Vragenuur (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D40365, datum: 2026-09-01, bijgewerkt: 2026-09-02 10:20, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-09-01 14:00: Vragenuur (Vragenuur), TK
Preview document (🔗 origineel)
Vragenuur
Vragenuur
Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig
artikel 12.3 van het Reglement van Orde.
Vragen Van der Plas
Vragen van het lid Van der Plas aan de minister van
Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de situatie
in Noord-Brabant met betrekking tot de vijf vergunningen die daar
ingetrokken worden van boeren.
De voorzitter:
Aan de orde is het mondelinge vragenuur. Aan de orde zijn vragen van
mevrouw Van der Plas, namens de fractie van de BBB, aan de minister van
Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, die ik van harte welkom
heet in de Kamer. Als zij zover is, is het woord aan mevrouw Van der
Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Als u even wilt wachten met de knop indrukken die de tijd laat lopen,
wil ik eerst even zeggen dat ik het fijn vind om iedereen weer in goede
gezondheid hier terug te zien. Dat hoeft natuurlijk niet altijd zo te
zijn, namelijk. Dat geldt dus ook voor de mensen op de publieke tribune:
fijn dat u er bent. Dan ga ik van start.
Voorzitter. Het gaat over vijf vergunningen, over legale,
onherroepelijke vergunningen, van boeren die jarenlang alles hebben
gedaan wat de overheid van hen vroeg. Ze hebben zelfs nog meer dan dat
gedaan. Die vergunningen worden gewoon maar eventjes ingetrokken.
Althans, dat is het voornemen van de provincie Noord-Brabant. Dat is
natuurlijk te zot voor woorden. We leven inmiddels in zo'n gekkenhuis in
Nederland … In dit geval zijn het boeren, maar morgen kunt u het
allemaal zijn, want een vergunning staat in Nederland eigenlijk gewoon
op de richel. Je kunt die zomaar even kwijtraken.
Daarover heb ik een aantal vragen aan de minister. De minister gaf aan
dat hij het allemaal erg spijtig vond, en zielig en jammer voor die
mensen, maar dat de rechter dit vorig jaar in een uitspraak heeft
gevraagd. Ik wil de minister als eerste vragen waarom hij hierover jokt.
Dan zeg ik het even heel netjes. Dat staat namelijk helemaal niet in de
uitspraak van de rechter. De rechter heeft gezegd dat er een zorgvuldig
besluit genomen moest worden en dat er in gesprek gegaan moest worden.
Dat is wat de boeren hebben gedaan. In de rechterlijke uitspraak staat
niet dat vergunningen worden ingetrokken. Die vraag zou ik als eerste
beantwoord willen zien.
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Van Essen:
Voorzitter. Misschien is het, voordat ik die vraag letterlijk ga
beantwoorden, goed om vanaf deze plek te zeggen dat de uitspraak dat
iedereen zomaar vergunningen kan kwijtraken, een onjuiste voorstelling
van zaken is. Voor de vijf boeren over wie het hier gaat, lag al drie
jaar een intrekkingsverzoek bij de provincie Noord-Brabant. Op het
moment dat er al intrekkingsverzoeken liggen, loop je met elkaar een
traject af dat er uiteindelijk toe kan leiden dat het bevoegd gezag
bepaalde keuzes moet maken. Het bevoegd gezag is in dit geval de
provincie Noord-Brabant. Maar dat dat overal zomaar aan de orde zou
kunnen zijn, wil ik echt als eerste weersproken hebben.
Dan was er een vraag over mijn uitlatingen. Deze zomer heb ik drie
dingen gezegd. Ik heb gezegd dat het heel ellendig is voor de
ondernemers in kwestie. Dat is het ook. Dat hebben we, denk ik, kunnen
zien en kunnen ervaren. Ik heb ook gezegd dat dit juist is wat we willen
voorkomen. In het debat hier en in de maatregelenbrief van 26 juni heb
ik ook aangegeven dat er 217 intrekkingsverzoeken bestaan en dat we dat
pakket als de wiedeweerga in wetgeving moeten omzetten om juist dit te
voorkomen. Wij willen dit dus niet. Uiteindelijk heb ik ook aangegeven,
ook na vragen van Kamerleden, dat we alles op alles moeten zetten om dat
te voorkomen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mijn vraag was concreet. De rechterlijke uitspraak zegt niet dat
vergunningen ingetrokken moeten worden. De rechterlijke uitspraak zegt
dat er een zorgvuldig besluit moet komen. Mijn vraag is dus nogmaals de
volgende. Misschien hoeft dat niet van mijn tijd af te gaan, want ik
moet hem herhalen. Waarom jokt de minister daarover? Het staat namelijk
niet in de rechterlijke uitspraak.
Minister Van Essen:
Ik heb daar zelf in die zin geen mening over. Het is het bevoegd gezag
dat een rechterlijke uitspraak vertaalt naar een handeling die het
bevoegd gezag moet doen. Ik ben hier niet het bevoegd gezag. Ik heb wel
een mening over wat we te doen hebben, namelijk dit voorkomen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dit wordt een beetje irritant, want de minister heeft gezegd dat dit het
gevolg is van een rechterlijke uitspraak. Het staat niet in de
rechterlijke uitspraak. Waarom jokt de minister hierover?
Minister Van Essen:
Het is uiteindelijk aan het bevoegd gezag, Brabant in dit geval, om een
oordeel te vellen. Dat hier drie jaren aan vooraf zijn gegaan, dat er
een intrekkingsverzoek is gekomen en dat de rechter een uitspraak heeft
gedaan op basis waarvan het bevoegd gezag, in dit geval de provincie
Noord-Brabant, moet handelen, staat volgens mij buiten kijf. Dat staat
gewoon vast. Als zij daar een besluit in nemen, dan kan ik daar een
mening over hebben, maar dan is dat besluit wel het gevolg van een
rechterlijke uitspraak.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik ga ervan uit dat de minister zijn uitspraak dat dit in een
rechterlijke uitspraak stond, daarmee terugneemt.
De minister zei dat alle alternatieven eerst serieus moeten worden
onderzocht, maar de provincie zegt dat intrekking nog altijd de enige
uitkomst is. Wie heeft er nou gelijk: de minister of de provincie? En
wat heeft de minister sinds zijn gesprek met de provincie concreet
bereikt? Welk besluit is gewijzigd? Welke intrekking is voorkomen? Welke
zekerheid hebben de vijf boeren vandaag gekregen? De minister zegt alles
op alles te zetten om ervoor te zorgen dat de vergunningen niet worden
ingetrokken, maar ik wil weten wat dat concreet betekent. Welke
juridische, financiële en bestuurlijke middelen zet de minister in, en
op welke datum?
Minister Van Essen:
Alle alternatieve onderzoeken hebben dit inderdaad aangegeven. Ik vind,
zoals ook in onze Kamerbrief staat, dat je het trappetje van Remkes moet
aflopen. Dat is ook een afspraak die we met allerlei sectorpartijen
hebben gemaakt: in gebiedsprocessen moeten ondernemers de keuze hebben.
Als ik de indruk heb dat dit onvoldoende naar voren komt, dan vind ik
dat ik naar voren moet stappen om te zeggen dat dit is wat we in de
Kamerbrief hebben besproken en dat dit ook is wat ik verwacht van de
provincie.
Dat hebben we vervolgens ook in een Statenbrief aan de Provinciale
Staten van Brabant terug kunnen lezen: het bevoegd gezag, te weten de
Gedeputeerde Staten, gaat die opties onderzoeken en bespreken; de
gedeputeerde in kwestie gaat ook op bezoek bij de ondernemers om het
gesprek daarover te voeren.
Volgens mij hebben we concreet bereikt dat dit hoger op de agenda staat
en dat die gedeputeerde dit ook daadwerkelijk doet. Alles op alles
zetten betekent ook dat wij vanuit het ministerie alle hulp aan
provincies bieden die we maar kunnen bieden om ervoor te zorgen dat het
maatregelenpakket dat voorligt, dat ik in een spoedwet aan u ga
voorleggen, zodanig in een verweerlijn kan worden omgezet dat we dit
soort handhavings- en intrekkingsverzoeken kunnen voorkomen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Goed. Kan de minister dan uitsluiten dat vergunningen worden ingetrokken
terwijl plannen voor innovatie, emissiereductie of aanpassing van de
bedrijfsvoering nog niet onafhankelijk zijn getoetst?
Minister Van Essen:
Ik ben niet het bevoegd gezag. Provincies zijn het bevoegd gezag in
dezen; zo hebben wij dat in Nederland afgesproken. Ik heb eigen helemaal
geen twijfel dat ook de andere provincies die ik spreek dit soort zaken
gewoon willen voorkomen en dat zij eigenlijk ook van ons vragen: "Rijk,
doe je werk. Zorg dat je dat pakket zo snel mogelijk in wetgeving omzet,
want dan kunnen wij dit soort verzoeken afwijzen. Als we samen die
redeneerlijn bouwen, hebben we daar goed vertrouwen in." Maar nogmaals,
ik ben niet degene die uiteindelijk moet reageren op de handhavings- en
intrekkingsverzoeken.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik vind het allemaal opnieuw slappe hap, enorm slappe hap, want de
minister zegt: ik ga alles op alles zetten — alles op alles zetten! — om
ervoor te zorgen dat die vergunningen niet worden ingetrokken. En keer
op keer doet deze minister hetzelfde, namelijk door te zeggen: ik ben
niet het bevoegd gezag, dat is de provincie. Dat betekent dan dus dat
"alles op alles" in de praktijk gewoon loze woorden zijn, dat het alleen
een gesprek is en dat het dan gewoon machteloos toekijken is. Kan de
minister dat toelichten of bevestigen?
Minister Van Essen:
Dat is onzin. Dat is onzin, omdat ik nog erg weinig heb gezien dat een
maatregelenpakket dat op 26 juni in een beleidsbrief wordt
gepresenteerd, al in oktober tot spoedwetgeving leidt. Dat is ook "alles
op alles". Dat is je rol pakken. Provincies hebben hier een rol; die
moeten reageren op dit soort verzoeken. Maar wij hebben hier ook een rol
om te zorgen dat het Rijk zijn aandeel doet. Als we dat eerder hadden
gedaan, drie jaar geleden — dit verzoek ligt er namelijk drie jaar —
hadden we hier ook niet met mekaar gezeten.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
We praten wat ons betreft gewoon over onbehoorlijk bestuur als
ondernemers en boeren honderdduizenden euro's, soms miljoenen euro's —
ja, mensen: miljoenen euro's — investeren om hun stallen te verduurzamen
en om te reduceren, en dat dan toch een vergunning wordt ingetrokken.
Wat vindt de minister nou eigenlijk van de hele handelswijze van de
provincie, van hoe dit allemaal is gegaan? Boeren hebben een halfjaar
niks meer gehoord nadat ze plannen hadden ingediend, en dan mogen ze op
16 juli of 17 juli opdraven om te horen dat hun bedrijf, dat vaak
generaties — generaties! — in de familie is …
De voorzitter:
Ja. Dank u wel.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
… dat die vergunning wordt ingetrokken.
De voorzitter:
Ja. De minister.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Kan de minister reflecteren op de handelswijze van de provincie?
Minister Van Essen:
Ik denk dat de gedeputeerde in de Statenvergadering, in het spoeddebat
dat ze daar in Brabant hebben gehad, heeft gereflecteerd op precies het
punt dat mevrouw Van der Plas hier aansnijdt en dat zij haar excuses
heeft aangeboden. Ik denk dat het goed is dat ze langs deze ondernemers
gaat.
Mevrouw Podt (D66):
Ik denk dat het helder is dat niemand wil dat dit gebeurt zoals het deze
zomer is gegaan. Daarom dus misschien nog even heel duidelijk de vraag:
kan de minister nou aangeven wat het verband is tussen handhaving, of
eigenlijk het voorkomen van handhaving, en het stikstofpakket zoals dat
voor de zomer door het kabinet is gepresenteerd?
Minister Van Essen:
Het verband is uiteindelijk dat je, om dit soort handhavingsverzoeken af
te kunnen wijzen, een onderbouwing moet hebben van waarom de staat van
instandhouding van de natuur erop vooruitgaat of geborgd is. Dan is het
dus nodig dat een provincie kan verwijzen naar de maatregelen die het
Rijk neemt. Ze kunnen zelf maatregelen nemen, maar het Rijk heeft ook
maatregelen te nemen. Het verband daartussen is dat als wij ons pakket
juridisch geborgd hebben, het duidelijk is wat de Rijksoverheid doet om
onder andere stikstofuitstoot te reduceren en te zorgen dat die
natuurgebieden in goede staat van instandhouding zijn. Dan kun je
onderbouwd aangeven wat je doet, en daardoor kun je een
handhavingsverzoek afwijzen. Dat is precies waar we in het Kamerdebat
ook met elkaar over hebben gesproken. Dat laat zien dat we zo gauw als
het kan, zo snel als het kan, dat maatregelenpakket in wetgeving om
moeten zetten.
De heer Koorevaar (CDA):
Ik viel deze zomer echt van mijn stoel toen ik de berichten over Brabant
hoorde. Daarom heb ik toen Kamervragen gesteld en ben ik ook bij een van
die pluimveehouders op visite geweest. Wat mij betreft was die brief van
juni dé basis om die handhavingsverzoeken van ons weg te duwen. Daarom
snapte ik de eerste reactie van de minister ook niet echt. Daar snapte
ik helemaal niks van, om heel eerlijk te zijn. Later kwam de minister
daarop terug door te zeggen: oké, dit moet anders, dus ik ga alles op
alles zetten. Dat lijkt er meer op. Maar heel veel ondernemers met een
geldige Nb-vergunning worden onzeker. Mijn vraag is dus: komt de
minister op voor alle boerenbedrijven met een geldige Nb-vergunning?
Wilt u daar eens op reflecteren?
Minister Van Essen:
De "alles op alles" die ik heb aangegeven in reactie op Kamervragen van
de heer Koorevaar en mevrouw Van der Plas heeft juist in zich dat we bij
dit pakket doen wat … Dat doen we zodat boeren erop kunnen vertrouwen
dat een belangrijk fundament onder hun bedrijven — want dat is een
Nb-vergunning — niet om de haverklap aangetast kan worden. Ik vond het
ook fijn dat de Kamervragen van de heer Koorevaar mij die kans boden,
want zo zit ik erin en zo zit ons pakket erin. Als dat niet duidelijk is
bij ondernemers, moeten we de kans benutten om precies onze insteek
duidelijk te maken, namelijk dat ondernemers erop moeten kunnen
vertrouwen dat een Nb-vergunning in beginsel een fundament onder hun
bedrijf kan zijn. Dat heb ik deze zomer gedaan.
De heer Chris Jansen (PVV):
Afgelopen vrijdag was er een bijeenkomst in het provinciehuis van
Noord-Brabant. Daar werd een presentatie gegeven door de directeur
stikstof van het ministerie en een aantal ambtenaren. Dat moest per se
in beslotenheid. Statenleden zijn er zelfs over opgestapt, omdat men
weigerde om die informatie in openbaarheid te delen. Mijn vraag is: wat
is daar in vredesnaam besproken? Zat er soms iemand van MOB aan tafel,
wat dan niet openbaar mag worden of zo?
Minister Van Essen:
De provincie gaat natuurlijk zelf over hoe zij de sessies organiseert.
Als minister heb ik daar geen invloed op, dus ook niet op het wel of
niet besloten doen, net zoals u dat in de Kamer kunt besluiten. Ik heb
niet het idee dat daar grote geheimen zijn verteld of dat daar allerlei
partijen bij aangeschoven zijn. De Statenleden zijn bijgepraat door de
provincie en er zijn wat vragen gesteld aan het ministerie van LVVN.
De heer Chris Jansen (PVV):
Ze zijn bijgepraat door ambtenaren van het ministerie. De minister zegt:
ik heb niet het idee dat daar iets is gebeurd wat niet openbaar had
mogen zijn of niet door de beugel kan. Maar heeft de minister überhaupt
wel weet van wat daar besproken is? Of is het gewoon gissen?
Minister Van Essen:
Het is een bijeenkomst van de Provinciale Staten van Brabant. Ik ga niet
over hoe zij hun vergaderingen organiseren of over wat besloten is en
wat niet. Ik ga wel over het volgende. Als men vraagt "mochten er vragen
aan de landelijke overheid komen, kan er dan iemand van LVVN aanwezig
zijn?", dan zeg ik, net als wanneer uw Kamer vraagt om ambtelijke
bijstand of om een technische sessie: ja, tuurlijk. Wat mij betreft
hebben we geen geheimen.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Het intrekken van een rechtsgeldige vergunning is wat de VVD betreft het
allerzwaarste middel en moet te allen tijde voorkomen worden. We zijn
dan ook heel blij dat er op initiatief van de VVD in Brabant
uiteindelijk een motie is aangenomen die het college aldaar oproept om
nog eens in gesprek te gaan en om het gebiedsproces beter te doorlopen.
De minister heeft net al aangegeven in ieder geval het trappetje van
Remkes te gaan begeleiden en daar de regie op te pakken. Mijn vraag
daarbij is dan nog: gaat de minister er ook op toezien dat de betrokken
ondernemers hier tijdig, persoonlijk en duidelijk in worden meegenomen?
Daar heeft het de afgelopen weken immers aan ontbroken. Kan alles op
alles worden gezet om dit te voorkomen?
Minister Van Essen:
Mijn reden om ook een van de pluimveehouders te bezoeken, was juist om
te horen hoe dit proces is gelopen. Dat contact was wat mij betreft niet
eenmalig. We hebben, als ik het me goed herinner, ook nummers
uitgewisseld en manieren gezocht om contact te houden. Mochten er
signalen zijn die voor mij heel relevant zijn om te horen, dan kan de
ondernemer die delen. Ik zal bij hen informeren hoe zij het contact, op
basis van de motie die daar is ingediend door onder andere de
VVD-fractie, hebben ervaren.
Mevrouw Bromet (PRO):
De provincie Noord-Brabant zag zichzelf gedwongen om dit te doen, omdat
juist het rijksbeleid uitbleef. Dat zegt de minister nu eigenlijk ook in
zijn inleiding. Hij heeft ook gezegd, zoals we al eerder hoorden, dat
hij alles op alles gaat zetten om te voorkomen dat die vergunningen
ingetrokken gaan worden. Maar is dat niet het scheppen van valse
verwachtingen? Er blijft namelijk te veel stikstof uitgestoten worden in
dat gebied. Het pakket aan maatregelen gaat er ook voor zorgen dat er
minder uitgestoten moet worden, dat er bedrijven worden opgekocht en dat
bedrijven moeten omvormen. Is het niet veel eerlijker om te zeggen: er
gaan hele grote veranderingen plaatsvinden in Brabant?
Minister Van Essen:
Ja, er gaan grote veranderingen plaatsvinden. Dat is ook de reden dat we
zien wat er gebeurt in de landelijke gebieden en dat er signalen naar
ons toe komen. Ik vind het wel belangrijk dat een provincie het
maatregelenpakket kan meerekenen en meewegen in de afweging die zij te
maken heeft. We hebben bijvoorbeeld aangegeven dat we begin volgend jaar
met normen voor de intensieve veehouderij willen komen. Ik wil heel
graag dat de Tweede Kamer in oktober de spoedwet aanneemt. Hetzelfde
geldt voor de Eerste Kamer. Die zaken zijn zo fundamenteel voor hoe we
handhavingslijnen en handhavingsverweren opstellen dat ik wil dat
Brabant die meeweegt in hoe ze uiteindelijk het besluit nemen. Zij nemen
dat besluit. Zij gaan over het aflopen van het trappetje van Remkes.
Maar ik vind niet dat je zulke grote stappen zou moeten negeren in het
beoordelen van deze verzoeken. Daar heeft mijn reactie op toegezien. Dat
laat onverlet dat daar veel staat te gebeuren.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Met het intrekken van de legitiem verkregen vergunningen van deze vijf
pluimveehouders hebben we echt een nieuw dieptepunt in het
stikstofdossier bereikt. Ik wil dan ook van de minister weten welke
concrete natuurwinst de verwoestende impact op deze vijf pluimveehouders
gaat opleveren voor het herstel van de natuur.
Minister Van Essen:
Dat is helemaal afhankelijk van welke stappen op het trappetje van
Remkes en welke besluiten de Gedeputeerde Staten nemen. Als ze met
innovaties komen, dan is er een heel ander perspectief op de natuurwinst
dan wanneer er sprake is van verplaatsing of stoppen. Het is heel
moeilijk om daar nu antwoord op te geven, terwijl de gesprekken met de
ondernemers lopen.
De heer Goudzwaard (JA21):
De minister had het over hulp aan provincies, maar hulp aan ondernemers
is natuurlijk ook heel belangrijk. De minister zei: we gaan een pakket
invoeren. Nou, dat mag zeker gebeuren, maar dan moet er wel serieus wat
aangepast worden. Vooral het ontbreken van de rekentool is een kwalijk
iets. Kan de minister toezeggen, als hij ambieert om 100 zetels aan
steun te vergaren, dat hij er alles aan gaat doen om ervoor te gaan
liggen, zodat deze onteigening niet doorgaat?
De voorzitter:
De minister.
De heer Goudzwaard (JA21):
Want anders is het gewoon een belachelijk voornemen om te zeggen "we
gaan voor brede steun". Dat gaat nooit lukken op deze manier.
Minister Van Essen:
Dit zijn een paar vragen in één. Ja, hulp aan ondernemers is
superbelangrijk. Dat zit ook in de uitwerking van het pakket. Daar
zitten miljarden in voor ondersteuning aan ondernemers. Dat is
superbelangrijk. Dat geldt hopelijk ook straks voor de begroting, die u
mag goedkeuren. Zoals ik heb aangegeven, vind ik dat de provincies alles
op alles moeten zetten om dit te voorkomen. Dit is een oproep aan ons
allen om het pakket snel aan te nemen en een oproep aan de provincies om
het te doen. We ondersteunen de ondernemers met subsidies en we
ondersteunen de provincies met verweerlijnen op basis van het
pakket.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
De democratische rechtsstaat doet het meestal heel goed in D66-kringen.
Wetten kun je aanpassen, maar daarvoor zie ik nog weinig animo bij deze
minister. Het pakket waar net naar verwezen werd — dat is de brief uit
juni — gaat voor heel veel boeren betekenen dat hun bedrijf eindigt. De
democratische rechtsstaat gaat ook over grondrechten, over de vrijheid
van eigendom en de bescherming daarvan. Hoe zwaar weegt dat voor deze
minister? Ik heb uitgebreide vragen gesteld over de consequentie
daarvan, maar ik heb daar nog steeds geen antwoord op. Misschien is nu
het moment om als minister te zeggen: de vrijheid van eigendom en de
bescherming daarvan staan bij mij het allerhoogst in het vaandel.
Minister Van Essen:
Ik vind het belangrijk om te reageren op wat mevrouw Keijzer net zei,
namelijk dat het pakket heel wat betekent voor boeren. Dat realiseer ik
me als geen ander. Ik woon op een plek waar je, waarschijnlijk net als
velen van u, eerst langs vele vlaggen, makelaarsborden en noem het maar
op mag. Tegelijkertijd is dit pakket nodig om het onderwerp te voorkomen
waar we het nu over hebben, namelijk intrekkingsverzoeken. Dat is mijn
motivatie en volgens mij zou dat de motivatie van ons allen moeten
zijn.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Over de rechtsonzekerheid voor deze pluimveehouders is al veel gezegd,
maar over de rechtsongelijkheid is nog niet zo veel gezegd. Wat vindt de
minister ervan dat de rode loper is uitgerold voor de Amercentrale en
dat daarvoor een vergunning is verleend en dat industriële bedrijven een
convenant is aangeboden, terwijl deze pluimveehouders uit de provincie
Noord-Brabant een aanschrijving en een dreigement krijgen dat hun
vergunning wordt ingetrokken? Welke invulling geeft deze minister aan
zijn stelselverantwoordelijkheid en welke instructieregels komen er voor
de provincies om deze rechtsongelijkheid en rechtsonzekerheid te
bestrijden?
Minister Van Essen:
Laat ik beginnen met te zeggen — dat hebben we allebei ook eerder in een
ander debat over een andere natuurvergunning geconstateerd — dat ik het
beeld verschrikkelijk vind dat de ene ondernemer in Nederland wel wordt
geholpen maar de andere niet. Ik zal er alles aan doen om me daartegen
te verzetten, want volgens mij moet iedereen gelijk behandeld worden.
Dat vindt iedereen in dit huis. De instructieregels die er gaan komen,
zien er juist op dat het pakket dat we hebben zodanig wordt vormgegeven
dat je niet meer in deze situatie komt, omdat de provincies in staat
worden gesteld om datgene te voorkomen wat we in Noord-Brabant hebben
gezien. Op die manier geef ik invulling aan mijn
stelselverantwoordelijkheid, want de provincies hebben een landelijk
pakket nodig om ervoor te zorgen dat datgene wat we in Noord-Brabant
hebben gezien, niet ook op andere plekken gaat ontstaan.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik mis in de reacties van de minister, ook vandaag weer, de context, die
relevant is. Ik hoor hem op geen enkele manier zeggen dat het van
levensbelang is dat we onze natuur beter gaan beschermen en dat de
overheid onder druk van de boerenlobby, waar ook deze boeren zich door
hebben laten vertegenwoordigen, voortdurend naar geitenpaadjes heeft
gezocht waarvan we wisten dat die spaak zouden gaan lopen: of de
individuele boeren komen in de problemen, zoals we nu zien, of de
belastingbetaler moet de hele schatkist omkieperen omdat het heel veel
geld kost om ze uit te kopen.
De voorzitter:
Uw vraag.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat zien we nu gebeuren. Kan de minister bevestigen dat een van die
pluimveehouders 100% meer kippen houdt dan in zijn vergunning staat?
Minister Van Essen:
Dat laatste kan ik alleen bevestigen op basis van uitspraken die ik
hoorde van de gedeputeerde van Brabant. Wat betreft het eerste punt dat
mevrouw Ouwehand aansnijdt: volgens mij heeft u mij op deze plek, in
interviews en op andere plekken heel vaak horen zeggen dat natuurherstel
de enige weg vooruit is. Ik blijf achter die uitspraak staan. Dat is ook
hoe ik ernaar kijk.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Maar ik denk — dit is een advies aan de minister — dat hij het belang
van dit maatregelenpakket veel vaker moet uitdragen. Ja, het is
ingrijpend voor individuele boeren, maar het is ook nodig, want we
kunnen niet zonder de natuur. Een ander belangrijk deel van de context
is dat een van de pluimveehouders 182.430 kippen houdt. Daar heeft hij
een soort van toestemming voor gekregen van de provincie. Dat moet ook
de context zijn. De overheid heeft willens en wetens grote risico's
genomen voor de belangen van individuele boeren, onder druk van de
boerenlobby. Daar moeten we mee stoppen.
Minister Van Essen:
Daar zat geen vraag in, voorzitter. Dank voor de overweging.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
De minister zei daarnet: je kan niet zomaar je vergunning kwijtraken;
dat is een valse voorstelling van zaken. Ik heb een vraag aan de
minister. Stel dat Johan Vollenbroek, van wie ik overigens hoop dat hij
geen gesprekspartner meer is op het ministerie, verzoeken tot intrekking
en handhaving gaat doen tegen andere bedrijven dan boerenbedrijven.
Welke garantie geeft deze minister ondernemers in Nederland, dus andere
ondernemers dan boeren, dat zij ook niet geconfronteerd worden met
intrekking van legale en onherroepelijke vergunningen?
Minister Van Essen:
Zoals ik net heb gezegd: dit verzoek lag er al drie jaar. Al drie jaar
hadden wij de tijd om een maatregelenpakket neer te leggen dat dit
voorkomt. Ik vind het in die zin een valse voorstelling van zaken om te
doen alsof het iedereen zou kunnen overkomen. Er gaat tijd overheen. Er
gaan juridische procedures overheen. Als wij hier onze
verantwoordelijkheid nemen, wat we doen met dit maatregelenpakket, dan
behoort dat tot het verleden.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik hoop niet dat dit als een extra vraag wordt gerekend.
De voorzitter:
Zeker.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan ga ik even een puntje van orde maken richting de voorzitter. Ik heb
gevraagd: welke garantie geeft de minister andere ondernemers? Ik krijg
weer een heel vaag en wollig antwoord, maar hij kan zeggen "ik kan ze
geen garantie geven" of "ik geef ze die en die garantie". Dus dit is
geen tweede interruptie, maar een verduidelijking. Ik heb een duidelijke
vraag gesteld: welke garantie geeft hij?
De voorzitter:
Ik ga erover of dat wel of niet zo is. Ik constateer dat het wel zo is,
omdat de minister over zijn antwoorden gaat en u over uw vragen. U heeft
hierbij namens de BBB-fractie uw tweede en laatste vraag gesteld in dit
mondelinge vragenuur. De minister gaat over tot de beantwoording
daarvan.
Minister Van Essen:
Volgens mij heeft mevrouw Van der Plas zelf een keer aangegeven dat je
garantie krijgt op een wasmachine bij de MediaMarkt. Maar dit is een
uitzonderlijke casus. Hier gaan jaren aan vooraf, waarin ook juridische
uitspraken worden gedaan en de rechter er een oordeel over velt. Dit is
dus niet iets wat elke ondernemer mee kan maken. Dat is het absoluut
niet.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen.
Vragen Mohandis
Vragen van het lid Mohandis aan de minister van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht "Leden
Ongehoord Nederland komen in opstand tegen omroeptop om vermeend
wanbeleid. 'Weerstand neemt toe'".
De voorzitter:
Ik geef het woord aan de heer Mohandis, voor zijn vragen namens de
fractie van PRO aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
die ik van harte welkom heet in de Tweede Kamer. Goed dat u er bent.
Meneer Mohandis, als u zover bent, dan heeft u het woord. Mag ik
aandacht voor de heer Mohandis?
De heer Mohandis (PRO):
Voorzitter, dank u wel. Hoeveel gele kaarten kan een publieke omroep
krijgen? Mijn vragen gaan vandaag over een publieke omroep, Ongehoord
Nederland, die al zo veel gele kaarten aan de broek heeft dat ik mij
inmiddels afvraag wat een gele kaart voorstelt. Afgelopen zomer was er
een extra dieptepunt door Hitlerverheerlijking bij deze omroep. Elke
omroep staat het vrij om buiten het bestel, zonder publiek geld, content
te maken. Voor elke omroep geldt dat als hij gesanctioneerd wordt — en
dat is deze omroep tig keer, door het Commissariaat voor de Media, door
de Ombudsman en door de NPO; er is een heel rapport — het tijd wordt om
een keer in te grijpen. Ik vraag deze minister wanneer het volgens haar
tijd is om de omroeplicentie van deze omroep, die alle krediet heeft
verspeeld en tijdens de tijdelijke vergunning niet heeft bewezen dat hij
bijdraagt aan het publieke bestel, in te trekken. Graag een concrete
reactie.
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Letschert:
Goedemiddag, meneer de voorzitter. Allereerst het volgende. Ik kreeg
afgelopen zomer het fragment opgestuurd tijdens mijn zomervakantie, hoog
in de bergen. Ik ben me echt kapot geschrokken van het fragment rondom
Hitler en de discussie die er in het programma werd gevoerd. Ik heb al
eerder gezegd, ook na vragen vanuit de media vorige week, dat het
werkelijk verwerpelijk en schandalig is dat dit fragment op deze manier
naar buiten is gekomen. Als ik zie hoeveel meldingen over dit fragment
zijn binnengekomen en hoeveel mensen hierdoor zijn gekwetst, denk ik dat
we hier, in deze Kamer, allemaal veel afstand nemen van wat we daarin
gezien hebben.
We hebben afgelopen jaar nog veel meer gezien rondom Ongehoord
Nederland. We hebben een rapport gekregen van een evaluatiecommissie.
Daarin is aangegeven dat de journalistieke kwaliteit ernstige zorgen
baart. We hebben de sancties van het Commissariaat voor de Media gezien.
Net voor de zomer heb ik een brief gekregen van het College van
Omroepen. Dat heeft bij het bestuur van de NPO, waar de brief aan was
gericht, aangegeven dat het geen bereidheid meer heeft tot inhoudelijke
samenwerking. Ik heb toen gewacht op de NPO om te horen hoe die op de
brief ging reageren. Die brief heb ik na de zomer gekregen. In de media
heeft u daarover een statement kunnen lezen. De NPO heeft daarin
aangegeven dat zij zorgen hebben over de samenwerkingsbereidheid binnen
het bestel en dat zij zich zorgen maken over de manier waarop er de
afgelopen periode bereidheid was tot die samenwerking. Tegelijkertijd,
ten aanzien van de juridische interpretatie, kan de NPO mij nu verzoeken
om tot intrekking over te gaan. Daar hadden zij nog vragen over en die
wilden zij in een gesprek met mij toelichten. Dat gesprek heeft
inmiddels plaatsgevonden. Daarbij heb ik gevraagd wat de juridische
interpretatie is die zij in de Mediawet lezen.
Wat er nu gaat gebeuren, is dat de NPO een reactie gaat geven op de
ontstane situatie. Afgelopen vrijdag — het is nu dinsdag — is er weer
een brief gekomen van het College van Omroepen. Daarin verzoekt het de
NPO om over te gaan tot het indienen van een verzoek aan mij om de
intrekking van de erkenning te overwegen. Dat verzoek heb ik op dit
moment niet. U kent de Mediawet als geen ander. De Mediawet geeft een
aantal mogelijkheden waarop een minister kan overgaan tot intrekking van
de erkenning van een omroep. U moet weten dat dat een zwaarwegend
besluit is. We hebben niet voor niets in onze Grondwet de persvrijheid
geborgd. Ook in de Mediawet is vrij scherp ingekaderd wanneer een
minister kan of moet besluiten tot intrekking.
Het verzoek dat ik net noemde, ligt er dus niet. Er liggen op dit moment
twee sancties van het Commissariaat voor de Media. Er liggen heel veel
zorgen, ook bij uw Kamer, die ik begrijp. Het is nu aan mij om
uiteindelijk tot een finale afweging te komen. Toen ik hier afgelopen
vrijdag vanuit de media vragen over kreeg, heb ik gezegd dat ik vóór het
debat van 25 september, waarin wij over de herziening van het nieuwe
mediastelsel gaan praten, mijn reactie op de hele ontstane gang van
zaken ga geven. Dat is dus binnen nu en twee weken.
De heer Mohandis (PRO):
Dank voor het antwoord, maar ik had een iets scherper antwoord verwacht.
Laat ik ook helder zijn richting de collega's. Het gaat hier niet om de
vraag of Ongehoord Nederland leuke of geen leuke dingen uitzendt. Dat is
niet de rol van de Kamer. Wat wel tot de rol van de Kamer behoort, is
het feit dat we instanties in het leven hebben geroepen die sancties
mogen uitdelen. De minister is de enige die bevoegd is om de voordeur
open te zetten om tegen een nieuwe omroep te zeggen: u wordt toegelaten.
Dat is ooit gebeurd. Maar als een omroep zich misdraagt na die sancties,
kan de deur ook worden opengezet om te zeggen: u kunt uit het bestel
vertrekken. De minister is de enige die volgens de wet bevoegd is om dat
zo op te pakken.
Dan zoom ik in op de wet. De minister geeft aan dat de NPO met een
verzoek kan komen op basis van artikel 2.33, lid 2 van de Mediawet.
Daarin staat heel duidelijk dat als het Commissariaat voor de Media
binnen één jaar twee sancties oplegt, de minister ook kan overgaan tot
handhaven. De mogelijkheid om in te grijpen reikt veel verder dan alleen
de vraag of de NPO een verzoek doet. Die mogelijkheid is er. Ik wil dus
het volgende aan de minister vragen. Ongehoord Nederland heeft alle
krediet verspeeld met alle gele kaarten die ze hebben gekregen. Geen
enkele omroep wil nog met ze samenwerken. Als we de berichtgeving lezen,
zien we dat er inmiddels een ruime Kamermeerderheid is die zegt
"Minister, grijp in, want u heeft nog maar twee keuzes: of Ongehoord
Nederland permanent in het bestel laten, of een keer optreden." Ik hoop
dat de minister het laatste doet. Ik kijk ernaar uit.
De voorzitter:
Minister, kort en bondig alstublieft.
Minister Letschert:
Ik begrijp helemaal dat de bal nu bij mij ligt. Ik heb u aangegeven dat
ik op heel korte termijn, ruim voor het debat, mijn reactie geef op deze
situatie.
De heer Mohandis (PRO):
Ja, en wat gaat die reactie zijn?
Minister Letschert:
Nogmaals, meneer de voorzitter, dat vergt ook een zorgvuldige afweging.
We hebben hier te maken met aan de ene kant het waarborgen van de
persvrijheid en aan de andere kant een omroep die de integriteit van het
bestel zwaar onder druk zet. Die afweging ben ik aan het maken. Ruim
voor het debat krijgt u van mij de finale reactie daarop.
De heer Mohandis (PRO):
Weet u waarom ik zo fel ben? We staan aan de vooravond van praten over
het inrichten van ons publieke bestel. Hoe gaan we de publieke omroep
inrichten voor de toekomst? Hoe gaat dat eruitzien? Welke omroephuizen
komen er? Ik heb gewoon de serieuze zorg dat als we geen besluit nemen
over Ongehoord Nederland, met alle ondermijnende acties en al die gele
kaarten die ze hebben gekregen, we geen zuiver debat gaan voeren over de
toekomst van het bestel, temeer omdat geen enkele omroep ermee wil
samenwerken. 24 september staat er een debat gepland. Dan zal die
duidelijkheid er moeten zijn, of we het leuk vinden of niet. Ik zeg er
nu ook bij dat we afgelopen zomer niet stilgezeten hebben. We hebben ook
gewoon geschreven en echt gekeken hoe we hier als Kamer onze rol gaan
pakken. Dit heeft niets te maken met of wij een bepaalde omroep links,
rechts of wat dan ook vinden. Op het moment dat de spelregels worden
overschreden die wij in de Mediawet hebben, zullen wij uiteindelijk de
minister de opdracht geven om tot actie over te gaan, als zij dat niet
doet. Dan kan er maar één ding gebeuren na al die gele kaarten van het
Commissariaat voor de Media, de Ombudsman, de NPO: dat ON op off
gaat.
Minister Letschert:
Als ik in uw schoenen zou staan, zou ik precies hetzelfde doen.
Tegelijkertijd ben ik als minister ook verantwoordelijk voor een
zorgvuldig doorlopen proces. Daar zit ik middenin. Nogmaals, ruim voor
het debat gaat u van mij een reactie krijgen.
De voorzitter:
"Gaat de heer Mohandis …"
Minister Letschert:
Gaat de heer Mohandis een reactie krijgen.
De heer Mohandis (PRO):
Ik kijk ernaar uit.
De voorzitter:
Dank u wel. Meneer Krul.
De heer Krul (CDA):
Ongehoord Nederland gebruikt belastinggeld om een stroom aan ranzigheid
over Nederland uit te storten. Het verheerlijken van Hitler is het
absolute dieptepunt. We zien nu wel een soort witwaspraktijk, maar het
is gewoon al te laat. Hier komen ze niet meer van terug. Ik begrijp dat
het complex is. De minister schetst dat goed, denk ik. Het moet ook
zorgvuldig. Als de minister zegt dat er een reactie komt, kunnen we er
dan op z'n minst van uitgaan dat die reactie ook een finaal oordeel zal
bevatten? Wat dat oordeel is, dat kan de minister nu niet zeggen, maar
kunnen we ervan uitgaan dat we voor het debat duidelijkheid hebben over
die rode kaart voor deze omroep die zich structureel misdraagt?
Minister Letschert:
Daar kunt u van uitgaan.
De heer Ergin (DENK):
Ongehoord Nederland vergoelijkt Hitler, verspreidt racistische
omvolkingstheorieën, discrimineert en verspreidt nepnieuws. Dat zijn
allemaal rode kaarten, keer op keer, onder het mom van journalistiek. Ik
zou aan de minister willen vragen of zij de conclusie deelt dat wat
Ongehoord Nederland doet geen journalistiek is, maar dat het
normaliseren van racisme en normaliseren van nazisme is en dat daar
stevig tegen moet worden opgetreden.
Minister Letschert:
Ik zei net aan het begin dat het Hitlerfragment verwerpelijk,
schandalig, kwetsend en onnodig is. Er zijn ook meldingen over
binnengekomen bij de Ombudsman, die uiteindelijk gaat over de schending
van de journalistieke normen. Het is niet aan mij om die afkeuring hier
in die hoedanigheid juridisch te maken. Dat ligt bij de Ombudsman en
uiteindelijk is het aan het Commissariaat voor de Media om daarop toe te
zien. Volgens mij heb ik hier al voldoende geuit wat ik zelf van dat
fragment vind.
De heer Ergin (DENK):
Natuurlijk is het schandalig en verwerpelijk dat Hitler wordt
vergoelijkt. Natuurlijk is dat schandalig en verwerpelijk. Ik had niks
anders van deze minister verwacht. Maar ik verwacht van deze minister
inmiddels, na zo veel incidenten, geen procedurele antwoorden meer, geen
vooruitschuiven van lastige vraagstukken en geen handelingsverlegenheid.
Ik verwacht een minister die zegt dat als je subsidie krijgt, als je
belastinggeld krijgt, en je dit soort vreselijke dingen gaat doen, die
geldkraan gewoon dichtgaat. Ik begrijp gewoon niet waarom de minister
deze conclusie, die ze eigenlijk gisteren al had kunnen trekken, nog
steeds niet trekt.
Minister Letschert:
Ik heb net proberen uit te leggen dat ik me echt voor kan stellen dat u
vanuit uw positie de druk hier wil opvoeren. Tegelijkertijd ben ik er
als minister ook verantwoordelijk voor om hier een zorgvuldig proces op
in te regelen. Volgens mij doe ik dat met heel veel spoed, want ik heb u
ook aangegeven dat u ruim voor het debat dat voor eind september gepland
staat van mij een reactie gaat krijgen. Ik ben daarin alle
zorgvuldigheid maar ook de ernst van de situatie aan het meewegen.
Mevrouw Oualhadj (D66):
De afgrijselijke beelden die we hebben gezien, zijn op zich al
schandalig. Het feit dat ze met publiek geld worden gefinancierd, maakt
het echt ondragelijk, maar wat D66 betreft is het dan ook echt einde
verhaal voor Ongehoord Nederland. Tegelijkertijd snap ik de
zorgvuldigheid die de minister in haar rol betracht ook heel goed. We
verwachten inderdaad een brief van de minister. Mijn vraag is of ze in
die brief dan misschien alvast een inkijkje kan geven in wat er nodig is
om te voorkomen dat we in de toekomst in soortgelijke situaties
terechtkomen.
Minister Letschert:
In diezelfde periode komt er ook een wetsvoorstel dat in
internetconsultatie gaat, over de herziening van het gehele mediabestel.
We zullen ook in het debat dit gesprek met elkaar gaan voeren. Dat debat
staat gepland op 24 september.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen.
Vragen Heutink
Vragen van het lid Heutink aan de minister van Klimaat
en Groene Groei over het bericht "Nederland haalt vuldoel
gasvoorraad voor de winter niet".
De voorzitter:
Ik nodig de heer Heutink uit naar het spreekgestoelte te komen, voor
zijn vragen namens de Groep Markuszower aan de minister van Klimaat en
Groene Groei, die ik van harte welkom heet in de Tweede Kamer. Als u
zover bent, meneer Heutink, dan heeft u het woord.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. Ik hoop dat u een warme zomer heeft gehad, want het is de
vraag of mensen in Nederland het in de winter überhaupt nog wel warm
gaan krijgen en of ze de energierekening nog kunnen betalen. De
Nederlandse gasvoorraad is namelijk historisch laag en dat in tijden
waarin gas al peperduur is en het maar de vraag is of er überhaupt nog
voldoende gas te krijgen is.
Voorzitter. Dit kan eigenlijk niet als een verrassing komen. Deze
minister is maar een keer of 66 gewaarschuwd, door deze Kamer, door
Gasunie, door onze fractie; noem ze allemaal maar op. Maar het antwoord
van de minister heeft ons állemaal gerustgesteld. Ze zei namelijk er
vertrouwen in te hebben dat de gasvoorraden op tijd zouden zijn
aangevuld voor de komende winter. Nou, als een D66'er zegt ergens
vertrouwen in te hebben, dan weet je direct al één ding: dit gaat mis;
dit gaat gruwelijk mis. Precies dat gebeurt hier, want niet veel later
vertelde Gasunie ons dat de vuldoelen niet gehaald gaan worden. Voor de
duidelijkheid: Gasunie zegt dus letterlijk dat als het de komende winter
echt koud wordt, het maar de vraag is of er voldoende gas is. De
minister bleef echter doodleuk herhalen dat ze er vertrouwen in heeft
dat het allemaal wel goedkomt.
Voorzitter. Mijn eerste vraag is: waar is dat vertrouwen op gebaseerd?
Of is dit net zo'n metafoor als de door D66 beloofde tien steden?
De voorzitter:
Het woord is aan de minister, die hier overigens staat namens de
Kroon.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter. Laat ik hier nog een keertje heel helder,
klip-en-klaar zeggen: deze winter gaat er in Nederland, in huizen,
ziekenhuizen of bejaardenhuizen, geen enkele kachel uit door een gebrek
aan gas. Daar heb ik alle vertrouwen in omdat EBN, ons staatsgasbedrijf,
om het maar even huiselijk te zeggen, voldoende vult om dat te
garanderen. We liggen voor die vulling op schema.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dus eigenlijk zegt de minister dat Gasunie aan het liegen is. Gasunie
geef namelijk gewoon aan dat we de vuldoelen, de wettelijke 80% die we
nodig hebben om ons te kunnen voorbereiden op een van de meest strenge
winters, niet gaan halen. Ik ben nog steeds geen Piet Paulusma, dus ik
kan het weer niet voorspellen. Dat betekent dus dat we ons moeten
voorbereiden. Betekent dat dus dat Gasunie niet de waarheid spreekt,
vraag ik via de voorzitter aan de minister.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De heer Heutink heeft het nu — dat weet hij ook — over een extreme
winter waarin er bovendien uitval van bronnen is. We hebben in Nederland
niet alleen de gasopslagen, maar ook pijpleidingen en boten waarmee we
lng naar Nederland kunnen krijgen. Dat is nu bijvoorbeeld een stuk meer
dan dat we hadden tijdens de Oekraïnecrisis. Toen zijn er ook geen
kachels in huishoudens uitgevallen door een tekort aan gas. Gasunie,
onze landelijke beheerder, zegt: er zijn voldoende bronnen van gas voor
de komende winter, zoals de nationale productie, de import via
pijpleidingen en lng, zeker in samenhang met de hoeveelheid gas waarvan
de overheid zorgt dat die gevuld wordt.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
We hebben een wettelijk vuldoel van 80%. Het feit dat de minister nu al
aangeeft dat het eigenlijk niet meer nodig is, baart me nog veel meer
zorgen dan het al deed.
Ik ga toch even de tijdlijn erbij pakken. Even terug naar maart. Toen
waarschuwde de Kamer al dat het voor commerciële partijen op dit moment
niet aantrekkelijk is om gas op te slaan. Wij zeiden hier letterlijk:
past u nou toch eens op voor de risico's. Op 13 mei, twee maanden later,
heeft Gasunie voor het eerst gewaarschuwd dat het allemaal veel te
langzaam ging: het vullen stond onder druk en we gingen het vuldoel
mogelijk niet halen. Weer een maand later, op 10 juni, zei Gasunie dat
het twee voor twaalf was. Ondertussen zegt de minister nog steeds dat
het allemaal wel goed komt, dat we het gewoon gaan halen en dat we ons
geen zorgen hoeven te maken. Zes dagen later, hier in het vragenuur,
precies waar ik nu sta, zei de minister over de Nederlandse gasvoorraad
eigenlijk precies hetzelfde als nu: "We zorgen dat er voldoende gas is
deze winter. Daar moeten we alert op zijn, maar ik heb er vertrouwen in
dat we op een goed pad zitten."
Ik vraag het nog een keer: hoe kon de minister zo stellig zijn? Waar
haalde zij dat vertrouwen vandaan, als zelfs Gasunie, de Kamer en tal
van andere partijen aangeven dat we de wettelijke vuldoelen niet gaan
halen en de feiten allang een andere kant op wezen?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik herhaal het nog een keer: er gaat deze winter in Nederland in geen
enkel huis, en ook niet in een ziekenhuis of een bejaardentehuis, een
kachel uit door een tekort aan gas. Dat kan ik garanderen omdat wij
voldoende gas in onze opslagen opslaan. Dat doen we niet omdat de heer
Heutink ons daarvoor gewaarschuwd heeft; dat doen we omdat er besloten
is om bijna een miljard euro op de begroting te reserveren zodat ons
gasstaatsbedrijf die vulopdracht kan uitvoeren. Zij liggen op schema om
het vuldoel dat wij hun gesteld hebben, ook te halen: 80 terawattuur,
plus nog 5 voor een noodvoorraad. Inmiddels heeft de Europese Commissie,
om te voorkomen dat de prijzen skyhigh gaan, lidstaten zelfs opgeroepen
om hun vuldoelen wat te matigen. Ze zijn namelijk bang dat de prijzen
anders onnodig omhoog gaan. Daar wil het kabinet ook oog voor
hebben.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Kern van deze zaak is natuurlijk: hoe zorgen we dat er voldoende gas in
Nederland is en hoe verkleinen we onze afhankelijkheid van andere
landen? En de minister heeft wel gelijk: er ís voldoende gas in
Nederland. Maar wat doet de minister? Die gaat dat gasveld volgooien.
Dat ene gasveld, het grootste gasveld van Nederland, in Groningen, waar
voor 350 miljard euro aan gas in zit, gaat dit kabinet volstorten met
beton. We zeiden het net al: we kunnen onze eigen vuldoelen niet meer
halen, we maken ons zorgen over de leveringszekerheid, en wat doet het
kabinet? Echt ongelofelijk, oliekoekendom. Ik zeg tegen de minister:
haal dat gas eruit! Dank u wel.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Het kabinet heeft met de inwoners van Groningen een heldere afspraak
gemaakt: we gaan het Groningenveld niet opnieuw openen en de onzekerheid
voor al die mensen daar niet weer enorm vergroten. We zorgen er op
andere manieren voor dat er voldoende gas is. Nogmaals: er is voor deze
winter voor al die huizen, ziekenhuizen en bejaardentehuizen voldoende
gas. Dat kan de overheid garanderen.
Mevrouw Van Oosterhout (PRO):
Ik hoor de minister vooral praten over meer gas, maar we hebben de
heetste zomer ooit gehad. We hebben bosbranden gehad door heel Europa,
en ook in Nederland. Gewone mensen hebben ontzettend last gehad van de
hitte, thuis, op het werk en in de zorg. We zagen dit kabinet deze zomer
alleen in een Shellpak, en voor een natuurbrand, zonder dat ze het woord
"klimaat" in de mond namen. Mijn vraag aan de minister is dus: wat gaat
deze minister doen om te zorgen dat gewone mensen beter worden beschermd
tegen de hitte en straks ook tegen de kou, en welke extra maatregelen
gaat de minister nemen om de klimaatcrisis nu echt eens te stoppen?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
U heeft mij niet horen praten over meer gas, maar over voldoende gas.
Stap voor stap gaat de gasconsumptie in Nederland namelijk naar beneden.
We hebben daar dit voorjaar ook ruim extra middelen voor uitgetrokken.
Aan de ene kant willen we kwetsbare huishoudens beschermen tegen heel
hoge prijzen. Aan de andere kant maken we extra middelen vrij voor
isolatie, want inderdaad: als de gasprijs hoger wordt, loont het nog
meer om dat te doen.
Ik hoop trouwens ook dat u heeft gezien dat ik afgelopen vrijdag op
werkbezoek was bij een fantastisch windmolenpark vlak voor de
Nederlandse kust, het meest innovatieve windmolenpark van heel Europa,
geloof ik. Er is daar ook extra aandacht voor bijvoorbeeld de
bescherming van vogels en zeeleven. Zo bouwen we aan meer duurzame
energie en daarmee worden we — daar zijn mevrouw Van Oosterhout en ik
het helemaal met elkaar over eens — minder afhankelijk van de import van
fossiele brandstoffen, en dat is ook hard nodig. Ook de afgelopen zomer
heeft ons weer duidelijk laten zien wat de ernstige consequenties kunnen
zijn als we dat niet voldoende doen.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Waar is de hand in eigen boezem van deze minister? We kunnen er namelijk
niet omheen: de vulgraad van onze gasopslagen is onverantwoord laag. Dat
heeft niet alleen van doen met de Straat van Hormuz. Dat heeft alles van
doen met het handelen van de Rijksoverheid als aandeelhouder van
GasTerra. Er is geëist de gasopslagen van Norg en Grijpskerk leeg op te
leveren op 1 april. Daar heeft het alles mee te maken. Ik begrijp dat
dat bij EBN nog steeds niet goed geregeld is en dat ze nu gas inkopen in
opdracht van en, inderdaad, met subsidie van het Rijk, maar dat weer de
situatie dreigt dat het gas dat ze inkopen, op 1 april uit de opslagen
moet zijn en dat de opslagen leeg worden opgeleverd. Hoe gaat de
minister voorkomen dat we weer onze billen branden omdat onze
gasvulgraden veel te laag zijn op 1 april?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De heer Grinwis noemt een van de specifieke omstandigheden van dit jaar,
namelijk dat de gasopslagen inderdaad leeg opgeleverd moesten worden
voordat we weer aan de vultaak konden beginnen. De vraag die hij stelt,
is eigenlijk de vraag hoe we dat langjarig beter met elkaar gaan
organiseren. Daarmee vraagt hij naar strategisch gasbeleid. Ik heb de
Kamer toegezegd hierover na de zomer met een brief te komen. Die brief
is bijna klaar en ik hoop daarover spoedig met de Kamer in gesprek te
gaan. Daarbij gaat het niet alleen over de vraag of we deze winter
voldoende gas hebben, maar ook over de vraag hoe we hier als Nederland
verstandig mee omgaan in een veranderde wereld, met andere
omstandigheden, met een energiemix die aan het veranderen is, waarbij we
garanties geven, maar ook nadenken over wat het ons kost. Daarin moeten
we samen een verstandig besluit nemen. Ik kijk uit naar het gesprek met
de Kamer hierover.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik heb eigenlijk één vraag, een hele eenvoudige. De minister zegt dat
deze winter geen enkel huishouden of bejaardentehuis zonder verwarming
komt te zitten. Kan zij schetsen wat er wél gebeurt als er een
langdurige verstoring is in de lng-aanvoer, of als er een pijpleiding
wordt opgeblazen, zoals eerder bij Nord Stream is gebeurd, in combinatie
met een strenge winter? Kan zij zeggen wat er dan wél gebeurt, in plaats
van dat zij alleen maar noemt wat er dan níét gebeurt?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Een terechte vraag, en het is belangrijk dat we ook daarop een helder
antwoord geven. In zo'n situatie treedt het Nationaal Crisisplan Gas in
werking. Daarin staat heel duidelijk dat de huishoudens, ziekenhuizen en
bejaardentehuizen tot op het allerlaatst beschermd zijn. Als we kijken
naar het volume dat die nodig hebben, kunnen we ook zeggen dat er
daarvoor in ieder geval genoeg in de opslagen zit. Daarom durf ik dat zo
te zeggen.
Mevrouw Müller (VVD):
Ik begrijp deze woorden van de minister aan de ene kant. Aan de andere
kant hoor ik daar soms ook de geruststellende gedachte bij: er is toch
voldoende gas op de Europese markt in totaal? Maar ook in onze
buurlanden Duitsland en België zijn de gasvoorraden leeg. Hoe kijkt de
minister ernaar, ook op Europees niveau, dat de gasvelden in Europa
voldoende zijn?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Die Europese context is inderdaad heel erg belangrijk. Daarom stuurt de
Europese Commissie er ook op dat al die landen voldoende hun
doelstellingen halen. De Europese Commissie wil echter niet opnieuw van
dat soort enorme prijspieken, zoals we die hebben gezien tijdens de
Oekraïnecrisis, toen de prijs echt naar €300 ging. Daarom hebben ze alle
landen ertoe opgeroepen om toch een net iets minder ambitieus doel neer
te zetten en ervoor te zorgen dat er voldoende vulling is, maar wel
zonder dat we de prijs kunstmatig opdrijven, want daar hebben al die
huishoudens en bedrijven ook weer veel last van. Dat is dus de
reden.
De heer Jimmy Dijk (SP):
In de Kamer is de afgelopen jaren heel vaak het debat gevoerd over het
vullen van de gasvoorraden, op verschillende manieren. Constant was er
discussie: halen we die vulgraad voldoende om onzekerheid te voorkomen?
En nu staat de minister hier met een stalen gezicht te zeggen dat er
eigenlijk niets aan de hand is, terwijl ik zie en proef als ik de
kranten lees en met experts in gesprek ga daarover, maar ook als ik
mensen spreek in heel het land, dat zij in onzekerheid verkeren. Dat
geldt ook voor Groningers. Ziet zij dat met deze lage vulgraad mensen in
Nederland en in Groningen in onzekerheid worden gestort?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Daarom wil ik heel helder zijn en is het ook van belang dat we
vervolgens met elkaar die helderheid verder uitdragen. Het kabinet heeft
gezegd: we gaan niet in Groningen opnieuw boren, want die onzekerheid
willen we Groningers niet opnieuw aandoen. Volgens mij zijn we vanaf het
voorjaar heel consistent geweest in die boodschap. Laten we dus niet net
doen alsof dat nog steeds zo boven de markt hangt.
Dan de vraag of er voldoende gas is. Daarom ben ik begonnen met het
antwoord te geven dat in geen huishouden in Nederland deze winter door
een tekort aan gas de kachel uitgaat. Daar hebben we voldoende gas voor
in de opslagen. Daarvoor zorgt ons staatsgasbedrijf, dat aan het inkopen
is. We laten dat niet aan de markt over. Daar zorgen we zelf voor.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dit probleem is ontstaan door de markt. U had het er net zelf over dat
de gasvoorraden leeg aangeleverd zijn. Dat is natuurlijk ook bijzonder
op die manier. Ik heb dan een andere vraag. Dezelfde mensen die ik in
het land spreek, of het nou in Groningen is of in heel Nederland, geven
ook allemaal aan dat zij nog steeds hoge energierekeningen hebben. We
gaan aan het einde van het jaar nog zien dat de energierekeningen verder
gaan stijgen. Is de minister van plan om de komende jaren, naast het
plan dat ze het afgelopen halfjaar heeft gepresenteerd, veel meer te
gaan inzetten op het isoleren van woningen, zodat uiteindelijk het
gasverbruik en de afhankelijkheid van andere gaslanden naar beneden
kunnen?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik denk dat dat een heel mooi gezamenlijk streven is. Ik kijk ook uit
naar de gesprekken met de Kamer daarover. Ik denk dat het heel
belangrijk is dat we ervoor zorgen dat we minder afhankelijk worden van
fossiele brandstoffen en dat dat inderdaad ook geldt voor met name
huishoudens met een smallere beurs. Zij moeten niet blijven zitten met
een hoge rekening, terwijl de rest wel over kan.
De heer Russcher (FVD):
We zien op dit moment dat de gasprijs al €65 per megawattuur is. Goldman
Sachs geeft aan dat als de situatie in de Straat van Hormuz niet gauw op
orde is, de prijs boven de €100 kan uitkomen. De minister zei net dat ze
om de gasvulgraad aan te vullen ook afhankelijk is van de internationale
markt. We zien nu al dat mensen hun energierekening niet kunnen betalen.
Wat gaat dit dan doen met de energierekening van mensen, op het moment
dat we afhankelijk blijven van de internationale gasmarkt?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik denk dat de realiteit is dat we afhankelijk zijn van de
internationale gasmarkt. Zelfs als je in Nederland pompt, wordt het gas
verkocht op een wereldwijde markt, dus wordt daar ook de prijs gesteld.
Met de hoeveelheid die wij in Nederland consumeren of produceren, kunnen
we daar geen invloed op uitoefenen. Maar dat betekent wel dat het
belangrijk is dat we met elkaar goed oog houden voor kwetsbare
huishoudens. Daarom heeft het kabinet dit voorjaar ook extra geld
gestort in het armoedenoodfonds, zodat we ervoor zorgen dat we ook die
huishoudens kunnen helpen. Verder helpt isoleren voor iedereen dus veel
meer.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de mondelinge
vragen. Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde
vragen. Ik schors de vergadering tot 15.00 uur. Dan gaan we eerst over
tot de beëdiging van een nieuwe collega, alvorens we overgaan tot de
regeling van werkzaamheden. De vergadering is tot 15.00 uur
geschorst.
De vergadering wordt van 14.54 uur tot 15.02 uur geschorst.