Tweeminutendebat Zienswijzeprocedure Woo-verzoeken emissiegegevens (32802-146) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D40368, datum: 2026-09-01, bijgewerkt: 2026-09-02 09:41, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-09-01 16:20: Tweeminutendebat Zienswijzeprocedure Woo-verzoeken emissiegegevens (32802-146) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (đź”— origineel)
Zienswijzeprocedure Woo-verzoeken emissiegegevens
Zienswijzeprocedure Woo-verzoeken emissiegegevens
Aan de orde is het tweeminutendebat Zienswijzeprocedure
Woo-verzoeken emissiegegevens (32802, nr. 146).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat
Zienswijzeprocedure Woo-verzoeken emissiegegevens. Ik heet de minister
in vak K van harte welkom. Het woord is aan mevrouw Van der Plas als
eerste spreker van de zijde van de Kamer. Dat doet zij namens de BBB.
Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Ik ga gelijk van start, want ik heb een aantal
moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om in het kader van de wetsevaluatie onderzoek te
doen naar de impact en kosten van de Wet open overheid, de Woo, bij
derden van wie informatie openbaar gemaakt wordt in het kader van
Woo-besluiten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 148 (32802) (#1).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering conform artikel 4.4, zesde lid, van de Woo
belanghebbende agrariërs en andere agrarische ondernemers weer
individueel, desnoods per e-mail, te informeren over Woo-besluiten en
aan te schrijven voor de zienswijzeprocedure,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 149 (32802) (#2).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om geen emissiegegevens van bedrijven in te winnen
voor zover de inwinning niet voortvloeit uit een expliciete wettelijke
verplichting en emissiegegevens die niet onder een bewaarplicht vallen
waar mogelijk te vernietigen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 150 (32802) (#3).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat openbaarheid mogelijk moet blijven zonder gegevens tot
individuele adressen te kunnen herleiden;
verzoekt de regering te onderzoeken of deze gegevens op een hoger
abstractieniveau, bijvoorbeeld per postcodegebied, openbaar kunnen
worden gemaakt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 151 (32802) (#4).
Mevrouw Van der Plas (BBB):
En dan de laatste.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat strafrechtelijke gegevens zijn uitgezonderd van de
Woo, maar gegevens over bestuursrechtelijke bestraffingen niet;
overwegende dat beide vormen van bestraffing gelijk moeten worden
behandeld op basis van Europese jurisprudentie;
verzoekt de regering strafrechtelijke en bestuursrechtelijke opvolging
gelijkelijk uit te zonderen van de Woo en tot die tijd in de
Woo-instructies vast te leggen dat artikel 5.1, eerste lid, aanhef en
onder d, van toepassing is op bestraffend bestuursrecht,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 152 (32802) (#5).
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Ouwehand namens de Partij voor de Dieren.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. De samenleving maakt zich grote zorgen over het
lot van dieren in de veehouderij, en dan is het minste dat we kunnen
doen transparant zijn over de inspecties. Daar gaat het echt mis. Deze
zomer hebben we opnieuw gezien hoe konijnen worden behandeld in de
konijnenhouderij, terwijl daar eerder al andere beelden over naar buiten
zijn gekomen. Dan moeten maatschappelijke organisaties jarenlang
procederen om inspectierapporten openbaar te krijgen, terwijl wij moeten
kunnen controleren of er voldoende toezicht wordt uitgeoefend en er
voldoende wordt gestraft als er overtredingen worden vastgesteld. Het is
ongelofelijk dat de sector dat kan blijven vertragen, terwijl de
samenleving dit moet kunnen controleren. Daarom de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat burgers er recht op hebben te weten hoe er met dieren
wordt omgegaan in de bio-industrie en hoe het toezicht daarop
functioneert;
constaterende dat inspectierapporten en andere toezicht- en
handhavingsinformatie hiervoor onmisbaar zijn, maar dat het door
bezwaren van de sector jaren kan duren voordat deze informatie openbaar
wordt, terwijl uit rechtspraak keer op keer is gebleken dat de bezwaren
ongegrond zijn;
constaterende dat misstanden en ernstig dierenleed hierdoor veel later
aan het licht komen, zoals we bijvoorbeeld zagen bij ernstige misstanden
in de konijnenhouderij;
verzoekt de regering om de benodigde stappen te zetten om toezicht- en
handhavingsinformatie met betrekking tot het leven en lijden van dieren
in de bio-industrie actief openbaar te maken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand.
Zij krijgt nr. 153 (32802) (#6).
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Ik wil daaraan toevoegen dat dit dus de hele tijd gebeurt.
We hebben ook vragen gesteld over hoeveel dieren er tijdens de afgelopen
hete periode deze zomer extra zijn doodgegaan in de stallen. Die cijfers
moeten we hebben. We moeten ook weten hoeveel dieren er levend tussen de
kadavers terechtkomen die buiten liggen te wachten om opgehaald te
worden door Rendac. In die hete periodes kan het niet anders dan dat
daar meer dieren zijn doodgegaan en dat het risico dat daar levende
dieren tussen zaten, ook is vergroot. We moeten die cijfers en het
toezicht daarop kunnen controleren.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Flach namens de Staatkundig
Gereformeerde Partij.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter, dank u wel. De SGP is zeer ontevreden over de gang van zaken
rond het massaal verstrekken van bedrijfsgegevens van boeren, tot zelfs
decennia terug. Vanwege de omvang en kosten gaat de minister boeren
alleen nog informeren via de Staatscourant. Dat doet wat mij betreft
geen recht aan de bedoeling van de wetgever dat derden geĂŻnformeerd
worden over verstrekte gegevens met betrekking tot de situatie, niet
indirect, maar direct. De reflex moet niet zijn dat afbreuk wordt gedaan
aan de rechten van derden, in dit geval de boeren, maar dat de
Woo-aanvraag eerder als kennelijk onredelijk wordt afgehouden. Deze
mogelijkheid uit het Verdrag van Aarhus en de Europese
Milieu-informatierichtlijn is echter niet overgenomen in onze Woo. Dat
moet anders. Sowieso moeten gegevens over landgebruik en gewascodes niet
als emissiegegevens worden aangemerkt. Het gaat hier toch om
hypothetische emissies, die volgens jurisprudentie niet als
emissiegegevens gezien moeten worden. Dan mag de overheid veel
kritischer zijn.
In de beantwoording van de vragen is de minister heel terughoudend.
Daarom vraag ik hem nogmaals: herkent hij ons gevoel van onredelijkheid?
Gaat hij scherper aan de wind zeilen? Ik heb op deze twee punten
aangehouden moties liggen en overweeg deze in stemming te brengen.
Tot slot. De Kamer heeft vorig jaar een motie aangenomen waarin de
regering is gevraagd om samen met andere lidstaten te kijken hoe de
definiëring van emissiegegevens in de Europese
milieu-informatierichtlijn ingeperkt kan worden. Ik hoor graag,
eventueel in een separate brief, hoe de regering dit heeft opgepakt en
wat de stand van zaken is.
Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Grinwis, van de ChristenUnie.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Dank ook aan de minister voor de beantwoording
van de verschillende gestelde vragen. Veel agrarische ondernemers zitten
in een heel kwetsbare positie. Voor hen is het bedrijfsadres ook direct
het thuisadres van hun gezin. We moeten recht doen aan die
kwetsbaarheid. Daarom heb ik in het schriftelijk overleg vragen gesteld
over alternatieve manieren om emissiegegevens openbaar te maken,
bijvoorbeeld via aggregatie op het niveau van gebieds- of
landbouwcoöperaties. Daarmee ontstaat wel inzicht in de emissies, maar
zonder directe herleidbaarheid naar individuele boerenerven. In zijn
beantwoording stelt de minister dat de ruimte daarvoor onder de huidige
Europese milieu-informatierichtlijn beperkt is. De minister zegt dit
vraagstuk te agenderen, maar dan wil ik wel graag van de minister horen
wat zijn inzet precies is. Kan de minister concreet aangeven wat op dit
moment de Nederlandse inzet is richting de Europese Commissie en andere
lidstaten? Welke aanpassingen van Europese regelgeving of interpretatie
daarvan acht de minister wenselijk om de privacy en veiligheid van
agrarische ondernemers beter te beschermen? Met welke lidstaten trekt
Nederland hierin op? Ziet de minister daadwerkelijk draagvlak ontstaan
voor een aanpassing van de Milieu-informatierichtlijn of de wijze waarop
deze wordt toegepast?
Voorzitter. Tot slot heb ik samen met mevrouw Den Hollander eerder een
motie ingediend over de implementatie van doelsturing, want daar dreigde
hetzelfde addertje onder het gras. Daarin hebben wij de regering
gevraagd om lessen te trekken uit de succesvolle aanpak van de
antibioticareductie via de SDa. In dat systeem worden gegevens verzameld
via een onafhankelijke tussenorganisatie en zijn deze niet rechtstreeks
te herleiden tot individuele boerenbedrijven. Kan de minister aangeven
hoe het staat met de uitvoering van deze motie? Welke concrete stappen
zijn gezet dan wel gaat hij zetten?
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Grinwis. Dan is het woord aan de heer Lohman namens
het CDA.
De heer Lohman (CDA):
Voorzitter. De Wet open overheid lijkt op papier een ultiem onderdeel
van een transparante democratie, maar wanneer het gaat om
emissiegegevens van agrarische ondernemers is er ook een andere kant. De
Woo kan ervoor zorgen dat privé-informatie van boeren op straat komt te
liggen. Dat is niet de bedoeling. Is de minister bereid om,
vooruitlopend op de evaluatie, te verkennen hoe emissiegegevens
geanonimiseerd en niet-herleidbaar kunnen worden gemaakt?
Daarnaast schiet de werkwijze op dit moment tekort. Er is te weinig
capaciteit en de kosten van procedures op Woo-verzoeken van
emissiegegevens lopen in de tientallen miljoenen. Mijn vraag is of de
minister bereid is om na te denken over hoe emissiegegevens van
individuele agrarische bedrijven kunnen worden opgeslagen, zodat niet
zomaar hun privégegevens op straat komen te liggen en waarbij ze nog
altijd in kennis worden gesteld als er een Woo-verzoek op hun
bedrijfsnaam wordt aangevraagd.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors vijf minuten voor de beantwoording van de zijde
van het kabinet.
De vergadering wordt van 16.33 uur tot 16.41 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister voor de
beantwoording van de gestelde vragen en de appreciatie van de ingediende
moties.
Minister Van Essen:
Dank u wel, voorzitter. Misschien is het om te beginnen — we hebben dat
de vorige keer ook gedaan toen het debat hierover ging — goed om aan te
geven dat ik snap dat dit onderwerp ontzettend leeft bij agrariërs. Als
je privéadres ook je bedrijfsadres is, komt het natuurlijk binnen als
mensen daarmee af en toe op je erf verschijnen terwijl jij met je gezin
aan de keukentafel zit. Dat is verschrikkelijk. Ik denk dat het gepast
is om de opmerking die ik eerder heb gemaakt, te herhalen voordat we
diep op de inhoud ingaan.
Voorzitter. Dan de moties …
De voorzitter:
Ik zou echt … Meneer Flach, er is eigenlijk heel weinig ruimte en tijd
voor debat, maar gaat uw gang. Eén vervolgvraag.
De heer Flach (SGP):
Ik zal het heel kort doen. Ik waardeer dat de minister dit doet, maar
hoe voorkomen we dat dit niet meer is dan een prevelementje voorafgaand
aan een verhaal waarin wordt gezegd "eigenlijk kan ik er niets aan
doen"?
Minister Van Essen:
Ik denk dat dit heel belangrijk is, los van de rationele werkelijkheid
waar we soms door gebonden zijn, ondanks dat we andere dingen willen,
ondanks dat we ook andere dingen zien en ook echt wel kunnen voelen wat
er dan op een erf gebeurt en wat er dan bij een familie gebeurt. Los van
die rationele werkelijkheid, waarin we ons best doen om een andere
werkelijkheid te creëren, denk ik dat het gepast is om dit te zeggen.
Ondanks dat ik zelf geen agrarisch bedrijf heb, kan ik mij goed
voorstellen wat het betekent als je daar met je gezin zit. Ik vind dat
we daar altijd bij moeten stilstaan als we de ratio in gaan.
De voorzitter:
U komt tot de moties.
Minister Van Essen:
Voorzitter. De eerste motie, op stuk nr. 148 van de BBB, zou ik het
oordeel overbodig willen geven, want er is al onderzoek gedaan naar de
uitvoeringskosten bij Woo-verzoeken. Dit onderzoek wordt betrokken bij
de wetsevaluatie, die voor uiterlijk mei volgend jaar gepland staat, met
de staatssecretaris van BZK als stelselverantwoordelijke.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 149.
Minister Van Essen:
De tweede motie, ook van de BBB, op stuk nr. 149 zou ik willen ontraden,
omdat publicatie in de Staatscourant zorgvuldig is en we ook extra
kennisgevingen aan de sector doen. Daarnaast kom ik zo bij de vragen van
de heer Lohman nog terug op de manier waarop we desondanks wel
individuen hierin kunnen betrekken.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 150.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 150 zou ik het oordeel overbodig willen geven, want
de emissiegegevens worden verzameld in het kader van de publieke
taakuitoefening. Dat verzamelen vloeit dan ook altijd voort uit een
wettelijke verplichting.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 151.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 151 zou ik oordeel Kamer willen geven, maar wel met
de volgende interpretatie. Woo-verzoeken die zien op specifieke adressen
kun je alleen met instemming van de verzoeker van gegevens aggregeren op
een hoger abstractieniveau, bijvoorbeeld het postcodegebied. Dit is
wettelijk zo geregeld en het blijkt uit de jurisprudentie. Het
aggregeren van gegevens is ook een vraag die wij hebben uitgezet in het
kader van de evaluatie van de Woo. Dus wij delen die ambitie, maar
vooralsnog kan het alleen als een verzoeker daar ook mee instemt.
De voorzitter:
Kan mevrouw Van der Plas instemmen met die voorwaarde bij de
appreciatie? U hebt één vervolgvraag. Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Begrijp ik nu goed dat aan de heer Vollenbroek dan toestemming moet
worden gevraagd of het op postcode mag? Om het even heel simpel uit te
leggen.
Minister Van Essen:
Wat ik aangeef, is dat ik de wens deel om dat op een ander niveau te
doen, maar ik ben wel afhankelijk van hoe we de Woo met elkaar
inrichten.
De voorzitter:
Kunt u leven met de appreciatie, ja of nee?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik ga ervan uit dat het antwoord op mijn vraag dus ja is. Dan ga ik maar
voor het hoogst haalbare en interpreteren we de motie zo. Maar we moeten
wel even goed uitzoeken of het niet anders kan. Maar dat is aan ons.
De voorzitter:
Waarvan akte. Met de gegeven interpretatie krijgt de motie op stuk nr.
151 oordeel Kamer.
Dan de motie op stuk nr. 152.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 152 zou ik het oordeel "ontijdig" willen geven
omdat het volledige kader voor uitzonderingen — dat is waar mevrouw Van
der Plas naar vroeg; bestuursrechtelijke uitzonderingen — ook wordt
geëvalueerd bij de evaluatie van de Woo.
De voorzitter:
Hoe staat dat in de tijd?
Minister Van Essen:
Die evaluatie moet uiterlijk mei volgend jaar komen.
De voorzitter:
Is mevrouw Van der Plas bereid om de motie aan te houden tot die tijd,
of brengt zij deze toch in stemming? Zij denkt er even over na, en als
de motie in stemming wordt gebracht, krijgt deze de appreciatie
"ontijdig". Tot slot de motie op stuk nr. 153.
Minister Van Essen:
Ik zou willen verzoeken om de motie op stuk nr. 153 aan te houden, omdat
de staatssecretaris van LVVN daar schriftelijk op wil terugkomen.
De voorzitter:
Ik kijk even of mevrouw Ouwehand daartoe bereid is. Kunt u er een
tijdskader bij geven, om even een afschuwelijk Haags woord te
gebruiken?
Minister Van Essen:
Ik ga ervan uit dat het toch wel ...
De voorzitter:
Voor de stemmingen volgende week dinsdag?
Minister Van Essen:
Dat moet wel kunnen, ja.
De voorzitter:
Voor de stemmingen van volgende week dinsdag. Mevrouw Ouwehand?
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Vooruit dan maar. Maar ik wil wel zeggen dat ik ook een deel van mijn
vragen over de konijnenhouderij aan de minister had gesteld. Als je niet
vaststelt welke overtredingen er plaatsvinden, terwijl er wel
uitkoopsommen komen, dan vind ik het wel makkelijk om daarvan weg te
kijken.
De voorzitter:
De minister komt nog toe aan de beantwoording van de vragen. De motie
wordt nu aangehouden. Het kabinet heeft toegezegd voor de stemmingen met
een brief te komen waarin de appreciatie staat.
Op verzoek van mevrouw Ouwehand stel ik voor haar motie (32802, nr.
153) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
Minister, u vervolgt.
Minister Van Essen:
De Partij voor de Dieren vroeg hoeveel dieren er tussen kadavers terecht
zijn gekomen. Weet dat dierenwelzijn altijd hoog in het vaandel staat.
Het verzoek om cijfers is best specifiek. Ik zal dit bij de NVWA
navragen. Ik moet dat schriftelijk terugkoppelen.
Dan de vraag van de SGP over het gevoel van onredelijkheid. Zoals ik net
al aangaf in de introductie: ik begrijp dat Woo-verzoeken naar adressen
ook echt gezinnen raken. Ik heb daar in mijn inleiding blijk van
proberen te geven.
Dan vraag drie, over de Europese informatierichtlijn. In de Kamerbrief
van 8 juni hebben we gemeld dat zeven lidstaten inhoudelijk hebben
gereageerd op de Nederlandse uitvraag. Die lidstaten herkennen niet of
nauwelijks het spanningsveld tussen openbaarheid en privacy van
agrariërs en andere ondernemers. Daarom is er momenteel onvoldoende
steun voor een Europese aanpassing. We blijven ons desalniettemin ervoor
inzetten. Dat heeft u ook in de brief kunnen lezen. De ministeries van
IenW en LVVN werken aan een plan van aanpak om de problematiek, in het
bijzonder wanneer emissiegegevens ook woonadressen betreffen, verder te
agenderen in Brussel. Op korte termijn vindt hierover verder overleg
plaats. Een concrete tijdlijn kan ik nog niet geven, omdat dit mede
afhankelijk is van Europa. Misschien is het ook goed om aan te geven dat
het internationaal aanpassen van het begrip "emissiegegevens" complex
is, omdat daarmee mogelijk het Verdrag van — meneer Flach zei het net zo
mooi — Århus moet worden gewijzigd. Ik las altijd "Aarhus", maar
misschien is dat op z'n Twents. We onderzoeken of de bescherming van
persoonsgegevens in het geval van emissiegegevens aan de Europese
richtlijn kan worden toegevoegd. Dan is het niet het Verdrag van Aarhus
dat we aanpassen, maar de Europese richtlijn daaromtrent. Als we dat in
de Woo verwerken, dan kunnen wij daar ook iets mee. In de wetsevaluatie
van de Woo wordt ook expliciet gekeken naar de openbaarmaking van
emissiegegevens in relatie tot de richtlijn en de toegestane
uitzonderingsgronden, zoals ik net ook bij mevrouw Van der Plas
aangaf.
Ik denk dat de heer Grinwis een gelijksoortige vraag stelde. Hij vroeg
wat er al gebeurd is in Europa en wat de Nederlandse inzet is. We zijn
aan het kijken of die inzet moet plaatsvinden via bijvoorbeeld de
Milieuraad, meer gericht moet zijn op de Commissie, of allebei. Ik denk
dat dat laatste goed is.
Dan vroeg de heer Grinwis nog welke aanpassingen in Europese regelgeving
wenselijk zijn. Ik heb net al aangegeven dat dat waarschijnlijk ook zal
zien op die richtlijn. Dat VN-verdrag aanpassen is heel erg moeilijk,
maar dat VN-verdrag laat wel ruimte die nu in de Europese richtlijn niet
wordt benut. We focussen ons daarbij dus op de Europese richtlijn, die
ons dan weer in staat stelt om dat in de Woo op te nemen.
Dan was er de vraag: met welke lidstaten? Daar heb ik net ook wat over
aangegeven.
Dan had de heer Grinwis nog een vraag over de implementatie van
doelsturing en over antibioticapreventie, waar we van kunnen leren en
waarover hij een motie indiende. Die motie is inderdaad net voor het
reces aangenomen. Ik heb 'm scherp op het netvlies op het moment dat we
doelsturing verder uitwerken. De keuzes over de manier waarop we
gegevensuitwisseling vormgeven zijn nog niet gemaakt, maar ik zal zorgen
dat ik de lessen die u mij nu weer in herinnering brengt daar wel
degelijk bij betrek.
Dan vroeg de heer Lohman hoe we gegevens toch geanonimiseerd en
niet-herleidbaar kunnen maken. Zoals net aangegeven verplicht de Woo ons
daar nu toe. Wel wil ik onderzoeken of pseudonimisering mogelijk is en
of dat kan meelopen in de evaluatie van de Woo. Daarnaast spant het
kabinet zich er zoals gezegd ook in Europa voor in om de openbaarmaking
van gegevens verder in lijn te brengen met onze ambities.
De heer Lohman vroeg ook naar een publiek-private databank. Waar
gegevens opgeslagen worden, publiek of privaat, is een vraag die ook
nadrukkelijk bij doelsturing wordt betrokken, zoals ik aangaf als
antwoord op de vraag van de heer Grinwis. Het wordt ook betrokken bij de
ontwikkeling van doelsturing. Het doel is daarbij niet om zo veel of zo
weinig mogelijk gegevens op te halen, maar juist om gegevens op te halen
die nodig zijn voor het implementeren van doelsturing.
Ik gaf net aan dat ik nog terug zou komen op uw vragen over inzicht. Er
zijn natuurlijk gegevens die bij de RVO aanwezig zijn. Ik ben bereid om
te onderzoeken of in bestaande digitale infrastructuur kan worden
ingeregeld dat de boer in zijn eigen omgeving kan zien wat er met zijn
emissiegegevens gebeurt. Een voorbeeld hiervan is dat hij kan nagaan of
er op zijn bedrijfsadres een Woo-verzoek aan de orde is. Uiteraard zal
ik ook nagaan welke kosten daarmee gemoeid zijn en welke voor- en
nadelen daaraan verbonden zijn. Die toezegging doe ik hierbij.
De voorzitter:
Ik dank de minister. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit
tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de ingediende moties zal dinsdag worden gestemd.