[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Tweeminutendebat PGB (CD 23/6) (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D40656, datum: 2026-09-02, bijgewerkt: 2026-09-03 09:47, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Pgb

Pgb

Aan de orde is het tweeminutendebat Pgb (CD d.d. 23/06).

De voorzitter:
Ik wil direct doorgaan met het tweeminutendebat Pgb. Daarvoor hebben zich negen mensen ingeschreven. De eerste spreker in dit tweeminutendebat is mevrouw Wendel. Zij doet dat namens de VVD. Ik nodig haar uit om haar bijdrage te leveren.

Mevrouw Wendel (VVD):
Voorzitter. In het commissiedebat heb ik uitgebreid stilgestaan bij de visie die de VVD heeft op het persoonsgebonden budget. Ik wil de minister bedanken voor de beantwoording van die vragen. Daarnaast heb ik ook stilgestaan bij de fraude die momenteel plaatsvindt bij de pgb's. Kwetsbare mensen die de zorg juist zo hard nodig hebben, zijn de dupe van die fraude. Zorggeld is bedoeld voor de zorg, en niet voor de zakken van criminelen. In het debat heb ik de minister gezegd dat ik met concrete voorstellen zou komen om deze fraude aan te pakken. Het is echt tijd voor actie. Vandaag kom ik dan ook met een voorstel om een volgende stap te zetten in de aanpak van zorgfraude. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er binnen het pgb gefraudeerd wordt met zorggeld ten koste van mensen die zorg nodig hebben;

constaterende dat er zorgaanbieders zijn die ook vertegenwoordiger zijn en op deze wijze frauderen;

overwegende dat pgb bedoeld is om onder eigen regie, of met behulp van directe familie of een wettelijk vertegenwoordiger zorg te organiseren;

verzoekt de regering wettelijk te verankeren dat zorgaanbieder en vertegenwoordiger niet dezelfde persoon of organisatie mogen zijn, tenzij het een direct familielid betreft,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wendel en Coenradie.

Zij krijgt nr. 382 (25657) (#1).

Dank u wel. Zou u nog even willen blijven staan? De motie leidt tot een vraag van de heer Van Houwelingen. Goed om u te zien. O, ik zet ook de microfoon voor u aan.

De heer Van Houwelingen (FVD):
Insgelijks, voorzitter. Ik had in het commissiedebat aan mevrouw Wendel een vraag gesteld waar zij toen nog geen antwoord op kon geven, maar misschien kan zij dat nu wel. Waarom had de VVD tegen onze motie gestemd om privaat gefinancierd preventief bevolkingsonderzoek mogelijk te maken? Misschien kunnen we daar nu wel antwoord op krijgen. Dat is mijn vraag.

Mevrouw Wendel (VVD):
Mevrouw Wendel kón daar toen wel antwoord op geven, maar mevrouw Wendel wóú daar toen geen antwoord op geven, met de hele heldere reden dat het debat gaat over persoonsgebonden budgetten. Persoonsgebonden budgetten maken echt het verschil voor mensen of zij wel of niet kunnen meedoen in de samenleving. Ik wil gewoon niet dat dit onderwerp constant debatten zoals deze kaapt, terwijl mensen hiernaar zitten te kijken en hopen dat wij het persoonsgebonden budget goed voor ze regelen.

De voorzitter:
Ja. Meneer Van Houwelingen, ik vrees dat u het met dit antwoord moet doen.

De heer Van Houwelingen (FVD):
Misschien mag ik dan van u opmerken dat dit wel heel vreemd is. Ik heb een vraag over een motie over zorg aan de woordvoerder zorg van de VVD. We gaan natuurlijk nooit een debat over dit onderwerp … We krijgen net een lijst toegestuurd met allemaal debatten, die worden nooit … Misschien kunnen we afconcluderen dat ik de VVD nooit een vraag kan stellen over dit onderwerp. Dat vind ik toch wel heel erg vreemd.

De voorzitter:
Kijk, u kunt elkaar alle vragen stellen die u wilt, maar elk lid gaat over zijn eigen antwoorden. Dat is niet altijd bevredigend. Dat zal voor meer mensen een weleens voorkomend geval zijn. Ik kan het niet mooier maken. Ik dank mevrouw Wendel voor haar bijdrage. We nodigen mevrouw Bikker uit voor haar bijdrage in dit tweeminutendebat. Zij doet dat namens de ChristenUnie.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Ik wil de minister danken voor de behandeling in de commissie. Op één punt vind ik het echt noodzakelijk dat er toch nog een stapje extra gezet wordt door de regering. Dat is in aanvulling op een motie die collega Westerveld eerder indiende. Voor de administratie van het ministerie: dat is de motie op stuk nr. 420 (34104) (#2). Ik kijk ook even in de richting van de Griffie. Ja?

De voorzitter:
Het wordt herkend!

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Mooi zo.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat sommige ouders van kinderen met een intensieve en langdurige zorgvraag vanwege de zorg voor hun kind besluiten om minder te gaan werken en het pgb een (groot) onderdeel wordt van het gezinsinkomen;

overwegende dat het overlijden van het kind voor deze ouders niet alleen een ingrijpende en emotionele gebeurtenis is, maar in sommige gevallen dus ook leidt tot een zeer plotselinge en substantiële daling van het gezinsinkomen;

verzoekt de regering spoedig de situatie voor deze beperkte groep ouders sterk te verbeteren door een tijdelijke financiële overbruggingsregeling te realiseren, bijvoorbeeld via een fonds hiervoor, of door de mogelijkheid te introduceren om de indicatie (tijdelijk) te verlengen, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bikker, Diederik van Dijk en Westerveld.

Zij krijgt nr. 383 (25657) (#3).

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank, mevrouw Bikker. Dan gaan we luisteren naar de bijdrage van mevrouw Synhaeve. Ik nodig haar uit. Zij doet dat namens D66. Gaat uw gang.

Mevrouw Synhaeve (D66):
Dank u wel, voorzitter. Het persoonsgebonden budget is een mooie manier voor mensen om hun zorg te regelen op de manier die het best bij hen past. Het gaat over eigen regie en over het goed laten aansluiten van de zorg op de eigen situatie. Het pgb moet beschikbaar zijn voor hen die dat goed kunnen beheren, maar soms maken we het ook onnodig ingewikkeld voor budgethouders. Dat kan beter.

Daarom dien ik de volgende motie in, maar niet voordat ik heb aangegeven dat de motie voortbouwt op het amendement van de SGP en de ChristenUnie met de titel Middelen voor actieonderzoek naar verbetering van de toegang tot zorg voor mensen met een levenslange en levensbrede hulp- en ondersteuningsvraag. Daar zal de pilot, waar ik het zo over ga hebben, ook naar verwijzen. De motie is als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het stelsel rondom pgb zeer complex is, waarbij het pgb zẹlfs vanuit vier verschillende wetten wordt gefinancierd;

constaterende dat dit ertoe leidt dat mensen met een pgb vaak met veel administratieve lasten te maken hebben om de zorg te regelen die goed aansluit bij hun persoonlijke situatie;

overwegende dat één loket waar een pgb-houder naartoe kan gaan, met een duidelijk aanspreekpunt, hiervoor een goede oplossing kan vormen;

verzoekt de regering de bestaande pilot uit het actieonderzoek bij Eindhoven naar verbetering van de toegang tot zorg voor mensen met een levenslange en levensbrede hulp- en ondersteuningsvraag uit te breiden in 2027, en de lessen die hierbij worden opgedaan met de Kamer te delen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Synhaeve, Bikker en Diederik van Dijk.

Zij krijgt nr. 384 (25657) (#4).

Dank u wel. We gaan luisteren naar de bijdrage van mevrouw Moinat. Zij doet dat namens de Groep Markuszower. Aan u het woord.

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):
Dank, voorzitter. Ik heb drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat gemeenten tarieven voor alle informele zorg verlagen naar aanleiding van een uitspraak van de CRvB;

constaterende dat deze uitspraak een familieovereenkomst betreft;

overwegende dat de tarieven bij een arbeidsovereenkomst toereikend moeten zijn en rekening moeten houden met marktconform loon, vakantiegeld, vakantie-uren en werkgeverslasten;

verzoekt de regering een landelijk toepasbaar kader voor toereikende pgb-tarieven vast te stellen en te borgen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Moinat en Diederik van Dijk.

Zij krijgt nr. 385 (25657) (#5).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat reeds is voorzien in een evaluatie van de toereikendheid van de compensatie van pgb-houders;

overwegende dat ook de gevolgen voor de administratieve lasten, uitvoerbaarheid en toegankelijkheid van het pgb van belang zijn;

verzoekt de regering deze aspecten expliciet mee te nemen in de evaluatie van de Wet aanpassing regeling dienstverlening aan huis,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Moinat en Diederik van Dijk.

Zij krijgt nr. 386 (25657) (#6).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat budgethouders door nieuwe regelgeving steeds meer (werkgevers)verplichtingen en administratieve lasten ervaren;

constaterende dat het hierdoor onmogelijk gemaakt wordt om je zorg goed te organiseren met een pgb en mensen opgezadeld worden met onnodige bureaucratie;

overwegende dat het persoonsgebonden budget bedoeld is om eigen regie mogelijk te maken;

verzoekt de regering met voorstellen te komen om de administratieve lasten en werkgeversverplichtingen voor budgethouders structureel te verminderen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Moinat en Diederik van Dijk.

Zij krijgt nr. 387 (25657) (#7).

Dank u wel. Een razend tempo. De heer Diederik van Dijk — u noemde hem al — is de volgende spreker in dit debat. Hij doet dat namens de SGP.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er aanhoudende signalen zijn dat pgb-tarieven voor informele zorg vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) ontoereikend zijn voor het sluiten van arbeidsovereenkomsten;

overwegende dat de huidige informele tarieven na aftrek van de kostencomponenten zoals vakantie-uren, onregelmatigheidstoeslag en werkgeverslasten (mogelijk) zelfs onder het wettelijk minimumloon uitkomen;

overwegende dat het ministerie van VWS op dit moment wel het maximumtarief voor informele Zvw-pgb vaststelt, maar geen minimumtarief;

verzoekt de regering om, in overleg met de NZa en Per Saldo, een toereikend minimumtarief voor informele pgb-zorg vast te stellen voor de Zvw, rekening houdend met de kostencomponenten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk, Moinat, Westerveld en Bikker.

Zij krijgt nr. 388 (25657) (#8).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er nog steeds gemeenten zijn die budgethouders niet compenseren voor de werkgeverslasten vanwege de aanpassing van de Regeling dienstverlening aan huis, wat een gevaar vormt voor de zorgcontinuïteit;

overwegende dat de minister dit zelf ook onderkent en gemeenten hierop aanspreekt, maar dit weinig effect heeft;

verzoekt de regering alle mogelijke instrumenten te benutten om te bewerkstelligen dat gemeenten zo spoedig mogelijk de werkgeverslasten compenseren en toereikende tarieven hanteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk en Bikker.

Zij krijgt nr. 389 (25657) (#9).

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dan de laatste.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de regering een versterkte toetsing wil op pgb-vaardigheid;

overwegende dat de complexiteit van het pgb vooral is toegenomen door regels die de regering of andere verstrekkers zelf hebben ingesteld;

verzoekt de regering om, voordat de toetsing op pgb-vaardigheid wordt versterkt, in samenspraak met alle betrokken partijen, éérst met voorstellen te komen om de regeldruk voor pgb-houders structureel te verminderen;

verzoekt de regering om in de toekomst het uitgangspunt van de eigen regie van de budgethouder of diens vertegenwoordiger te blijven waarborgen en op generlei wijze te beperken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Diederik van Dijk.

Zij krijgt nr. 390 (25657) (#10).

De heer Diederik van Dijk (SGP):
In mijn laatste seconde stel ik de minister nog een hele korte vraag: hoe staat het met de compensatie van de werkgeverslasten als het gaat om budgethouders met pgb vanuit de Wlz of de Zvw?

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:
Dank. Dat is een wereldprestatie. U bent net iets over de tijd. De volgende spreker in dit debat is mevrouw Westerveld, namens PRO. Aan u het woord. Gaat uw gang.

Mevrouw Westerveld (PRO):
Dank, voorzitter. In het commissiedebat over het pgb werd duidelijk dat iedereen in de Kamer gelukkig nog steeds vindt dat bij een pgb eigen regie ongelofelijk belangrijk is en dat mensen hun leven moeten kunnen leven op de manier waarop zij dat zouden willen doen, met dus die eigen regie. Daarover gaan twee moties van mij. De eerste gaat over woonzorginitiatieven.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het belangrijk is dat mensen kunnen wonen op een plek die bij hen past, en woonzorgvormen voor mensen met een langdurige zorgvraag, zoals ouderinitiatieven, hier een prachtige oplossing voor bieden;

overwegende dat veel initiatiefnemers aanlopen tegen bureaucratie, onduidelijke regels en eigen criteria van zorgkantoren;

overwegende dat goede zorg en een fijne woonplek leidend zouden moeten zijn, niet de financieringsvorm;

overwegende dat financiële prikkels bij zorgkantoren of aanbieders er niet toe mogen leiden dat mensen richting zorg in natura worden gestuurd wanneer een pgb beter bij hen past;

verzoekt de regering bij het ontwikkelen en financieren van woonzorgvormen te borgen dat de keuze tussen pgb en zorg in natura wordt bepaald door wat passend is voor bewoners en niet door financiële belangen van andere partijen, en samen met ouderinitiatieven en zorgkantoren te werken aan het wegnemen van barrières die dit principe in de weg staan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Westerveld.

Zij krijgt nr. 391 (25657) (#11).

Mevrouw Westerveld (PRO):
Dan de tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een aangenomen Kamermotie oproept tot coulance tot ten minste 2027 voor gezinnen en cliënten van wie een aanvraag voor meerzorg is afgewezen;

constaterende dat de Kamer ook heeft gevraagd om het definitieve beleidskader voor meerzorg in samenspraak met cliënten en belangenorganisaties vast te stellen;

overwegende dat meerzorg voor deze gezinnen geen luxe is, maar noodzakelijk is om passende zorg en ondersteuning te kunnen bieden;

verzoekt de regering om dit najaar duidelijkheid te geven over de uitvoering van de eerdere moties over coulance bij meerzorg, de wijze waarop cliënten en belangenorganisaties zijn betrokken bij het beleidskader, en de datum waarop het definitieve beleidskader in werking treedt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld en Bikker.

Zij krijgt nr. 392 (25657) (#12).

Dat mevrouw Bikker deze motie medeondertekent, zullen we alsnog opnemen in de administratie. We gaan luisteren naar de bijdrage van mevrouw Maeijer. Zij spreekt namens de PVV.

Mevrouw Maeijer (PVV):
Dank u, voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Kamer de motie-Maeijer/Diederik van Dijk heeft aangenomen, die de regering verzoekt niet te tornen aan de keuzevrijheid voor het persoonsgebonden budget;

overwegende dat het pgb voor mensen die zelf hun zorg willen en kunnen organiseren een belangrijk instrument is om regie over hun eigen leven en zorg te houden;

overwegende dat deze keuzevrijheid wordt uitgehold wanneer een pgb wordt afgewezen enkel omdat zorg in natura beschikbaar zou zijn;

verzoekt de regering te borgen dat, wanneer iemand aan de wettelijke voorwaarden voor een persoonsgebonden budget voldoet, het pgb niet enkel kan worden geweigerd vanwege het beschikbaar zijn van zorg in natura,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Maeijer en Diederik van Dijk.

Zij krijgt nr. 393 (25657) (#13).

Dat leidt tot een vraag van mevrouw Wendel.

Mevrouw Wendel (VVD):
Ik hoor mevrouw Maeijer in haar overwegingen zeggen dat het pgb bedoeld is voor mensen die dat onder eigen regie kunnen. Ik wil mevrouw Maeijer vragen hoe zij dan naar die eigen regie kijkt. Is mevrouw Maeijer het dan ook met mij eens dat het pgb inderdaad bedoeld is om onder eigen regie te beheren of te laten beheren door een direct familielid, maar dat het niet beheerd moet worden door allerlei bemiddelingsbureaus of allemaal mensen die daartussen komen, eigenlijk alleen omdat iemand zelf, of iemands familielid, het pgb niet kan beheren?

Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik denk dat het een terecht punt is dat mevrouw Wendel opbrengt. Als mevrouw Wendel mij vraagt of ik voor of tegen haar motie ga stemmen, moet ik zeggen dat ik 'm nog niet goed genoeg heb kunnen beoordelen. Maar ik ga er met een frisse blik naar kijken. Voor mij is het allerbelangrijkste dat het persoonsgebonden budget blijft bestaan zoals dat bedoeld is en dat de mensen voor wie dat goed past — dat is niet iedereen — daar goed gebruik van kunnen maken. Daar heb ik ook enkele moties voor ingediend. Daar ziet mijn motie ook op, om dat te verstevigen. Ik zal met een open blik naar de motie van mevrouw Wendel kijken.

De voorzitter:
Oké. Meneer Hamstra, aan u het woord, namens het CDA. Gaat uw gang.

De heer Hamstra (CDA):
Voorzitter, dank. Volgens mij hebben we met z'n allen een goed debat met de minister gevoerd over de toekomst van het pgb. Volgens mij zijn we het ook eens over de knelpunten die we daarbij zagen. Het systeem is zowel voor budgethouders als uitvoerders te ingewikkeld geworden, waardoor "eigen regie" misschien ook wel een loze kreet wordt. Maar we zien ook allemaal de dilemma's: aan de ene kant is het doel vereenvoudiging, maar dat gaat bijvoorbeeld niet goed samen met een lastenverhogende fraudeaanpak. De minister wil langs twee sporen aan de slag. Het eerste spoor is: het pgb als bewuste keuze. Het tweede spoor is het ibo over de relatie tussen pgb en arbeidsrecht. Om de minister wat richting mee te geven en om ervoor te zorgen dat er ook echt snel concrete voorstellen liggen, dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister via twee sporen werkt aan noodzakelijke verbetering van het pgb-systeem op lange termijn, namelijk "pgb als bewuste keuze" en het in opdracht van de ministeries van VWS en SZW uit te voeren interdepartementaal onderzoek naar een oplossing voor de spanning tussen het werkgeverschap van budgethouders en het realiseren van de juiste zorg binnen het pgb;

overwegende dat beide sporen tot doel moeten hebben dat een bewuste keuze voor het pgb een waardevol alternatief is en blijft voor zorg in natura;

verzoekt de regering hierbij de volgende uitgangspunten te hanteren:

  • dat er vertrouwen is in de budgethouder en zijn omgeving en dat verantwoordingseisen worden teruggedrongen;

  • dat er een versterkte toets aan de voorkant plaatsvindt op de bewuste keuze voor het pgb en de budgetvaardigheid;

  • dat er conform de motie-Flach (36744, nr. 43) ingezet wordt op een structureel vereenvoudigd en verlicht arbeidsrechtelijk regime voor budgethouders, waarbij nadrukkelijk naar uitzonderingen gekeken wordt;

  • dat de aanpak van fraude zich richt op specifieke constructies en vormen van uitbuiting, onder andere door verbeterde gegevensdeling;

verzoekt de regering de Kamer over de uitkomst van beide sporen en verbetervoorstellen in het eerste kwartaal van 2027 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Hamstra en Tijmstra.

Zij krijgt nr. 394 (25657) (#14).

Mevrouw Wendel heeft een vraag voor u.

Mevrouw Wendel (VVD):
De heer Hamstra heeft het over lastenverhoging door de fraudeaanpak. Ik begrijp eerlijk gezegd niet zo goed waar hij op doelt. Kan meneer Hamstra dat toelichten?

De heer Hamstra (CDA):
Jazeker. Dat is eigenlijk waar we het in dit debat over hebben. We zien in de zorg breed, dus niet alleen met betrekking tot het pgb, dat we bij misstanden doorslaan vanuit een risicoregelreflex en dat dit de administratieve druk door regels vergroot. Dat maakt vereenvoudiging van het systeem ontzettend lastig. Dat zien we niet alleen bij het pgb-stelsel, maar in het zorgstelsel in het algemeen. Dat is eigenlijk waar ik in deze motie aan refereer.

De voorzitter:
Een vervolgvraag van mevrouw Wendel.

Mevrouw Wendel (VVD):
Ik ben de laatste die een fan is van een risicoregelreflex. Dat deel ik dus volledig met de heer Hamstra, maar er vindt op grote schaal fraude plaats binnen de zorg; er wordt geschat dat dit per jaar om 10 miljard euro gaat. Ik hoop toch wel dat meneer Hamstra zij aan zij met mij gaat staan om die fraude aan te pakken.

De heer Hamstra (CDA):
Ik wil deze open deur best intrappen, want dat wil ik sowieso. Alleen heeft u ook het commissiedebat met mij gevoerd, waarin ik een heel duidelijk onderscheid heb gemaakt tussen aan de ene kant fraude en aan de andere kant oneigenlijk gebruik dat ontstaat door een systeem dat we zelf zo complex hebben gemaakt. Dus ja, als het gaat om zorgfraude ga ik zeker zij aan zij met u staan, maar ik wil wel graag onderscheid maken tussen aan de ene kant zorgfraude en aan de andere kant oneigenlijk gebruik.

De voorzitter:
Dank u wel. De laatste spreker in dit tweeminutendebat is de heer Van Houwelingen, namens Forum voor Democratie. Gaat uw gang.

De heer Van Houwelingen (FVD):
Voorzitter. Forum draagt het pgb natuurlijk een warm hart toe, maar ik wil even kort ingaan op een ander onderwerp dat wij in het debat hebben opgevoerd, ook in het kader van eigen regie. Dat is de privaat gefinancierde gezondheidszorg, zoals een scan of een onderzoek naar darmkanker. Dat kan niet in Nederland. Dat is verboden en als je dat als Nederlander wil doen, moet je de grens over. Dat vinden wij eigenlijk krankzinnig. Daar hebben we in het debat over gediscussieerd, en toen zei de minister tegen ons: dat is lastig, want met dat soort onderzoeken kun je ook valspositieven krijgen en dan maken mensen zich onterecht zorgen. Dat is voor mij onbegrijpelijk, want mensen doen dat soort onderzoeken juist om zorgen weg te nemen. Het is alsof je tegen iemand die honger heeft, zegt: ga maar niet eten, want het is misschien bedorven voedsel. Dat is helemaal niet logisch. De minister zei ook dat het misschien extra zorg oplevert. Ja, het kan inderdaad vervolgonderzoeken opleveren, maar je bent er dan vroeg bij als er wat is, waardoor je uiteindelijk veel minder onderzoek nodig hebt. De totale zorgkosten nemen ook af, om dezelfde reden. En het is ook niet zo dat het de belastingbetaler geld kost, want het is privaat gefinancierd. Voor mij is het dus volstrekt onbegrijpelijk waarom dit niet in Nederland kan. Zeker van een liberale minister van Zorg zou je toch iets anders verwachten.

Daarom kom ik maar met een motie. Ik hoop dat de Kamer die kan steunen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat privaat gefinancierd preventief gezondheidsonderzoek (bijvoorbeeld een scan of darmonderzoek) kan leiden tot (onnodige) extra zorgen bij patiënten, maar een dergelijk onderzoek juist ook veel (onnodige) gezondheidszorgen wegneemt;

overwegende dat dit soort onderzoek inderdaad kan leiden tot extra beroep op de zorg — dat is zo — maar natuurlijk, als preventieve zorg, ook zorg zal voorkomen en boven alles levens kan redden;

verzoekt de minister te laten onderzoeken wat per saldo — want daar gaat nu blijkbaar de discussie over — het effect op zowel de zorgen van patiënten als de druk op de zorg is van privaat gefinancierd preventief gezondheidsonderzoek en hoeveel levens er — want dat gebeurt natuurlijk ook — naar schatting jaarlijks worden gered omdat door dit soort onderzoek diagnoses op tijd gesteld kunnen worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Houwelingen.

Zij krijgt nr. 395 (25657) (#15).

Dank u wel. U hebt wel een nieuwe stijlfiguur geïntroduceerd door tijdens het voorlezen van uw motie ook al wat reflectie op uw eigen zinnen de motie in te fietsen. Dat is nieuw.

De heer Van Houwelingen (FVD):
Ja, oké, dus dan moet ik het letterlijk voorlezen …

De voorzitter:
Dat leidt tot een vraag van mevrouw Wendel.

Mevrouw Wendel (VVD):
Ik vind het persoonlijk natuurlijk een heel groot compliment dat u minister Sterk een liberaal noemt. Ik denk dat dat een zeer groot compliment is.

De heer Van Houwelingen (FVD):
Ja, ik had het over mevrouw Hermans.

Mevrouw Wendel (VVD):
Maar ik wil u wel het volgende vragen. Hoe denkt u nou dat al die mensen die vandaag kijken om te zien wat deze Kamer voor hen gaat doen op het punt van de pgb's, denken als ze zien dat Forum voor Democratie gewoon random moties indient die echt totaal niets met het onderwerp te maken hebben? Sterker nog, deze minister gaat hier niet eens over, want het is inderdaad een liberale minister van VWS die dit onderwerp in haar portefeuille heeft.

De heer Van Houwelingen (FVD):
Dat is inderdaad minister Hermans. Nou, ik denk dat de mensen die dit debat eventueel nog zien, denken: het is inderdaad goed dat er een partij is die hier aandacht aan schenkt. Natuurlijk heb ik in het debat ook van alles gezegd over het pgb. Ik heb het pgb verdedigd. Wij zijn groot voorstander van het pgb. Ik heb ook gezegd dat het een van de weinige goede dingen is die de VVD gedaan heeft. Dat heb ik allemaal gezegd. Ik heb het dus ook over het pgb gehad, maar dit is een onderwerp dat ook voor heel veel Nederlanders van belang is. Die moeten nu helemaal de grens over naar Duitsland om dit soort onderzoeken te laten doen. En hierover komt er natuurlijk nooit speciaal een debat, dus ik doe het in dit debat, dat tenslotte over eigen regie gaat. Nou, dit is een mooie vorm van eigen regie, dus het past erin. Daarom heb ik de motie nu ingediend.

De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de inbreng van de Kamer in dit tweeminutendebat. Ik schors voor vijftien minuten. We gaan om 19.30 uur luisteren naar de beantwoording door de minister. Het debat is geschorst tot 19.30 uur.

De vergadering wordt van 19.14 uur tot 19.28 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen dit debat. De minister staat klaar en we gaan luisteren naar de reactie op de ingediende moties. Het woord is aan de minister.

Minister Sterk:
Dank u wel, voorzitter. Ik hecht er toch aan om vanaf deze plaats te melden dat dit niet de liberale minister van VWS is, maar haar christendemocratische collega, met wie zij overigens zeer prettig samenwerkt. Dat eventjes wellicht ten overvloede.

Ik ga de moties langslopen en ten slotte nog één vraag van de heer Van Dijk beantwoorden.

De motie op stuk nr. 382 van mevrouw Wendel geef ik oordeel Kamer, want ik ben het eens met de strekking van die motie. Dat vraagt wel een aanpassing van de wet. Dat moeten we zorgvuldig doen. Deze zorgvuldigheid van wetgeving kan betekenen dat we het door mevrouw Wendel beoogde doel op een andere manier moeten gaan realiseren. Ik wil wel de ruimte behouden om dit bij concretisering anders uit te werken, maar het doel onderschrijf ik zeker.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 382: oordeel Kamer.

Minister Sterk:
Dan de motie op stuk nr. 383 van mevrouw Bikker, de heer Van Dijk en mevrouw Westerveld. Die wil ik graag overnemen. Ik heb het voornemen om een regeling bestaanszekerheid voor deze groep ouders te maken voor Wlz- en Zvw-pgb. Tijdens het commissiedebat op 23 juni heb ik toegezegd hierop terug te komen in mijn brief voor de begrotingsbehandeling. Mijn planning is om dat rond 7 oktober te doen.

De voorzitter:
Overnemen dus. Mevrouw Bikker zie ik niet. Ik kijk naar de heer Diederik van Dijk. Ja, ik zie hem knikken. Mevrouw Westerveld stemt er ook mee in. De motie op stuk nr. 383 is overgenomen en komt daarmee niet in stemming.

De motie-Bikker c.s. (25657, nr. 383) is overgenomen.

Dan gaan we door naar de motie op stuk nr. 384.

Minister Sterk:
De motie op stuk nr. 384 van mevrouw Synhaeve wil ik oordeel Kamer geven. De pilot uit het actieonderzoek bij Eindhoven waar u het over had, kan in 2027 worden uitgebreid. Ik vind het belangrijk om eerst deze nieuwe pilots in 2027 te doorlopen en hier lering uit te trekken, en om deze resultaten dan te delen met uw Kamer. Vervolgens kan in overleg met belanghebbenden worden bezien wat er structureel nodig is.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 384: oordeel Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 385.

Minister Sterk:
De motie op stuk nr. 385 van mevrouw Moinat en de heer Van Dijk wil ik ook overnemen. In 2024 heb ik samen met de VNG een handreiking toereikende tarieven pgb voor formele zorg en ondersteuning ontwikkeld voor het sociaal domein. Ik ga met de VNG in overleg om deze handreiking uit te breiden voor informele zorg en ondersteuning.

De voorzitter:
Ja, ik zie mevrouw Moinat knikken. De motie op stuk nr. 385 is overgenomen en komt niet in stemming.

De motie-Moinat/Diederik van Dijk (25657, nr. 385) is overgenomen.

Dan de motie op stuk nr. 386.

Minister Sterk:
De motie op stuk nr. 386 is ook van mevrouw Moinat en de heer Van Dijk. Die wil ik oordeel Kamer geven. Wij evalueren dit al, dus we kunnen dit onderdeel meenemen.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 386: oordeel Kamer.

Minister Sterk:
Dan de motie op stuk nr. 387, opnieuw een motie van mevrouw Moinat en de heer Van Dijk; ik zie een mooie samenwerking. Die zou ik graag aangehouden zien. Ik heb tijdens het debat dat wij hier hadden op 23 juni toegezegd dat ik daar in mijn brief voor de begrotingsbehandeling op terug zal komen. Ik gaf net al aan dat ik voornemens ben om deze brief rond 7 oktober naar de Kamer te sturen. Ik wil dus eigenlijk vragen om deze motie aan te houden totdat u weet wat ik daarover heb gezegd in de brief.

De voorzitter:
Mevrouw Moinat, bent u bereid die motie aan te houden? Ja?

Op verzoek van mevrouw Moinat stel ik voor haar motie (25657, nr. 387) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Sterk:
Dan de motie van de heer Van Dijk, de motie op stuk nr. 388, over het toereikend minimumtarief. Die wil ik ontraden. Ik ga daar een aantal woorden aan wijden, als u mij dat toestaat, voorzitter. Mijn beeld is net wat anders dan de heer Van Dijk schetst en dat wil ik wel graag even zorgvuldig toelichten. Ik denk dat wij delen dat informele zorgverleners heel erg belangrijk zijn voor de toegankelijkheid en kwaliteit van zorg. Het is aan zorgverzekeraars om het tarief vast te stellen, binnen het door de overheid gestelde maximum. Het is daarbij niet zo dat de zorgverzekeraars onbeperkte vrijheid hebben, want op grond van de Zvw moet het tarief een passende vergoeding zijn om zorg in te kunnen kopen. Het wettelijk minimumloon ligt op dit moment op €14,99 bruto per uur. Het maximumtarief voor informele zorg is €30,84 per uur, volgens de Regeling zorgverzekering. De laagste maximumvergoeding wordt nu geboden door Zorg en Zekerheid. Deze ligt op €24,22. Dat is toch een stuk hoger dan het wettelijk minimumloon. Wanneer de werkgeverslasten inclusief het vakantiegeld hiervan af worden getrokken, blijft er nog steeds een brutobedrag over dat boven het minimumloon ligt. Aan de onderkant is het tarief begrensd omdat zorgverzekeraars een passende vergoeding moeten geven om de benodigde zorg in te kopen. Zorgverzekeraars kunnen hiermee het tarief aanpassen aan de individuele situatie van de budgethouder. Ook zijn zij verantwoordelijk voor de doelmatige omgang met premiegeld. Een minimumtarief perkt de ruimte die verzekeraars hebben wettelijk te veel in en doet geen recht aan een passende vergoeding in individuele omstandigheden. Maar wij monitoren natuurlijk wel of dit niet onder het minimum komt dat hij wil stellen, zeg ik hopelijk een beetje geruststellend tegen de heer Van Dijk. Wij houden dat goed in de gaten. Maar ik wil wel deze motie daardoor ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 388 is ontraden.

Minister Sterk:
De motie op stuk nr. 389 wil ik overnemen. Die is van de heer Van Dijk en mevrouw Bikker. Ik herken het signaal dat sommige gemeenten nog niet zijn overgegaan op de compensatie van budgethouders die extra werkgeverslasten moeten afdragen door die wetswijziging Regeling dienstverlening aan huis. Op dit moment acteer ik ook op deze signalen, dus geef ik deze motie het oordeel "overnemen".

De voorzitter:
Daar stemt de heer Diederik van Dijk mee in. De motie op stuk nr. 389 komt niet in stemming.

De motie-Diederik van Dijk/Bikker (25657, nr. 389) is overgenomen.

De motie op stuk nr. 390.

Minister Sterk:
Die wil ik ontraden. Ik begrijp de strekking van de motie van de heer Van Dijk, maar hij vraagt twee dingen. Wij hebben het ook een beetje gelezen als volgtijdelijkheid. U zegt: eerst het aanpakken van de regeldruk voordat de minister iets anders doet. Daarnaast zegt u ook: daarna het waarborgen van eigen regie die op generlei wijze mag beperken. De aanpak van regeldruk nemen we mee, maar dat doen we tegelijkertijd en in balans met de uitwerking van de twee actielijnen, namelijk pgb als bewuste keuze voor eigen regie en vereenvoudigen werkgeverschap. Het aanscherpen van de bewuste keuze in het pgb betreft geen inperking van de eigen regie, integendeel. Het zorgt er juist voor dat eigen regie meer centraal komt te staan. Ik wil de ruimte wel behouden om daar goed invulling aan te geven. Als u zegt "op generlei wijze aanpassen", dan beperkt u de ruimte die ik eigenlijk nodig heb om dat op een goede manier te doen. Daarom ontraad ik deze motie.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 390 wordt ontraden. De motie op stuk nr. 391.

Minister Sterk:
De motie op stuk nr. 391 van mevrouw Westerveld wil ik oordeel Kamer geven. Ik wil met mijn beleid bereiken dat er ook een vrije keuze is voor mensen die zorg nodig hebben, dus de mogelijkheid om te kiezen voor zorg in natura als iemand geen pgb wil, maar ook de mogelijkheid om te kiezen voor een pgb wanneer dit duidelijk meerwaarde heeft voor het invullen van de zorgvraag. Deze motie ondersteunt dus deze richting.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 391: oordeel Kamer.

Minister Sterk:
De motie op stuk nr. 392, ook van mevrouw Westerveld, over meerzorg, wil ik overnemen. Ik heb ook al toegezegd de Kamer nader te informeren met een brief dit najaar.

De voorzitter:
Dat is akkoord. De motie komt niet in stemming.

De motie-Westerveld/Bikker (25657, nr. 392) is overgenomen.

De motie op stuk nr. 393.

Minister Sterk:
De motie op stuk nr. 393 van mevrouw Maeijer. Ik zou willen vragen of u die wilt aanhouden. Wij zijn op dit moment verder aan het verkennen hoe we eigen regie en bewuste keuze adequaat kunnen vormgeven. Ik wil u toezeggen om u daar in het voorjaar van 2027 over te berichten. Dus mijn voorstel is: aanhouden. Als u dat niet doet, dan ontraad ik deze motie.

De voorzitter:
Ik kijk naar mevrouw Maeijer. Is zij bereid de motie aan te houden? Dat is niet het geval. Het oordeel op de motie op stuk nr. 393 is "ontraden".

Minister Sterk:
De motie op stuk nr. 394 van de heer Hamstra en mevrouw Tijmstra geef ik oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 394: oordeel Kamer.

Minister Sterk:
Ten slotte de motie op stuk nr. 395 van de heer Van Houwelingen. Ik heb net al gezegd dat hij die adresseert aan de verkeerde minister. Ik wil deze motie dan ook ontraden. Wij laten het aan de private markt. Ook kunnen deze scans leiden tot onnodige verzwaring van zorgkosten. Dat is ook in een eerder debat gewisseld, denk ik.

Dan kom ik ten slotte toe aan de vraag van de heer Van Dijk van de SGP. Hij vroeg hoe het nu precies staat met de compensatie voor de mensen die gebruik hebben gemaakt van de Wlz- en de Zvw-regeling in het kader van de Regeling dienstverlening aan huis. De Wlz is in juli uitgekeerd aan de budgethouders door de zorgkantoren. Wat betreft de Zorgverzekeringswet zijn de budgethouders vorige week geïnformeerd over de compensatie en zijn de verzekeraars nu al de budgetten aan het verhogen. Ik begreep dat Zilveren Kruis al een brief zou hebben uitgedaan daarover.

Tot zover, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van het tweeminutendebat Pgb.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
We stemmen aanstaande dinsdag bij de reguliere stemming over de ingediende moties waarvoor stemming relevant is.

Dat geldt overigens ook voor de moties uit het tweeminutendebat dat we hiervoor hadden.