[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Voorstel van wet

Regels over de uitvoering van nucleaire waarborgverdragen in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Uitvoeringswet nucleaire waarborgverdragen BES)

Voorstel van wet

Nummer: 2026D40555, datum: 2026-09-01, bijgewerkt: 2026-09-03 13:26, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van kamerstukdossier 37005 -2 Regels over de uitvoering van nucleaire waarborgverdragen in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Uitvoeringswet nucleaire waarborgverdragen BES).

Onderdeel van zaak 2026Z17738:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


37 005 Regels over de uitvoering van nucleaire waarborgverdragen in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Uitvoeringswet nucleaire waarborgverdragen BES)
Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is regels te stellen over de uitvoering van de nucleaire waarborgverdragen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Internationaal Atoomenergieagentschap die van toepassing zijn in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba om het vreedzaam gebruik van nucleair materiaal en ertsen in de openbare lichamen te verifiëren;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • Aanvullend Protocol: het op 4 december 2025 te Wenen tot stand gekomen Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie inzake de toepassing van waarborgen met betrekking tot de Nederlandse Antillen in verband met het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens en Aanvullend Protocol I bij het Verdrag tot verbod van kernwapens in Latijns-Amerika (Trb. 2026, 20);

  • Alomvattende Waarborgovereenkomst: de op 5 april 1973 te Wenen tot stand gekomen Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie inzake de toepassing van waarborgen met betrekking tot de Nederlandse Antillen in verband met het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens en Aanvullend Protocol I bij het Verdrag tot verbod van kernwapens in Latijns-Amerika (Trb. 1973, 99);

  • Autoriteit: autoriteit als bedoeld in artikel 4;

  • Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming: Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming, genoemd in artikel 3, eerste lid, van de Kernenergiewet;

  • bestuurscollege: bestuurscollege van het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba als bedoeld in artikel 5 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

  • bijzondere splijtstof: materiaal, met uitzondering van bronmateriaal, bestaande uit:

a. plutonium-239;

b. uranium-233;

c. uranium verrijkt in de isotopen 235 of 233;

d. elk materiaal dat een of meer van de stoffen, genoemd in de onderdelen a, b en c bevat;

e. andere bijzondere splijtstof die de Raad van Bestuur van het IAEA op grond van artikel VI, onder F, van het IAEA-Statuut als bijzondere splijtstof heeft aangemerkt;

  • bronmateriaal: materiaal, met uitzondering van erts of ertsresidu, bestaande uit:

a. uranium dat het mengsel van de in de natuur voorkomende isotopen bevat;

b. uranium waaraan het isotoop 235 is onttrokken;

c. thorium;

d. elk van de stoffen, genoemd in de onderdelen a, b en c, in de vorm van metaal, legering, scheikundige samenstelling of scheikundig concentraat;

e. elk ander materiaal dat een of meer van de stoffen, genoemd in de onderdelen a tot en met d, bevat in die concentratie die de Raad van Bestuur van het IAEA op grond van artikel VI, onder F, van het IAEA-Statuut vaststelt;

f. materiaal dat de Raad van Bestuur van het IAEA op grond van artikel VI, onder F, van het IAEA-Statuut als bronmateriaal aanmerkt;

  • erts: delfstof die uranium of thorium bevat en waarmee handelingen worden verricht door zijn splijt- of kweekeigenschappen, maar nog niet de splijtstofcyclus heeft bereikt;

  • IAEA: Internationaal Atoomenergieagentschap;

  • IAEA-Statuut: het op 26 oktober 1956 te New York tot stand gekomen Statuut van het Internationaal Atoomenergieagentschap (Trb. 1957, 50);

  • inspecteur: als zodanig door het IAEA aangestelde ambtenaar, bedoeld in artikel 6, eerste lid;

  • installatie: reactor, kritieke installatie, conversie-, productie-, herverwerkings- of isotopenscheidingsfabriek of afzonderlijke opslaginstallatie, of een andere installatie waar nucleair materiaal in hoeveelheden groter dan één effectieve kilogram voorhanden wordt gehouden of wordt gebruikt;

  • locatie buiten installatie: locatie waar doorgaans nucleair materiaal in hoeveelheden van minder dan één effectieve kilogram voorhanden wordt gehouden of wordt gebruikt en die niet een installatie is;

  • nucleaire installatie: installatie of locatie buiten installatie;

  • nucleaire waarborgverdragen: de Alomvattende Waarborgovereenkomst, het Aanvullend Protocol en de Wijziging van het Protocol inzake kleine hoeveelheden;

  • nucleair materiaal: bronmateriaal of bijzondere splijtstof;

  • openbaar lichaam: openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

  • private onderzoeks- of ontwikkelingsactiviteit over de splijtstofkringloop: private onderzoeks- of ontwikkelingsactiviteit die betrekking heeft op proces- of systeemontwikkeling van de splijtstofkringloop, met uitzondering van:

  1. theoretisch of fundamenteel wetenschappelijk onderzoek over de splijtstofkringloop, of

  2. onderzoek en ontwikkeling van industriële toepassingen van:

1°. radio-isotopen;

2°. medische, hydrologische en agrarische toepassingen;

3°. gevolgen voor de gezondheid en het milieu, of

4°. beter onderhoud;

  • toezichthouder: ambtenaar van de Autoriteit, bedoeld in artikel 13, eerste lid;

  • uranium verrijkt in de isotopen 235 of 233: uranium dat de isotopen 235 of 233 of allebei bevat in een zodanige hoeveelheid dat de verhouding van de totale hoeveelheid van deze isotopen tot het isotoop 238 groter is dan de verhouding van het isotoop 235 tot het isotoop 238 zoals dat in de natuur voorkomt;

  • Wijziging van het Protocol inzake kleine hoeveelheden: de op 4 december 2025 te Wenen tot stand gekomen wijziging van Protocol I bij de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie inzake de toepassing van waarborgen met betrekking tot de Nederlandse Antillen in verband met het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens en Aanvullend Protocol I bij het Verdrag tot Verbod van kernwapens in Latijns-Amerika (Trb. 2026, 20).

Artikel 2 Toepassingsbereik en doelstelling

Deze wet is van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba om het vreedzaam gebruik van nucleair materiaal en ertsen in de openbare lichamen te verifiëren in overeenstemming met de nucleaire waarborgverdragen tussen het IAEA en het Koninkrijk der Nederlanden die van toepassing zijn in de openbare lichamen.

Artikel 3 Uitgesloten van toepassingsbereik

1. Deze wet is niet van toepassing op nucleair materiaal:

  1. waarvan het IAEA heeft vastgesteld dat dit nucleair materiaal zodanig verbruikt of verdund is dat het niet langer bruikbaar is voor nucleaire activiteiten die relevant zijn vanuit het oogpunt van verificatie, of praktisch niet meer terug te winnen is;

  2. waarvan na de aangifte, bedoeld in artikel 10, tweede lid, het IAEA in overeenstemming met de Autoriteit heeft vastgesteld dat dit nucleair materiaal praktisch niet meer terug te winnen is;

  3. waarvoor het IAEA op verzoek van de Autoriteit een vrijstelling heeft verleend in overeenstemming met artikel 35 of 36 van de Alomvattende Waarborgovereenkomst.

2. Als de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, onder a, niet mogelijk is en de Autoriteit oordeelt dat het terugwinnen van dat nucleair materiaal niet haalbaar of wenselijk is, komt de Autoriteit aparte waarborgen voor dat nucleair materiaal overeen met het IAEA en legt de Autoriteit deze waarborgen op aan de houder van dat nucleair materiaal. Deze aparte waarborgen houden tenminste in dat de aangifteplicht, bedoeld in artikel 11, derde lid, van toepassing is op de houder van dat nucleair materiaal.

3. De vrijstelling eindigt als het vrijgestelde nucleair materiaal wordt verwerkt met of opgeslagen bij nucleair materiaal waarvoor geen vrijstelling is verleend.

4. Deze wet is ook niet van toepassing op:

  1. materiaal uit mijnbouw;

  2. ertsverwerkingsactiviteiten.

5. Deze wet is ook niet van toepassing op nucleair materiaal en ertsen die in gebruik zijn of bestemd zijn voor gebruik bij de Nederlandse krijgsmacht of een bondgenootschappelijke mogendheid.

Hoofdstuk 2 Bevoegde autoriteit

Artikel 4 Aanwijzing

De Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming is de bevoegde autoriteit ter uitvoering van de nucleaire waarborgverdragen.

Artikel 5 Algemene taken

Voor de uitvoering van de nucleaire waarborgverdragen heeft de Autoriteit tot taak:

  1. de uitvoering van de taken die haar bij of krachtens deze wet zijn toegekend;

  2. het toezicht op de naleving en de handhaving van bij of krachtens deze wet gestelde regels;

  3. het samenwerken met het IAEA, onder meer door het uitwisselen van informatie die relevant is voor verificatie;

  4. het samenwerken met Onze Minister van Buitenlandse Zaken, onder meer door het delen van periodieke en bijzondere rapportages bestemd voor het IAEA en het uitwisselen van overige informatie;

  5. het samenwerken met de bevoegde autoriteiten van Aruba, Curaçao en Sint Maarten, onder meer door het uitwisselen van informatie die relevant is voor verificatie.

Artikel 6 Toestaan vervulling taak inspecteurs Internationaal Atoomenergieagentschap

1. De Autoriteit kan personen, die door het IAEA zijn aangesteld om de naleving van internationale verdragen en door volkenrechtelijke organisaties genomen besluiten, geheel of gedeeltelijk betrekking hebbende op het gebied van de nucleaire waarborgverdragen, te controleren, toestaan deze taak te vervullen.

2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

Artikel 7 Register

1. Er is een register, waarin de gegevens van nucleair materiaal en ertsen en private onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten over de splijtstofkringloop worden ingeschreven waarvoor aangifte is gedaan als bedoeld in de artikelen 10 en 11.

2. De Autoriteit is belast met het beheer van het register en de verstrekking van inlichtingen daaruit.

3. Het register wordt door de Autoriteit zo ingericht, dat daaruit op eenvoudige wijze kan worden afgeleid:

  1. hoeveel en waar nucleair materiaal en ertsen waarover aangifte is gedaan voorhanden wordt gehouden of wordt gebruikt op het grondgebied van de openbare lichamen;

  2. welk nucleair materiaal en welke ertsen waarover aangifte is gedaan binnen of buiten het grondgebied van de openbare lichamen worden gebracht; en

  3. welke private onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten over de splijtstofkringloop worden verricht in de openbare lichamen.

4. De Autoriteit stelt bij verordening nadere regels over de inrichting van het register.

Artikel 8 Verstrekken van inlichtingen uit register

1. De Autoriteit kan uit het register aan degene aan wie een taak is opgedragen voor de uitvoering van de wet of van internationale verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties, die voor Nederland verbindend zijn en geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op de nucleaire waarborgverdragen, op zijn verzoek de voor het vervullen van zijn taak nodige inlichtingen verstrekken.

2. De Autoriteit kan uit het register aan Nederlandse bestuursorganen op hun verzoek de voor het vervullen van hun taak benodigde inlichtingen verstrekken.

Artikel 9 Ontvangen van inlichtingen van bestuurscollege

Het bestuurscollege verstrekt de Autoriteit op haar verzoek en waar nodig uit eigen beweging de voor het vervullen van haar taak benodigde inlichtingen.

Hoofdstuk 3 Verplichtingen houders van nucleair materiaal en ertsen en private onderzoekers of ontwikkelaars

Artikel 10 Aangifteplicht

1. Eenieder is verplicht aangifte te doen in overeenstemming met de voorschriften voor de inhoud en wijze van aangifte, bedoeld in artikel 11, die nucleair materiaal:

a. vervoert;

b. in een installatie voorhanden heeft of gebruikt;

c. regelmatig in een locatie buiten installatie voorhanden heeft of gebruikt;

d. binnen het grondgebied van de openbare lichamen brengt of doet brengen, dan wel zich daarvan ontdoet;

e. buiten het grondgebied van de openbare lichamen brengt of doet brengen; of

f. onder zich heeft of krijgt.

2. Eenieder, die nucleair materiaal gebruikt in non-nucleaire activiteiten, is verplicht daarvan aangifte te doen in overeenstemming met de voorschriften voor de inhoud en wijze van aangifte, bedoeld in artikel 11.

3. Eenieder, die stoffen waaruit een bijzondere splijtstof kan worden verkregen waarvan hij redelijkerwijs moet vermoeden dat het een bijzondere splijtstof is, onder zich heeft of krijgt, is verplicht daarvan aangifte te doen in overeenstemming met de voorschriften voor de inhoud en wijze van aangifte, bedoeld in artikel 11.

4. Eenieder, die ertsen binnen het grondgebied van de openbare lichamen brengt of doet brengen, of ertsen buiten het grondgebied van de openbare lichamen brengt of doet brengen naar een niet-kernwapenstaat, is verplicht daarvan aangifte te doen in overeenstemming met de voorschriften voor de inhoud en wijze van aangifte, bedoeld in artikel 11, tenzij de ertsen voor specifiek non-nucleaire activiteiten worden ingevoerd of uitgevoerd.

5. Eenieder, die private onderzoeks- of ontwikkelingsactiviteiten over de splijtstofkringloop verricht in de openbare lichamen, is verplicht daarvan aangifte te doen in overeenstemming met de voorschriften voor de inhoud en wijze van aangifte, bedoeld in artikel 11.

Artikel 11 Inhoud en wijze van aangifte

1. Eenieder, die op grond van artikel 10 verplicht is om aangifte te doen, doet dit bij de Autoriteit en vermeldt in de aangifte, voor zover van toepassing:

  1. de hoeveelheid en de scheikundige samenstelling van het nucleair materiaal of de ertsen;

  2. de geografische locatie waar het nucleair materiaal voorhanden wordt gehouden;

  3. de doeleinden voor het gebruik of verwerken van het nucleair materiaal of de ertsen, daaronder begrepen de voorgenomen bestemming in geval van het buiten het grondgebied van de openbare lichamen brengen of doen brengen;

  4. de omstandigheden van het gebruik van het nucleair materiaal;

  5. de geografische locatie en doeleinden van de private onderzoeks- of ontwikkelingsactiviteiten over de splijtstofkringloop die worden verricht op het grondgebied van de openbare lichamen.

2. Eenieder, die verplicht is aangifte te doen op grond van artikel 10, doet dit voor de eerste keer binnen 21 dagen na inwerkingtreding van deze wet en vervolgens jaarlijks uiterlijk op 12 maart, tenzij het een aangifte betreft over het buiten het grondgebied van de openbare lichamen brengen of doen brengen van nucleair materiaal als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder e. In dat geval wordt de aangifte gedaan uiterlijk aan het eind van het kwartaal waarin de uitvoer plaatsvindt.

3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de houder van nucleair materiaal waarvoor in overeenstemming met artikel 3, tweede lid, aparte waarborgen zijn overeengekomen, waarbij geldt dat de houder van dit nucleair materiaal de aangifte voor de eerste keer uiterlijk doet 120 dagen voordat het nucleair materiaal verder wordt verwerkt en vervolgens jaarlijks uiterlijk op 12 maart.

4. De Autoriteit stelt bij verordening nadere regels over de inhoud van de aangifte, bedoeld in artikel 10, en de wijze waarop de aangifte geschiedt.

Artikel 12 Administratie

1. Eenieder, die op grond van artikel 10 verplicht is aangifte te doen van nucleair materiaal of ertsen of van private onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten over de splijtstofkringloop, houdt hierover een administratie bij die hem in staat stelt altijd die aangifte te doen en de juistheid van een door hem gedane aangifte aan te tonen.

2. Eenieder, die een administratie bijhoudt of heeft bijgehouden, is verplicht de bescheiden, waaruit die administratie bestaat, en de bescheiden, waaraan de in de administratie opgenomen gegevens zijn ontleend, gedurende vijf jaren na het kalenderjaar, waarop zij betrekking hebben, te bewaren.

Hoofdstuk 4. Toezicht, handhaving en strafbepalingen

Artikel 13 Aanwijzing toezichthouder

1. Met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze wet gestelde regels zijn belast de bij besluit van de Autoriteit aangewezen ambtenaren.

2. Van dat besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

Artikel 14 Legitimatiebewijs

1. Bij de uitoefening van zijn taak draagt een toezichthouder een legitimatiebewijs bij zich, dat is uitgegeven door de Autoriteit.

2. Een toezichthouder toont zijn legitimatiebewijs op verzoek direct.

3. Het legitimatiebewijs voldoet aan de bij en krachtens artikel 5:12, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht gestelde regels over eisen aan het legitimatiebewijs van een toezichthouder.

Artikel 15 Evenredige uitoefening bevoegdheden

Een toezichthouder maakt van zijn bevoegdheden alleen gebruik als dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is.

Artikel 16 Betreden van nucleaire installatie

1. Een toezichthouder is bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een nucleaire installatie en elke andere plaats die relevant is voor verificatie te betreden.

2. Een toezichthouder is ook bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner. De artikelen 155 tot en met 163 van het Wetboek van Strafvordering BES over de voorwaarden waaronder een woning zonder toestemming van de bewoner kan worden betreden, zijn van toepassing.

3. Zo nodig verschaft hij zich toegang met behulp van de sterke arm.

4. Hij is bevoegd zich te laten vergezellen door personen die daartoe door hem zijn aangewezen.

Artikel 17 Vorderen van inlichtingen

Een toezichthouder is bevoegd inlichtingen te vorderen.

Artikel 18 Vorderen van identiteitsbewijs

Een toezichthouder is bevoegd van personen inzage te vorderen van een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 2 van de Wet identificatieplicht BES.

Artikel 19 Inzage van gegevens en bescheiden

1. Een toezichthouder is bevoegd inzage te vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden.

2. Hij is bevoegd van de gegevens en bescheiden kopieën te maken.

3. Indien het maken van kopieën niet ter plaatse kan geschieden, is hij bevoegd de gegevens en bescheiden voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hem af te geven schriftelijk bewijs.

Artikel 20 Onderzoek, opneming en monsterneming van zaken

1. Een toezichthouder is bevoegd zaken te onderzoeken, aan opneming te onderwerpen en daarvan monsters te nemen.

2. Hij is bevoegd daarvoor verpakkingen te openen.

3. Indien het onderzoek, de opneming of de monsterneming niet ter plaatse kan geschieden, is hij bevoegd de zaken voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hem af te geven schriftelijk bewijs.

4. De genomen monsters worden voor zover mogelijk teruggegeven.

Artikel 21 Vervoermiddelen onderzoeken

1. Een toezichthouder is bevoegd vervoermiddelen te onderzoeken waarvoor hij een toezichthoudende taak heeft.

2. Hij is bevoegd vervoermiddelen waarmee naar zijn redelijk oordeel zaken worden vervoerd met betrekking waartoe hij een toezichthoudende taak heeft, op hun lading te onderzoeken.

3. Hij is bevoegd met het oog op de uitoefening van deze bevoegdheden van de bestuurder van een voertuig of van de schipper van een vaartuig te vorderen dat deze zijn vervoermiddel stilhoudt en naar een door hem aangewezen plaats overbrengt.

4. De vordering tot stilhouden voldoet aan de bij en krachtens artikel 5:19, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht gestelde regels.

Artikel 22 Medewerkingsplicht

1. Eenieder is verplicht aan een toezichthouder binnen de door hem gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.

2. Hij die uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift verplicht is tot geheimhouding, kan het verlenen van medewerking weigeren, voor zover dit uit zijn geheimhoudingsplicht voortvloeit.

3. De Autoriteit is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang en een last onder dwangsom ter handhaving van de medewerkingsplicht. Op de uitoefening van de bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang en tot oplegging van een last onder dwangsom zijn de voorschriften voor het opleggen van bestuursrechtelijke sancties in de artikelen 5:5 tot en met 5:10, afdeling 5.3.1, en de artikelen 5:31d tot en met 5:34, 5:37 en 5:38, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

Artikel 23 Handhaving aangifteplicht

1. De Autoriteit is bevoegd tot oplegging van een last onder dwangsom ter handhaving van de aangifteplicht, bedoeld in de artikelen 10 en 11, eerste en tweede lid.

2. Op de uitoefening van de bevoegdheid tot oplegging van een last onder dwangsom zijn de voorschriften voor het opleggen van bestuursrechtelijke sancties in de artikelen 5:5 tot en met 5:10, en de artikelen 5:31d tot en met 5:34, 5:37 en 5:38, van de Algemene wet bestuursrecht, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 24 Strafbepaling bewaarplicht administratie

1. Overtreding van artikel 12, tweede lid, wordt gestraft met een geldboete van de derde categorie.

2. Dit strafbaar gestelde feit is een overtreding.

Artikel 25 Strafbepaling medewerkingsplicht

1. Overtreding van artikel 22, eerste lid, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie.

2. Dit strafbaar gestelde feit is een overtreding.

Hoofdstuk 5 Inspecties Internationaal Atoomenergieagentschap

Artikel 26 Doel inspecties

De taak van een inspecteur van het IAEA als bedoeld in artikel 6, eerste lid, bestaat in ieder geval uit het verrichten van inspecties in nucleaire installaties om het vreedzaam gebruik van nucleair materiaal in de openbare lichamen te verifiëren in overeenstemming met de nucleaire waarborgverdragen.

Artikel 27 Bevoegdheden inspecteur Internationaal Atoomenergieagentschap

1. De toezichtsbevoegdheden, bedoeld in de artikelen 16 tot en met 22, zijn van overeenkomstige toepassing op een inspectie door een inspecteur van het IAEA, waarbij geldt dat deze inspecteur daarbij vergezeld is van een toezichthouder als bedoeld in artikel 13.

2. Voor het betreden van een nucleaire installatie, bedoeld in artikel 16, eerste lid, kan een aanvullende regeling bij de nucleaire waarborgverdragen worden overeengekomen tussen de Autoriteit en het IAEA voor beheerde toegang tot die installatie om:

  1. de verspreiding van proliferatiegevoelige informatie te voorkomen;

  2. te voldoen aan veiligheidseisen of eisen voor fysieke bescherming;

  3. eigendoms- of bedrijfsgevoelige informatie te beschermen.

Hoofdstuk 6 Slotbepalingen

Artikel 28 Inwerkingtreding

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 29 Citeertitel

Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoeringswet nucleaire waarborgverdragen BES.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Buitenlandse Zaken,