Antwoord op vragen van het lid Moinat over de documentaire Nachtkinderen en de normalisering van drugsgebruik onder jongeren
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D40096, datum: 2026-09-01, bijgewerkt: 2026-09-01 11:08, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z12261:
- Gericht aan: W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 2881
Antwoord van minister Hermans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 1 september 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2390
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de documentaire 'Nachtkinderen' en deelt u de zorg dat drugsgebruik onder jongeren en jongvolwassenen steeds vaker als normaal wordt gezien?
Antwoord 1
Ja, het kabinet heeft kennisgenomen van de documentaire en vindt het onwenselijk dat drugsgebruik als normaal wordt gezien. Gelukkig gebruikt het overgrote deel van de jongeren en jongvolwassenen in Nederland geen drugs.
Vraag 2
Hoe hebben de cijfers over drugsgebruik onder jongeren van 12 tot 21 jaar zich de afgelopen vijf jaar ontwikkeld, uitgesplitst naar leeftijdsgroep en type middel?
Antwoord 2
De laatste betrouwbare cijfers van scholieren zijn uit 2023 en komen uit het Peilstationsonderzoek van het Trimbos-instituut. In september volgen voor deze groep nieuwe cijfers uit het HBSC-onderzoek. In 2023 gebruikte 7,0% van de 12- t/m 16-jarige scholieren in het laatste jaar cannabis, 1,3% van deze scholieren gebruikte in het laatste jaar ecstasy en 1,0% van de scholieren gebruikte in het laatste jaar cocaïne.
Daarnaast wordt ook onderzoek gedaan naar het middelengebruik van jongeren op het praktijk- en cluster 4-onderwijs. Jongeren van deze scholen en instellingen zijn door een opstapeling van risicofactoren een kwetsbare groep voor vroeg en riskant gebruik van alcohol, tabak en drugs. Het middelengebruik ligt bij deze groep beduidend hoger dan bij de onderzochte scholieren uit het Peilstationsonderzoek en het HBSC-onderzoek. Zo gebruikte in 2019 onder de 12- t/m 16-jarige leerlingen van het cluster 4-onderwijs 12,4% de afgelopen maand cannabis en 4,3% de afgelopen maand een harddrug. Voor het praktijkonderwijs was dit respectievelijk 4,1% en 2,6% en voor het vmbo-b was dit respectievelijk 5,8% en 2,0%. In september dit jaar volgen nieuwe cijfers.
Onder 16- t/m 19-jarigen is het gebruik van cannabis afgenomen van 18,9% in 2020 naar 16,3% in 2025. Deze trend is niet statistisch getoetst. Het gebruik van andere drugs, waarbij cannabis en lachgas niet zijn meegenomen, ligt lager. In 2020 had 7,6% van de 16- t/m 19-jarigen het laatste jaar een drug anders dan cannabis of lachgas gebruikt. In 2025 gold dit voor 6,6% van de 16- t/m 19-jarigen. Deze percentages zijn niet direct met elkaar te vergelijken aangezien in 2020 lachgas niet werd meegenomen en in 2025 wel. Ondanks de toevoeging van lachgas aan de categorie is het percentage van gebruik gedaald over de afgelopen vijf jaar, alleen is deze trend niet statistisch getoetst.
Vraag 3
Welke gevolgen ziet u van drugsgebruik voor de fysieke gezondheid, mentale gezondheid en ontwikkeling van jongeren?
Antwoord 3
Drugsgebruik is nooit zonder risico’s. Op het gebied van fysieke gezondheid, mentale gezondheid en de ontwikkeling van jongeren spelen veel factoren een rol. Voor de groep die drugs gebruikt, is ook het gebruik van drugs hiervan een onderdeel. Hier geldt dat hoe vaker er gebruikt wordt, hoe groter het risico op impact op de fysieke gezondheid, mentale gezondheid en ontwikkeling van jongeren. In het algemeen lopen jongeren onder de 24 jaar extra gezondheidsrisico’s aangezien hun hersenen nog in ontwikkeling zijn. Voor sommige groepen zijn de risico’s groter, zoals kwetsbare jongeren en jongeren met onderliggende lichamelijke aandoeningen.
Gezien de veelheid aan factoren die van invloed zijn op de fysieke gezondheid, mentale gezondheid en ontwikkeling van jongeren is het nagenoeg onmogelijk om de gevolgen van drugsgebruik alleen te isoleren. Dat neemt niet weg dat buiten kijf staat dat het gebruik van drugs – en zeker het regelmatige gebruik – veel risico met zich meebrengt en dat het kabinet zich inzet om deze risico’s te voorkomen door het gebruik van drugs te denormaliseren.
Vraag 4
Hoeveel jongeren onder de 21 jaar zijn de afgelopen vijf jaar in aanraking gekomen met de verslavingszorg, geestelijke gezondheidszorg of spoedeisende hulp als gevolg van drugsgebruik?
Antwoord 4
In 2021 waren 2.638 jongeren onder de 21 jaar in aanraking gekomen met de verslavingszorg als gevolg van drugsgebruik. Dit aantal is in 2025 2.808. Het aandeel geregistreerde drugsgerelateerde incidenten bij de SEH’s van de ziekenhuizen waarbij het ging om personen jonger dan 21 jaar is de afgelopen vijf jaar (2020-2024) stabiel, tussen de 14 en 16%. Hoeveel jongeren er als gevolg van drugsgebruik in aanraking zijn gekomen met de geestelijke gezondheidszorg anders dan de verslavingszorg is moeilijk te kwantificeren. Hoewel er een duidelijk verband bestaat tussen middelengebruik en mentale gezondheid, is deze relatie complex en werkt beide kanten op.
Vraag 5
Acht u het huidige preventiebeleid voldoende effectief om het gebruik van drugs onder jongeren terug te dringen? Kunt u uw antwoord onderbouwen met concrete resultaten?
Antwoord 5
Het is lastig om de effectiviteit van preventiebeleid eenduidig vast te stellen, omdat niet zichtbaar is hoe de situatie zich zonder deze inzet zou hebben ontwikkeld. Onder minderjarigen is geen sprake van een duidelijke toename van drugsgebruik; het gebruik blijft in deze groep relatief stabiel.
Het preventiebeleid bestaat uit een breed palet aan interventies, gericht op onder meer onderwijs, ouders, jongerenwerk, het uitgaansleven en publieksvoorlichting. Nederland beschikt daarmee over een uitgebreid en goed onderbouwd aanbod van preventieve programma’s. De uitdaging ligt echter vooral in het bereiken van de groepen die het hoogste risico lopen, zoals kwetsbare jongeren.
Juist onder deze groep – zoals ook zichtbaar in de documentaire Nachtkinderen – is vaak sprake van complexe en samenhangende problematiek, waaronder psychische problemen, instabiele thuissituaties en beperkte toekomstperspectieven. In deze context is middelengebruik onderdeel van een bredere problematiek, waardoor generieke preventie minder effectief is.
Vraag 6
Deelt u de mening dat overheidsvoorlichting niet alleen gericht moet zijn op het beperken van risico’s, maar ook duidelijk moet uitdragen dat drugsgebruik schadelijk is en ontmoedigd moet worden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Ja, dat deelt het kabinet en daarom zet het kabinet in op preventie die zowel richt op voorlichting over de risico’s van drugsgebruik als bijdraagt aan het voorkomen ervan. Zo heeft in de zomer van 2025 een campagne gelopen om jongeren bewust te maken van de negatieve gevolgen van drugsgebruik. Deze campagne wordt deze zomer vervolgd. Hierover heeft het kabinet uitgebreider geschreven in de verzamelbrief met ontwikkelingen in het drugsbeleid van 13 juli jl. Tegelijkertijd is het van belang te onderkennen dat kennis over schadelijkheid op zichzelf vaak onvoldoende is om gedrag te veranderen, met name bij kwetsbare jongeren.
De documentaire Nachtkinderen laat zien dat drugsgebruik bij deze kwetsbare jongeren samenhangt met dieperliggende factoren, zoals mentale gezondheidsproblemen, sociale druk, ervaren prestatiedruk, onzekerheid over de toekomst en problemen in de thuissituatie. In dergelijke gevallen is er vaak al sprake van bewustzijn van de risico’s, maar leidt dit niet automatisch tot andere keuzes.
Effectieve voorlichting moet daarom realistisch en doelgroepgericht zijn, en onderdeel vormen van een bredere aanpak die ook oog heeft voor de onderliggende oorzaken van middelengebruik. Dat betekent dat het kabinet naast voorlichting over schadelijkheid zich ook inzet voor een betere mentale gezondheid, weerbaarheid, en opvoedondersteuning. In samenhang kan preventie bijdragen aan het terugdringen van problematisch drugsgebruik.
Vraag 7
Welke specifieke maatregelen neemt het kabinet om de normalisering van drugsgebruik onder jongeren tegen te gaan?
Antwoord 7
Allereerst draagt het kabinet zowel in brieven als publieke uitingen publiekelijk regelmatig uit dat drugsgebruik niet past bij een normale, gezonde leefstijl. Daarnaast wordt er een campagne uitgevoerd die jongeren bewust maakt van de negatieve gevolgen van drugsgebruik voor de maatschappij, gezondheid en het milieu, waar in het antwoord op vraag 6 ook naar verwezen wordt. De verantwoordelijkheid voor het voorkomen van drugsgebruik deelt het kabinet met gemeenten. Ook lokaal zijn er veel goede voorbeelden. Zo hebben samenwerkende gemeenten in Noord Brabant het regioproject SKIP opgezet. SKIP richt zich op het verminderen van middelengebruik onder jongeren en jongvolwassenen. Met het regioproject probeert SKIP een nieuwe norm te realiseren over drugsgebruik, waarbij nauw samen wordt gewerkt met scholen en gemeentes om een effectieve aanpak te realiseren.
Vraag 8
Bent u bereid te onderzoeken of de huidige preventiecampagnes daadwerkelijk leiden tot minder drugsgebruik onder jongeren en de Kamer hierover te informeren?
Antwoord 8
De eerdergenoemde campagne om jongeren bewust te maken van de negatieve gevolgen van drugsgebruik op hun gezondheid, de maatschappij en het milieu zal geëvalueerd worden. Voorlichtingscampagnes zijn alleen niet altijd het juiste middel om het drugsgebruik te verminderen, daarvoor is meer nodig.
Daarbij is het belangrijk om onderscheid te maken tussen preventie en een campagne. Een campagne is meestal gericht op het geven van informatie en het beïnvloeden van bewustwording, bijvoorbeeld via voorlichting of communicatieboodschappen. Preventieaanpak is breder en omvat een samenhangend geheel van maatregelen die ook gericht zijn op gedrag en onderliggende factoren die daaraan bijdragen, zoals opvoeding, sociale omgeving en mentale gezondheid. Effectieve drugspreventie bestaat daarom niet uit losse campagnes, maar uit een integrale en langdurige aanpak waarin verschillende interventies en settingen met elkaar worden verbonden.
Vraag 9
Hoe beoordeelt u de invloed van sociale media, influencers en online platforms op de beeldvorming rondom drugsgebruik onder jongeren en welke rol ziet u voor preventiebeleid op dit terrein?
Antwoord 9
Sociale media, influencers en online platforms spelen een duidelijke rol in de beeldvorming rondom drugsgebruik onder jongeren. Uit het Trimbos-rapport ‘Van likes tot lessen’1 blijkt dat jongeren regelmatig worden blootgesteld aan drugsgerelateerde content, zoals beelden van gebruik of personen die onder invloed lijken te zijn. Deze zichtbaarheid kan bijdragen aan het idee dat drugsgebruik voorkomt en sociaal geaccepteerd is, en kan daarmee de drempel verlagen om zelf te gebruiken.
Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat de invloed niet eenduidig is: de meerderheid van de jongeren geeft aan dat blootstelling niet direct leidt tot een grotere intentie om zelf drugs te gebruiken. Dit onderstreept dat sociale media één van de factoren zijn binnen een bredere context van beïnvloeding.
Voor preventiebeleid ligt hier een belangrijke kans. Het rapport laat zien dat platforms als TikTok juist ook effectief kunnen worden ingezet om jongeren te bereiken met betrouwbare informatie, misverstanden te corrigeren en in te spelen op wat er leeft onder jongeren. Preventie op sociale media vraagt daarbij om actieve aanwezigheid, doelgroepgerichte communicatie en interactie, bijvoorbeeld door middel van video’s en community management. Daarop zet de overheid nu al in via verschillende sociale media kanalen van het Trimbos.
Vraag 10
Welke aanvullende maatregelen bent u bereid te nemen indien uit onderzoek blijkt dat de normalisering van drugsgebruik onder jongeren verder toeneemt?
Antwoord 10
Het kabinet zet in op het denormaliseren van het gebruik van harddrugs. Tegelijkertijd blijkt uit het antwoord op vraag twee dat de overgrote meerderheid van de jongeren geen drugs gebruikt. Met doorlopende preventie-inzet wordt getracht dit zo te houden.
Daarnaast blijft het noodzakelijk om oog te houden voor de onderliggende problematiek die samenhangt met middelengebruik, zoals mentale gezondheid, sociale context en toekomstperspectief van jongeren. Het versterken van preventie betekent daarom ook investeren in deze bredere randvoorwaarden, in samenwerking met verschillende domeinen.
Rapport Van likes tot lessen – Blootstelling aan drugsbeelden op sociale media en mogelijkheden voor online drugspreventie op TikTok | Trimbos.nl.↩︎