[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Antwoord op vragen van het lid Ten Hove over het bericht: “Voorbeeldboeren bedolven onder de subsidies”

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D40597, datum: 2026-09-02, bijgewerkt: 2026-09-03 10:00, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z16437:

Preview document (🔗 origineel)


AH 2921

2026Z16437

Antwoord van minister Van Essen (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) (ontvangen 2 september 2026)

Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2623

1

Bent u bekend met het bericht 'Voorbeeldboeren bedolven onder de subsidies'?

Antwoord

Ja.

2

Deelt u de mening dat de genoemde verpachtingsregeling zorgt voor een machtspositie voor terrein beherende organisaties, waarbij ten koste van andere welwillende boeren, de overheid bepaalde bedrijfsconstructies bevoordeelt? Indien nee, waarom niet?

Antwoord

Nee, die mening deel ik niet. Landbouwgronden worden door diverse grondeigenaren verpacht, zoals door terreinbeherende organisaties en overheden, maar ook door voormalige melkveehouders of akkerbouwers, landgoedeigenaren, verzekeringsmaatschappijen, kerken en andere (particuliere) eigenaren van landbouwgronden.

De voorwaarden waaraan door overheden voldaan moet worden bij het uitgeven van pachtgrond is in de jurisprudentie verder vormgegeven. Uit het Didam I-arrest (2021) volgt dat overheden objectieve, toetsbare en redelijke criteria moeten opstellen voor het selecteren van een nieuwe pachter in een openbare inschrijving. Particuliere verpachters zoals Natuurmonumenten en andere particuliere natuurbeheerders zijn niet gebonden aan de Didam I voorwaarden en hebben meer vrijheid in het bepalen op welke wijze zij hun gronden uitgeven.

Staatsbosbeheer is als overheidsorganisatie bij het verpachten van grond wel gebonden aan de Didam-I voorwaarden. Staatsbosbeheer hanteert onder andere criteria op het gebied van afstand, kennis en opleiding, certificaten, ervaring met agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb) of met particulier natuurbeheer (SNL) en het meedoen aan ecoactiviteiten, omdat ze beheer van natuurpercelen over willen laten aan agrariërs die hier ervaring mee hebben en het ook in hun eigen bedrijfsvoering willen toepassen.

3

Klopt het beeld dat door de gunning van pachtrechten aan specifieke boeren (biologisch, extensief, et cetera) in gebieden aangrenzend aan Natura 2000-gebieden er de facto een subsidieregeling voor deze boeren is gecreëerd in plaats van een maatregel om doorsnee boeren te compenseren voor geleden derving van inkomsten door overheidsbeleid? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Dat beeld klopt niet. Zoals toegelicht bij het antwoord op vraag 2 is de regelgeving rond gunning van pacht voor overheden strenger dan voor andere organisaties en particulieren. Zowel overheden als andere organisaties vragen een marktconforme pachtprijs gekoppeld aan de beheervereisten op de natuurpercelen en er is dus geen sprake van een verkapte subsidie. Alleen de gunning zal door overheden via openbare inschrijving en zo nodig een puntensysteem worden vormgegeven. Bij Staatsbosbeheer zijn de criteria voor pacht van natuurpercelen mede gerelateerd aan de ervaring met natuurinclusieve landbouw.

4

Deelt u de mening dat de subsidie is vastgesteld voor de inkomstenderving van een gemiddeld bedrijf van 121 melkkoeien op 60 hectare, maar in de praktijk dus uitgekeerd wordt aan boeren die door hun bedrijfskeuzes die inkomstenderving niet kennen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Het klopt dat de berekening van de WUR voor de vergoedingen in de subsidieregeling Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000 overgangsgebieden is gebaseerd op een gemiddeld melkveehouderijbedrijf in de zone rond stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden. Het gemiddelde bedrijf heeft 2 melkkoeien per hectare en berekend is dat bij 150 kg N/ha in productie- en bemestingsvolume dit teruggaat naar gemiddeld 1 melkkoe per hectare en bij 100 kg N/ha naar gemiddeld 0,7 melkkoe per hectare.

Ook biologische bedrijven kunnen gederfde inkomsten per hectare hebben doordat zij een stap zetten van gemiddeld 170 kg N/ha naar 150 of 100 kg N/ha, maar de inkomstenderving per hectare is minder dan voor een gangbare boer. Een deel van de aanvragers is inderdaad biologisch. Bij de Natura 2000 overgangsgebieden ging het om ca. 55% van de aanvragers bij de eerste openstelling. Hierover is uw Kamer geïnformeerd in de beantwoording van de vragen van de SGP.1 Na deze beantwoording heeft een aanscherping plaatsgevonden en zijn ook minimale reductievereisten opgenomen voor productie- en bemestingsvolume per hectare.

5

Deelt u de mening dat het beeld over de goede inkomens van deze zogenaamde 'voorbeeldboeren' zwaar is vertroebeld door de grote hoeveelheid (verkapte) subsidie die zij door overheidskeuzes ontvangen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Nee, ik deel deze mening niet. In 2025 waren er 544 biologische melkveehouderijbedrijven (ca. 4,1%). Ongeveer een vijfde daarvan doet mee met de eerste openstelling van de regeling Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000 overgangsgebieden. Daarnaast is subsidie via verpachten niet aan de orde, zie het antwoord bij vraag 2.

Deze regeling is tijdelijk (t/m 2028). Het is een bewuste keuze dat ook koplopers, zoals biologische bedrijven, in een samenwerkingsverband mee kunnen doen. De inschatting vooraf was dat koplopers de trekker zullen zijn van de samenwerkingsverbanden en daarin anderen ook meenemen.

6

Kunt u aangeven welk doel de subsidie ‘Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangegebieden. Categorie 3: Extensivering in en rond stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden exact dient? Bent u van mening dat dit doel daadwerkelijk wordt behaald en is er geen sprake is van vertroebeling van het subsidiedoel?

Antwoord

Het doel bij stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden is de reductie van de veldemissies van ammoniak door extensivering van melkveehouderij- en akkerbouwbedrijven in en rond stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden en daarmee de biodiversiteit in en rond stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden te versterken. Door de extensievere bedrijfsvoering komt er meer ruimte op de percelen en op het bedrijf voor meer en zwaardere pakketten agrarisch natuur- en landschapsbeheer.

De rangschikking van de samenwerkingsverbanden hangt onder andere af van:

  • het niveau van het productie en bemestingsvolume (100 of 150 kg N/ha),

  • de hoeveelheid weidegang per melkveehouderijbedrijf,

  • het wel of niet kiezen voor alleen gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen van de SKAL-inputlijst per akkerbouwbedrijf

  • de afstand van de percelen van het samenwerkingsverband tot het stikstofgevoelige Natura 2000 gebied.

De monitoring van de effecten van deze regeling zal zich hier dan ook op richten. De verwachting is dat de doelen gehaald gaan worden, omdat alle deelnemende bedrijven een reductie bereiken in de veldemissies ammoniak en ongeveer de helft van de bedrijven van gangbare naar extensieve bedrijfsvoering omschakelen.

7

Wat is uw reactie op de analyse van Stichting Agri Facts over uw reactie dat Bij het opstellen van de regeling is bewust gekozen voor openstelling in de overgangsgebieden rondom Natura 2000-gebieden, omdat juist daar de opgave voor extensivering het grootst is. Van boeren in de nabijheid van Natura 2000-gebieden wordt de komende jaren juist meer gevraagd dan van andere agrariërs. De regeling biedt daarom geen voordeel, maar is bedoeld om deze extra opgave te ondersteunen en de overgang naar een meer extensieve bedrijfsvoering mogelijk te maken? Indien de analyse in uw ogen niet juist is, kunt u dit dan specifiek toelichten?

Antwoord

De analyse is deels juist, maar het was een bewuste keuze, zoals al in antwoord 5 is toegelicht. Ongeveer de helft van de deelnemers in de Natura 2000 overgangsgebieden is biologisch. Ook zij moeten nog een stap zetten van 170 kg N/ha naar 150 of 100 kg N/ha. Dat is minder gederfde inkomsten per hectare dan voor gangbare boeren. De biologische en gangbare boeren werken in de samenwerkingsverbanden juist samen om hun kennis en ervaring met extensieve landbouw te delen.

8

Welke maatregelen gaat u nemen om deze onterechte bevoordeling van deze 'voorbeeldboeren' ten opzichte van gemiddelde boeren op te heffen?

Antwoord

De subsidie is gericht op samenwerkingsverbanden waarin zowel koplopers als gangbare boeren kunnen zitten. Het is een bewust keuze geweest om koplopers aan deze tijdelijke regeling te laten deelnemen. De regeling is bij de tweede tranche al aangepast door op bedrijfsniveau ook minimale reductievereisten op te nemen. Er is nu geen aanleiding om de vergoedingensystematiek aan te passen.

9

Welke (verdere) maatregelen gaat u nemen om de achtergestelde marktpositie van boeren die verder van een Natura 2000-gebied hun bedrijf uitbaten te vereffenen met de marktpositie van de genoemde voorbeeldboeren?

Antwoord

Pacht is geen subsidie, want er wordt een marktconforme pachtprijs gevraagd, passend bij de beperkingen in het gebruik van de grond die worden gesteld. De gunning bij verpachten van natuurpercelen is aan de verpachter. Ik zal daarom geen verdere maatregelen nemen.

10

Wilt u deze vragen beantwoorden minimaal één dag voor aanvang van het commissiedebat Ontwerp-Natuurplan op 3 september aanstaande?

Antwoord

Ja.


  1. Kamervragen (Aanhangsel) 2024-2025, nr. 46 (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20242025-46.html)↩︎