Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet en de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met de risicoanalyse bestuurlijke integriteit voor kandidaat-bestuurders (Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur tweede tranche) (36892) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D40648, datum: 2026-09-02, bijgewerkt: 2026-09-03 09:35, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-09-02 10:15: Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet en de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met de risicoanalyse bestuurlijke integriteit voor kandidaat-bestuurders (Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur tweede tranche) (36892) (Plenair debat (wetgeving)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur tweede tranche
Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur tweede
tranche
Aan de orde is de behandeling van:
het wetsvoorstel Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet en de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met de risicoanalyse bestuurlijke integriteit voor kandidaat-bestuurders (Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur tweede tranche) (36892).
De voorzitter:
Aan de orde is de behandeling van de Wet bevorderen integriteit en
functioneren decentraal bestuur tweede tranche. Ik heet de minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van harte welkom.
De algemene beraadslaging wordt geopend.
De voorzitter:
Ik geef als eerste het woord aan mevrouw Boelsma-Hoekstra voor haar
inbreng namens het CDA in de eerste termijn. Er zijn zeven sprekers van
de zijde van de Kamer. Het is de bedoeling dat we de hele
wetsbehandeling vandaag afronden. Het woord is aan mevrouw
Boelsma-Hoekstra.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Vandaag bespreken we de Wet bevorderen
integriteit decentraal bestuur. Integriteit begint niet op het moment
dat iemand de fout in gaat. Integriteit begint eigenlijk ook niet op het
moment dat iemand wethouder of gedeputeerde wordt. Integriteit begint al
daarvoor, namelijk met je bewust zijn van waar je kwetsbaar bent, welke
belangen je meeneemt en welke situaties later tot lastige afwegingen
kunnen leiden. Ik heb zelf ervaren hoe nuttig het kan zijn om een
risicoanalyse te doorlopen voor je aantreden als wethouder, niet omdat
er iets mis is, maar juist om vooraf het gesprek te voeren. Wat zijn je
belangen? Waar kunnen risico's ontstaan? Wat spreken we daarover
af?
Wat het CDA betreft is dat dan ook de belangrijkste waarde van dit
wetsvoorstel. Met een risicoanalyse kun je integriteit niet afdwingen,
maar je kunt er wel voor zorgen dat mogelijke problemen op tafel liggen
voordat ze problemen worden. We hebben gelezen dat veel gemeenten dit
gelukkig al doen. Met dit wetsvoorstel krijgt die praktijk een
wettelijke basis en worden de verschillen tussen de decentrale overheden
kleiner. Het CDA steunt dat.
Voorzitter. Daarmee zijn we er niet. Integriteit is geen vinkje dat je
bij je benoeming zet en vervolgens vier jaar in een la legt.
Omstandigheden kunnen veranderen. Bestuurders krijgen nieuwe
nevenfuncties. Financiële belangen kunnen veranderen. Situaties die bij
de benoeming geen risico vormden, kunnen dat later wel worden. Het CDA
zou de risicoanalyse daarom nadrukkelijk willen zien als het begin van
een doorlopend gesprek over integriteit in plaats van een eenmalige
toegangstoets.
Ik zou de minister daarom willen vragen om te onderzoeken hoe een
logisch terugkerend integriteitsmoment kan worden ingebouwd na de
benoeming. Dat zou bijvoorbeeld halverwege de bestuursperiode kunnen, of
wanneer zich een relevante wijziging voordoet in de belangen of
nevenfuncties van een bestuurder. Dit is niet bedoeld om iedere
bestuurder voortdurend opnieuw door te lichten, maar juist om het
gesprek dat we met deze wet aan de voorkant organiseren, ook gedurende
de bestuursperiode levend te houden. Uiteindelijk bescherm je
integriteit niet alleen met regels. Je beschermt haar vooral met een
bestuurscultuur waarin het normaal is om dilemma's op tafel te
leggen.
Voor mij is de belangrijkste openstaande vraag de volgende. Een
risicoanalyse heeft alleen betekenis als duidelijk is wat er gebeurt
wanneer er daadwerkelijk een serieus risico uit naar voren komt. Ik geef
een voorbeeld. Stel dat er uit de analyse van een kandidaat-wethouder
integriteitsrisico's naar voren komen. De kandidaat herkent zich daar
niet in. De burgemeester vindt beheersmaatregelen noodzakelijk. Een
meerderheid van de gemeenteraad zegt uiteindelijk: wij vinden dit risico
aanvaardbaar en benoemen deze wethouder gewoon. Wie is dan de eigenaar
van dat risico? De raad heeft het politieke besluit genomen. De
burgemeester heeft tegelijkertijd een wettelijke verantwoordelijkheid
voor de bestuurlijke integriteit. De wethouder zit vervolgens gewoon in
het college. Kan de raad in zo'n situatie besluiten om de voorgestelde
beheersmaatregelen naast zich neer te leggen? Welke verantwoordelijkheid
houdt de burgemeester dan? Wat betekent dit voor de waarde van de
risicoanalyse?
De voorzitter:
We doen de interrupties in drieën.
De heer Clemminck (JA21):
Ik zat even te luisteren. Zegt de collega nu dat het aan de burgemeester
is om voor te stellen wat de beheersmaatregelen moeten zijn? Of is dat
aan, bijvoorbeeld, een externe onderzoeker?
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
De burgemeester is verantwoordelijk voor het proces rondom de
risicoanalyse. Het bureau of iemand vanuit de organisatie legt vast wat
die risico's zijn. De conclusie daaruit wordt door de burgemeester
voorgelegd aan de raad. Als daar een risico uit naar voren komt, dan
wordt dat benoemd. Dan is het zo dat de raad — en dat is dus ook mijn
punt — daar een ander besluit over zou kunnen nemen.
De heer Clemminck (JA21):
Ja, dat is alleen nog geen antwoord op mijn vraag. De vraag was wie nu
eigenlijk aan de raad beheersmaatregelen voorstelt over een
kandidaat-wethouder. Is het de burgemeester die de beheersmaatregelen
formuleert die hij nodig acht, of is dat aan een externe onderzoeker?
Dat maakt namelijk heel erg uit voor de kwetsbaarheid van de
burgemeester in het proces van het benoemen van
kandidaat-bestuurders.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Uiteindelijk is het aan de burgemeester om het proces te reguleren, maar
het kan zijn dat daaruit naar voren komt dat hij een ambtenaar heeft
gemandateerd om te bepalen wat de beheersmaatregelen zijn. Het is de
verantwoordelijkheid van de burgemeester om die neer te leggen bij de
raad, en de raad kan daar een besluit over nemen. Dat is dus de
politieke afweging. De feitelijke constatering wordt gedaan door degene
die het onderzoek doorloopt of afneemt. De burgemeester legt het voor en
het politieke besluit wordt door de raad genomen.
De voorzitter:
U vervolgt.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Ja. Ik wil de minister daarbij ook vragen naar de positie van de
burgemeester. We moeten namelijk voorkomen dat we met deze wet wel van
de burgemeester vragen om die risico's bloot te leggen — dat is dus het
antwoord op die vraag —, maar hem of haar vervolgens met lege handen
laten staan wanneer die risico's door de meerderheid terzijde worden
geschoven, en dat kan. Welke handelingsmogelijkheden heeft de
burgemeester in zo'n situatie?
Voorzitter. Dan kom ik bij een ander punt, namelijk de dossieroverdracht
van een burgemeester op een ambtsopvolger of waarnemer. In de
schriftelijke ronde had ik hier al vragen over gesteld en in de
beantwoording lees ik dat het inherent is aan het stelsel van de
Gemeentewet dat de taken van de burgemeester overgaan op een
ambtsopvolger. Maar ik lees ook dat een ambtsopvolger of waarnemer van
een burgemeester niet zonder reden kennis kan nemen van de dossiers,
want uit de AVG volgt dat de verwerking van persoonsgegevens
noodzakelijk dient te zijn. Dan is mijn vraag of het aantreden van een
opvolger niet reden genoeg is voor deze noodzakelijkheid. Heeft de
opvolger van een burgemeester deze kennis niet nodig om het goede
gesprek te kunnen voeren? Graag hoor ik een bevestigend antwoord van de
minister dat een zittend burgemeester de volledige rapportage altijd mag
delen met diens opvolger bij een burgemeesterswissel.
Verder op het volgende onderwerp, namelijk de lokale gedragscode. De wet
biedt de mogelijkheid om ook lokale integriteitsnormen te betrekken bij
de risicoanalyse. Deze moeten dan in een lokale gedragscode of in een
verordening vastgelegd zijn. Ook hierover zijn in de schriftelijke ronde
door verschillende fracties vragen gesteld. De regering merkt hierbij op
dat het in een gedragscode of verordening voorschrijven van een
gedragsregel die afwijkt of verdergaat dan een dwingend rechtelijke
wettelijke regeling, niet mogelijk is. Kan de minister uitleggen wat dit
betekent, misschien in jip-en-janneketaal? En kan de minister aangeven
wat dan wel mogelijk is qua lokale integriteitsnormen?
Afrondend, voorzitter. Voor het CDA is dit wetsvoorstel een stap in de
goede richting, echt een stap. Er worden met dit wetsvoorstel een aantal
goede zaken geregeld, maar we zien ook dat dit niet een oplossing is
voor alle integriteitsproblematiek. Ik ben benieuwd naar de antwoorden
van de minister op de gestelde vragen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Huizenga voor haar inbreng namens
D66.
Mevrouw Huizenga (D66):
Dank u wel, voorzitter. Het reces is voorbij en Den Haag ontwaakt weer.
De koffers zijn uitgepakt en gisteren is een ander koffertje ingepakt
met een belangrijke nota. De agenda loopt alweer sneller vol dan dat je
"regeling van werkzaamheden" kunt zeggen. En wat hebben we zoal gedaan
deze zomer? Op Instagram zagen we Kamerleden genieten van het weer en
van hun familie en een Kamerlid dat zelfs gaat trouwen. Dat is goed
nieuws. Zelf heb ik op verschillende manieren bijgetankt, met een week
de stilte opzoeken. Dat was misschien nog wel de grootste uitdaging,
want politici praten over het algemeen liever dan dat ze stil zijn.
Vooral heb ik veel mensen gesproken. Misschien is dat wel de
belangrijkste les die ik meeneem naar dit politieke jaar: laten we wat
meer rust nemen om echt naar elkaar te luisteren. Met frisse energie,
nieuwe ideeën en genoeg verhalen om weer een tijdje vooruit te kunnen:
ik ben er klaar voor.
Voorzitter. Hoe mooi is het dat we meteen van gedachten mogen wisselen
over een wetsvoorstel? Politiek lijkt vaak te draaien om winnen en
verliezen, maar zo gaat het in de sport. In de politiek zou iets anders
centraal moeten staan, want het mooiste wat hier te winnen valt, is toch
wel vertrouwen. Volksvertegenwoordigers door het hele land doen hun best
dat waar te maken. Gelukkig heeft een ruime meerderheid van de
Nederlanders vertrouwen in de lokale politiek. Maar omdat de lokale
politiek nou eenmaal besluiten neemt over zaken die dicht bij hen staan,
is het belangrijk dat er duidelijke integriteitsregels zijn, zodat
Nederlanders erop kunnen rekenen dat de politiek er voor hen is. D66
staat voor die politiek van vertrouwen. Daarom steunt mijn fractie het
wetsvoorstel dat nu voorligt, maar ik zou de minister nog graag een
aantal zaken meegeven.
Ten eerste het waarborgen van neutraliteit. Het enige wat nog
schadelijker is voor het vertrouwen in de politiek dan een
integriteitskwestie, is dat het onderzoek naar deze kwestie ook nog in
twijfel wordt getrokken. De kaders moeten dus echt duidelijk in orde
zijn. Zo is een belangrijke vraag: wie voert de risicoanalyse voor de
kandidaat-bestuurder uit? Een burgemeester is misschien verantwoordelijk
voor de bestuurlijke integriteit, maar hij/zij is een toekomstige
collega van die kandidaat-wethouder. Het is voor mijn fractie
onwenselijk dat de burgemeester persoonlijk het onderzoek zou uitvoeren.
Onwenselijk voor de burgemeester zelf, maar ook voor inwoners en
raadsleden, die gebaat zijn bij een onderzoek waar geen kans ligt om de
neutraliteit ervan te betwijfelen. Er zijn alternatieven, zoals
uitvoering door een bureau of door een ambtenaar. De minister lijkt dit
ook wenselijker te vinden, maar sluit uitvoering door de burgemeester
niet wettelijk uit en verwijst naar de systematiek van de Gemeentewet.
Mijn vraag is dus: vindt de minister het acceptabel als er gemeenten
zijn die toch kiezen voor volledige uitvoering door de
burgemeester?
Een van de uitgangspunten van het wetsvoorstel is het verkleinen van de
lokale verschillen in de uitvoering. Ziet de minister ook dat het
wetsvoorstel op dit gebied juist een potentieel verschil in stand houdt?
Het toezicht op de analyse leggen bij de volksvertegenwoordiging, zoals
de heer Clemminck van JA21 in zijn amendement voorstelt, levert ook
nieuwe kwetsbaarheden op. De feiten van een risicoanalyse moeten op
neutrale en dus niet-politieke wijze verzameld worden. Hoe die feiten
worden gewogen en of een bestuurder benoemd kan worden, is het politieke
oordeel. Ik vind dat we die twee onderdelen echt heel goed moeten
scheiden.
Voorzitter. Dan kom ik op de wetsevaluatie die ik voorstel in mijn
amendement. Het lijkt me verstandig als de rol van de burgemeester daar
in ieder geval ook in meegenomen wordt. Daarnaast levert deze wet ook
een nieuwe situatie op voor Bonaire, Sint-Eustatius en Saba. De regels
daar worden gelijkgetrokken met Europees Nederland, oftewel: sommige
regels vervallen en sommige worden toegevoegd. Vanuit het principe
"comply or explain" is dat een goed idee: gelijke normen waar dat kan,
afwijking waar dat nodig is. Tegelijkertijd is uit onderzoek bekend dat
Caribisch Nederland relatief veel integriteitskwesties kent. Dat vraagt
om extra alertheid. Kan de minister aangeven hoe deze risico's zijn
meegewogen in het besluit om het gelijk te trekken? Ik hoop dat de
minister ook de doorwerking op de eilanden wil meenemen in een
wetsevaluatie. Ik hoor dan ook graag zijn appreciatie op het
amendement.
Voorzitter. Dan de omgang met gevoelige gegevens. In een risicoanalyse
kunnen die naar voren komen, niet alleen van de kandidaat-bestuurder,
maar ook van diens naasten en derden. Daar zit nog wel echt een
kwetsbaarheid. De regering stelt terecht wettelijke eisen aan hoe het
verzamelen van die gegevens zich verhoudt tot de privacy van
betrokkenen, maar ik mis de onderbouwing over de fase daarna: het
bewaren of juist vernietigen van de gegevens. Kan de minister daar nog
een toelichting op geven?
Veel overheden zullen de risicoanalyse laten uitvoeren door een
commercieel bureau. Maar we zagen de afgelopen maanden veel datalekken
bij bedrijven. Daarmee zien we hoe kwetsbaar de beveiliging van
persoonsgegevens kan zijn. Hoe gaat de minister waarborgen dat de
informatiebeveiliging van deze bureaus op orde is, zodat we de gegevens
van familie en ook andere relaties beschermen? Zorgvuldigheid is hier zo
belangrijk. Politici worden steeds vaker bedreigd, en dat kan een reden
zijn dat minder mensen beschikbaar zijn voor het ambt.
Voorzitter. De wet regelt een landelijke verplichting, maar stelt hier
geen landelijke ondersteuning tegenover. In de stukken mis ik nog een
reflectie daarop. Ik hoop dat de minister die hier alsnog wil geven.
Waarom lezen we in de stukken niets over de ondersteuning van decentrale
overheden? Denk aan een expertisecentrum dat overheden kan adviseren
over integriteit, over de vereisten van een risicoanalyse of over de
samenwerking met een extern bureau. In de tweede termijn dien ik
daarover een motie in. Vanuit de samenleving is namelijk al een aantal
vragen naar boven gekomen. Zo vraagt de Wethoudersvereniging aandacht
voor kwaliteitseisen, ook bij onderzoek naar zittende bestuurders. Kan
de minister aangeven wat er uit het aangekondigde onderzoek van twee
universiteiten is gekomen en welke conclusies hij daaraan
verbindt?
Voorzitter. Dan nog een laatste punt. Met verbazing las ik in het
verslag dat sommige fracties twijfelen aan de noodzaak van deze wet. Ja,
het is misschien zo dat bijna alle decentrale overheden al werken met
een risicoanalyse, maar zonder wettelijke vereisten blijft het
instrument kwetsbaar en blijven de onderlinge verschillen groot.
Voorzitter, tot slot. Inwoners, bestuurders en volksvertegenwoordigers
hebben hier in feite hetzelfde belang: een bestuur dat we mogen
vertrouwen. Met die gedachte zal ik naar de beantwoording van de
minister luisteren.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft een interruptie van meneer Bosma.
De heer Martin Bosma (PVV):
Is cocaïnegebruik integer?
Mevrouw Huizenga (D66):
Dat hangt af van de rol van de persoon die het gebruikt, denk ik. Als
het om een bestuurder gaat, is het een ander verhaal.
De heer Martin Bosma (PVV):
We hebben het vandaag over bestuurders. Is het voor een wethouder
integer om cocaïne te gebruiken? Zou dat binnen de regels moeten
gelden?
Mevrouw Huizenga (D66):
Nou, ik denk dat cocaïne enorm van invloed is op de besluiten die je
neemt, dus dat lijkt me zeer onverstandig. Je zou het dus moeten hebben
over de vraag of dat onder de regels valt.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Martin Bosma (PVV):
Ik wil het er graag met u over hebben. We hebben gisteren Overasselt
gezien, waar de drugsmaffia laat zien hoe groot die is. Die is gewoon
een staat in de staat. Maar we hebben ook een D66-wethouder gezien, die
gisteren veroordeeld is wegens cocaïnegebruik. Volgens mij is het zo dat
cocaïnegebruik niet verboden is, maar dat als je zelf snuift, je
meewerkt aan die hele drugsmaffia en je er mede toe bijdraagt dat zaken
als Overasselt kunnen gebeuren. Volgens mij is het dus per definitie
niet integer.
Mevrouw Huizenga (D66):
Ik denk dat ik daar een heel eind in mee kan gaan, ja.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan meneer Mohandis voor zijn inbreng namens
PRO.
De heer Mohandis (PRO):
Voorzitter, dank u. We hebben dit wetsvoorstel met interesse gelezen. Ik
moet ook wel eerlijk zeggen dat ik even dacht: op zich lijkt het me
alleen maar heel goed dat we met dit wetsvoorstel iets wat staande
praktijk is in het land — in ieder geval is er in de meeste gemeenten,
provincies en waterschappen een proces en een vorm van
integriteitsonderzoek — dichtregelen en uniformeren. Toen ik het
allemaal las, dacht ik in beginsel dus: hartstikke goed. Dan ga je
natuurlijk het wetsvoorstel lezen. Dan zien we ook wel dingen die wat
scherper hadden gekund. Langs die lijnen zal ik dus mijn betoog
houden.
Wij vinden het uiteraard van belang dat er in de samenleving veel
vertrouwen is in de overheid en het functioneren van het bestuur en de
politiek. Dat is niet eenvoudig in een gepolariseerd politiek klimaat,
maar ik hoop altijd dat, van welke politieke partij je ook bent …
Integriteitsschendingen dragen bij aan de aantasting van het vertrouwen
in het ambt. Wij vinden het daarom goed dat het huidige wettelijke kader
wordt aangescherpt, zodat de integriteit van politiek bestuurders in
elke gemeente en provincie en elk waterschap, ook op de BES-eilanden,
boven iedere twijfel verheven is.
Dat gezegd hebbende ga ik naar het wetsvoorstel. Ik zoom in. Wij zijn
het eens met de zorgen van de VNG en andere gremia die ons van advies
hebben voorzien. Ik kan mij niet voorstellen dat ik de enige ben, want
volgens mij hebben we dat als commissie gekregen. Zij geven langs
verschillende lijnen aan: op hoofdlijnen steun, maar let op. Dan kom ik
gelijk bij ons amendement. Dat is gisteren rondgestuurd. Er komt zo als
het goed is een gewijzigde versie; dat gaat om de toelichting, niet om
het doel van ons amendement. In het doen van zo'n analyse bestaat
namelijk het gevaar van oneindigheid. Wij vinden het belangrijk dat we
er een slot op zetten. We weten allemaal hoe dat gaat in de praktijk.
Vaak is er een onderhandelingsresultaat, wat partijen na een verkiezing
onderhandelen. Dan komt er ergens een soort van witte rook richting het
publiek, zo van: dit zijn de kandidaat-wethouders. Dat moment lijkt mij
het moment — dat is ook de praktijk — voor de burgemeester om aan de
slag te gaan met de scan, met het integriteitsonderzoek. Laten we met
elkaar in de wet vastleggen dat dat maximaal vier weken duurt.
Ik zeg er ook gelijk bij richting de collega's: dat is niet in beton
gegoten. Wij dachten: het moet voor elke kandidaat helder zijn hoelang
een dergelijk onderzoek duurt. Dat kan niet duren, duren, duren, terwijl
dat misschien helemaal niet nodig is. Dat gaat dan rondzingen in zo'n
gemeente. Dan zegt men: ja, dat onderzoek loopt nog. We weten hoe dat
kan gaan in de praktijk. Ik heb dus echt vanuit die praktijkbril dit
wetsvoorstel gelezen, als elfjarig gemeenteraadslid en oud-lid van een
vertrouwenscommissie, wetende hoe je hier … Ik was ook lid van de
commissie van de geloofsbrieven. Dan weet je hoe dit soort processen
gaan. Dus wat betreft die termijn van vier weken gaat het ons echt om
een cap, vandaar dat wetsvoorstel. Het gaat dus echt om het onderzoek
zelf. Dus ja, je kunt natuurlijk aan het begin van het proces al een
wethouder bekendmaken. Vaak zijn onderhandelaars ook
kandidaat-wethouders.
Ik zie collega Clemminck staan, voorzitter, dus ik stop even.
De heer Clemminck (JA21):
Het amendement zelf lijkt mij overigens inderdaad een goede zet, dus
daar zal ik zeker positief naar kijken. Het lijkt me goed om een termijn
te hanteren, voor de voortgang van het formatieproces en zodat de
installatie van het nieuwe college voor het zomerreces is, zodat je op
tijd met je begroting komt. De heer Mohandis had het over het
formatieproces. Bij wie ligt de verantwoordelijkheid voor het
formatieproces volgens de heer Mohandis?
De heer Mohandis (PRO):
Dit is een heel open vraag en ik zoek nog de link met het wetsvoorstel.
Dat mag, hoor; we kunnen het ook hebben over waar ik op vakantie ben
geweest. Maar in zijn algemeenheid hebben de politieke partijen die het
initiatief nemen, een hoofdverantwoordelijkheid voor het formatieproces.
De vraag wordt echter zo open gesteld dat ik ook kan zeggen dat een
burgemeester natuurlijk vaak een kopje koffie gaat drinken met de
onderhandelende ... Ik snap de vraag nog niet helemaal.
De heer Clemminck (JA21):
Het klopt dat de onderhandelende partijen de verantwoordelijkheid hebben
om samen dat formatieproces te doorlopen. De burgemeester heeft daar,
behoudens één artikel in de Gemeentewet, geen enkele rol in. De
burgemeester wordt ingelicht over het resultaat van de onderhandelingen,
maar ook niet meer dan dat. De lead, de verantwoordelijkheid voor het
formatieproces, ligt bij de onderhandelende partijen. Dat roept
natuurlijk de vraag op of deze risicoanalyse ook onderdeel is van het
formatieproces. Het is ook de vraag of deze dan valt onder de
verantwoordelijkheid van de formerende partijen en de gemeenteraad.
De heer Mohandis (PRO):
Misschien kijken wij iets anders naar de rol van de gemeenteraad, maar
de gemeenteraad is altijd eindverantwoordelijk voor het benoemen van de
bestuurder, ook met uw amendement. In the end zijn ze altijd
eindverantwoordelijk. Het gaat erom hoe wij kijken naar de rol van de
burgemeester in het doen van een feitelijke check. De burgemeester heeft
ook het bevorderen van de integriteit in de portefeuille. Dat is
overigens ook een wettelijke taak van de burgemeester, nog even los van
of u een kroonbenoemde burgemeester iets goeds vindt. Ik denk dat we die
discussie vast een keer gaan voeren; ik kijk wat dat betreft ook naar de
heer Bosma. Nu wil ik het even sec over het wetsvoorstel hebben, want
anders gaan we toch uitweiden op wat er voorligt. Dat mag; ik kijk ook
naar de voorzitter. Vind ik dat die rol van de burgemeester heel goed
wordt afgebakend en dat het geen politiek oordeel is? Het is eigenlijk
bijna een technische rol in het doen van het onderzoek. Daar komt een
opbrengst uit en uiteindelijk is de politieke weging aan degenen die
gekozen zijn door hun gemeente, provincie of regio.
De heer Clemminck (JA21):
Het is inderdaad zo dat de burgemeester in het formatieproces eigenlijk
geen rol heeft, behalve dan vanuit dat ene artikel waarin staat dat hij
of zij wordt ingelicht over het resultaat. Dat betekent dat de
vertegenwoordigers vanuit de gemeenteraad aan zet zijn. Vaak zijn dat de
politiek leiders, de fractievoorzitters dan wel de kandidaat-wethouders.
Ligt het dan eigenlijk niet in de rede om, als het formatieproces
zodanig bij de raad ligt en de burgemeester daar ook wettelijk gezien
eigenlijk geen enkele rol is speelt, ook de regie op het proces van de
risicoanalyse ook bij de gemeenteraad te laten?
De heer Mohandis (PRO):
Ik begrijp oprecht wel waar de heer Clemminck aan denkt en hoe de heer
Clemminck redeneert, maar de redenering van de heer Clemminck gaat in
mijn optiek voorbij aan de rol van de burgemeester. Hij schuift die toch
een beetje aan de kant, terwijl die rol er feitelijk is. Ik vind het
belangrijk bij integriteitsonderzoeken, ongeacht van welke politieke
kleur de kandidaat is, dat men bij de checks waarlangs zo'n
integriteitsonderzoek verloopt op geen enkele manier een politieke bril
op moet hebben. Op het moment dat die opbrengst er is, is het aan al die
partijen in de gemeenteraad om te zeggen of de opbrengst voldoende
positief of negatief is om over te gaan tot het benoemen van wethouders.
Zo gaat het in ieder geval vaak in de praktijk. Ik zou die rol niet
anders willen beleggen, anders wordt een integriteitsonderzoek vanuit
PRO-perspectief een politiek circus en dat zou ik niet willen. Dat zou
ik ook niet wensen voor het doorlopen van een zorgvuldig
integriteitsproces.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Mohandis (PRO):
Het is wel toevallig — de heer Clemminck voelde het goed aan — want ik
was aangekomen bij het punt van de rol van de burgemeester en in mijn
antwoord heb ik eigenlijk al van alles gezegd. Nogmaals, wij zien daar
echt wel een rollenscheiding; zo noem ik het maar even. Aanvullend op
het antwoord dat ik de heer Clemminck gaf, wil ik nog zeggen dat we dat
onderdeel steunen.
Dan kom ik bij het wetsvoorstel als geheel. Volgens mij zei mijn collega
van het CDA het goed: het is een verbetering ten opzichte van waar we nu
staan; een verdere uniformering. Zijn we er? Nee, nog lang niet. Ook
naar aanleiding hiervan zullen we met elkaar moeten kijken hoe we dit
nog beter gaan maken voor de toekomst.
Voorzitter. Eigenlijk heb ik al gezegd wat ik vind van het amendement
van collega Clemminck. Ik heb nog vragen over het wetsvoorstel; sorry
voorzitter, dat is wellicht iets saai, technisch. In de voorbereiding
van het wetsvoorstel zijn er vanuit verschillende partijen vragen
gesteld over de kwaliteitseisen en de prijsontwikkeling bij
onderzoeksbureaus. Ik ben heel benieuwd hoe het kabinet dat weegt. Dat
vraag ik aan de minister. Welke punten van verbetering ziet hij voor
zich, specifiek op het gebied van informatiebeveiliging? Volgens mij
refereerde collega Huizenga ook aan die informatiebeveiliging. Het gaat
echter ook om het vernietigen van informatie die eigenlijk niet conform
de bullets is aan de hand waarvan gecheckt wordt of iemand benoembaar
wordt geacht, met inachtneming van de integriteitspunten. Ik ben heel
benieuwd hoe we daarmee omgaan. We moeten voorkomen dat er een beeld
ontstaat dat er van alles wordt verzameld, ook datgene wat totaal niet
relevant is voor het ambt, en dat dat een eigen leven gaat leiden.
Daarmee schrikken we ook hele goede potentiële bestuurders af en dat
zouden we niet moeten willen met dit wetsvoorstel. Graag een
reactie.
Tot slot een hele andere vraag. Het ligt voor de hand dat dit
wetsvoorstel gefocust is op bestuurders. Dat is hartstikke goed. Het
neemt echter niet weg dat wat ons betreft ook voor
volksvertegenwoordigers op alle lagen het niveau van integriteit
adequaat, maar ook zo uniform mogelijk moet zijn. Hierbij dus de vraag
aan de minister, omdat het denken niet stilstaat: hoe kijkt hij
hiernaar? Is de huidige borging op decentraal niveau voldoende uniform?
Heeft de minister hier een opvatting over? Wij vonden het te vroeg om nu
al bij dit wetsvoorstel allerlei ingewikkelde amendementen toe te
voegen; dat geef ik ook toe. Desalniettemin vinden we het wel een goede
discussie. Wat ons betreft is het: hoe uniformer, hoe beter. Als ik het
heb over waar we naartoe willen, is dat ons uitgangspunt. Dat geldt ook
voor integriteitsbureaus met een vergunning. Hoe uniformer de selectie
van bureaus die ervaren zijn met het zorgvuldig doen van dit soort
integriteitsonderzoeken, hoe beter, in plaats van allerlei nieuwe
bureautjes die denken: "Mooi, leuke markt. Ik ga hier geld verdienen in
plaats van een zorgvuldig integriteitsproces doorlopen." Heel graag dus
een reflectie van de minister op onze zorgen, die ik zojuist heb
uitgesproken.
Dan laat ik het voor nu hierbij, voorzitter. Daar doe ik u ook goed mee.
We hebben tien minuten opgegeven, maar dat geldt voor meer collega's.
Het had ook een hamerstuk kunnen zijn. Desalniettemin is het goed dat we
dit met elkaar bespreken.
De voorzitter:
Dank u wel, op wetgevingswoensdag. Het woord is aan meneer Clemminck,
voor zijn inbreng namens JA21.
De heer Clemminck (JA21):
Voorzitter, dank u wel. De fractie van JA21 krijgt bij dit wetsvoorstel
een déjà-vugevoel en moet denken aan een aantal eerdere wetsvoorstellen
van deze minister. Zo was er bijvoorbeeld het wetsvoorstel rondom
digitaal vergaderen, of recenter het debat over ondersteuning in het
stemhokje. De gemene deler is het volgende. Op het oog is het allemaal
wetgeving waar je in essentie niet tegen kan zijn, want wie is er nu
tegen de optie om digitaal te vergaderen als dat nodig is? Wie is erop
tegen dat burgers ondersteuning kunnen krijgen bij het stemmen in het
stemhokje als ze die nodig hebben?
Voorzitter. Wie is er in hemelsnaam tegen het versterken van de
integriteit van lokale bestuurders? Waarschijnlijk niemand. Toch vraag
ik mij af voor welk probleem deze wet een effectieve oplossing is.
Hebben we hier te maken met symboolpolitiek? Wegen de vermeende
voordelen op tegen de nadelen? Denk bijvoorbeeld aan toenemende
bureaucratie, kosten en terughoudendheid bij kandidaat-bestuurders om
zich te kandideren. In zijn algemeenheid is JA21 voor minder uitgeven
door de overheid, minder regels en ook minder ambtenaren. We zullen dus
ook zorgvuldig moeten zijn over wat we wel of niet in de wet verankeren.
Uit onderzoek blijkt dat 96% van de gemeenten al een risicoanalyse
uitvoert. Wat is daar mis mee? Wat gaat daar mis?
Voorzitter. De fractie van JA21 verzoekt de minister om op deze vragen
nader in te gaan en met betere argumenten te komen dan in de memorie van
toelichting, want toe nu toe kunnen die mijn fractie nog niet
overtuigen. Het wetsvoorstel roept ook een aantal vragen op. Hoe
verhoudt de verplichting om een risicoanalyse uit te voeren zich tot de
kandidaat-bestuurders die al bestuurder zijn? Geldt deze verplichting
dan ook bij herbenoemingen, of kan er verwezen worden naar het bestaande
dossier? Voor de fractie van JA21 is het van groot belang dat in de
conclusies van de rapportage op geen enkele, maar dan ook op geen enkele
manier een standpunt of advies wordt gegeven over de benoembaarheid van
een kandidaat. Ik heb een aantal rapportages bekeken. Een gerenommeerd
landelijk bureau schreef in zijn conclusie: "Wij hebben geen feiten en
omstandigheden op het gebied van integriteit aangetroffen die een
beletsel vormen voor de benoeming van die kandidaat als wethouder van uw
gemeente." Mijn vraag aan de minister is simpel: acht hij een dergelijke
conclusie en zinsnede wenselijk en toegestaan met dit wetsvoorstel?
Bureaucraten en consultants mogen niet op de stoel gaan zitten van de
volksvertegenwoordiging. Kan de minister, aanvullend op de memorie van
toelichting, daar nader op ingaan?
Voorzitter. Op verschillende plekken in de memorie van toelichting stelt
de minister dat een van de beheersmaatregelen kan zijn dat de bestuurder
niet meer meeberaadslaagt en niet meestemt over bepaalde onderwerpen.
Voorziet de minister dat dergelijke beheersmaatregelen vaker gaan
voorkomen? Wat doet dit voor de vaak precaire politieke machtsbalans
binnen een college? Op het moment dat één collegelid niet mee mag
stemmen, verandert heel vaak de politieke machtsbalans in zo'n
gemeente.
In het wetsvoorstel wordt expliciet vermeld dat het niet aan de rechter
is om te treden in de gronden die ten grondslag liggen aan het wel of
niet benoemen van een kandidaat-bestuurder. Dat is natuurlijk logisch,
want dat is aan de gemeenteraad of de politiek. Het wetsvoorstel roept
nog wel de vraag op of de kandidaat-bestuurder naar de rechter kan
stappen als hij of zij het oneens is met de uitkomst of het proces van
een risicoanalyse en de daarbij behorende rapportage. Diegene mag
reageren, maar is een rechtsgang ook mogelijk?
Voorzitter. De fractie van JA21 zag in diverse integriteitsonderzoeken
ook een check bij het BKR, vanuit de gedachte dat schulden een
bestuurder kwetsbaar kunnen maken. Voor mijn fractie is dat een zware
ingreep in de privacy van de kandidaat-bestuurder. Kan de minister
aangeven of een check bij het BKR onder openbare informatie valt volgens
dit wetsvoorstel en in hoeverre dit wenselijk is?
Voorzitter. De fractie van JA21 is weinig enthousiast over dit
wetsvoorstel. Op één cruciaal punt proberen wij het wetsvoorstel beter
te maken. Ik doel daarmee op het ingediende amendement. Voor mijn
fractie geldt in algemene zin: zolang er geen direct gekozen
burgemeester is, zijn wij terughoudend in het beleggen van nieuwe taken
en verantwoordelijkheden bij burgemeesters en andere kroonbenoemde
bestuurders. Dat betekent dat wij altijd kijken of de lokale
volksvertegenwoordigers niet beter de nieuwe taken en
verantwoordelijkheden kunnen oppakken. Zij hebben immers het
democratisch mandaat en zijn het hoogste bestuursorgaan. Soms kan dat en
soms kan dat niet; dat besef ik. Maar we kijken er altijd in die
volgorde naar. Cruciaal voor de fractie van JA21 — dat is het debatje
met de heer Mohandis, natuurlijk — is dat wij de verplichte
risicoanalyse voor een kandidaat-bestuurder zien als onderdeel van het
benoemingsproces en het formatieproces. Het valt niet onder de reguliere
taken van de burgemeester, de bestuurlijke integriteit binnen de
gemeente conform artikel 170 van de Gemeentewet, maar het gaat hier echt
om een onderdeel van de formatie- en benoemingsprocedure. De
risicoanalyse is onderdeel van het proces. De minister erkent dit ook in
zijn memorie van toelichting. Zo stelt de minister in de memorie van
toelichting dat risicoanalyse "een onderdeel vormt van het
benoemingsproces" en dat deze wet "in het kader is van het
benoemingsproces". Het benoemen van de wethouders is voorbehouden aan de
gemeenteraad, zie ook artikel 35 van de Gemeentewet en soortgelijke
bepalingen als het gaat om provincies en waterschappen.
Het is voor mijn fractie niet wenselijk dat niet de
volksvertegenwoordiging maar een kroonbenoemde bestuurder de regie over
dit proces krijgt, zelfstandig kan onderzoeken en besluit welke
informatie wel en niet gedeeld kan worden met de
volksvertegenwoordiging. Het zet de burgemeester ook in een zeer
kwetsbare positie.
Voorzitter. Met dezelfde waarborg rond privacy en geheimhouding legt
mijn amendement deze verantwoordelijkheid over het proces waar die in
onze opvatting hoort, namelijk bij de rechtstreeks gekozen
volksvertegenwoordiging. Onze volksvertegenwoordigers hebben de ervaring
en procedures om hier zorgvuldig mee om te gaan. Denk aan de
vertrouwenscommissie bij het benoemen van een burgemeester.
Voorzitter. Kortom, de raad is het hoogste bestuursorgaan, heeft een
democratisch mandaat, gaat wettelijk over de benoeming van de wethouders
en heeft ervaring met vertrouwensprocedures. Wat JA21 betreft moet de
volksvertegenwoordiger dan ook de regie krijgen over het proces, terwijl
de uitvoering op afstand wordt gezet door de daartoe gespecialiseerde
externe bureaus. Dit was ook een opmerking richting collega Huizenga in
ons korte debatje.
Voorzitter, ik rond af. Er zijn ook enkele andere amendementen
ingediend. In algemene zin kunnen we deze volgen. Ik heb daar nog een
voorbeeld van genoemd, wat betreft de collega van PRO. Ze adresseren
voor mijn fractie niet de fundamentele kritiek en de twijfels over de
nut en noodzaak van dit wetsvoorstel.
Tot zover, voorzitter. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft een interruptie van meneer Mohandis.
De heer Mohandis (PRO):
Ik probeer echt goed te luisteren en te horen waarom het uit de handen
van de raad wordt geslagen als een burgemeester gewoon een check doet en
dat vervolgens voorlegt aan diezelfde gemeenteraad. Waar zit dat 'm dan
in? Waarom zou de raad dan niet eindbeslisser zijn en regievoerder op
het totale proces? Ik probeer dat even te snappen.
De heer Clemminck (JA21):
Er zit iets voor, namelijk het principe dat wij liever
verantwoordelijkheden leggen bij de democratische volksvertegenwoordiger
dan bij een ongekozen burgemeester. Dat zit natuurlijk een stap
daarvoor, maar los daarvan brengt het de burgemeester ook in een
kwetsbare positie. Het is uiteindelijk de burgemeester die de regie moet
voeren over het onderzoek of zelfs — in dit wetsvoorstel is dat zo —
zelf het onderzoek laat uitvoeren dan wel mandateert aan een ambtenaar.
De burgemeester bekijkt ook wat er uit het onderzoek komt en wat er in
een rapportage aan de raad gestuurd wordt. Er zit een filter op. Dat
brengt de burgemeester ook in een kwetsbare positie.
Ik had net een interruptiedebatje met een collega van D66. Excuus, ik
bedoel het CDA. Het was de eerste bijdrage, uiteraard. Die had het er
zelfs over dat de beheersmaatregelen gedefinieerd zouden worden door de
burgemeester. Ook dat brengt een burgemeester in een kwetsbare positie.
Ik ga kijken of wij dit op een andere manier kunnen organiseren. Ik heb
het liever bij de democratisch gekozen volksvertegenwoordiger. Ik heb
daar vertrouwen in, want zij bewijzen dat telkens opnieuw wat betreft de
kroonbenoemde bestuurders. Daar kunnen wij volgens mij in vertrouwen
deze verantwoordelijkheid neerleggen.
De heer Mohandis (PRO):
"De burgemeester in een kwetsbare positie brengen." Ik begrijp dat
gewoon echt niet. Dat zou pas zo zijn als de burgemeester op basis van
de opbrengst zegt: deze kandidaat zou ik niet doen en die wel. Dan heeft
u een punt, maar dat zegt het wetsvoorstel niet. Dan moet u toch even
uitleggen waarom het heel kwetsbaar zou zijn. Het andere argument dat u
gebruikt is wel interessant. U heeft liever dat een gekozen
volksvertegenwoordiger het doet dan een niet gekozen persoon. Ook dat is
niet correct. Alle burgers vertrouwen hun volksvertegenwoordigers. Die
krijgen het vertrouwen om goede dingen te doen. Ze krijgen dus ook het
vertrouwen om een burgemeester te benoemen. Dus om te doen alsof het
allemaal heel kwetsbaar wordt met dit wetsvoorstel, is niet helemaal
feitelijk.
De heer Clemminck (JA21):
Het is feitelijk dat in dit wetsvoorstel de burgemeester de regie voert
over het onderzoek. Het is een feit dat de burgemeester dit onderzoek
ook zelfstandig kan doen, ook al wordt dat niet aangeraden, maar de
optie heeft de burgemeester wel degelijk. Het is een feit dat de
burgemeester uiteindelijk geldt als filter tussen wat de opbrengst is
van het onderzoek en wat er naar de raad gaat. Het is ook een feit — als
het klopt wat de collega van het CDA zei — dat de burgemeester de
beheersmaatregelen definieert. De manier waarop je de beheersmaatregelen
definieert en welke dat zijn, is zeker van invloed op het politieke
debat dat uiteindelijk in de raad gevoerd wordt. In mijn ogen betekent
dit dat de burgemeester wel degelijk een belangrijke rol speelt in dit
proces en daarmee ook kwetsbaar wordt. Nogmaals, het is een proces waar
uiteindelijk de raad over gaat. Dat heb ik ook gezegd. Het is namelijk
een formatie- en benoemingsproces.
De voorzitter:
Afrondend en via de voorzitter.
De heer Mohandis (PRO):
De heer Clemminck zegt het zelf: uiteindelijk komt het altijd bij de
raad. Ik zou heel veel gemeenteraden niet onderschatten: zij pakken hun
rol en uiteindelijk beslissen zij wat ze doen met de informatie. Ik vind
nog steeds dat de raad in dit wetsvoorstel de eindbaas is en blijft, en
dat verandert niet.
De heer Clemminck (JA21):
Twee dingen. Eén. Ik vertrouw er zeker op dat de volksvertegenwoordigers
deze rol zullen spelen. De collega van PRO doet dat blijkbaar wat
minder. Twee is toch echt de manier waarop je informatie die uit
onderzoeken komt, wel of niet doorsluist naar de gemeenteraad, maar het
zit ook in de definitie, in het definiëren van de beheersmaatregelen:
welke doe je wel of niet en hoe definieer je het? Dat heeft wel degelijk
een politiek element in zich. Dat zal uiteindelijk ook een impact hebben
op de manier waarop de politiek, ja, de gemeenteraad, wel of niet
overgaat tot de benoeming van de kandidaat.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Collega Mohandis heeft al heel veel vragen gesteld. Ik voel een beetje
de zorg dat het niet allemaal democratisch is en over de kwetsbaarheid
van de burgemeester. U geeft zelf aan dat u eigenlijk een afvaardiging
van de raad het onderzoek, het proces, wilt laten begeleiden. Hoe kijkt
u dan aan tegen die kwetsbaarheid?
De voorzitter:
"Hoe kijkt de heer Clemminck aan tegen die kwetsbaarheid?"
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Hoe kijkt de heer Clemminck aan tegen die kwetsbaarheid? Dank u wel.
De heer Clemminck (JA21):
Ik heb liever — dat is natuurlijk het principiële punt; ik zal het niet
helemaal herhalen, voorzitter — dat de democratisch gekozen
volksvertegenwoordiger hierbij uiteindelijk de lead pakt. Laten we er
eerlijk over zijn: die kwetsbaarheid zit zowel in het voorstel van de
minister als in de manier waarop ik mijn amendement heb ingevuld. De
collega heeft daar ook gewoon ervaring mee. Tegelijkertijd heeft de
volksvertegenwoordiging bij kroonbenoemingen volgens mij al keer op keer
bewezen dat zij daarmee verantwoordelijk om kan gaan, ook met
geheimhouding en privacy. Waarom zouden zij die verantwoordelijkheid die
wij hun voor de kroonbenoemingen geven, een behoorlijk zware
verantwoordelijkheid die zij uitstekend uitvoeren, dan in dit geval niet
kunnen nemen?
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Fijn om te horen dat de heer Clemminck aangeeft dat de kroonbenoeming
goed en democratisch verloopt. Dat is fijn om te horen, maar ik zit nog
wel met het volgende. Die kroonbenoeming vindt u democratisch. Dat kan
de raad. De verantwoordelijkheid voor de integriteit ligt echter bij de
burgemeester. Nu haalt u de rollen, het politiek debat en hoeder van de
integriteit, door elkaar. Hoe kijkt u daartegen aan gelet op wat u net
heeft gezegd? Nee, wat "de heer Clemminck" net heeft gezegd! Net op
tijd.
De heer Clemminck (JA21):
Dit laat, denk ik, zien waarom het CDA niet zo voor een democratisch
gekozen burgemeester is. Deze procedure bij de kroonbenoeming is
namelijk helemaal niet democratisch — dat zei ik zeker niet — maar die
is wel zorgvuldig door de raad gevolgd. Die is niet democratisch, want
dan hadden we de inwoners van Nederland gevraagd om te kiezen. Dan komen
ze overigens vaak bij andere burgemeesters uit dan de burgemeesters die
er nu zitten. Zij doen dat echter op een zorgvuldige manier. Ze gaan
zorgvuldig om met de geheimhoudingsplicht en zij gaan zorgvuldig om met
eventuele privacyonderdelen. Dat bedoelde ik. Het is zeker niet
democratisch, maar zij bewijzen keer op keer dat ze dat heel goed
kunnen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Volgens mij heb ik nog geen antwoord op de vraag gekregen over de
scheiding tussen de rollen: de integriteit, die echt bij de burgemeester
ligt, en het politieke debat. Over de eindverantwoordelijkheid, wat
collega Mohandis ook aangaf, heb ik dus eigenlijk nog geen goed antwoord
van de heer Clemminck gehoord.
De heer Clemminck (JA21):
Excuus; dat klopt. Ik was het tweede deel van de vraag vergeten. Het is
ook een beetje een herhaling. Ik heb hier aangegeven, zowel in mijn
tekst als in het interruptiedebatje met de heer Mohandis, dat deze
risicoanalyse in mijn ogen onderdeel is van het formatie- en
benoemingsproces. Ik heb ook een aantal citaten uit de memorie van
toelichting van de minister gegeven. Het is geen onderdeel van de
reguliere taak, die de burgemeester inderdaad heeft als het gaat om het
bevorderen van de integriteit van het bestuur. Zie artikel 130 van de
Gemeentewet. Het is onderdeel van het benoemings- en formatieproces. Bij
het benoemings- en formatieproces zijn de onderhandelaars vanuit de
gemeenteraad in de lead. Omdat het binnen dit proces plaatsvindt, is het
dus logisch om dat bij de gemeenteraad neer te leggen.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Clemminck (JA21):
Ik was bij het einde gekomen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik in eerste termijn het woord aan mevrouw Schilder
van Groep Markuszower.
Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):
Voorzitter, dank u wel. Het vertrouwen in de overheid is laag. Een open
en eerlijke overheid is cruciaal om het vertrouwen te herwinnen. Het
staat voor DNA dan ook buiten kijf dat bestuurders integer moeten zijn.
Belangenverstrengeling, vriendjespolitiek en zelfverrijking horen
allemaal niet thuis in het openbaar bestuur. Met een risicoanalyse voor
het benoemen van bestuurders is op zich dan ook helemaal niks mis, maar
de risicoanalyse die we vandaag in een wet willen gieten, is helemaal
niet nieuw; die analyses vinden al jaren plaats. Uit onderzoek waar het
kabinet zelf naar verwijst, blijkt zelfs dat 96% van de ondervraagde
gemeentes al gebruikmaakt van een risicoanalyse. We bespreken vandaag
dus niet de invoering van een nieuw instrument. We bespreken de keuze
van het kabinet om een bestaande praktijk wettelijk vast te leggen en
verder te reguleren.
Voorzitter. Daar hebben wij moeite mee. Het kabinet zegt dat gemeentes
hun risicoanalyses nu op verschillende manieren uitvoeren. Ze gebruiken
verschillende toetsingskaders, verschillende bronnen, schakelen
verschillende uitvoerders in en gaan ook niet altijd hetzelfde om met de
uitkomsten. Maar verschillen zijn nog geen misstanden. We hebben het
kabinet daarom in de schriftelijke behandeling gevraagd of die
verschillen daadwerkelijk hebben geleid tot integriteitsrisico's. Het
kabinet kon ons niet vertellen of dat het geval is. Dat is nogal
wezenlijk. We hebben een instrument dat vrijwel overal al wordt
gebruikt, weliswaar niet op dezelfde manier, maar het is dus niet aan te
tonen dat deze verschillen tot concrete integriteitsproblemen hebben
geleid. Toch is de conclusie: wettelijk verplicht. Waarom? Waarom moet
Den Haag iets wat gemeentes zelf al vrijwel overal doen, alsnog
landelijk vastleggen in wetgeving?
Dat riekt naar een bekende Haagse reflex: zodra ergens de kleinste
verschillen bestaan, moeten er regels komen; alles moet worden
vastgelegd, geharmoniseerd en geprotocolleerd. Begrijp mij goed, wij
zijn niet tegen het instrument zelf. Wij vinden het zelfs heel
verstandig om voor de benoeming van een wethouder te kijken naar
nevenfuncties, financiële belangen of mogelijke belangenverstrengeling.
Maar dat gebeurt dus al. Daarom vraag ik de minister heel concreet: welk
probleem lost deze wet op dat niet binnen de bestaande praktijk kan
worden opgelost? Kan de minister concrete situaties noemen waarin het
ontbreken van deze wettelijke verplichting daadwerkelijk tot problemen
heeft geleid? Waarom zou juist deze wet die problemen hebben voorkomen?
Ik ben zeer benieuwd naar de reactie van de minister, want op dit moment
ben ik nog niet overtuigd van de noodzaak van deze wet.
Voorzitter. Als het kabinet deze bestaande praktijk dan toch wettelijk
wil regelen en er een Kamermeerderheid voor is, dan moet het kabinet dat
wat ons betreft ook goed doen. Dan komen we bij de rol van de
burgemeester. Het kabinet geeft de burgemeester in dit wetsvoorstel
uitdrukkelijk de wettelijke taak om toe te zien op de uitvoering van de
risicoanalyse, maar tegelijkertijd laat het kabinet de mogelijkheid open
dat de burgemeester zelf betrokken is bij de uitvoering hiervan. Dat
heeft dus als gevolg dat iemand toezicht kan houden op het onderzoek dat
hij zelf uitvoert. Als dit wetsvoorstel mede als doel heeft om de
integriteit en het vertrouwen in de overheid te vergroten, dan is dit
niet heel zuiver. Ook de Raad van State heeft hier nadrukkelijk voor
gewaarschuwd. De Afdeling stelt dat de burgemeester in een kwetsbare
positie kan komen wanneer hij zowel de risicoanalyse uitvoert als
toezicht houdt op de uitvoering daarvan. Daarom adviseerde de Raad van
State om toezicht en uitvoering van elkaar te scheiden.
Voorzitter. Het komt niet vaak voor, maar dit advies van de Raad van
State lijkt ons logisch. Je kunt niet zeggen dat wettelijke regels nodig
zijn om zorgvuldigheid en rechtszekerheid te garanderen, en vervolgens
zo'n dubbelrol in diezelfde wet laten bestaan. Daarom dien ik vandaag
een amendement in. Ons amendement regelt iets heel eenvoudigs: de
burgemeester kan blijven toezien op de uitvoering van de risicoanalyse,
maar mag de risicoanalyse waarop hij dat toezicht heeft, niet zelf
uitvoeren. Hetzelfde uitgangspunt geldt voor de andere bestuurslagen
waarop deze wet betrekking heeft. We schrijven daarbij niet bewust voor
wie die analyse dan wel moet uitvoeren, want dat kunnen decentrale
overheden prima zelf organiseren. We trekken alleen één heldere grens:
wie toezicht houdt, voert niet zelf uit. Ik wil de minister vragen
waarom hij het advies van de Raad van State op dit punt niet heeft
gevolgd. Wat is erop tegen om toezicht en uitvoering gewoon helder van
elkaar te scheiden?
Voorzitter, ik rond af. Wij zijn vóór integere bestuurders en we zijn
niet tegen risicoanalyses. Maar als iets al bestaat, en het werkt, dan
willen we wel weten wat de noodzaak is van een landelijke wettelijke
verplichting. Alleen een verschil in uitvoering is hierbij niet
voldoende. Mocht die wettelijke verplichting er dan toch komen, dan in
ieder geval integer en zorgvuldig, met een heldere scheiding van
verantwoordelijkheden. Ik hoop dan ook van harte op steun voor ons
amendement.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan meneer Bosma namens de PVV in de eerste
termijn. Gaat uw gang.
De heer Martin Bosma (PVV):
Voorzitter. Dit is een goedbedoeld doch dramatisch wetsvoorstel. Ik ben
het met de Wethoudersvereniging eens als die zegt dat de primaire
verantwoordelijkheid voor een zorgvuldige kandidaatstelling dient te
liggen bij de betreffende politieke partij die een kandidaat wil
voordragen, samen met de betreffende kandidaat. Dit wetsvoorstel is in
zekere zin dramatisch, omdat de rol van de burgemeester zo wordt
vastgelegd. De burgemeester in Nederland is ongekozen; niemand heeft op
een burgemeester gestemd. Het is een benoeming van de Kroon. Daarentegen
komen de wethouders in het college van B en W voort uit de gemeenteraad,
die wel een democratische legitimiteit kent. Nu krijgt die burgemeester
een extra machtsmiddel; er is sprake van selectie aan de poort. Ik
begrijp ook wel dat de raad het laatste woord heeft. Ik snap het
allemaal wel. Toch heeft de burgemeester, misschien niet volgens de
regels van de wet, maar in de praktijk wel, veel meer te zeggen. Die
burgemeester wordt een soort keizer Nero die de duim omhoog of omlaag
doet en zegt: "Jij bent integer." of "Jij bent het niet."
Ik weet ook wel dat de raad daar vervolgens een andere mening over kan
hebben, maar je zult maar dat stempel op je voorhoofd krijgen door een
burgemeester die tegen je zegt: alles leuk en aardig, en je bent
misschien een gekwalificeerde wethouder, maar je bent niet integer. Dat
is nogal wat om te zeggen. Waar baseert die burgemeester zich dan op, of
dat consultancybureautje dat dan wordt ingevlogen en dat heel objectief
te werk schijnt te gaan? Houd op. Er staat iets op de sociale media: o,
dat is nogal wat. Die burgemeester of zijn consultancybureautje gaat dus
kijken wat iemand op TikTok of Twitter heeft gezegd. Dat wordt nogal
wat. De burgemeester gaat ook contact leggen met BKR. Je oude schulden
worden je dus ook nog eens even voor de voeten geworpen.
Er klappert hier een deur. Ik dacht: na Overasselt moet je toch een
beetje opletten wat voor machinegeluiden je hoort.
Krijg je een cijfer voor je integriteit? Hoe moet dat werken? Dat wordt
allemaal gestandaardiseerd. Hoe integer ben je als je 35 jaar geleden
iets gedaan hebt dat niet door de beugel kon, maar ja,
vergevingsgezindheid is een van de kernwaarden van onze christelijke
beschaving? Dan zegt de minister: geen nood, want die burgemeester kan
ook een extern bureau inschakelen. O, ja, dan komt alles goed. We hebben
dus een extern bureau met consultants, met allemaal flapteksten en mooie
computerschema's, en die gaan dan de duimen omhoog of omlaag doen. Dat
wordt natuurlijk een wildgroei aan consultancybureautjes, die allemaal
zeggen: dat kunnen we goed doen allemaal. Nou, we hebben in het hele
MeTooverhaal gezien dat die bureautjes het ook niet allemaal bij het
rechte eind hebben en dat die mensen soms beschuldigen van dingen die op
z'n minst onduidelijk zijn. We hebben allerlei affaires gezien van
mensen die in organisaties verweten werd een schrikbewind te voeren.
Vervolgens werden die daar afgezet. Vervolgens ging zo'n persoon naar de
rechter en werd die door de rechter in het gelijk gesteld. Googel even:
Fotomuseum. Dat gaat die burgemeester zich dus allemaal op de hals
halen.
Wordt zo'n oordeel, waar nog steeds de handtekening van de burgemeester
onder staat, openbaar gemaakt? Het is nogal wat als je te horen krijgt
dat je niet integer bent. Je wordt benoemd tot wethouder. Je bestelt de
bloemen, maakt je klaar voor de beëdiging en haalt je moeder uit het
bejaardentehuis. Je moeder zegt: nou, je was een heel vervelende puber,
maar het is toch nog goed met je gekomen, want je bent nu maar mooi
wethouder geworden. Vervolgens krijg je van de burgemeester te horen: je
bent niet integer. Nou, ik zou het wel weten: ik zou ervoor zorgen dat
die burgemeester dan een gruwelijk proces aan zijn broek krijgt. Hoe
denkt de minister daarover? Want het is nogal wat: de burgemeester zegt
dat je niet integer bent en komt met een hele waslijst aan dingen die je
misschien verkeerd hebt gedaan. Het is nogal wat dat je een burgemeester
in zo'n positie plaatst. Die burgemeester wordt dus gewoon de hoeder van
goed of kwaad.
En dit is niet volgens de regels, maar kan in de praktijk wel gebeuren:
wat nou als die beoogde wethouder door de analyse komt en het stempeltje
"hij of zij is integer" krijgt en er na een jaar of wat later blijkt dat
er toch iets gebeurd is in het verleden wat die burgemeester niet kon
weten, en dat consultancybureautje ook niet? Of stel dat die wethouder
na zijn beëdiging toch iets is gaan doen wat niet integer is. Dat
straalt dan af op de burgemeester, want dan wordt er toch gezegd: hé
vriend, je had toch gezegd dat hij integer is en nu doet hij dingen die
niet door de beugel kunnen. Dus die burgemeester wordt in een
onmogelijke positie gesteld. Dat is nogal wat. Dat ondergraaft de
positie van de burgemeester.
Voorzitter. Dan lezen we iets over effecten. Er wordt ook in de wet
gezet dat een wethouder geen effecten heeft die een negatieve relatie
kunnen hebben tot diens functioneren. Dat vind ik interessant. Om wat
voor effecten gaat dat dan? Je zult maar een GroenLinksburgemeester
hebben die zegt: het is toch wel problematisch, want ik zie hier dat je
aandelen Shell hebt; dat kan helemaal niet. Dat is dan een minpuntje op
je integriteit. Of mag je bijvoorbeeld aandelen in de wapenindustrie
hebben? Voor heel veel linkse mensen zijn de Verenigde Staten nu een
soort evil empire geworden. Stel dat je veel aandelen hebt in de
Verenigde Staten of in het bedrijf van meneer Musk. Stel dat je aandelen
hebt in KLM. De linkse mensen hadden de afgelopen jaren vliegschaamte.
Daar zijn ze inmiddels overheen gegroeid, maar het kan je zomaar voor de
voeten geworpen worden dat je aandelen KLM hebt gehad.
Voorzitter. Het klinkt allemaal leuk en heel stoer, maar de burgemeester
wordt in een onmogelijk positie gebracht. Ik weet niet of de ongekozen
burgemeester daarvoor gemaakt is, des te meer omdat die burgemeester
daarmee ook politiek kan bedrijven. Dan kunnen we allemaal zeggen dat de
burgemeester daar niet voor is, dat die dat neutraal moet doen en dat
die dat ontvangt van een consultancybureautje, maar een burgemeester is
ook een politiek wezen met een politieke achtergrond.
Voorzitter. Waar komen die burgemeesters vandaan? Dat is een hele goede
vraag. Op het ogenblik stemt een derde van de Nederlandse bevolking op
een partij rechts van de VVD. Dat zijn de mensen in die twee
taartpunten, aan de rechterzijde van de zaal. Maar die twee taartpunten
hebben dus nul burgemeesters. Nou ja, dat is niet helemaal waar. Er is
een tijdelijke BBB-burgemeester. Dat burgemeesterskorps is dus een zeer
slechte afspiegeling van de Nederlandse bevolking. 26% van de
burgemeesters is een CDA'er. Slechts 11% stemt op het CDA, en dan doen
ze het nog relatief goed. Stel dat er wel een burgemeester uit die twee
taartpunten komt, uit die 50 à 60 zetels. Gaat die burgemeester dat dan
allemaal objectief doen? Ik weet het niet. Heel veel burgemeesters zijn
zeer politiek bezig. Kijk naar de burgemeesters van Amsterdam en
Utrecht. Die doen zeer politieke uitspraken. En dan komt er een
PVV-wethouder. Gaat die burgemeester, die eerst heeft gezegd dat PVV'ers
extreemrechts en populisten zijn en die behoort tot een politieke partij
die suggereert dat ze fascisten zijn, dat nou echt doen? Nou, dat lijkt
me een mooie kans om zo'n PVV-wethouder te slopen. Dat krijg je als je
geen gekozen burgemeester hebt in Nederland. Dan roep je dat soort
vragen op.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Bosma. Tot slot in de eerste termijn is het woord aan
meneer Meulenkamp namens de VVD.
De heer Mohandis (PRO):
Misschien moet dit in de tweede termijn, maar ik wil een amendement
intrekken, omdat er zojuist een nieuw amendement is rondgestuurd. Of
doen we dat later, voorzitter?
De voorzitter:
Het is een vervangend amendement, neem ik aan.
De heer Mohandis (PRO):
Dus daarmee vervalt ie?
De voorzitter:
Ja.
De heer Mohandis (PRO):
Oké, check. Dan vervalt bij dezen het amendement-Mohandis op stuk nr.
11.
De voorzitter:
Dat doet de onvolprezen Griffie automatisch ter vervanging.
De heer Mohandis (PRO):
Fantastisch.
De voorzitter:
Het woord is aan meneer Meulenkamp.
De heer Meulenkamp (VVD):
Dank u wel, voorzitter. De VVD is positief over dit wetsvoorstel.
Integriteit van bestuurders is cruciaal voor het vertrouwen dat mensen
in onze overheid hebben. Het is daarom goed dat er meer eenheid en
duidelijkheid komt in de manier waarop risicoanalyses worden uitgevoerd.
Dat is niet alleen belangrijk voor het vertrouwen in het bestuur, maar
ook voor de rechtszekerheid van de kandidaat-bestuurder zelf. De VVD
heeft nog een aantal vragen aan de minister.
Allereerst over de rol van de burgemeester; daar is het al een aantal
keer over gegaan. De burgemeester houdt toezicht op de risicoanalyse,
maar is ook betrokken bij de uitvoering daarvan. Het is niet uitgesloten
dat de burgemeester de feitelijke uitvoering zelf doet. Wij vragen ons
af — die vraag is al eerder gesteld — of het niet beter is om die rollen
duidelijker van elkaar te scheiden. Waarom is er niet voor gekozen om
wettelijk vast te leggen dat de burgemeester niet zelf verantwoordelijk
kan zijn voor de feitelijke uitvoering van de analyse?
Daarnaast heb ik een vraag over de aanvullende lokale
integriteitsnormen.
De voorzitter:
Maar niet voordat meneer Bosma nog een interruptie plaatst. Gaat uw
gang.
De heer Martin Bosma (PVV):
De burgemeester zou dat niet zelf moeten doen, bepleit de VVD. Begrijp
ik daaruit dat de VVD enorm veel vertrouwen heeft in die
consultancybureautjes? Die moeten het dan gaan doen. Er worden dan dus
onderzoeksbureaus ingehuurd en die gaan dan duimen omhoog of omlaag
doen. Heeft de VVD daar wel vertrouwen in?
De heer Meulenkamp (VVD):
Uiteindelijk is het aan gemeenten zelf om te kiezen wie dan de
risicoanalyse gaat doen. Ik weet vanuit mijn eigen ervaring als
wethouder dat de gemeente gewoon een ambtenaar aanwees die die analyse
deed; de burgemeester zag daarop toe. Het is dus aan de gemeenten zelf
om te kijken of ze het in huis laten uitvoeren of dat ze een
consultancybureau inschakelen. Die vrijheid ligt bij de gemeenten.
De heer Martin Bosma (PVV):
Rondom MeToo hebben we gezien dat een aantal van die
consultancybureautjes de plank enorm hebben misgeslagen. Ze zeiden: hij
heeft wel aan iemand gezeten en heeft zes relaties tegelijkertijd gehad.
Dat bleek soms niet te kloppen. Je wordt wel voor de leeuwen gegooid.
Dan kun je als gemeente een beetje je handen in onschuld wassen en
zeggen: het was het consultancybureautje. Gelooft de VVD erin dat die
consultancybureautjes als het ware wel de waarheid in pacht hebben? Er
wordt namelijk nogal een verantwoordelijkheid bij hen geparkeerd.
De heer Meulenkamp (VVD):
Wie heeft de waarheid in pacht? Dat is natuurlijk altijd een vraag. Voor
mij ligt de verantwoordelijkheid om erop toe te zien dat de
risicoanalyse goed wordt uitgevoerd bij de burgemeester. Het is de
verantwoordelijkheid van de burgemeester; daarom wordt die daar ook
neergelegd. Maar wij vragen ons wel af: moet de burgemeester feitelijk
ook zelf die analyse uitvoeren, of kunnen we dat scheiden? Die vraag leg
ik dus neer bij de minister.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Meulenkamp (VVD):
Dan nog een vraag over de aanvullende lokale integriteitsnormen. Waarom
is ervoor gekozen om gemeenten de ruimte te geven om eigen aanvullende
normen te hanteren? De VVD vraagt zich af of duidelijke en uniforme
normen niet beter waren geweest, zodat er geen verschillen ontstaan
tussen de verschillende gemeenten. Zou het niet wenselijker zijn om
hierin één landelijke lijn te hanteren? Die vraag zou ik ook graag
beantwoord willen zien door de minister.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors tot 11.40 uur. Ik denk dat we daarna de hele
eerste termijn van het kabinet afronden. De lunchschorsing zal dan, denk
ik, voor de tweede termijn van de Kamer plaatsvinden.
De vergadering wordt van 11.15 uur tot 11.40 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de voortzetting van de
behandeling van de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal
bestuur tweede tranche.
Ik geef het woord aan de minister voor zijn eerste termijn namens de
regering.
Minister Heerma:
Voorzitter. De minister moet ook weer wennen aan hier staan na het
zomerreces. We beginnen de week op wetgevingswoensdag dus gelijk goed
met een wetsvoorstel en een analyse van de heer Clemminck over andere
wetsvoorstellen, die we voor de zomer behandeld hebben. Ik moet zeggen
dat ik bij die analyse de neiging had om die wetsvoorstellen hier ook
weer te gaan bespreken, maar ik zie de voorzitter al heel streng
kijken.
De voorzitter:
Neenee, dat gaan we niet doen!
Minister Heerma:
Dat gaat de voorzitter vanwege de orde niet toestaan. Helaas; we zullen
dat op een ander moment moeten doen.
Voorzitter. We spreken vandaag over de tweede tranche van het
wetsvoorstel Wet bevorderen integriteit en functioneren van decentraal
bestuur. Ik wil uw Kamer graag danken voor het agenderen van dit
wetsvoorstel en voor het feit dat we hier op de eerste woensdag na het
zomerreces staan. We hebben het over wetgeving voor provincies,
gemeenten, waterschappen en de BES-eilanden. Voor de helderheid zal ik
in dit debat vooral spreken over burgemeesters en wethouders. Dat hebben
de Kamerleden ook gedaan. Alleen, het betreft ze wel allemaal. Het wordt
alleen een veel langer debat als we dat elke keer moeten gaan
benadrukken. Het heeft dus ook effect op betreffende functionarissen bij
andere decentrale overheden.
Het doel van dit wetsvoorstel is om bouwstenen te geven om de
integriteit van het lokaal bestuur verder te versterken. Dat is door
diverse sprekers hier in de Kamer ook benadrukt. Daarmee kom ik ook
meteen bij het belang en de noodzaak van het wetsvoorstel. Daar is het
meest expliciet door JA21 en Groep Markuszower naar gevraagd, door de
leden Clemminck en Schilder. De integriteit van bestuurders is een
belangrijke randvoorwaarde voor het vertrouwen van inwoners in het
openbaar bestuur en de legitimiteit van het bestuur. Daarmee is het ook
een belangrijke bouwsteen in onze weerbare democratische rechtsstaat.
Onze bestuurders zijn belangrijke dragers van de onderliggende waarden
van de democratische rechtsstaat. Zij dienen van onbesproken gedrag te
zijn. Uiteraard is integriteit meer dan je houden aan wettelijke normen.
Dat is ook heel duidelijk door zeker de eerste paar sprekers aangegeven.
Het is ook een grondhouding. Elke bestuurder dient ervan doordrongen te
zijn dat die het algemeen belang behartigt en niet het persoonlijk
belang.
De verplichte risicoanalyse vormt de kern van dit tweede wetsvoorstel,
dat we vandaag bespreken, dus die tweede tranche. Terecht heeft uw Kamer
— dit wetsvoorstel kent een voorgeschiedenis — bij meerderheid gevraagd
om dit instrument wettelijk te verankeren. Bij de bespreking van de
eerste tranche van dit wetsvoorstel is dat destijds via een nota van
wijziging toegevoegd. Daar was de Raad van State, door de onbepaaldheid,
toen heel kritisch over. Daarom is het er toen uit gehaald. Het vervolg
op de motie-Van der Graaf c.s. die vroeg om dit te doen, ligt daarom nu
in een apart wettelijk voorstel. Een groot deel van de Kamer spreekt
hier uit daar nog steeds groot voorstander van te zijn.
Dit wetsvoorstel helpt decentrale bestuurders om integer te handelen.
Het heeft namelijk als primair doel om het goede gesprek te bevorderen
en eventuele integriteitsrisico's en kwetsbaarheden van de kandidaat
tijdig in beeld te brengen. Daarmee wordt het integriteitsbewustzijn van
de kandidaat versterkt en kunnen waar nodig beheersmaatregelen worden
genomen om risico's te beheersen. Het is dus een voorzorgsmaatregel om
te voorkomen dat democratische erosie van binnenuit optreedt. Daarmee
zie ik dit wetsvoorstel ook als een onderdeel van een aanpak. Diverse
woordvoerders in de Kamer, zeker van D66 en VVD, verwezen daar ook naar;
het is geen eindpunt van dit gesprek. De waarde van de risicoanalyse
wordt ook bevestigd door de staande praktijk. 96% van de gemeenten werkt
hier al aan mee. De heer Mohandis gaf ook aan dat het wetsvoorstel
daarmee een codificering is van een in overgrote meerderheid al staande
praktijk. Dat is overigens vaak ook juist een goede legitimatie voor
wetgeving. Dit wetsvoorstel uniformeert de aanpak waarop de
risicoanalyse plaatsvindt. Het geeft bijvoorbeeld duidelijkheid over de
reikwijdte van de risicoanalyse. Wie is verantwoordelijk en welke
informatie is openbaar of juist niet? Daarmee wordt er wettelijk een
balans getroffen tussen de openbare belangen en het belang van de
bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Als je dat niet doet,
kunnen er in de praktijk juist risico's ontstaan. Sommige woordvoerders
wijzen erop dat dit risico volgt uit het wetsvoorstel. Ik zou willen
redeneren dat het omgekeerde eerder waar is. Dit soort vragen is van
belang, maar de bescherming van de persoonlijke levenssfeer wordt groter
als je dit uniformeert en borgt waar het wel en niet over gaat.
Daarnaast borgt de regeling dat de risicoanalyse plaatsvindt bij al het
decentrale bestuur, in plaats van bij 96% van het lokaal bestuur. Bij
alle decentrale overheden is het versterken van bestuurlijke integriteit
waardevol.
Voordat ik bij de beantwoording van de gestelde vragen kom, wil ik
benadrukken dat dit wetsvoorstel onderdeel is van een bredere
beleidsinzet. Diverse woordvoerders hebben daar ook naar gevraagd. Deze
is gericht op het bevorderen van de integriteit van het decentraal
bestuur. Deze beleidsinzet is enerzijds gericht op het helpen voorkomen
van integriteitskwesties. Denk daarbij aan het bijstaan van gemeentes,
provincies, eilandbesturen en waterschappen met kennis en met expertise
op dit gebied. Volgens mij is daar in dit kader ook al een motie over
aangekondigd in tweede termijn door de spreker namens D66.
Anderzijds moet worden erkend dat niet alles aan de voorkant kan worden
voorkomen. Er zullen in de praktijk altijd integriteitsincidenten
plaatsvinden en kunnen plaatsvinden. Ook dan moet er voldoende
handelingsperspectief zijn voor lokale besturen om daarmee om te gaan.
In dat kader ben ik bezig om te bezien op welke wijze de kwaliteit van
integriteitsonderzoeken naar politieke ambtsdragers bij een incident kan
worden verbeterd.
Daarmee kom ik tot een afronding van mijn inleidende woorden en ga ik
over naar de beantwoording van de gestelde vragen. Dat wil ik doen aan
de hand van een aantal blokjes. Ik begin met het onderwerp waarover de
meeste vragen zijn gesteld, te weten de rol van de burgemeester.
Vervolgens kom ik bij de reikwijdte van de wet, dan de randvoorwaarden
en ten slotte een kort blokje varia.
Ik ga dus allereerst in op de rol van de burgemeesters en de overige
kroonbenoemde bestuurders bij de uitvoering van de risicoanalyse. Onder
andere D66, CDA en Groep Markuszower hebben hierover vragen gesteld. Het
wetsvoorstel regelt dat de kroonbenoemde bestuurder toeziet op de
uitvoering van de risicoanalyse. Dat past goed bij hun taak om de
bestuurlijke integriteit te bevorderen en hun neutrale rol binnen het
bestuur. Gelet op die rol is de burgemeester bij uitstek in staat om de
verantwoordelijkheid te dragen voor dit proces. Daarmee is de
burgemeester niet verantwoordelijk voor de uitkomsten van de
risicoanalyse. De burgemeester ziet er wel op toe dat de risicoanalyse
voldoende degelijk wordt uitgevoerd.
Ik hecht eraan dat deze verantwoordelijkheid ook bij de burgemeester
blijft liggen. De wens die door sommige partijen in dit debat is geuit
om de verantwoordelijkheid bij de lokale volksvertegenwoordiging te
leggen heb ik gehoord, maar tegen die variant heb ik grote bezwaren.
Uiteraard blijft de politieke afweging of een kandidaat-wethouder wel of
niet benoemd wordt, altijd bij de raad liggen, zoals ook passend is in
de lokale democratie. Er is echter heel bewust voor gekozen om de
toetsing van het proces van de risicoanalyse te scheiden van de
politieke afweging over de benoeming. Daarmee houd je dit proces ook
buiten het politieke krachtenveld. Daarover ging ook het
interruptiedebat tussen de heer Clemminck en de heer Mohandis in de
eerste termijn.
Als ik kijk naar de huidige praktijk, dan verwacht ik dat de
kroonbenoemde bestuurder de daadwerkelijke uitvoering meestal belegt bij
een andere partij, zoals een adviesbureau, een advocatenkantoor of een
commissie. Dat zie je dus ook in de bestaande praktijk. De betrokkene
zelf vervult een meer procedurele rol en is dus geen toezichthouder,
maar ziet toe op het proces. In de rol van de burgemeester gaat het
vaker zo: toezien op.
Ik heb het volste vertrouwen in het vermogen van deze bestuurders om te
zorgen voor een goede uitvoering van de risicoanalyse.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra van het CDA en ook de heer Clemminck vroegen:
is er een logisch moment voor een terugkerend integriteitsmoment, ook
gedurende een periode? Aandacht voor integriteitsrisico's stopt
natuurlijk niet na het aantreden en de risicoanalyse, maar is juist ook
tijdens de uitoefening van het ambt van belang. Het is dan ook staande
praktijk dat de burgemeester tijdens de uitoefening van het ambt het
onderwerp integriteit periodiek agendeert en bespreekt, zowel in het
college als een-op-een met wethouders. Deze staande praktijk zal ik ook
van harte aanbevelen. In de handreiking over de uitvoering van de
risicoanalyse die eraan komt, zal ik hiertoe nog eens expliciet
oproepen. De eventuele beheersmaatregelen en andere relevante uitkomsten
van de risicoanalyse kunnen hierbij worden gebruikt. Er is ook gevraagd
naar het opnieuw invoeren van een risicoanalyse bij herbenoeming. Dat
was de vraag van de heer Clemminck. Dat zal om de reden die ik net
noemde inderdaad gebeuren.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra vroeg: wat nou als de raad het naast zich
neerlegt? Dit is de kern waar de heer Clemminck aan de andere kant
duidelijk op wees. Uiteindelijk ligt de verantwoordelijkheid voor de
integriteit van de wethouder primair bij de betrokkene zelf. De
burgemeester is verantwoordelijk voor het proces van de risicoanalyse,
maar niet voor de uitkomst hiervan en zeker niet voor de politieke
beslissing die de raad uiteindelijk neemt. Ik vind het ook niet
wenselijk dat een burgemeester hierover zou beslissen, al begrijp ik dat
dat soms lastig kan zijn — daar wees de CDA-fractie op — maar dit is wel
hoe het geregeld is.
De burgemeester kan wel een belangrijke rol spelen bij het mitigeren van
eventuele kwetsbaarheden van een wethouder, bijvoorbeeld door het
onderwerp integriteit regelmatig te agenderen binnen het college en
hierover aparte gesprekken te voeren met een wethouder. Overigens ligt
het niet voor de hand dat de raad voorgestelde aanbevelingen of
beheersmaatregelen naast zich neerlegt. Wanneer de raad een kandidaat
tot wethouder benoemt, kunnen beheersmaatregelen juist helpen om de
kwetsbaarheid van een wethouder voor integriteitskwesties te
verminderen.
Welke handelingsmogelijkheden heeft een burgemeester wanneer de raad het
toch terzijde zou schuiven? De burgemeester heeft op grond van de
Gemeentewet de taak de integriteit van het gemeentebestuur te
bevorderen. Daar past de taak om toe te zien op de uitvoering van de
risicoanalyse goed bij. Deze taken van de burgemeester op het gebied van
integriteit gaan niet gepaard met formele bevoegdheden. Dat past ook
niet in de verhouding van de burgemeester ten opzichte van de raad als
volksvertegenwoordiging en het college waarvan de wethouders worden
benoemd door de volksvertegenwoordiging.
In concrete gevallen kan de burgemeester een beroep doen op de
commissaris van de Koning. Deze kan adviseren en bemiddelen in die
specifieke gevallen waarin de integriteit van het gemeentebestuur in het
geding is. In zeer uitzonderlijke gevallen kan een burgemeester een
beslissing die naar zijn oordeel voor vernietiging in aanmerking komt,
aandragen voor vernietiging door de Kroon. Maar dit betreft echt zeer
uitzonderlijke gevallen waarin het genomen besluit duidelijk in strijd
is met het recht.
De heer Martin Bosma (PVV):
De minister heeft honderd procent gelijk. In formele zin heeft hij
helemaal gelijk als hij zegt "de raad heeft het laatste woord" en "de
raad is in charge" et cetera. Maar als je nou gewoon dat stempel "jij
bent niet integer" op je voorhoofd krijgt, onder verantwoordelijkheid
van die burgemeester, dan is het wel leuk en aardig dat die raad daar
nog iets van kan vinden, maar je bent politiek gezien gewoon dood. Je
bent gewoon dood en begraven. Je bent weg, want je moet de rest van je
carrière rondlopen met het stempel dat je niet integer bent. Dan speelt
die burgemeester — nogmaals, niet volgens de regels, maar in de praktijk
wel — toch een enorme rol in dat benoemingsproces? Dat staat toch haaks
op de Gemeentewet, waarin staat dat de burgemeester niets te zeggen
heeft over de samenstelling van het college van B en W?
Minister Heerma:
Ik denk dat ik het op twee vrij fundamentele punten oneens ben met de
analyse van de heer Bosma. Ten eerste maakt dit wetsvoorstel de rol van
de burgemeester echt niet zo groot als de heer Bosma doet voorkomen door
het hier te hebben over keizer Nero en een duim omhoog of omlaag. Dat
doet dit wetsvoorstel echt niet. Daarnaast geldt, als we het specifiek
hebben over de analyse die gemaakt wordt, dat de risicoanalyse geen
oordeel ís en ook geen oordeel geeft over of iemand integer is. Dat is
waar de heer Bosma zijn eerste termijn voor een heel groot deel op
baseerde. Wat het wel doet, is specifieke risico's in kaart brengen dat
bepaalde normen rondom bestuurlijke integriteit in het geding zouden
kunnen komen. Het geeft ook de kans om daarover aan de voorkant het
gesprek te voeren en zo nodig beheersmaatregelen te treffen. Het is niet
zo dat het een enorme verschuiving is en dat de burgemeester ineens heel
veel macht erbij krijgt, en het is al helemaal niet zo dat er een duim
omhoog of een duim omlaag komt over of iemand integer is of niet. Dat is
niet wat dit wetsvoorstel doet.
De heer Martin Bosma (PVV):
Ook daarin heeft de minister weer honderd procent gelijk, formeel, maar
in de praktijk wordt het onderzoek uitgevoerd onder verantwoordelijkheid
van de burgemeester. Sterker nog, hij kan, als hij dat wil, dat zelf
gaan doen of hij kan een bevriend consultancybureautje inschakelen dat
op een bepaalde uitkomst uitkomt. Formeel is het dus zo dat de raad daar
altijd nog over gaat, en de raad dit en de raad dat. Maar in de praktijk
heeft de burgemeester een hele grote rol, want al gaat het over een
risicoanalyse, als wethouder krijg je een stempel op je voorhoofd: je
bent integer of je bent het niet. Dat kan dit wetsvoorstel misschien
niet beogen, maar in ieder geval in de publiciteit, en dat is toch ook
een waarde in de politiek, word je gebrandmerkt met zo'n oordeel.
Minister Heerma:
Ik legde net uit in mijn beantwoording dat dit wetsvoorstel dat niet
doet. De heer Bosma geeft in zijn reactie daarop aan dat het formeel ook
niet zo is en doet dan suggesties dat er dingen zullen gebeuren die in
de praktijk bij die 96% nu ook niet het geval zijn. Dit wetsvoorstel
regelt niet dat een burgemeester de bevoegdheid krijgt om als een keizer
Nero een duim omhoog of een duim omlaag te doen. Dat was de suggestie
die de heer Bosma deed en dat is gewoon niet zo.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Martin Bosma (PVV):
Dat is wel zo, want de burgemeester kan gewoon op eigen titel zelf dat
onderzoek uitvoeren. Dan kun je zeggen: ja, het gaat alleen maar over
een risicoanalyse; er wordt even gecheckt bij het BKR; er wordt gekeken
op zijn TikTokaccount en of hij gekke dingen op Twitter heeft
geschreven. At the end of the day zal dat altijd geïnterpreteerd worden
als een integriteitsonderzoek. Als dat negatief voor je uitvalt, dan ben
je de pisang en kun je het shaken. Dan moet je een andere baan zoeken en
ben je voor de rest van je leven gebrandmerkt.
Minister Heerma:
Ik ga nogmaals zeggen dat de risicoanalyse niet ziet op wat de heer
Bosma hier zegt. Hij haalt daarnaast een aantal onderwerpen aan waar
vragen over gesteld zijn. Daar zal ik zo direct los op terugkomen,
anders wordt het een beetje een rommeltje.
De heer Clemminck (JA21):
Ik ben toch wel benieuwd wie uiteindelijk, in de ogen van de minister,
de beheersmaatregelen schrijft die naar de raad gaan.
Minister Heerma:
Ik kom zo in dit blokje op de beantwoording van de vragen die gesteld
zijn.
De voorzitter:
U vervolgt.
Minister Heerma:
Ik was bij de vraag van de CDA-fractie over het handelingsperspectief
van de burgemeester. De burgemeester heeft op grond van de Gemeentewet
de taak om de integriteit van het gemeentebestuur te bevorderen. Daar
past deze taak goed bij. Deze taken van de burgemeester op het gebied
van integriteit gaan dus niet gepaard met formele bevoegdheden, zoals ik
net ook zei vlak voordat de interrupties begonnen. Dat past ook niet bij
de verhoudingen, waarbij de raad als volksvertegenwoordiging het college
en de wethouders benoemt. In concrete, uitzonderlijke gevallen kan de
burgemeester een beroep doen op de commissaris van de Koning, zoals ik
zojuist zei.
Kan de minister bevestigen dat een zittende burgemeester de rapportage
van de risicoanalyse mag delen met een ambtsopvolger bij een
burgemeesterswissel? Deze vraag kwam volgens mij voort uit de vragen die
in de nota naar aanleiding van het verslag voor de CDA-fractie niet
duidelijk genoeg zijn beantwoord. Ik wil graag bevestigen, want daar was
volgens mij twijfel over, dat een zittende burgemeester de rapportage
van de risicoanalyse mag delen met een ambtsopvolger. Omdat het hier
gaat om de verwerking van persoonsgegevens, moet volgens de AVG sprake
zijn van een noodzaak hiertoe. Vanuit de taak van de burgemeester om
bestuurlijke integriteit te bevorderen is die noodzaak er voor de
ambtsopvolger, maar daarbij wil ik wel nuanceren dat de burgemeester ten
tijde van de uitvoering van de risicoanalyse mogelijk persoonsgegevens
krijgt waarvan uit nader onderzoek blijkt dat die niet relevant zijn. Ik
voorzie niet dat er dan een goede reden is om de ambtsopvolger toegang
te geven tot die informatie. Dat was wat ik bedoelde in de schriftelijke
beantwoording.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Ik moet het even helder krijgen, want de minister zegt dat de opvolger
in principe de informatie krijgt, maar het is mij niet helemaal
duidelijk in welke situatie dan niet.
Minister Heerma:
Volgens de AVG moet er sprake zijn van een noodzaak. Die kan er zijn,
maar het is ook zo dat er bij de risicoanalyse persoonsgegevens kunnen
langskomen waarvan gebleken is dat die niet relevant zijn. Dan is er
geen noodzaak toe.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Dus de minister zegt: de relevante gegevens met betrekking tot het
integriteitsrisico mogen te allen tijde gedeeld worden met de
ambtsopvolger?
Minister Heerma:
Ja.
Vindt de minister het acceptabel als gemeenten er toch voor kiezen om de
volledige uitvoering van de risicoanalyse bij de burgemeester neer te
leggen? Dit is op verschillende manieren door verschillende fracties
gevraagd in dit debat. De wet sluit het niet uit, maar het ligt absoluut
niet voor de hand dat de burgemeester de risicoanalyse volledig
zelfstandig uitvoert. Als de burgemeester ervoor kiest om de uitvoering
niet uit te besteden aan een extern bureau of een onafhankelijke
commissie, ligt het voor de hand dat de feitelijke uitvoering ten minste
gedeeltelijk aan ambtenaren wordt gemandateerd. Het is bijvoorbeeld
denkbaar dat de burgemeester het goede gesprek met de kandidaat wel zelf
voert. In de handreiking voor decentrale overheden waar ik het net al
over had, die er dus voor het einde van het jaar aan komt, zal ik dit
heel duidelijk aangeven. Ik ben dus ook niet bang dat er op dit punt
grote verschillen gaan ontstaan tussen gemeenten. Dit raakt overigens
ook aan een van de amendementen; daar kom ik zo bij de beoordeling van
de amendementen op terug. Ik probeer de amendementen al zo veel mogelijk
in mijn eerste termijn in de juiste blokjes te doen. Dat is soms even
kiezen, dus daarbij zou ik enige clementie van uw kant waarderen.
Wat is erop tegen om toezicht en uitvoering bij de risicoanalyse te
scheiden, en waarom is het advies van de Raad van State niet gevolgd?
Dit was een expliciete vraag van mevrouw Schilder van … Ik moet Groep
Markuszower zeggen, geloof ik, maar zij spreekt zelf over DNA. De
burgemeester is het meest passende bestuursorgaan om de
verantwoordelijkheid voor de risicoanalyse bij te beleggen, vanwege zijn
rol om de bestuurlijke integriteit te bevorderen. Ik heb er het volste
vertrouwen in dat hij of zij bij uitstek in staat is om vanuit die
onafhankelijke rol hier zorgvuldig zorg voor te dragen. De burgemeester
hoeft er alleen op toe te zien dat er een risicoanalyse wordt gedaan; de
uitvoering van de risicoanalyse kan de burgemeester beleggen bij een
andere partij. Dit sluit ook aan bij de praktijk zoals die er nu al is,
net als andere bevoegdheden van de burgemeester. Daarmee is de scheiding
tussen toezicht en de uitvoering van de risicoanalyse goed
geborgd.
De heer Meulenkamp van de VVD vroeg of kan worden uitgesloten dat de
burgemeester de uitvoering van de risicoanalyses zelf ter hand neemt.
Het antwoord daarop is nee. Dat kan niet op een passende manier. Als het
de burgemeester wordt verboden om de risicoanalyse zelf uit te voeren,
heeft de burgemeester ook geen bevoegdheid om de risicoanalyse te laten
uitvoeren door een commissie, ambtenaar of extern bureau. Ik zie ook
geen passende alternatieven voor de uitvoering. Zoals de Raad van State
heeft geadviseerd, is het niet passend dat de raad de risicoanalyse
uitvoert. Het college van burgemeester en wethouders is logischerwijs
geen optie. Door artikel 128 van de Grondwet vind ik het niet passend om
een Gemeentewettelijke taak direct toe te delen aan een commissie,
extern bureau of ambtenaar. Deze bepaling, artikel 128 van de Grondwet,
regelt kortgezegd dat wettelijke bevoegdheden tot regeling en bestuur
van de gemeente alleen worden toegekend aan de burgemeester, het college
of de raad. Daarmee is het in dit geval de burgemeester. Als je dan
uitsluit dat de burgemeester het zelf doet, beleg je het dus nergens. Ik
kom hier zo bij het amendement op terug.
Hoe ziet de minister de machtsbalans tussen burgemeesters en de raad
voor het uitvoeren van de risicoanalyse voor zich? Daar heb ik net
eigenlijk al antwoord op gegeven in reactie op de interruptie van de
heer Bosma. Hetzelfde geldt voor integriteit.
Dan kom ik bij de amendementen van de heer Clemminck en het amendement
van mevrouw Schilder.
De heer Martin Bosma (PVV):
In de schriftelijke voorbereiding is ook veel gesproken over die
integriteitsbureautjes. Er wordt gesteld: de burgemeester hoeft het niet
zelf te doen, maar kan ook zo'n bureau inschakelen. Nu hebben we dat
vaker gezien, ook bij die hele MeToodiscussie, waarbij ook hier in onze
eigen politieke omgeving iemand ergens van beschuldigd werd. Dat leverde
een probleem op en toen werd er zo'n integriteitsbureau ingeschakeld.
Die kwam tot een negatief oordeel. Vervolgens is er een hele discussie
geweest over de vraag of dat integriteitsbureau wel zo integer is. Ik
zat snel even te googelen. Over dat bureau wordt nu gezegd: ze zijn
marktleider in twijfelachtige integriteitsonderzoeken. Het is nogal wat
dat gemeenten wellicht dit soort bureautjes en consultants gaan
inschakelen. Een burgemeester wil zijn vingers daar wellicht niet zelf
aan branden. Die zal blind varen op het onderzoek van zo'n bureau. Is
dat niet extreem kwetsbaar? Opent dat niet de weg voor heel veel
processen? Je zult als wethouder maar een negatief oordeel krijgen. Dan
ga je zo'n bureautje een rechtszaak aandoen. Opent de minister hiermee
niet een enorme doos van Pandora?
Minister Heerma:
Ik heb al iets gezegd over de staande praktijk. Ik heb ook al gezegd dat
het niet aan de orde is dat men een duim omhoog of omlaag krijgt met
betrekking tot de vraag of iemand integer is. Voor de rest, als het gaat
over de bureaus, de randvoorwaarden en de veiligheid daarvan … Daar zijn
diverse vragen over gesteld. Die zou ik willen beantwoorden in het
blokje randvoorwaarden.
De voorzitter:
U vervolgt.
Minister Heerma:
Dat is altijd lastig, omdat een vraag allerlei onderdelen bevat, maar de
hoofdvraag ging over iets waar ik in dat blokje op terugkom.
Ik ga beginnen bij de appreciatie van het amendement-Clemminck. Dat is,
volgens mijn informatie, op dit moment het amendement op stuk nr.
12.
De voorzitter:
Correct.
Minister Heerma:
Voorheen was dat het amendement op stuk nr. 8. Dat gaat over het bij de
volksvertegenwoordiging neerleggen van de verantwoordelijkheid voor de
risicoanalyse. Ik heb daar in algemene zin al iets over gezegd. Ik ben
het met de indiener eens dat de benoeming aan de volksvertegenwoordiging
is. Het is daarvoor niet nodig of passend dat de volksvertegenwoordiging
zelf ook de risicoanalyse uitvoert. De risicoanalyse zelf moet een
zorgvuldig en zo neutraal mogelijk instrument blijven. De uitvoering
hiervan moet los van politieke belangen en overwegingen plaatsvinden;
integriteit is geen politiek. De Wethoudersvereniging, het Nederlands
Genootschap van Burgemeesters, de VNG en de Raad van State
onderschrijven allemaal nadrukkelijk dat uitvoering door de
volksvertegenwoordiging niet wenselijk is. Vanwege artikel 128 van de
Grondwet vind ik het ook niet passend om een gemeentelijke taak direct
toe te bedelen aan een commissie. Artikel 128 van de Grondwet regelt
kort gezegd dat de wettelijke bevoegdheden van het gemeentebestuur
alleen worden toegerekend aan de burgemeester, het college of de raad.
Ik ontraad dit amendement.
Dan kom ik bij het amendement van mevrouw Schilder van Groep
Markuszower. Dat is volgens mijn administratie het amendement op stuk
nr. 10.
De voorzitter:
Ja, klopt.
Minister Heerma:
Dat zegt: de risicoanalyse niet laten uitvoeren door de burgemeester.
Dit amendement is juridisch onuitvoerbaar, en ik moet het daarom ook
stellig ontraden. Als het de burgemeester wordt verboden om de
risicoanalyse uit te voeren, heeft de burgemeester ook niet de
bevoegdheid om de risicoanalyse te laten uitvoeren door een commissie,
ambtenaar of extern bureau. Het kan niet zo zijn dat de bevoegdheid voor
de uitvoering nergens is belegd. Het lijkt immers moeilijk voorstelbaar
dat het oude college verantwoordelijk zou zijn voor het uitvoeren van de
risicoanalyse. Ik ben het wel met de indiener eens dat het niet voor de
hand ligt dat de burgemeester de feitelijke uitvoering van de
risicoanalyse zelf doet, en ik heb in dit debat ook al een aantal keer
aangegeven dat ik dit duidelijk zal maken in de handreiking voor
decentrale overheden. Ik moet het amendement echter ontraden.
De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 10: ontraden.
Minister Heerma:
Dan kom ik bij mijn volgende blokje, namelijk de reikwijdte van de
wet.
Ik moet hier mijn administratie weer even op orde brengen, want ik heb
nog een amendement op stuk nr. 11, dat het amendement op stuk nr. 13
moet worden.
Er zijn een aantal vragen gesteld over de reikwijdte van de
risicoanalyse. In het wetsvoorstel wordt de reikwijdte vastgelegd. Het
gaat hier primair om een aantal wettelijke integriteitsnormen, zoals
geheimhouding, het voorkomen van belangenverstrengeling en het naleven
van de ambtseed. De Raad van State heeft geadviseerd om meer
duidelijkheid te geven over de verhouding tot lokale gedragscodes. Naar
aanleiding hiervan is aan het wetsvoorstel toegevoegd dat ook normen uit
de lokale gedragscode of uit een verordening hierbij kunnen worden
betrokken, zolang de norm ziet op bestuurlijke integriteit.
Het is goed dat we de risicoanalyse uniformeren, maar het is ook
belangrijk dat we wel ruimte geven voor lokale aanvulling en invulling
van normen. Bestuurlijke integriteit is immers meer dan alleen een
wettelijke norm. Daarbij wil ik wel benadrukken dat de reikwijdte
daarmee nog steeds niet volledig vrij wordt gelaten. Het moet gaan om
normen die zien op bestuurlijke integriteit en die zijn vervat in een
gedragscode of een lokale verordening. De lokale volksvertegenwoordiging
moet vooraf ook uitdrukkelijk bepaald hebben dat die norm zal worden
betrokken bij de risicoanalyse, want daardoor wordt willekeur voorkomen
en blijft de reikwijdte duidelijk voor alle betrokkenen, dus ook voor
kandidaat-bestuurders. Ik vind het namelijk belangrijk dat de lokale
volksvertegenwoordiging ruimte heeft voor invulling of aanvulling van de
normen die al wettelijk zijn vastgelegd. Zij kennen de lokale
omstandigheden immers het best. Met een te beperkte en limitatieve
wettelijke regeling kunnen aspecten die in een bepaalde context relevant
zijn, worden gemist. Daarmee zou de meerwaarde van de risicoanalyse wat
mij betreft onnodig worden beperkt ten opzichte van de bestaande
praktijk. Ik wijs in deze context ook op de al bestaande wettelijke
plicht voor lokale volksvertegenwoordigers om gedragscodes op te stellen
voor zichzelf en voor bestuurders.
Diverse Kamerleden hebben hier nog specifieke vragen over gesteld. Het
CDA vroeg: welke normen lenen zich voor de invulling vanuit de lokale
gedragscode? Ik verwacht dat slechts enkele specifieke bepalingen uit
gedragscodes en verordeningen zich hiervoor lenen, omdat de
risicoanalyse als zodanig alleen ziet op bestuurlijke integriteit.
Daarbij kan gedacht worden aan de inkleuring van de normen rondom
financiële belangen, bijvoorbeeld dat een volksvertegenwoordiging
specifieke sectoren aanwijst die lokaal relevant zijn. Daarbij wil ik
benadrukken dat de mogelijkheid van lokale inkleuring dus niet betekent
dat de reikwijdte van de risicoanalyse kan worden ingeperkt. De
wettelijke normen moeten altijd worden betrokken bij de risicoanalyse.
Bij aanvullende normen kan gedacht worden aan het opnemen van extra
onverenigbare betrekkingen of het aannemen van giften. In de handreiking
bij het wetsvoorstel zal ik ter illustratie meer voorbeelden
meenemen.
De heer Meulenkamp stelde aan het einde van zijn termijn naar ik denk de
meest kritische vraag hierover. Volgens mij is de vereniging van
wethouders ook kritisch op dit punt. Daarmee zie je dat bij dit
wetsvoorstel niet alleen het publieke belang, maar ook het belang van de
persoonlijke levenssfeer afgewogen moeten worden. Het is goed als in de
risicoanalyse ook aandacht wordt besteed aan lokale normen uit de
gedragscode of de verordening. Hiermee kunnen zaken concreet worden
gemaakt en kan een gemeente eigen specifieke aandachtspunten toevoegen.
Het kan, zoals ik net al zei, enkel gaan om normen die zich ervoor lenen
om betrokken te worden bij de risicoanalyse én het moet dus aan de
voorkant duidelijk zijn. De raad moet aan de voorkant hebben vastgelegd
wat de normen zijn, zodat kandidaten weten waar ze aan toe zijn en hun
rechtszekerheid overeind staat. Het beperkt ook niemand om het ambt te
bekleden. Het betekent alleen dat er ook aandacht kan worden besteed aan
de lokaal geldende afspraken. Daarbij wil ik benadrukken dat de
risicoanalyse juist behulpzaam kan zijn voor een kandidaat, om risico's
inzichtelijk te maken. Het staat de volksvertegenwoordiging ook vrij om
geen aanvullende lokale gedragscode of verordening van toepassing te
verklaren. Overigens is het ook zo dat wanneer je de risicoanalyse er
niet bij zou betrekken … Omdat die lokale gedragscode wel geldt, is een
wethouder in functie daar alsnog aan gebonden, ook als die gedragscode
niet in een risicoanalyse meegenomen wordt. Mijn stelling zou zijn dat
je de gedragscode dan maar beter wel mee kunt nemen. Het is niet zo dat
die lokale gedragscodes, die toezien op de bestuurlijke integriteit, in
je functie niet van toepassing zijn als die niet in de risicoanalyses
zijn meegenomen.
Dan de vraag wat het juiste moment is om op een amendement te reageren.
Ik heb die vraag nu aan dit blokje toegevoegd, dat gaat over de termijn
van de risicoanalyse. De heer Mohandis heeft een aanzienlijk deel van
zijn termijn besteed aan een uiteenzetting waarin hij stelde dat het
onwenselijk zou zijn als de risicoanalyse oneindig zou kunnen duren. Ik
denk niet dat het risico daarop in de praktijk heel groot is en dat het
eigenlijk niet nodig is om dat op wettelijk niveau te regelen.
Tegelijkertijd heb ik daar geen groot bezwaar tegen. Wat mij betreft
krijgt het amendement van de heer Mohandis van PRO op stuk nr. 13,
voorheen stuk nr. 11, dus oordeel Kamer.
Dan kom ik bij het blokje randvoorwaarden. Mevrouw Huizenga vroeg hoe er
wordt omgegaan met gegevens na afronding van de risicoanalyse. Naast het
feit dat geheimhouding blijft gelden, wordt de omgang met gegevens na
het afronden van de risicoanalyse primair bepaald door de kaders van de
Archiefwet. De bewaartermijnen zijn geregeld in de selectielijsten.
Hierbij kan worden aangesloten bij wat nu al geregeld is voor het proces
personen aanstellen. Dit betekent kort gezegd dat de relevante gegevens
na een jaar moeten worden verwijderd als de kandidaat niet wordt
benoemd. Als de kandidaat wel wordt benoemd, moeten de relevante
gegevens worden bewaard. Vanwege de zorgvuldige archivering moet het
dossier op één plek worden bewaard, namelijk bij de burgemeester. Dat
betekent ook dat de externe uitvoerder na afronding het dossier
overdraagt aan de burgemeester. De externe uitvoerder heeft daarna niet
langer een grondslag voor het verder verwerken en bewaren van de
gegevens. Het is goed als de burgemeester hier aan de voorkant ook
duidelijk afspraken over maakt in de verwerkingsovereenkomst. Ook hier
zullen we in de handreiking aandacht aan besteden.
Hoe gaat de burgemeester waarborgen dat de informatiebeveiliging van de
integriteitsbureaus op orde is? En: hoe wordt omgegaan met nieuwe
bureautjes die vooral geld willen verdienen? Dit waren vragen van,
volgens mij, zowel de D66-fractie als van de fractie van PRO. Graag
betrek ik dit aspect ook bij het bredere traject over de kwaliteit van
integriteitsonderzoeken, dat ik net aan het begin van mijn termijn heb
aangekondigd, en bij hoe dat versterkt kan worden. Ik heb ook al
toegezegd dat ik de Kamer daarover voor het einde van het jaar zal
informeren. De kwaliteit van integriteitsbureaus is namelijk een
wezenlijk punt, dat breder speelt dan alleen bij de uitvoering van de
risicoanalyse. Ook de beveiliging van informatie en het voorkómen van
datalekken bij integriteitsbureaus is daarbij belangrijk. Omdat de
risicoanalyse nu al veel wordt uitgevoerd, verwacht ik niet dat hier een
hele grote nieuwe markt voor zal ontstaan. Ook werd gevraagd naar de
eventuele prijsontwikkeling. De omvang van het gemeentefonds wordt
jaarlijks bijgesteld aan de hand van het bbp. Hier zal in het grote
geheel rekening mee worden gehouden. Verder wil ik benadrukken dat veel
uitvoerders van integriteitsonderzoeken hier zelf de nodige waarborgen
voor hebben getroffen, bijvoorbeeld door deze vast te leggen in
onderzoeksprotocollen.
De D66-fractie ging specifiek in op het ontbreken van landelijke
ondersteuning en kondigde daar een motie over aan in tweede termijn. Als
het gaat om ondersteuning specifiek bij het uitvoeren van de
risicoanalyses, zal eind dit jaar een handreiking worden uitgebracht
voor decentrale overheden. Daarnaast herken ik de brede behoefte aan
advies en ondersteuning bij de uitvoering op het terrein van
integriteitsbeleid door decentrale overheden. Graag verken ik dan ook in
afstemming met de koepels de mogelijkheid van een centrale voorziening
voor advies en ondersteuning bij integriteitsvraagstukken, waaronder het
uitvoeren van een risicoanalyse.
De heer Martin Bosma (PVV):
Ik wil het toch nog even over die integriteitsbureautjes hebben. Ik zal
het wat helderder maken dan ik in mijn eerste interruptie deed. We
hadden een gewaardeerde collega: de heer Van Dijk van de PvdA-fractie.
Over hem was een enorm gedoe in de pers. Hij moest uiteindelijk zijn
zetel opgeven. Het was een heel drama. Er was een integriteitsbureautje
en dat ging hem onderzoeken. Vervolgens is er heel veel deining ontstaan
over dat integriteitsbureau, want daar viel heel veel op aan te merken.
Elsevier heeft nu over datzelfde bureau een kop dat het marktleider is
in dubieuze integriteitsonderzoeken. Er valt heel veel af te dingen op
die integriteitsbureaus. Het is maar de vraag of die de waarheid in
pacht hebben. Ik hoor de minister hierover zeggen: ja, maar ze hebben
protocollen. Ook zei hij nog iets over de prijs. Dat zal best, maar feit
is dat een hoop burgemeesters niet zelf dat onderzoek willen doen. Dat
begrijp ik. Daar willen ze hun vingers niet aan branden, want het gaat
nogal ergens over. Ze zullen dus blind varen op die integriteitsbureaus,
waarop nogal wat valt af te dingen. Hoe staat de minister
daartegenover?
Minister Heerma:
Volgens mij heb ik net aangegeven dat dit precies is waar
kwaliteitsnormen op zien, dat we de kwaliteitsnormen daarom willen
verbeteren, dat we met dat proces bezig zijn en dat ik de toezegging heb
gedaan om de Kamer daarover te infomeren.
De heer Martin Bosma (PVV):
Ja, kwaliteitsnormen, protocollen … Het klinkt allemaal heel mooi, maar
de praktijk is dat zo'n bureautje met een oordeel gaat komen. Dat zullen
best mensen zijn die dingen over protocollen en normen heel mooi op
papier hebben gezet, maar at the end of the day vaart zo'n burgemeester
daar blind op. Hij of zij zal die rapportage namelijk overnemen en
uiteindelijk naar de raad sturen. Het is dus niet niks. Die bureautjes
hebben een enorme invloed. Hun producten zijn op z'n minst omstreden.
Dat is toch een hele gevaarlijke kant die we opgaan?
Minister Heerma:
De heer Bosma roept op basis van casuïstiek een soort algemene twijfel
op over integriteitsbureaus. Die casuïstiek gaat in dit geval overigens
niet over risicoanalyse, maar over een integriteitsonderzoek. Die
twijfel herken ik niet. Het is wel belangrijk dat er goede
kwaliteitseisen zijn, juist ook bij integriteitsonderzoeken. Daarom heb
ik net aangegeven dat we daar werk van maken en dat ik de Kamer daar dit
najaar, voor het einde van het jaar, over zal informeren. Het versterken
van de kwaliteit van onderzoeken naar vermeende integriteitsschendingen
tijdens het ambt is een heel belangrijk vraagstuk. Het is niet helemaal
waar dit wetsvoorstel over gaat. Ik snap dat er vragen over worden
gesteld. Daarom kom ik voor het einde van het jaar met een analyse over
hoe die kwaliteit versterkt kan worden.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Martin Bosma (PVV):
Nou, daar ben ik dan heel benieuwd naar. De minister heeft gelijk dat
dit niet over MeToovraagstukken gaat, maar die MeToodingen liggen wel
bij integriteitsbureautjes. De minister zegt dat ik twijfel zaai. Dat is
niet zo. Ik baseer me bijvoorbeeld op Elsevier, dat met deze kop komt
over dat ene bureautje: marktleider in dubieuze integriteitsonderzoeken.
Er bestaat dus breed, in Nederland, niet bij mij, maar bijvoorbeeld in
de media, twijfel of die bureautjes goed werken en of ze zelf voldoende
integer zijn. Deze minister zegt: de risicoanalyses kunnen uitgevoerd
worden door die bureautjes, die consultants. Dan is het toch niet zo
heel gek om je even achter de oren te krabben en te vragen: is dat wel
een weg die we op moeten?
Minister Heerma:
Ik ga toch het volgende zeggen; dat is altijd zo in dit soort debatten:
dit wetsvoorstel gaat hier niet over. Ik snap dat er vragen zijn over
het belang van kwaliteit. Ik neem nu gelijk even mee wat ik tot nu toe
ben vergeten. De fractie van D66 vroeg heel specifiek naar de uitkomsten
van onderzoek in Tilburg en aan de Radboud Universiteit. Ik zal in de
brief die ik heb toegezegd voor het einde van het jaar, expliciet ingaan
op de uitkomsten van de onderzoeken die hiernaar zijn gedaan.
De heer Mohandis (PRO):
De minister zegt toe om hier later dit jaar nader op in te gaan. Wij
stelden de vraag of dit wetsvoorstel het mogelijke risico in zich heeft
dat op het moment dat het van kracht wordt, er nieuwe bureautjes zijn
die denken: hé, interessante markt. Ik zou het zo mooi vinden als we de
volgende situatie krijgen. Dit is een vraag aan de minister. Er zijn
vandaag de dag in gemeenteland natuurlijk hele goede ervaringen met
bureaus die dat adequaat, snel en zorgvuldig kunnen doen. Het zou heel
mooi zijn als we naar een top drie of vier gaan voor decentraal bestuur
waarin het gewoon op een goede manier plaatsvindt. Ik was heel erg
benieuwd hoe de minister die aanzuigende werking ziet.
Minister Heerma:
De heer Mohandis stelde in het begin van zijn eerste termijn vast dat
96% van het lokale bestuur dit soort risicoanalyses al doet. Dat gebeurt
veelal met externe bureaus. Er is niet een nieuwe markt. Die markt
bestaat al. Daarbij geldt dat kwaliteitseisen van groot belang zijn en
daarop zal ik in die toegezegde brief ingaan. Daarbij zal ik me met name
richten op onderdelen waar deze wet dus niet op gericht is.
De heer Mohandis (PRO):
Dat is een mooie toezegging. Het zou voor de beraadslaging in ieder
geval mooi zijn als het voor de begrotingsbehandeling van BZK naar de
Kamer komt. Dan kunnen we het gewoon betrekken bij de
begrotingsbehandeling. Dat lijkt me een mooi moment.
Minister Heerma:
Dat kan ik op dit moment niet toezeggen. In mijn tweede termijn kan ik
kijken wat er wel kan, maar dit lijkt me te ambitieus. Ik snap de vraag
van de heer Mohandis, maar ik denk dat ik ook in tweede termijn ga
zeggen dat ik aan die wens niet kan voldoen. Maar wel voor het einde van
het jaar.
De heer Clemminck had het over of de minister kan aangeven of een check
bij het BKR onder openbare informatie zou vallen, en of dat wenselijk
is. Het antwoord op deze vraag is nee. Een controle bij het BKR betreft
geen vast onderdeel van dit wetsvoorstel. De uitvoerder van een
risicoanalyse heeft hier geen toegang toe. Wel is het zo — maar dat kan
de kandidaat zelf aangeven in een gesprek — dat er sprake kan zijn van
een schuldensituatie die valt onder financiële belangen, maar dat is dan
iets wat door de kandidaat zelf overgelegd kan worden. Het is niet zo
dat een check bij het BKR onderdeel is van dit wetsvoorstel.
De heer Clemminck (JA21):
Helder. Geldt dat ook voor de lokale normen?
Minister Heerma:
Ik snap de vraag. Hier kom ik in tweede termijn even op terug. Dit vormt
geen onderdeel van het wetsvoorstel. Ik snap de vraag die de heer
Clemminck stelt. Ik kom daar in tweede termijn even op terug, omdat ik
100% zeker wil weten wat ik daarop zeg.
De heer Clemminck stelt vaker vragen waarop het antwoord lastig en
specifiek is. Hij bereidt zich goed voor. Hij stelde nu de vraag of een
kandidaat-bestuurder naar de rechter kan stappen. Het antwoord is nee.
Het is niet de bedoeling dat over de risicoanalyse zelf geprocedeerd
wordt. Het is ook niet een besluit waarover de bestuursrechter zich kan
buigen. In algemene zin geldt dat iemand altijd naar de civiele rechter
kan gaan. Maar nogmaals, het betreft geen geschil waarin de rechter
uiteindelijk een knoop kan doorhakken, want de benoeming van wethouders
is altijd uitsluitend aan de raad.
De heer Clemminck (JA21):
Dat laatste is mij duidelijk. Het gaat er vooral over dat je kunt
procederen over de inhoud en de wijze waarop de analyse is gemaakt, niet
over de benoeming.
Minister Heerma:
Uiteindelijk gaat het hier niet over het oordeel of iemand integer is of
niet. Er is ook niet een besluit dat voorligt waarmee je naar de
bestuursrechter kan gaan. In algemene zin geldt dat je altijd naar de
civiele rechter kan gaan. Maar dit is uiteindelijk onderdeel van een
raad die besluit dat iemand benoemd kan worden, en dat is niet aan de
rechter; dat is aan de raad.
De vraag over de machtsbalans heb ik eigenlijk in het eerste blok al
gehad. Het D66-lid Huizenga gaf in eerste termijn volgens mij aan dat ze
een amendement heeft ingediend over een evaluatiebepaling, en dat het in
de context van integriteit voor haar met dit wetsvoorstel eigenlijk niet
eindigt, maar een stap is. Dat was volgens mij de bewoording. Ik vind
een evaluatie zeker niet bezwaarlijk, dus ik wil het amendement oordeel
Kamer geven. En ik ben zeker bereid om daarbij ook te kijken naar de
uitvoering van de risicoanalyse en naar wat de aanpassingen van de
WolBES betekenen voor de bestuurlijke integriteit van de eilandbesturen.
Dat was een specifieke vraag die hierbij werd gesteld.
De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 9: oordeel Kamer.
Minister Heerma:
Dat brengt me dan ook bij het slot van de termijn van mevrouw Huizenga,
dat specifiek inging op de situatie op de BES-eilanden. Bij het
toepassen van comply or explain kies ik in deze wet bewust voor comply.
Met dit wetsvoorstel worden de integriteitsnormen voor de BES-eilanden
dus geharmoniseerd. Ik zie geen reden om voor de BES-eilanden af te
wijken, omdat dit wetsvoorstel een goede set integriteitsnormen neerzet
die ook passend zijn in de Caribische context. Wel zie ik
aandachtspunten op het gebied van integriteit, maar dat is een onderwerp
waar mijn collega, de BZK-staatssecretaris voor Koninkrijksrelaties,
gericht inzet op pleegt. Dit gaat in samenwerking met de eilandbesturen.
Een voorbeeld hiervan is het aanscherpen van kwetsbare procedures, zoals
die voor inkoop en aanbesteding. En uw Kamer wordt door de
staatssecretaris van BZK in het najaar ook geïnformeerd over de
voortgang van de Agenda Goed Bestuur Caribisch Nederland.
Nu zie ik een vraag die ik eigenlijk al had beantwoord, dus dit is het
einde van het blokje varia.
De voorzitter:
Bent u daarmee aan het einde gekomen van uw eerste termijn?
Minister Heerma:
Ja.
De heer Martin Bosma (PVV):
Wel leuk dat hij de term "varia" handhaaft; dat doet me altijd
deugd.
Minister Heerma:
We aim to please. Dat is Engels.
De heer Martin Bosma (PVV):
Ik kom even terug op die integriteitsbureautjes, hun oordeel en een gang
naar de rechter. We hebben de zaak rondom het Fotomuseum gezien. Die
lijkt er een beetje op, maar ook weer niet helemaal. Er werd een mevrouw
beschuldigd van wanpraktijken als directeur. Vervolgens werd het een
groot artikel in de Volkskrant. Ze werd ontslagen en stapte naar de
rechter. De rechter heeft die mevrouw in het gelijk gesteld. Wat nou als
je die risicoanalyse aflegt en er in de publiciteit komt: beoogd
wethouder gezakt voor integriteit? Je hebt een stempel op je voorhoofd.
Dan kun je naar de rechter stappen. Dan kun je zeggen dat je beledigd
bent of dat het een onrechtmatige daad is. Je kunt wel iets vinden. Er
kunnen dus processen volgen. Heeft de minister daar rekening mee
gehouden?
Minister Heerma:
De heer Bosma geeft zelf al aan dat de casus eigenlijk niet
vergelijkbaar is. Ik moet niet te veel gaan freewheelen, maar volgens
mij ging het daar om een verhouding tussen een werkgever en een
werknemer. De verhouding tussen een gemeenteraad en een wethouder is
echt totaal onvergelijkbaar.
De heer Martin Bosma (PVV):
Dat snap ik ook wel. Maar stel: er wordt een risicoanalyse naar je
gedaan en dat valt negatief uit. Dan kun je zeggen dat het geen duim
omhoog of omlaag is, maar in de publiciteit zal toch komen: Pietje
solliciteerde als wethouder en is er niet doorheen gekomen, want hij is
niet integer. Dat zal toch uit de kop of de inleiding van het artikel
blijken. Dan kun je gewoon naar de civiele rechter stappen. Dan kun je
zeggen: "Ik zou dit en dit verdienen. Dat lukt me niet. Ik moet nu
genoegen nemen met een heel ander salaris op een andere plek. Bovendien,
ik ben gebrandmerkt voor de rest van mijn leven. Als je mijn naam
googelt, dan hang ik. Ik heb dus gewoon schade ondervonden door wat die
burgemeester met bijvoorbeeld een adviesbureautje heeft bekokstoofd."
Dan kun je toch gewoon naar de rechter stappen? Het zou me niet verbazen
als die rechter je dan in het gelijk stelt.
Minister Heerma:
De heer Bosma doet zo veel suggesties in zijn vraagstelling, tot het
woord "bekokstoven" aan toe. Ik heb in het begin van mijn eerste termijn
al aangegeven dat dit wetsvoorstel niet een duim omhoog of een duim
omlaag geeft: bent u integer of niet? Op die redenering is deze vraag
toch weer gebaseerd.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Martin Bosma (PVV):
Nee, maar je komt toch in de publiciteit. Dat integriteitsonderzoek —
oké, we hebben het risicoanalyse genoemd — pakt negatief voor je uit.
Daar ondervind je dus de zeer negatieve gevolgen van en dat levert je
schade op. Daarvan kun je zeggen: wacht eens even, dat
onderzoeksbureautje baseert zich op onzin. Dan stap je naar de rechter.
Dat is niet een soort vergezocht iets: dat is wat ik onmiddellijk zou
doen. Ik zou gewoon naar die rechter stappen en zeggen: "Moet je eens
kijken hoeveel schade ik heb opgelopen. Het heeft mij gewoon geld gekost
en het heeft mij reputatieschade opgeleverd, dus ik wil gewoon geld
zien. Dan sta je als burger volledig in je recht en het zou mij niet
verbazen als de rechter daarin meegaat.
Minister Heerma:
Ik ga het toch ook hier weer zeggen. De heer Bosma zegt in zijn
vraagstelling: integriteitsonderzoek, eh, risicoanalyse. Het lijkt of
dat bijna iets semantisch is, maar het zijn twee verschillende dingen.
Daar hebben we het hier ook over gehad. Ik kom er in de brief voor het
einde van het jaar op terug wanneer er sprake is van een
integriteitsonderzoek. Daar zit ook de kwaliteit in. De risicoanalyse is
geen integriteitsonderzoek. Sterker nog: de risicoanalyse is er juist
ter bescherming van die wethouders. We regelen daar wettelijk een
staande praktijk om die balans goed te houden. Het helpt dus juist bij
het voorkomen van integriteitsvraagstukken. Wanneer de heer Bosma zelf
wel of niet naar de rechter zou stappen, is niet relevant voor dit
debat. Ik ga wel zeggen: 96% van het lokale bestuur werkt al op deze
manier en ook op dit moment regent het geen rechtszaken, hoewel de heer
Bosma zo vanzelfsprekend zegt dat dat wel gaat gebeuren.
De heer Clemminck (JA21):
Ik had nog twee vragen gesteld in mijn eerste termijn waar ik volgens
mij nog geen antwoord op heb gekregen, dus die ga ik even kort herhalen.
Ik had een vraag gesteld naar aanleiding van een debat met de collega
over de vraag wie nou eigenlijk de beheersmaatregelen schrijft die naar
de raad gaan. En ik had een vraag gesteld over de conclusies uit zo'n
rapportage. Die mogen niet ingaan op de vraag in hoeverre een kandidaat
benoembaar is. Ik had hem een citaat voorgehouden uit een bestaande
rapportage en gevraagd of dit een passage is die wel of niet is
toegestaan met de nieuwe wet.
Minister Heerma:
Op de eerste vraag kom ik even in tweede termijn terug. Dat wil ik even
heel goed checken. Bij de laatste heb ik volgens mij heel duidelijk
gezegd: het is de raad. Het is de raad die oordeelt of iemand benoembaar
is of niet.
De heer Clemminck (JA21):
Zeker. Maar in de memorie van toelichting zegt de minister ook heel
duidelijk: dit wetsvoorstel verbiedt eigenlijk om in de rapportages iets
te zeggen over de benoembaarheid. Er mogen alleen risico's geschetst
worden en er is eventueel sprake van beheersmaatregelen. Ik
confronteerde de minister met een rapportage en een citaat uit een
bestaande situatie. Ik vraag heel simpel: is dit nou een citaat dat we
straks terug kunnen zien, ja of nee?
Minister Heerma:
U heeft een zinnetje gepakt uit een bestaande situatie. Of een kandidaat
benoembaar is, is aan de raad. Dat is niet aan iemand anders.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Clemminck (JA21):
Dan ga ik het citaat toch geven: "We hebben geen feiten of
omstandigheden op het gebied van integriteit aangetroffen die een
beletsel vormen voor de benoeming van deze kandidaat tot wethouder." Is
deze zin nu wel of niet toegestaan na deze wet?
Minister Heerma:
Ik kom in de tweede termijn terug op dit letterlijke citaat. Daarbij
blijft staan wat ik al gezegd heb: het is aan de raad en niet aan een
risicoanalyse.
Mevrouw Huizenga (D66):
Ik had nog een vraag gesteld over kwaliteitseisen, ook bij zittende
bestuurders. U heeft toegezegd dat u daar meer over gaat vertellen in
een brief. Kunt u nog laten weten of het daarin ook gaat over of we een
stap maken ten aanzien van zittende bestuurders?
De voorzitter:
"Kan de minister nog laten weten …"
Minister Heerma:
Dan ben ik te onduidelijk geweest. Ik heb de beantwoording van de vragen
van de CDA-fractie en de D66-fractie hier samengepakt. Ik gaf aan dat
het, ook met zittende bestuurders, al staande praktijk is dat
burgemeesters dit gesprek voeren en dat ik dat meeneem in de toegezegde
brief.
Mevrouw Huizenga (D66):
Dank voor de toezegging.
De heer Meulenkamp (VVD):
Op mijn vraag of er niet meer uniformiteit zou kunnen komen in het
aanpakken van de risicoanalyse bij gemeenten, geeft de minister aan dat
er per gemeente aanvullende normen kunnen zijn, zodat die maatwerk
kunnen leveren. Hoe gaan we toch voorkomen dat er heel veel onzekerheid
ontstaat bij de verschillende gemeenten? Ik hoor mevrouw Huizenga ook
zeggen dat we de gemeenten misschien moeten gaan ondersteunen of dat er
misschien wel een instituut moet komen waar gemeenten terechtkunnen.
Daar zit mijn zorg wel een beetje. Hoe moeilijker je het maakt, hoe meer
interpretatie er mogelijk is en hoe lastiger het wordt om dit in te
voeren bij zo'n gemeente. Hoe kijkt de minister daarnaar?
Minister Heerma:
Ik zie die twee dingen toch niet als zo verbonden. Die ondersteuning is
er volgens mij gewoon. Daarnaast zijn er lokale gedragscodes. Op het
moment dat die heel specifiek toezien op vraagstukken rondom
bestuurlijke integriteit is een wethouder, ook als het geen onderdeel is
van de risicoanalyse, daar in het uitvoeren van zijn of haar taak wel
aan gebonden. Dan is de vraag of die meegenomen kunnen worden in de
risicoanalyse. Dit is namelijk een bestaande lokale gedragscode. Deze
wet regelt dat dat kan. Dit is naar aanleiding van vragen die de Raad
van State heeft gesteld. De Kamer zou kunnen zeggen: dit willen we niet.
Daarna geldt het nog steeds wel, maar wordt het niet meegenomen aan de
voorkant. Ik zou hier geen voorstander van zijn. Het is niet zo dat
lokale verschillen verdwijnen als je het geen onderdeel maakt van dit
wetsvoorstel, want die lokale gedragscodes en lokale verordeningen zijn
er nog steeds en zijn dan lokaal nog steeds geldend voor die wethouder.
Ik zie dus geen voordelen aan het eruit halen en het uniformeren, omdat
het in de praktijk niet geüniformeerd wordt. Het enige wat je
uniformeert, is dat het aan de voorkant niet meegenomen wordt in de
risicoanalyse. Daar zie ik persoonlijk meer nadelen aan dan
voordelen.
De heer Meulenkamp (VVD):
Hoe ziet u dan uw rol …
De voorzitter:
"Hoe ziet de minister …"
De heer Meulenkamp (VVD):
Hoe ziet de minister zijn rol richting bijvoorbeeld
wethoudersverenigingen, die zich hier toch behoorlijk zorgen om maken?
Hoe gaat u daar de komende tijd mee om?
De voorzitter:
"Hoe gaat de minister daar de komende tijd mee om?"
Minister Heerma:
De heer Bosma heeft al heel lang de gave om mij af te leiden. Dat lukte
hem in dit geval door luidruchtig te lachen. Ik vond overigens het
moment waarop de heer Bosma zelf zei dat hij zojuist een goede vraag had
gesteld — "Dat is een hele goede vraag, voorzitter." — een van de
hoogtepunten van de eerste termijn. Dat moet ik ook even kwijt.
Dan de vraag over mijn rol. De rol die we als wetgever hebben, is
wetgeving maken die, in dit geval, de bestaande praktijk beter regelt.
Dat doet dit wetsvoorstel. Door duidelijk te maken wat uit die lokale
gedragscodes wel en niet onderdeel zou mogen zijn van de risicoanalyse,
kader je namelijk in en voorkom je dus het risico van willekeur.
Daardoor kader je die balans tussen het algemene belang van het
voorkomen van vraagstukken rondom bestuurlijke integriteit en het belang
van een kandidaat en de persoonlijke leefomgeving heel duidelijk in.
Niet alles kan hier zomaar in gestopt worden. De wet is daar duidelijk
over. Nogmaals, de heer Huizenga kan van mening zijn dat dit er niet in
zou moeten zitten. Daar kun je voor kiezen. Ik ben daar geen voorstander
van. Maar het is wel degelijk zo dat het wetsvoorstel dit duidelijk
inkadert, waar het tot nu toe zeer divers ingevuld kon worden in de
lokale praktijk.
De voorzitter:
Het is "meneer Meulenkamp" en "mevrouw Huizenga". Voor u staat meneer
Meulenkamp.
Minister Heerma:
Ik wil de heer Bosma niet de schuld geven, maar …
De voorzitter:
Uiteindelijk komt het allemaal door meneer Bosma! Bent u aan het einde
van uw termijn?
Minister Heerma:
Ja.
De voorzitter:
Ik stel voor dat we nog even doorgaan. Bent u in staat om door te gaan
met uw tweede termijn? Lukt dat? Ik zie geen protest. Dan geef ik het
woord aan mevrouw Boelsma-Hoekstra voor haar tweede termijn. U ziet af
van een tweede termijn? Mevrouw Huizenga, heeft u behoefte aan een
tweede termijn? Ja. Gaat uw gang. Heeft iedereen de moties bij de hand?
Anders schorsen we gewoon een minuutje, hoor; dat is geen probleem. Een
minuutje? Ik schors een enkel ogenblik.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de tweede termijn van de zijde
van de Kamer bij de behandeling van de Wet bevorderen integriteit en
functioneren decentraal bestuur, tweede tranche. Daarvoor geef ik het
woord aan mevrouw Huizenga van D66, want mevrouw Boelsma-Hoekstra heeft
afgezien van haar tweede termijn. Het woord is aan mevrouw Huizenga.
Mevrouw Huizenga (D66):
Voorzitter, dank u wel. Ook dank aan de minister voor de uitgebreide
beantwoording van alle vragen. Ik kom terug op waar ik het in de eerste
termijn over had. Als we het hebben over vertrouwen, moeten we dat ook
hier in de Kamer uitstralen, dus verdachtmakingen, ook hier, vind ik
ingewikkeld, want we moeten het met elkaar goed doen. Zoals ik in de
eerste termijn al had gezegd, wil ik graag een motie indienen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de risicoanalyse integriteit verplichtingen met zich
meebrengt voor decentrale overheden;
van mening dat decentrale overheden van het Rijk mogen verwachten dat
bij een wettelijke verplichting ook ondersteuning op rijksniveau wordt
geboden;
verzoekt de regering te verkennen hoe een onafhankelijk nationaal
expertisecentrum kan worden ingericht dat decentrale overheden terzijde
kan staan met vakkundig advies op het gebied van integriteit voor
decentrale bestuurders, en de Kamer hier voor het einde van 2026 over te
informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Huizenga.
Zij krijgt nr. 14 (36892) (#1).
Mevrouw Huizenga (D66):
Het gaat dus om een verkenning en er zit ook een termijn aan. Bij
dezen.
De heer Martin Bosma (PVV):
"Terzijde staan", wat betekent dat?
Mevrouw Huizenga (D66):
Ernaast staan, terzijde staan.
De heer Martin Bosma (PVV):
Nou, laat ze daar lekker staan, zou ik zeggen. Het instituut moet lagere
overheden terzijde staan. Wat is dat? Betekent dat dat dit instituut,
net als die consultancyclubjes, zelf onderzoek moet doen of kun je dan
dat instituut bellen en zeggen dat je met een probleem zit of zo?
Mevrouw Huizenga (D66):
Nee, het is een expertisecentrum, dus gemeenten kunnen daar kennis
krijgen over hoe ze dat goed kunnen doen. Het is dus geen extra
onderzoeksbureau. Ik heb net vernomen dat u niet zo'n voorstander bent
van extra onderzoeksbureautjes. Nee, het gaat echt om een kenniscentrum,
waar vooral wat kleinere gemeenten, denk ik, expertise en hulp kunnen
vragen voor hoe ze dat goed kunnen doen. Het is dus bedoeld om het
zorgvuldig te doen. In de motie wordt opgeroepen tot een verkenning. Het
gaat dus niet om een extra overheidslaag of extra uitvoeringsinstituut.
Het gaat niet over uitvoering.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Mohandis voor zijn tweede termijn
namens PRO. Pro Mo, dus.
De heer Mohandis (PRO):
Pro Mo!
Voorzitter. Dank aan de minister voor de uitvoerige beantwoording. Ik
zeg nog even wat over dat amendement. De minister zei: het had misschien
niet in de wet gehoeven. Nou, wat ons betreft wel, nu we het uniform
maken. Dat zit 'm in het volgende. Ik wil dat toch als argument
benadrukken. We moeten echt de situatie uitsluiten dat het te lang gaat
duren, al kan dat echt wel een keer gebeuren in een gemeente. Daarom
staat het ook zo in de wet. U weet wel waarover ik het heb. Zo'n
kandidaat bungelt dan onnodig. Ik denk dat we dat moeten gaan voorkomen
en dat we er toch een cap op moeten gaan zetten. Er is dus goed
nagedacht over het amendement, maar ik zeg er ook gelijk bij dat ik de
minister dank voor het oordeel. Dat is, denk ik, het
allerbelangrijkste.
Voorzitter, tot slot. Andere collega's zeiden het ook. Wat mij betreft
is dit een stap in de goede richting om verder te uniformeren, maar het
is niet af. Het is nooit af. Waarom zeg ik dat? Ik kon daar nog wel tien
minuten mee vullen in mijn eerste termijn, maar ik ga het heel algemeen
doen. Ik vond de brief van de VNG, die wij allemaal hebben gekregen,
best interessant. Enerzijds werd er gezegd: in beginsel geven we een
positief advies. Vervolgens hadden ze ook nog zorgen. Dat waren er best
wel wat. Hoe zou het kunnen werken? Wat is er nog niet helemaal
dichtgeregeld? Is het uniform genoeg? Ik wil de minister op het hart
drukken om gaandeweg te bekijken of dit wetsvoorstel echt af is en of er
nog dingen zijn die we beter moeten aanscherpen. U vindt in ieder geval
PRO aan uw zijde om het verder te uniformeren. Hoe uniformer, hoe beter.
Ik snap ook wel dat er lokaal ruimte moet zijn. Maar het is ook een
soort droog onderzoek langs de punten waarop getoetst wordt, dus meer
uniformiteit is alleen maar goed. Dan kan het politieke oordeel namelijk
nog meer door de raad worden gegeven.
Hiermee sluit ik af, voorzitter. Ik dank u.
De voorzitter:
Dank u wel. Meneer Clemminck krijgt het woord voor zijn tweede termijn
namens JA21.
De heer Clemminck (JA21):
Dank u wel, voorzitter. De heer Bosma en ik overwegen om samen een
consultancybureau op te richten voor dit soort onderzoeken. Alleen, we
twijfelen over de naam. Wordt het Bosma-Clemminck of wordt het
Clemminck-Bosma? Misschien dat de minister daar iets op weet.
Voorzitter. Ik denk dat de minister met dit wetsvoorstel toch te weinig
oog heeft voor het feit dat hij de burgemeester in een kwetsbare positie
gaat brengen. De burgemeester kiest een bureau. De burgemeester schrijft
wel of niet — dat horen we straks nog wel even — de beheersmaatregelen.
De burgemeester filtert natuurlijk wat er uit het onderzoek komt en
bepaalt wat er uiteindelijk naar de raad gaat. Dat gebeurt in een
formatie- en onderhandelingsproces. Ik heb er een aantal meegemaakt bij
gemeenten. Dat zijn precaire processen. Het zijn gevoelige processen op
de inhoud en bij de personen. De burgemeester heeft wettelijk gezien ook
geen rol anders dan dat hij geïnformeerd wordt over het eindresultaat
van de onderhandelingen, namelijk het coalitieakkoord. In dat proces
wordt de burgemeester nu geplaatst. De burgemeester zou heel kwetsbaar
zijn als hij in het politieke vaarwater van de raad en de
onderhandelende partijen komt. Ik denk dat de minister daar toch te
weinig oog voor heeft.
De minister heeft ook te weinig oog voor de rol van burgemeesters. De
heer Bosma zei dat al. Voor deze minister is een burgemeester politiek
neutraal. Ik wil hem er toch op wijzen dat een groot deel van deze
Kamer, in ieder geval de twee laatste taartpunten in deze Kamer, toch
wel wat kritische vragen hebben over de positie van de burgemeester in
algemene zin. Zij hebben ook wel vragen over de rol en de positie wat
betreft de neutraliteit van de burgemeester. Ik denk dat het goed zou
zijn als de minister van Binnenlandse Zaken daar ook eens op gaat
reflecteren. Dat hoeft natuurlijk niet nu. Wat wordt nu eigenlijk de
toekomst van de positie van de burgemeester? Er is ook een groot
verschil tussen wat kiezers willen en welke partijkleur de burgemeester
van hun eigen gemeente heeft.
Voorzitter, het amendement blijft staan. Wij zijn het niet met elkaar
eens. Ik denk dat het beter is om het vertrouwen te geven aan de
gemeenteraad. Ik heb de argumenten gegeven, dus die ga ik niet herhalen.
Verder worstelen wij toch echt wel met het wetsvoorstel en of we dat
uiteindelijk wel of niet kunnen steunen.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft nog wel een interruptie van meneer Mohandis.
De heer Mohandis (PRO):
Dat is ook de laatste. Ik ga natuurlijk niet over hoe JA21 uiteindelijk
stemt, maar de simpele vraag is de volgende. Als uw amendement, waaraan
u uw hele betoog ophangt, wat uw goed recht is …
De voorzitter:
"Het amendement van de heer Clemminck."
De heer Mohandis (PRO):
Als het amendement van de heer Clemminck, waar de heer Clemminck het
hele betoog aan heeft opgehangen, wordt verworpen, wat is dan uw
eindafweging? Kunt u daar al iets over zeggen, vraag ik via de
voorzitter.
De heer Clemminck (JA21):
Dit is de worsteling. Dit is ook een beetje een déjà vu van wat we
hadden met het wetsvoorstel van deze minister over de ondersteuning bij
het stemhokje. Ook bij dit wetsvoorstel zien we wel dat er een positieve
kant aan zit. Die zie ik ook, maar er zitten een paar voor mij
principiële bezwaren aan. Ik moet in alle eerlijkheid, oprecht tegen
collega Mohandis zeggen dat ik nog niet weet wat dat betekent voor het
eindoordeel, even los van het wel of niet aannemen van de ingediende
amendementen. Ik vermoed namelijk dat mijn amendement geen meerderheid
gaat krijgen. Dan blijft de worsteling over wat wij dan doen met het
wetsvoorstel.
De heer Mohandis (PRO):
Dus, zeg ik via u, voorzitter, kan het zijn dat JA21 nog steeds voor het
wetsvoorstel stemt als het amendement van de heer Clemminck wordt
verworpen. Dat zou kunnen, hoor ik in uw betoog.
De heer Clemminck (JA21):
Dat zou kunnen. Het zou ook een tegenstem kunnen zijn. Ja.
Mevrouw Huizenga (D66):
Kan de heer Clemminck dan nog even benoemen welke positieve punten hij
uit dit wetsvoorstel haalt? Ik hoor u dat namelijk zeggen, dus dat zou
ik heel fijn vinden.
De heer Clemminck (JA21):
Zeker. Ik denk dat het goed is waar het gaat om het evenwicht, de balans
vinden — dat wordt ook wettelijk beschermd — tussen openbaarheid en het
belang daarvan enerzijds en anderzijds het belang van de privacy. Ik
denk dat het goed is dat de wet een aantal maatregelen neemt over de
reikwijdte van het onderzoek, wat de minister ook noemde, dus waar het
onderzoek wel en niet over gaat. Ik heb nog wel een probleem met
bijvoorbeeld het volgen van BKR, waarover ik echter nog even de
beantwoording van de minister afwacht, en de vraag die daarachter zit,
namelijk in hoeverre lokale normen daar doorheen kruisen. Maar op
zichzelf is het verankeren van de balans tussen privacy enerzijds en het
belang van de openbaarheid anderzijds een goede zet.
Mevrouw Huizenga (D66):
Kunt u daarbij dan nog aangeven dat het belang van de privacy beter in
handen is van een gemeenteraad dan van een burgemeester? Kunnen de
mensen die net zijn gekozen in de raad dat belang volgens u nog steeds
goed behartigen?
De voorzitter:
"Volgens meneer Clemminck."
De heer Clemminck (JA21):
Ik heb veel vertrouwen in de collega's bij de lokale overheden, want het
zijn onze directe collega's maar dan bij de gemeente, Provinciale
Staten, het waterschap of de eilandsraad. Ja, ik denk dat ze dat zeker
kunnen. Ik denk ook dat ze dat telkens opnieuw bewijzen, want ze gaan
immers over de kroonbenoeming van de bestuurder. Dat doen zij zeer
zorgvuldig. Dat doen zij met alle waarborgen die erbij horen. Ze
bewijzen dus bijna dag in, dag uit, zou ik willen zeggen, dat ze daartoe
in staat zijn.
De voorzitter:
Afrondend. O, dat was de interruptie. Dank u wel. Mevrouw Schilder ziet
af van haar tweede termijn. Dan is het woord aan de heer Bosma voor zijn
tweede termijn namens de PVV.
De heer Martin Bosma (PVV):
Voorzitter. We moeten toch een beetje aan onze toekomst denken. Dit
kabinet zit er natuurlijk niet lang meer, en gelukkig maar. Ze waren van
de week heel blij omdat ze een akkoord hadden met 3 partijen, maar dat
is nog geen 76 zetels. Over links gaat niet en over rechts gaat niet. We
koersen dus af op verkiezingen. Je moet dan toch even nadenken over een
plan B. Naar het voorstel van diverse collega's om een
integriteitsbureautje te starten heb ik dus best oren. We weten niet of
we over een paar maanden nog Kamerlid zijn, dus we moeten even nadenken.
Ik voorspel een wildgroei aan dit soort bureautjes. Je huurt een mooie
lichtreclame, je hebt een paar snelle pakken en spreadsheetjes op een
laptopje, and you're in business. We hebben dat gezien rondom MeToo en
rondom beschuldigingen van schrikbewinden in allerlei organisaties. Je
kunt gewoon doen wat je wilt. De minister zegt "normen" en ik geloof ook
nog "waarden", maar die bureautjes kunnen gewoon kleien wat ze willen.
Er bestaat uiteindelijk geen enkele controle op. Die mensen gaan straks
— in zekere zin doen ze dat al — carrières maken of breken. Dat is linke
soep.
Ik heb een principieel bezwaar tegen dit wetsvoorstel. Dat komt naar
voren in het ene zinnetje uit de memorie van toelichting waarin de
minister schrijft: het onderzoek wordt onderdeel van het
benoemingsproces. Dat staat echt haaks op de Gemeentewet, niet alleen op
de wet, maar ook op de geest ervan. De burgemeester is benoemd door de
Kroon en zou niet politiek zijn. Die heeft niets te maken met de
formatie van een college van Burgemeester en Wethouders. Op een dag
vindt hij in zijn postvakje — ik chargeer lichtelijk — welke mensen
wethouder worden, maar hij heeft er helemaal geen contact mee. Wat gaat
er nu gebeuren? De minister schrijft: dit onderzoek wordt onderdeel van
het benoemingproces. Dan zegt de minister: ja, dit gaat om een
risicoanalyse; het is geen integriteitstoets. Maar ja, het heet gewoon
"risicoanalyse bestuurlijke integriteit". De minister heeft daar zeker
gelijk in, maar hoe je het wendt of keert, de burgemeester zorgt ervoor
dat er een onderzoek komt met een bepaalde uitslag. In de praktijk zal
dat altijd worden geïnterpreteerd als "sorry, je bent onvoldoende
integer, je kunt geen wethouder worden." In de praktijk betekent dit
veel meer macht voor die ongekozen burgemeester. Die krijgt er een
machtsmiddel bij. Het is in wezen gewoon selectie aan de poort.
Dan moeten we vaststellen dat het huis van Thorbecke helemaal scheef is
gegroeid, want de burgemeesters zijn geen afspiegeling van de
Nederlandse bevolking. Zij zijn de afspiegeling van die vier taartpunten
hier. De twee rechter taartpunten hier in dit huis, de partijen rechts
van de VVD, in opiniepeilingen goed voor 60 zetels, een derde van de
Nederlandse bevolking, hebben geen burgemeesters. Het huis van Thorbecke
is helemaal scheefgegroeid en die slechte afspiegeling van de
Nederlandse bevolking, dat scheefgegroeide huis, gaat nog eens extra
versterkt worden doordat de burgemeester de facto heel veel macht gaat
krijgen. Dat is niet de kant die we op moeten. We moeten de kant op van
de gekozen burgemeester.
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn
van de zijde van de Kamer. Ik schors tien minuten. Ik stel toch voor dat
wij voor de schorsing van de lunch de wetsbehandeling afmaken, omdat wij
ook een beëdiging hebben vanmiddag. Pak dus een mueslireep, zou ik
zeggen.
De vergadering wordt van 12.55 uur tot 13.05 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister voor zijn
tweede termijn.
Minister Heerma:
Dank u wel, voorzitter. U had volgens mij nog vier antwoorden tegoed
naar aanleiding van de eerste termijn. Die zal ik langslopen en daarna
moest ik inderdaad nog even goed kijken naar de motie die ingediend is
door mevrouw Huizenga van D66.
De eerste vraag was van de heer Mohandis over een toezegging om hierop
terug te komen voor de behandeling van de begroting Binnenlandse Zaken.
Ik zei al dat ik denk dat dat te ambitieus is. Ik kan dat niet
toezeggen. Ik zal me inspannen om u zo snel mogelijk te informeren over
het traject ter versterking van de kwaliteit van integriteitsonderzoeken
en over de toezeggingen die ik u heb gedaan in dit debat. Maar ik wil
wel de tijd nemen om de voorliggende opties om die kwaliteit te
verbeteren zorgvuldig te wegen, en dan komt de begrotingsbehandeling
gewoon net te snel. Ik heb voor het einde van het jaar toegezegd en daar
ga ik mij voor inspannen.
Dan de heer Clemminck die een heel scherpe vervolgvraag stelde over de
BKR-registratie. Ik wilde het honderd procent zeker weten. Het antwoord
op zijn vraag is: er is nooit toegang tot de BKR, ook niet om aan lokale
normen te toetsen.
Dan de vraag wie de voorgenomen beheersmaatregelen schrijft. Dat doet de
kandidaat zelf. De uitvoerder van de risicoanalyse signaleert risico's
en doet aanbevelingen. De kandidaat bepaalt vervolgens zelf wat de
voorgenomen beheersmaatregelen zijn. Er kan ook een gesprek met de
burgemeester zijn, maar het is de kandidaat zelf die het doet, en dat
wordt besproken in de raad bij het benoemingsdebat. De raad gaat er
immers uiteindelijk over. Na de benoeming maakt de bestuurder de
beheersmaatregelen openbaar.
Dan de vraag van de heer Clemminck over het specifieke zinnetje. Ik wil
niet te diep over formuleringen gaan discussiëren, maar ik snap waar de
vraag van de heer Clemminck vandaan komt. Het oordeel over de
benoembaarheid is niet aan de uitvoerder van de risicoanalyse, dus op
basis van wat de heer Clemminck zegt — dat het beter is om dit niet op
deze wijze te doen — zal ik ervoor zorgen dat we hier aandacht aan
besteden en dit expliciet benoemen in de handreiking die ik ook al heb
toegezegd. Dank voor het scherpe doorvragen.
Dan ga ik naar de motie van D66 over een verkenning. Zoals ik al in mijn
eerste termijn heb toegezegd, verken ik in afstemming met de koepels
graag de mogelijkheid van een meer centrale voorziening van advies,
ondersteuning en informatie bij integriteitsvraagstukken in brede zin,
waaronder het uitvoeren van de risicoanalyse. Ik herken namelijk, even
los van dit wetsvoorstel, de brede behoefte aan advies en ondersteuning
bij de uitvoering van integriteitsbeleid door centrale overheden. Ik wil
deze motie oordeel Kamer geven. Daar wil ik wel heel expliciet bij
zeggen, en dat is vaker bij dit soort dingen, dat een verkenning iets is
wat je doet, maar daar wordt ook al gezegd dat dit bijvoorbeeld een
onafhankelijk nationaal expertisecentrum kan worden. Ik wil hier wel
aangeven dat deze verkenning er niet op gericht is dat dit de uitkomst
gaat worden. Ondersteuning kan op allerlei manieren, zonder dat er
direct een nieuw nationaal expertisecentrum wordt opgericht. Ik zal voor
het einde van het jaar daarover informeren. De motie zegt niet dat dit
het móét worden, maar ik vind het wel netjes om eerlijk te zeggen dat
wij een verkenning doen zonder dat daarmee al richting een bepaalde
uitkomst wordt gekeken.
De heer Meulenkamp (VVD):
Voor mij klinkt dat heel groot, "nationaal expertisecentrum". Zouden dat
ook gewoon twee, drie mensen kunnen zijn op het ministerie, die gebeld
kunnen worden door gemeenten die een vraag hebben?
Minister Heerma:
Ik zie dat er behoefte is aan meer ondersteuning en meer advies. Het
antwoord op de vraag van de heer Meulenkamp kan ja zijn. Maar als de
motie had gezegd: dit is wat het moet worden, dan had ik dezelfde
opmerking gemaakt die ik net ook maakte, namelijk: ik zie dat er een
behoefte is en ik lees in de motie dat die mij vraagt om te verkennen
hoe antwoord te geven op die behoefte. Ik wil nadrukkelijk zeggen dat ik
met mijn oordeel Kamer niet zeg dat wij naar een onafhankelijk nationaal
expertisecentrum gaan. Hoe die ondersteuning met raad en daad
plaatsvindt, kan ook op een heel andere manier ingevuld worden. Het
hoeft niet zo groot te zijn als het nationale expertisecentrum dat
genoemd wordt in deze motie.
De heer Martin Bosma (PVV):
Dan zou de minister deze motie toch niet oordeel Kamer moeten geven? Hij
staat er namelijk wat sceptisch tegenover. De heer Meulenkamp heeft
helemaal gelijk. Die motie suggereert dat we weer ergens een blik
ambtenaren gaan opentrekken die dan de hele dag weer dingen gaan zitten
schrijven op laptopjes. We worden gek. Het aantal ambtenaren jongt maar
aan en jongt maar aan. Deze motie zet de deur voor nieuwe ambtenaren
open, die weer visitekaartjes laten drukken en ergens gaan zitten. Dat
moeten we toch allemaal niet hebben?
Minister Heerma:
Ik begrijp dat de heer Bosma vindt dat ik een andere appreciatie aan die
motie zou moeten geven, met een interpretatie van de motie die niet de
mijne is. Ik zie dat de motie vraagt om een verkenning naar aanleiding
van een behoefte die er nadrukkelijk is. Daarom wil ik de motie oordeel
Kamer geven. Daarbij wordt een voorbeeld genoemd en ik wil daarbij ook
duidelijk maken dat de uitkomst van de verkenning ook een andere kan
zijn dan het voorbeeld dat wordt genoemd, maar daarmee is mijn
beoordeling van de motie niet dezelfde als de beoordeling van de heer
Bosma.
Mevrouw Huizenga (D66):
Helpt het de minister als ik nog "bijvoorbeeld" toevoeg aan de motie?
Het gaat namelijk echt om een voorbeeld.
De voorzitter:
Maar u heeft de appreciatie al in de zak.
Mevrouw Huizenga (D66):
Ik heb al een appreciatie, maar misschien helpt het collega's om daarin
…
Minister Heerma:
Dit zijn inderdaad twee verschillende vragen. Ik geef mijn overweging
waarom ik 'm oordeel Kamer geef. Als mevrouw Huizenga denkt dat
collega's in dit huis door het toevoegen van het woord "bijvoorbeeld"
een ander oordeel geven … Daar houd ik me verder buiten.
De voorzitter:
Het komt dan toch aan op het parlementaire handwerk van uzelf.
Mevrouw Huizenga (D66):
Ja, parlementair handwerk. Ik dacht: ik kan een poging wagen. Dank u
wel.
De voorzitter:
Altijd.
Is de minister aan het einde gekomen van zijn termijn? Dat is het geval.
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze wetsbehandeling.
De algemene beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de ingediende motie en de ingediende amendementen zal worden
gestemd op 22 september. Ik dank de minister. Ik dank de leden voor het
gevoerde debat. Ik schors de vergadering tot 14.20 uur. Daarna zullen we
overgaan tot de beëdiging van de heer Verkuijlen van de VVD-fractie. De
vergadering is geschorst.
De vergadering wordt van 13.08 uur tot 14.20 uur geschorst.