Antwoord op vragen van het lid Van Baarle over het bezoek van Minister Sjoerdsma aan China
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D40171, datum: 2026-09-01, bijgewerkt: 2026-09-01 14:33, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (Ooit D66 kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z16270:
- Gericht aan: S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 2903
Antwoord van minister Sjoerdsma (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) (ontvangen 1 september 2026)
Vraag 1
Kunt u verslag doen van de wijze waarop u tijdens uw bezoek aan China het thema mensenrechten heeft opgebracht bij de Chinese autoriteiten? Bij wie heeft u dit opgebracht en wat heeft u precies opgebracht?
Antwoord
In het verslag Raad Buitenlandse Zaken van 22 juli jl.1 is een verslag opgenomen over mijn bezoek aan China. Tijdens mijn bezoek aan China vond voorafgaand aan de Joint Economic Committee een bilateraal gesprek plaats met de Chinese minister van Handel, Wang Wentao. In dit gesprek heb ik in de context van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO), de EU Anti-dwangarbeidverordening en het belang van transparante waardeketens benadrukt. Ik heb aangegeven dat dit een cruciaal onderdeel is van EU-wetgeving en een belangrijk onderwerp in het publieke debat. In dat verband heb ik de zorgen die het kabinet heeft over Oeigoerse dwangarbeid overgebracht conform motie Van Baarle.2
Vraag 2
Kunt u verslag doen van de wijze waarop u tijdens uw bezoek de behandeling van minderheden door China, zoals de Oeigoeren, de Tibetanen en christenen, heeft opgebracht bij de Chinese autoriteiten?
Antwoord
In het bilaterale gesprek met de Chinese minister van Handel, Wang Wentao, heb ik de zorgen over Oeigoerse dwangarbeid overgebracht en gesproken over toegang tot Xinjiang. Het kabinet blijft zich inzetten voor de verbetering van o.a. de culturele en religieuze rechten van deze groepen en brengt deze zorgen zowel in bilateraal als multilateraal verband over, samen met gelijkgezinde landen en partners uit het maatschappelijk middenveld. Daarbij kijkt het kabinet naar de meest effectieve manier.
Vraag 3
Op welke wijze heeft u uitvoering gegeven aan de aangenomen motie van het lid Van Baarle, onder Kamerstuk 21 501-02 nr. 3409, waarin aan u gevraagd is om tijdens het bezoek expliciet aandacht te vragen voor de mensenrechten van de Oeigoeren en het opleggen van dwangarbeid aan het Oeigoerse volk?
Vraag 4
Op welke wijze heeft u de culturele en religieuze onderdrukking, het opsluiten in kampen en de politieke onderdrukking van de Oeigoeren bij de Chinese autoriteiten opgebracht?
Vraag 5
Op welke wijze heeft u de dwangarbeid die aan het Oeigoerse volk wordt opgelegd bij de Chinese autoriteiten opgebracht?
Antwoord
Antwoord op vragen 3 t/m 5: zie de antwoorden op vragen 1 en 2.
Vraag 6
Heeft u de behandeling van de Oeigoeren door de Chinese overheid tijdens het bezoek expliciet veroordeeld en geclassificeerd als mensenrechtenschendingen? Zo neen, waarom niet?
Antwoord
Tijdens het bilaterale gesprek met de Chinese minister van Handel, Wang Wentao, heb ik de Oeigoerse dwangarbeid als mensenrechtenschending gekwalificeerd door de term ‘dwangarbeid’ te gebruiken.
Vraag 7
Heeft u al een leidende bevoegde autoriteit aangesteld in het kader van de Europese Anti-dwangarbeidverordening? Wanneer is deze aangesteld en waarom is hiervoor gekozen?
Antwoord
Nee, in Nederland is op dit moment nog geen leidende bevoegde autoriteit aangewezen voor de uitvoering van de Europese Anti‑dwangarbeidverordening.
Wanneer het vermoeden van dwangarbeid betrekking heeft op producten van buiten de EU, treedt de Europese Commissie op als leidende bevoegde autoriteit. De Commissie is dan verantwoordelijk voor het onderzoek en de besluitvorming over de vraag of het verbod uit de verordening is geschonden.
De gesprekken over de invulling van de rol van de leidende bevoegde autoriteit in Nederland en welke partij daarvoor het meest geschikt is, lopen nog. Deze gesprekken zijn geïntensiveerd. Net als uw Kamer, ziet het kabinet de urgentie om voortgang te maken, zodat Nederland klaar is voor het van toepassing worden van de Anti-dwangarbeidverordening per 14 december 2027. Uw Kamer wordt op de hoogte gehouden over de vorderingen.
Vraag 8
Kunt aangeven op welke wijze u de concrete inzet van deze verordening tegen Oeigoerse dwangarbeid in Europees verband bepleit, ook ter uitvoering van de motie Van Baarle (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3408)? Brengt u dit onderwerp consequent op bij andere lidstaten en bij de Europese Commissie?
Antwoord
Ja. In het najaar van 2025 organiseerde Nederland een bijeenkomst voor EU-lidstaten en de Europese Commissie over de implementatie van de Anti-dwangarbeidverordening. Nederland heeft daarbij het belang onderstreept van het effectief tegengaan van staatsgeleide dwangarbeid, waaronder jegens Oeigoeren in China.3 In gesprek met de Commissie en tijdens een bijeenkomst van het Unienetwerk tegen met dwangarbeid vervaardigde producten4 is deze thematiek dit jaar wederom onder de aandacht gebracht, daartoe mede aangespoord door uw motie.5
Daarnaast heeft Nederland eind mei bij de Europese Commissie, o.b.v. relevante informatiebronnen en conform motie Van Baarle,6 gepleit voor het opnemen van Xinjiang in de nieuwe Anti-dwangarbeidverordening database met risicoregio’s en risicoproducten. Zodra de database gepubliceerd wordt, is deze terug te vinden op het Centraal Portaal Dwangarbeid.7
Vraag 9
Welke stappen heeft u reeds gezet ter uitvoering van de motie Van Baarle (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3410), die u vraagt de Anti- dwangarbeidverordening nationaal zo streng en doelgericht mogelijk te implementeren om dwangarbeid door Oeigoeren tegen te gaan?
Antwoord
Europese verordeningen zijn rechtstreeks van toepassing in alle lidstaten. De bepalingen gelden na inwerkingtreding van de verordening automatisch in de Nederlandse rechtsorde; Nederland mag de inhoud niet aanpassen of aanscherpen. Wel is er in het kader van de Anti-dwangarbeidverordening nationale uitvoeringswetgeving nodig om bevoegde autoriteiten aan te wijzen, deze autoriteiten van toezicht‑ en handhavingsbevoegdheden te voorzien en gegevensdeling- en verwerking mogelijk te maken. In het antwoord op vraag 7 vindt u de stappen die reeds gezet zijn op het gebied van de invulling van de rol van de leidende bevoegde autoriteit. Daarnaast heeft Nederland reeds vier markttoezichthouders genotificeerd voor de handhaving van het verbod, nadat eenmaal is vastgesteld dat producten met dwangarbeid zijn vervaardigd.8 Op deze manier wordt gewerkt aan een effectieve uitvoering van de verordening. Uw motie is daarnaast betrokken bij ambtelijke gesprekken met de Europese Commissie over dit onderwerp.
Kamerstuk 21 501-02, nr. 3461↩︎
Kamerstuk 21 501-02, nr. 3409↩︎
Zie ook Kamerstuk 21501-02, nr. 3313.↩︎
In dit netwerk werkt Nederland samen met de Europese Commissie en andere lidstaten aan doeltreffende voorbereiding op en handhaving van de Anti-dwangarbeidverordening.↩︎
Zie Kamerstuk 36 800-XVII, nr. 41 en Kamerstuk 21501-02, nr. 3393.↩︎
Kamerstuk 21 501-02, nr. 3408.↩︎
https://single-market-economy.ec.europa.eu/single-market/goods/forced-labour-regulation/which-products-and-areas-are-risk-forced-labour_en↩︎
Zie ook Kamerstuk 21501-02, nr. 3342.↩︎