Reactie op verzoek commissie over evaluatie van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018
Brief regering
Nummer: 2026D40220, datum: 2026-09-01, bijgewerkt: 2026-09-01 15:15, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport (Ooit CDA kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z17572:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- 2026-09-23 10:15: Procedurevergadering Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Preview document (🔗 origineel)
> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag
De Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG
Datum 1 september 2026
Betreft Commissiebrief inzake Kabinetsreactie particulierenbrief
over evaluatie van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen
2018
Geachte voorzitter,
De Kamer heeft gevraagd om een reactie op de brief van 11 mei 2026 van LOC Altijd als mens, Netwerk Cliënt-en-Raad Zorg (NCZ), Landelijk Steunpunt (mede)zeggenschap (LSR), KansPlus en Mind.
Op 1 juni is met deze partijen hierover gesproken. Deze input is, net als andere signalen, in de beleidsreactie op de wetsevaluatie van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018 (Wmcz 2018) meegewogen. De beleidsreactie is op 3 juli 2026 naar beide Kamers toegestuurd.1 Volledigheidshalve wordt hieronder een reactie per punt uit de brief opgenomen:
1. Oormerk middelen voor medezeggenschap
De partijen stellen dat financiële middelen voor scholing, deskundigheidsbevordering, ondersteuning en facilitering van cliëntenraden geoormerkt moet worden. Dit is volgens de partijen nodig voor een steviger en gelijkwaardig startpunt voor medezeggenschap door cliënten. Gezamenlijk hebben het kabinet en deze partijen geconstateerd dat een wetswijziging van de Wmcz 2018 hiervoor niet noodzakelijk is.
Van belang is dat instellingen zich als goede bestuurders richting hun cliëntenraden gedragen. De kosten die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor de vervulling van de werkzaamheden van de cliëntenraad, waaronder de kosten die verband houden met scholing, onafhankelijke ondersteuning en het voorleggen van een geschil of een verzoek aan een commissie van vertrouwenslieden, komen ten laste van de instelling. De instelling kan in overeenstemming met een cliëntenraad de vergoeding die de cliëntenraad maakt vaststellen op een bepaald bedrag dat de cliëntenraad naar eigen inzicht kan besteden.
2. Geef een gezamenlijk gedragen landelijke impuls aan cliëntmedezeggenschap
De partijen pleiten voor een gezamenlijke gerichte aanpak om medezeggenschap kenbaarder, zichtbaarder en krachtiger te maken. Doel is dat de cultuur bij zorg- en jeugdhulpaanbieders wordt versterkt op het gebied van medezeggenschap en voor wat betreft het hebben van een goed werkende cliëntenraad. Het kabinet onderschrijft dit pleidooi. Zoals aangekondigd in de brief van 3 juli 2026 gaat het kabinet om de bekendheid met de Wmcz 2018 aan te jagen, samen met het veld, de Inspectie gezondheidszorg en jeugd (IGJ) en het CIBG aan de slag met een communicatiestrategie over de “meerwaarde van de Wmcz 2018”.2
3. Leren & ontwikkelen faciliteren en structureren
De partijen vinden het van belang dat de goede voorbeelden van de inrichting, vormgeving en impact van de Wmcz 2018 in de praktijk centraal en in gezamenlijkheid gebundeld worden. Het kabinet wil zich inzetten om goede voorbeelden over inspraak en medezeggenschap door cliënten te verspreiden. Daarom heeft het kabinet ook goede voorbeelden in de beleidsreactie op de wetsevaluatie Wmcz 2018 opgenomen. Tegelijkertijd heeft het ministerie om instellingen een helpende hand te bieden, goede voorbeelden over achterbanraadpleging door cliëntenraden toegevoegd aan de centrale website AVG-Helpdesk voor Zorg, Welzijn en Sport.3
Het kabinet roept alle partijen op om goede voorbeelden van inspraak en medezeggenschap door cliënten te delen. Voor de communicatie en het centraal delen van goede voorbeelden blijft het kabinet in gesprek met partijen.
Hoogachtend,
de minister van Langdurige Zorg,
Jeugd en Sport,
Mirjam Sterk
Kamerstukken I 2025/26, 34 858, H; Kamerstukken II 2025/56, 34 858, nr. 47.↩︎
Kamerstukken I 2025/26, 34 858, H; Kamerstukken II 2025/56, 34 858, nr. 47.↩︎
AVG-Helpdesk voor Zorg, Welzijn en Sport, te raadplegen via Achterbanraadpleging: wat mag volgens de AVG? | AVG-Helpdesk voor Zorg en Welzijn↩︎