[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Reactie op verzoek commissie over de petitie "Erken chiropractie en bescherm de titel chiropractor"

Brief regering

Nummer: 2026D40111, datum: 2026-09-01, bijgewerkt: 2026-09-01 11:12, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z17510:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag

De Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Postbus 20018

2500 EA DEN HAAG

Datum 1 september 2026

Betreft Commissiebrief inzake petitie "Erken chiropractie en bescherm de titel chiropractor"

Geachte voorzitter,

Met deze brief reageert het kabinet op het verzoek van de Kamer van 1 juli 2026 om een reactie te geven op een petitie ‘Erken chiropractie en bescherm de titel chiropractor’ van de Nederlandse Chiropractoren Associatie (hierna: NCA).

Met belangstelling heb ik kennisgenomen van de petitie. De NCA verzoekt in haar petitie om wettelijke erkenning van chiropractie als beweegzorgberoep, titelbescherming op basis van opleiding, aansluiting bij een nationaal beroepenregister en een gelijkwaardige juridische en beleidsmatige positie als andere gereguleerde eerstelijnsberoepen. De NCA vraagt hiervoor aandacht vanuit het perspectief van patiëntveiligheid en wijst erop dat de titel ‘chiropractor’ in Nederland niet wettelijk is beschermd. In het vervolg van deze brief gaat het kabinet op deze punten nader in.

Voor alle zorgaanbieders, zo ook voor de chiropractoren, geldt het generieke wettelijke kwaliteitskader van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Op grond van deze wet zijn zorgaanbieders verantwoordelijk voor het leveren van goede zorg en houdt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd toezicht op de naleving van de wettelijke kwaliteitseisen.

De Wet BIG vormt een aanvullend wettelijk kader voor beroepen waarvoor regulering noodzakelijk is ter bescherming van de patiënt tegen ondeskundig of onzorgvuldig handelen. Daarbij geldt het uitgangspunt van het ‘nee, tenzij’-principe: beroepenregulering vindt uitsluitend plaats indien daarvoor, vanuit patiëntveiligheid en kwaliteitsborging van de individuele beroepsuitoefening een noodzaak bestaat. Het staat beroepsgroepen vrij om binnen de geldende wet- en regelgeving zelf invulling te geven aan de organisatie van de eigen beroepsuitoefening, waaronder de inrichting van een privaat beroepenregister.

Besluiten over regulering van beroepen en voorbehouden handelingen in de Wet BIG komen tot stand aan de hand van het daarvoor geldende toetsingskader. Conform de kabinetsreactie van 16 juni 2025 op het advies van de Gezondheidsraad over de toekomstbestendigheid van de Wet BIG1 is de onafhankelijke adviserende taak ten aanzien van beroepenregulering belegd bij het Zorginstituut Nederland (hierna: het Zorginstituut). Het Zorginstituut adviseert de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de noodzaak van regulering van beroepen in de Wet BIG. Daarbij geldt dat wettelijke regulering niet is bedoeld als instrument om een beroep als zodanig te erkennen, maar uitsluitend wordt ingezet indien aanvullende wettelijke waarborgen noodzakelijk zijn ter bescherming van de patiënt tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen.

Verzoeken van beroepsgroepen, zoals in deze petitie door de NCA, worden beschouwd als signalen die kunnen worden betrokken bij de beoordeling van de noodzaak van beroepenregulering. Zij vormen geen recht op beoordeling en betekenen niet dat sprake is van een aanvraaggestuurd stelsel.

Het Zorginstituut werkt momenteel aan de inrichting van deze adviserende taak en aan de verdere uitwerking van het bijbehorende toetsingskader over regulering van beroepen en voorbehouden handelingen in de Wet BIG. Tegen deze achtergrond wordt niet vooruitgelopen op een inhoudelijke beoordeling van afzonderlijke signalen tot beroepenregulering.

Hoogachtend,

de minister van Volksgezondheid,

Welzijn en Sport,

Sophie Hermans


  1. Kamerstukken II 2024/25, 29 282, nr. 608.↩︎