Antwoord op vragen van het lid Den Hollander over het ontbreken van maatschappelijke organisaties onder het Convenant toekomstbestendige gewasbescherming
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D40582, datum: 2026-09-02, bijgewerkt: 2026-09-02 16:53, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z16686:
- Gericht aan: S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 2920
Antwoord van staatssecretaris Erkens (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) (ontvangen 2 september 2026)
1
Bent u bekend met de brief die AARDige Buren, Urgenda, Parkinson Vereniging, Vogelbescherming Nederland, Caring Doctors, Greenpeace, Pesticide Action Network Netherlands, Meten=Weten, De Vlinderstichting en de Bijenstichting aan u hebben gestuurd, waarin wordt gesteld dat het Convenant toekomstbestendige gewasbescherming zou zijn “geklapt”?
Antwoord
Ik ben bekend met deze brief.
2
Klopt het dat het hoofdlijnenconvenant is ondertekend door drie overheden, vier sectorpartijen en één ketenpartij, maar door geen enkele maatschappelijke organisatie? Welke maatschappelijke organisaties waren betrokken bij de totstandkoming van het convenant, welke daarvan waren daadwerkelijk uitgenodigd om het convenant te ondertekenen en welke hebben uiteindelijk van ondertekening afgezien?
Antwoord
Dat klopt. De betrokken maatschappelijke organisaties waren Natuur & Milieu en LandschappenNL. Beide partijen waren uitgenodigd het convenant te ondertekenen en hebben hiervan afgezien. Ik betreur het dat beide partijen na het voorleggen van het onderhandelingsakkoord aan hun achterban besloten hebben het convenant niet te tekenen.
3
Welke redenen hebben de betrokken maatschappelijke organisaties afzonderlijk aangevoerd om het convenant niet te ondertekenen?
Antwoord
Binnen het onderhandelingsproces van het hoofdlijnenconvenant is afgesproken dat de gesprekken met elkaar in vertrouwen kunnen worden gevoerd. Ik wil het daarom aan de organisaties zelf laten om een eventuele toelichting te geven, waarom zij dit convenant niet hebben willen ondertekenen.
4
Deelt u de mening dat deelname aan een convenant van alle partijen
vraagt dat zij niet alleen verlangens op tafel leggen, maar ook bereid
zijn verantwoordelijkheid te nemen, compromissen te sluiten en zich aan
gezamenlijke afspraken te committeren?
Antwoord
Ja die mening deel ik. De kern van onderhandelingen en het afsluiten van een convenant is het sluiten van compromissen, een bereidheid van geven en nemen. Dat houdt ook in dat er door de deelnemers aan het convenant verantwoordelijkheid moet worden genomen voor de afspraken die we in het hoofdlijnenconvenant hebben gemaakt. Uiteraard is het uiteindelijk aan organisaties zelf of zij bereid zijn om het hoofdlijnenconvenant wel of niet te tekenen. Dat neemt niet weg dat ik het spijtig vind dat de organisaties niet bereid waren deze stap te zetten.
5
Hoe beoordeelt u in dat licht de opstelling van organisaties die niet tekenen, maar vervolgens wel oproepen het gehele convenant stop te zetten? Deelt u de mening dat partijen die zelf besluiten niet deel te nemen daarmee geen vetorecht kunnen verkrijgen over afspraken die overheden, landbouworganisaties en ketenpartijen wel bereid zijn uit te voeren?
Antwoord
Het staat organisaties uiteraard vrij deze mening erop na te houden. Uiteindelijk gaan de partijen die het convenant hebben getekend zelf over het wel of niet slagen van het convenant. Niet-deelnemende partijen hebben daar inderdaad geen vetorecht over. Wij gaan ambitieus door met de grote meerderheid van partijen die wel getekend hebben, waarvoor ik hen dankbaar ben.
6
Deelt u de mening dat het onverantwoord zou zijn om het convenant stop te zetten, nu daarmee ook afspraken over reductie van milieubelasting, innovatie, waterkwaliteit, natuur, leefomgeving en een landelijk uniform beleidskader zouden worden vertraagd of verloren zouden gaan?
Antwoord
Ik zie geen aanleiding om het convenantstraject stop te zetten. Integendeel, het is juist nu van belang door te gaan om de gemaakte afspraken daadwerkelijk verder uit te werken en vorm te geven. Met het hoofdlijnenconvenant zijn er immers belangrijke afspraken gemaakt over een breed pakket om tegemoet te komen aan de maatschappelijke vraagstukken die bestaan rondom het thema gewasbescherming en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op basis van milieubelastingspunten fors te beperken.
7
Welke gevolgen heeft het ontbreken van maatschappelijke ondertekenaars voor de bestuurlijke en juridische status van het hoofdlijnenconvenant? Is het convenant naar uw oordeel rechtsgeldig tot stand gekomen en kunnen alle ondertekenende partijen onverkort aan hun afspraken worden gehouden?
Antwoord
Het ontbreken van deze partijen heeft geen gevolgen voor de juridische status van het hoofdlijnenconvenant. Het convenant is rechtsgeldig tot stand gekomen. De bestuurlijke gevolgen zijn deze twee partijen zich bestuurlijk niet aan het convenant en het vervolgproces van de uitwerking hebben verbonden.
8
Hoe verhoudt de mededeling van de Rijksoverheid dat het hoofdlijnenconvenant “op zichzelf niet juridisch bindend” is zich tot artikel 1.1, derde lid, waarin staat dat de afspraken bindend zijn voor de partijen en dat zij de nakoming daarvan zullen borgen? Kunt u precies aangeven welke afspraken momenteel politiek, bestuurlijk dan wel juridisch bindend zijn en welke pas bindend worden na vaststelling van de deelconvenanten?
Antwoord
Het hoofdlijnenconvenant moet worden gezien als het kader voor het vervolgproces waarin de afspraken nader worden uitgewerkt in deelconvenanten. De mededeling dat het hoofdlijnenconvenant op zichzelf niet juridisch bindend is, bedoelt dat de in het hoofdlijnenconvenant opgenomen afspraken en ambities nog verder moeten worden uitgewerkt in concrete, juridisch afdwingbare verplichtingen. Voor de uitvoering van veel afspraken zijn immers nog nadere uitwerking, concretisering en afspraken nodig over onder meer instrumentarium, financiering, uitvoerbaarheid en verantwoordelijkheden nodig. Het hoofdlijnenconvenant en de deelconvenanten zullen samen het definitieve convenant zijn dat wordt gepubliceerd in de Staatscourant.
9
Welke concrete waarde heeft het huidige hoofdlijnenconvenant zolang het nationale reductiedoel, de sectorale reductiedoelen, de governance, de terugvalopties en een groot deel van de uitvoeringsmaatregelen nog niet zijn uitgewerkt? Aan welke onderdelen zijn de ondertekenaars reeds nu daadwerkelijk gebonden?
Antwoord
De waarde van dit hoofdlijnenconvenant moet worden gezien als een gezamenlijk vastgesteld kader voor de verdere uitwerking van de afspraken in de deelconvenanten. Met de ondertekening committeren de partijen zich politiek en bestuurlijk aan alle onderdelen van het convenant en de daarin opgenomen richting, ambities en uitgangspunten.
10
Welke gevolgen heeft het ontbreken van maatschappelijke ondertekenaars voor de voorgenomen omgevingsdialoog en de doelstelling om het maatschappelijke draagvlak te vergroten? Hoe voorkomt u dat niet-ondertekenende organisaties via het vervolgtraject wel invloed uitoefenen, maar geen verantwoordelijkheid dragen voor de haalbaarheid en uitvoering van de uiteindelijke afspraken?
Antwoord
De insteek voor de omgevingsdialoog is om dit breder te organiseren dan alleen de deelnemers van het convenant. Het ontbreken van maatschappelijke ondertekenaars van het hoofdlijnenconvenant hoeft daarom niet te betekenen dat de omgevingsdialoog daarmee niet van de grond kan komen. De onafhankelijk voorzitter van het convenant bewaakt de totstandkoming van het vervolgtraject en de inbreng die hiervoor wordt geleverd.
11
Bent u voornemens maatschappelijke organisaties opnieuw uit te nodigen voor de uitwerking van de deelconvenanten, onder de duidelijke voorwaarde dat deelname is gericht op het bereiken van uitvoerbare afspraken en niet op het alsnog openbreken of blokkeren van het reeds gesloten hoofdlijnenconvenant?
Antwoord
“Ten eerste wil ik graag de eerder deelnemende maatschappelijke organisaties oproepen het hoofdlijnenconvenant alsnog te tekenen en weer aan te sluiten, juist om tot een breed gedragen convenant te komen. Indien zij het hoofdlijnenconvenant niet tekenen, ben ik niet van plan deze organisaties opnieuw uit te nodigen voor het vervolgtraject. Verder wil ik in overleg met de onafhankelijk voorzitter en de andere convenantspartners bekijken hoe partijen die niet aan het convenant deelnemen wel hun mening kunnen delen, bijvoorbeeld via position papers, zodat dit in het verdere proces meegewogen kan worden.”
12
Bent u voornemens bij de inrichting van de governance een duidelijk onderscheid te maken tussen convenantspartijen, die zich committeren aan de afspraken en daarop aanspreekbaar zijn, en overige belanghebbenden die worden gehoord of geconsulteerd maar geen medebeslissingsrecht hebben?
Antwoord
Hiermee wordt rekening gehouden bij de inrichting van de governance. De precieze invulling wordt nader bepaald door de onafhankelijk voorzitter, in overleg met de convenantspartijen.
13
Kunt u garanderen dat het ontbreken van maatschappelijke ondertekenaars niet leidt tot uitstel van de deelconvenanten, het vaststellen van concrete en afrekenbare reductiedoelen, de oprichting van de gegevensautoriteit en de ontwikkeling van landelijke kaders voor waterkwaliteit, Natura 2000-gebieden en gevoelige functies?
Antwoord
Het ontbreken van de maatschappelijke ondertekenaars doet niets af aan de gestelde deadlines in het hoofdlijnenconvenant. Deze afspraken blijven staan en de bereidheid onder deelnemende partijen is groot om deze deadlines ook te halen.
14
Welke voorwaarden verbindt u aan de indicatief gereserveerde 250 miljoen euro? Worden deze middelen uitsluitend beschikbaar gesteld voor concrete, meetbare en controleerbare maatregelen die aantoonbaar bijdragen aan de doelen van het convenant?
Antwoord
De inzet van de indicatief gereserveerde middelen wordt gekoppeld aan de verdere uitwerking van het convenant. Daarbij is het vanzelfsprekend, zoals dat hoort bij overheidsuitgaven, dat de maatregelen concreet, uitvoerbaar en doelmatig moeten zijn en dat de uitgaven bijdragen aan de doelen van het convenant.
15
Bent u bereid de Kamer uiterlijk vóór de start van het deelconvenantentraject te informeren over de precieze status en afdwingbaarheid van het hoofdlijnenconvenant, de partijen die wel en niet deelnemen aan de deelconvenanten, de governance en besluitvormingsregels en de wijze waarop wordt voorkomen dat partijen zonder commitment de uitvoering kunnen vertragen?
Antwoord
Ik hoop dat met het beantwoorden van de bovenstaande vragen uw Kamer verder is geïnformeerd over deze onderwerpen. Daarnaast ben ik voornemens om voor het geplande Kamerdebat van 8 oktober een Kamerbrief te sturen over het vervolgproces van het hoofdlijnenconvenant en over de door u gevraagde onderwerpen.