op deugdelijke wijze gaan inrichten. Zo moet het onderwijs zich onder andere herkenbaar richten op de bevordering van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat. Alleen als aan de in de wet genoemde criteria om in aanmerking te komen voor bekostiging wordt voldaan, kan de nieuwe school haar deuren openen.
Vraag 3
Deelt u de mening dat scholen niet alleen een onderwijsfunctie hebben, maar ook een belangrijke maatschappelijke functie vervullen doordat kinderen met verschillende achtergronden elkaar daar ontmoeten?
Antwoord 3
Ja, die mening deel ik. Mede daarom geldt voor scholen de wettelijke burgerschapsopdracht, die van scholen vraagt dat ze leerlingen in staat stellen deel uit te maken van en bij te dragen aan de pluriforme, democratische Nederlandse samenleving en dat ze leerlingen kennis en respect bijbrengen van en voor verschillen in bijvoorbeeld levensovertuiging en politieke gezindheid.
Vraag 4
Hoe beoordeelt u in dat licht de ontwikkeling dat steeds meer nieuwe scholen zich richten op specifieke levensbeschouwelijke, religieuze en zelfs ideologische doelgroepen?
Antwoord 4
Alle scholen hebben zich met hun onderwijs te houden aan de basiswaarden van de democratische rechtsstaat. Uit artikel 23 van de Grondwet volgt het recht om scholen te stichten die aansluiten op de wensen van ouders en leerlingen. De ruimte voor scholen om hun onderwijs in te richten op grond van een specifieke levensbeschouwelijke of religieuze grondslag en de toetsing of er wel voldoende belangstelling is voor scholen, sluit daarbij aan. Maar die ruimte is niet onbegrensd, en hoeft daardoor niet in de weg te staan van de maatschappelijke functie die scholen hebben: ongeacht hun grondslag hebben scholen zich te houden aan de wettelijke burgerschapsopdracht. In de stichtingsaanvraag moeten scholen al aantoonbaar maken dat ze zich hieraan gaan houden.
Vraag 5
Klopt het dat uit de evaluatie van de Wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen blijkt dat nieuwe scholen gemiddeld een homogenere leerlingenpopulatie hebben dan scholen in hun omgeving en dat effecten op onderwijssegregatie zichtbaar zijn op lokaal niveau?
Antwoord 5
Omdat de zogenoemde segregatie-analyses slechts zijn gebaseerd op de periode augustus 2023 tot oktober 2024, geven de onderzoekers aan dat ze alleen rapporteren over eerste indicaties van effecten. Voor het basisonderwijs wijzen die in sommige gevallen op een homogenere leerlingpopulatie op scholen die onder de wet MRvNS zijn gesticht. De onderzoekers geven tegelijkertijd aan dat de stijging van onderwijssegregatie in het basisonderwijs, die samenhangt met de komst van nieuwe scholen, zeer beperkt is en enkel op een lokaal schaalniveau zichtbaar is. De volgende evaluatie (2026-2030) zal meer informatie opleveren over het effect van nieuwe scholen op onderwijssegregatie. De resultaten van de evaluatie zullen begin 2031 openbaar worden gemaakt en met uw Kamer worden gedeeld.
Vraag 6
Hoe beoordeelt u deze uitkomsten in het licht van de ambitie van het kabinet om burgerschap en integratie te versterken?
Antwoord 6
In het licht van de ambitie van het kabinet om burgerschap en integratie te versterken hoeft een homogene leerlingenpopulatie niet automatisch een probleem te zijn, mits scholen ervoor zorgen dat leerlingen ondanks de homogene populatie in aanraking komen met verschillende achtergronden en denkbeelden. Dit is een plicht die alle scholen op grond van de wettelijke burgerschapsopdracht hebben.
Vraag 7
Klopt het dat uit dezelfde evaluatie blijkt dat het aantal nieuwe basisscholen sinds de invoering van de wet aanzienlijk is gestegen en dat islamitische scholen inmiddels de grootste categorie nieuw gestichte basisscholen vormen?
Antwoord 7
Het klopt dat er jaarlijks meer scholen worden gesticht dan voor invoering van de wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen. Gemiddeld tussen de 30 en 35 per jaar (op een totaal van circa 7.500 scholen in Nederland), inclusief verzelfstandigingen en splitsingen van bestaande dislocaties, tegenover gemiddeld 18 per jaar onder de oude procedure. Het aantal nieuwe scholen per jaar blijft daarmee binnen de verwachte bandbreedte van 20 tot 50 per jaar. Islamitische scholen vormen met circa 30 tot 35% de grootste categorie binnen de nieuw gestichte basisscholen.
Uit belangstellingsmetingen blijkt behoefte aan islamitisch onderwijs, zeker in de grote steden. Onder de oude stichtingsprocedure was het moeilijker een islamitische school te stichten, omdat de wensen van ouders toen geen directe rol speelden.
Vraag 8
Welke lessen heeft u uit deze ontwikkeling getrokken voor de verdere uitvoering van de Wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen?
Antwoord 8
De belangstellingsmeting stelt ouders in staat zich uit te spreken over hun onderwijswensen. Voor alle scholen geldt dat kwaliteit van groot belang is. In hoeverre nieuwe scholen daaraan bijdragen, is nog niet duidelijk. Nieuwe scholen drukken daarnaast extra op tekorten in onderwijshuisvesting en personeel, met name in (grote) steden. Meer grip op het aantal nieuwe scholen binnen bepaalde regio’s is daarom steeds meer van belang. Ik verken welke mogelijkheden daartoe zijn.
Vraag 9
Op welke wijze wordt bij aanvragen voor nieuwe scholen momenteel beoordeeld wat de gevolgen zijn voor segregatie en de ontmoeting tussen verschillende groepen leerlingen?
Antwoord 9
Het eventuele segregerende effect van een nieuwe school is geen onderdeel waar in de stichtingsprocedure op wordt getoetst. Wel is burgerschap een toetsingscriterium. Er is aanvullend inzicht nodig op het effect. Zie verder het antwoord op vraag 5.
Vraag 10
Acht u het wenselijk dat publiek bekostigd onderwijs zich steeds verder organiseert langs ideologische of zelfs politieke scheidslijnen?
Antwoord 10
Voor mij staat voorop dat elk kind goed onderwijs krijgt, ongeacht de grondslag van de school. Daarbij is naast taal en rekenen ook burgerschap van groot belang, dat leerlingen kennis en respect bijbrengt van en voor de basiswaarden van de democratische rechtsstaat en hen de sociale en maatschappelijke competenties bijbrengt die hen in staat stellen deel uit te maken van en bij te dragen aan de pluriforme, Nederlandse samenleving.
Vraag 11
Klopt het dat in het regeerakkoord is aangekondigd dat het kabinet de uitkomsten van de evaluatie van de Wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen zal betrekken bij een herziening van de wet? Wat is de actuele stand van zaken van deze herziening?
Antwoord 11
Ja, dat klopt. In mijn brief van 2 juli 2026 is uw Kamer geïnformeerd over actuele stand van zaken van de herziening van de stichtingsprocedure. Ik wil in eerste instantie inzetten op het Wetsvoorstel praktische verbeteringen stichtingsprocedure en het beter positioneren van het gesprek in de regio met gemeenten en schoolbesturen. Aan uw Kamer is toegezegd dat het wetsvoorstel voor het einde van dit kalenderjaar naar de Raad van State wordt gestuurd.
Vraag 12, 13 en 14
Deelt u de opvatting dat de huidige wet sterk uitgaat van aangetoonde ouderbelangstelling maar onvoldoende rekening houdt met bredere belangen zoals huisvesting, arbeidsmarkt, segregatie en een evenwichtig onderwijsaanbod?
Welke mogelijkheden ziet u om in de wet een explicietere afweging op te nemen tussen oudervoorkeuren enerzijds en deze belangen, zoals segregatie, anderzijds?
Deelt u de mening dat gemeenten momenteel onvoldoende instrumenten hebben om ongewenste versnippering van het onderwijsaanbod tegen te gaan?
Antwoord 12, 13 en 14
Het oprichten van nieuwe scholen met overheidsbekostiging een grondrecht. Zie ook het antwoord op vraag 2. Dit grondrecht kan door de overheid alleen met uniforme bekostigingscriteria (zoals een belangstellingsmeting of stichtingsnormen) op rijksniveau (niet decentraal) worden begrensd. Dat kan betekenen dat een nieuwe school een meer gesegregeerde populatie aantrekt en dat sommigen zullen vinden dat het onderwijsaanbod minder evenwichtig wordt. Daarnaast zien we dat de stichtingsvrijheid in sommige gevallen schuurt met de beschikbare huisvesting en het beschikbare onderwijspersoneel binnen een gemeente. Meer grip op het aantal nieuwe scholen binnen bepaalde regio’s is daarom steeds meer van belang. Ik ga breed verkennen welke mogelijkheden daartoe zijn.
Vraag 15
Bent u bereid te verkennen of gemeenten een zwaardere rol moeten krijgen bij nieuwe schoolstichtingen, bijvoorbeeld door hun oordeel over segregatie-effecten of de gevolgen voor het lokale onderwijsaanbod zwaarder te laten meewegen?
Antwoord 15
In mijn brief van 2 juli 2026 ben ik ingegaan op het toekennen van een (mede)beslissende rol aan gemeenten en op uw motie hierover. De hoofdlijn is dat een (mede)beslissende rol toekennen aan gemeenten in strijd lijkt te zijn met artikel 23 van de Grondwet.
1) Omroep Flevoland, 24 juni 2026, Renaissanceschool van Forum voor Democratie gaat weer open in Almere (https://www.omroepflevoland.nl/nieuws/513759/renaissanceschool-van-forum-voor-democratie-gaat-weer-open-in-almere)