[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Antwoord op vragen van het lid Ceder over de beantwoording van de feitelijke vragen over het nationaal sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D40730, datum: 2026-09-03, bijgewerkt: 2026-09-03 12:54, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z17841:

Preview document (🔗 origineel)


AH 2927

2026Z17841

Antwoord van minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 3 september 2026)

Vraag 1

Klopt het dat het IGH in zijn advies van 19 juli 2024 Israël oproept om zo spoedig mogelijk een einde te maken aan zijn onrechtmatige aanwezigheid in de bezette Palestijnse gebieden en alle nieuwe nederzettingsactiviteiten onmiddellijk te beëindigen, en dat Israël de kolonisten uit de bezette Palestijnse gebieden dient te evacueren?

Antwoord

Ja.

Vraag 2

Klopt het dat Nederland dit IGH-advies van 19 juli 2024 en de rechtsgevolgen omarmt?

Antwoord

In het advies van het Internationaal Gerechtshof wordt het geldende internationaal recht uitgelegd, wat geldt voor alle staten, dus ook voor Nederland. Het kabinet erkent in navolging van het IGH-advies dat de Israëlische bezetting van de Palestijnse Gebieden onrechtmatig is.

Vraag 3

Is de grondslag van de sancties van het kabinet nog steeds zoals het kabinet dit in de nota van toelichting verwoorde: ‘Dit sanctiebesluit dient om nadere invulling te geven aan het onder paragraaf 1 besproken IGH-advies van 19 juli 2024, VNVR-resolutie 465 (1980), VNVR-resolutie 497 (1981) en AVVN-resoluties ES-10/24 en A-79/90.’?

Antwoord

De grondslag van het besluit is artikel 2, eerste lid, van de Sanctiewet 1977, die het mogelijk maakt om bij algemene maatregel van bestuur (AMvB) regels te stellen ter voldoening aan verdragen, besluiten of aanbevelingen van organen van volkenrechtelijke organisaties, dan wel aan internationale afspraken, met betrekking tot de handhaving of het herstel van de internationale vrede en veiligheid of de bevordering van de internationale rechtsorde dan wel de bestrijding van terrorisme. Zowel het IGH-advies als de genoemde resoluties van de Veiligheidsraad en Algemene Vergadering van de Verenigde Naties zijn aanbevelingen van organen van een volkenrechtelijke organisatie in de zin van de Sanctiewet 1977 en hebben voorts betrekking op de uitleg en toepassing van het internationaal recht. De regering kan daarom op grond van de Sanctiewet 1977 bij AMvB regels stellen ter voldoening aan deze aanbevelingen van volkenrechtelijke organen van de VN.

Vraag 4

Hoe verhoudt het IGH-advies uit 2024 en het daarin besloten rechtsgevolg om kolonisten te evacueren zich tot de antwoorden op de feitelijke vragen eerder deze week, waarin het kabinet stelt dat het niet beoogt om tot een volledige evacuatie van Israëlische kolonisten uit de bezette Palestijnse gebieden te komen (bijv. vraag 116)?

Antwoord

Het evacueren van de eigen burgerbevolking die het onrechtmatig heeft overgebracht naar bezet gebied is een verplichting van Israël, niet van derde staten. Dat is geldend internationaal recht. De praktische invulling van dit vraagstuk zal onderdeel moeten zijn van de afspraken tussen de partijen over een tweestatenoplossing. Uiteindelijk zullen afspraken hierover onderdeel moeten zijn van een breed akkoord waarin beide partijen hun veiligheid en identiteit gewaarborgd zien. Het kabinet kan niet vooruitlopen op de invulling hiervan. De visie van het kabinet is daarmee dat het internationaal recht leidend is, en de invulling van de evacuatie van kolonisten in de praktijk onderdeel moeten zijn van afspraken tussen de partijen; dit heeft het kabinet willen laten reflecteren in de beantwoording van de feitelijke vragen.

Vraag 5

Kan het kabinet ondubbelzinnig aangeven of het Nederlandse standpunt is dat Israël uitvoering moet geven aan de oproep van het IGH om de kolonisten uit de bezette Palestijnse gebieden te evacueren, conform het advies IGH 2024 en AAVN-resolutie ES-10/24?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 4.

Vraag 6

Klopt het dat de definitie van een kolonist/settler in het IGH-advies 2024 in ieder geval de Israëlische staatsburgers woonachting in een OPT omvat? Zo nee, wat is dan wel de definitie?

Antwoord

Het IGH-advies bevat geen expliciete definitie van de term kolonist (‘settler’), maar refereert aan kolonisten als bewoners van nederzettingen en buitenposten.

Vraag 7

Hoeveel Israëliërs vallen onder de noemer ‘kolonisten/ settlers’, zoals bedoeld in het IGH-advies 2024 en AVVN-resolutie ES-10/24?

Antwoord

Het IGH-advies 2024 verwijst naar een rapport van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Mensenrechten, waarin staat dat per 2023 ongeveer 465.000 kolonisten zich in de Westelijke Jordaanoever bevonden en ongeveer 230.000 kolonisten in Oost-Jeruzalem.

Vraag 8

Klopt het dat uit openbare bronnen blijkt dat het om naar alle waarschijnlijkheid in ieder geval om meer dan 700.000 mensen gaat?

Antwoord

Ja, zie het antwoord op vraag 7.

Vraag 9

Indien het inderdaad om meer dan 700.000 mensen gaat; klopt het dat een praktische invulling van het IGH-advies inhoudt dat 700.000 Israëliërs woonachtig in OPT’s zo snel mogelijk verplaatst moeten worden? Zo nee, wat betekent het dan wel?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 4.

Vraag 10

Indien vraag 9 bevestigend is beantwoord, wat was de reden dat het kabinet in de feitelijke vragen een soortgelijke vraag ontkennend beantwoorde terwijl het een kernpunt van het IGH advies 2024 en AVVN-resolutie ES-10/24 is? (vraag 116)

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 4.

Vraag 11

Het kabinet erkent in de beantwoording op feitelijke vragen dat meerdere groepen ‘kolonisten’ legitieme eigendomsrechten hebben (zie vraag 39,40 en 42); wat moet volgens het kabinet met deze huishoudens gebeuren volgens het IGH-advies 2024 en AVVN-resolutie ES-10/24?

Antwoord

Het Israëlisch optreden in de bezette gebieden leidt er toe dat de gehele bezetting als zodanig onrechtmatig is. Daarnaast richt het Tijdelijk Sanctiebesluit zich op de mogelijke oorsprong van goederen, en niet op de al dan niet rechtmatige eigenaar van een bepaald stuk grond.

Vraag 12

Zijn deze eigendomsrechten volgens het kabinet ondergeschikt aan invulling geven aan het IGH-advies 2024 en AVVN-resolutie ES-10/24? Zo ja, waarom?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 11.

Vraag 13

Waarom stelt het kabinet in beantwoording op de feitelijke vragen (vraag 45) dat de status van Jeruzalem nog onderwerp van discussie is, terwijl het IGH in zijn advies uit 2024 en AVVN-resolutie ES-10/24 expliciet ingaat op de Israëlische aanwezigheid in de bezette Palestijnse gebieden inclusief Oost-Jeruzalem en de juridische gevolgen daarvan die het kabinet zegt te onderschrijven?

Antwoord

In het advies van het Internationaal Gerechtshof wordt het geldende internationaal recht uitgelegd en de verplichtingen die daaruit volgen. Wat het kabinet in de feitelijke vragen heeft willen reflecteren, is zijn positie dat de status van Jeruzalem onderdeel zal moeten zijn van een breed akkoord waarin de beide partijen hun veiligheid en identiteit gewaarborgd zien. Het kabinet benadrukt hierbij dat alle religieuze groepen, waaronder Joden, altijd welkom en veilig moeten zijn in heel Jeruzalem, Westelijke Jordaanoever en de Golanhoogvlakte. Zie ook het antwoord op vraag 4.

Vraag 14

Klopt het, dat door de maatregel te baseren op de verplichtingen voortvloeiend uit IGH advies 2024 en AVVN-resolutie ES-10/24, noch het bevriezen van de plannen van de E1-nederzettingen, noch het sanctioneren van extremistische kabinetsleden, noch een wisseling van Israëlische regering, noch vrede in Gaza, noch een effectieve aanpak van gewelddadige kolonisten allen individueel of gezamenlijk onvoldoende zijn te voldoen aan de juridische verplichting die in het IGH-advies uit 2024 en AVVN-resolutie ES-10/24 staat?

Antwoord

Nederland heeft de verplichting niet bij te dragen aan de door Israël gecreëerde onrechtmatige situatie in de bezette Gebieden. Het kabinet heeft echter een bepaalde beleidsvrijheid hoe het invulling geeft aan zijn internationaalrechtelijke verplichting. Het kabinet zal blijven wegen, mede gegeven de actuele situatie ter plaatse, hoe het exact invulling geeft aan die verplichting en hoe het dus omgaat met dit Tijdelijke Sanctiebesluit en andere maatregelen.

Vraag 15

Klopt het dat de juridische grondslag om nationale sancties te treffen na alle genoemde maatregelen in vraag 13 alsnog overeind blijven volgens het IGH 2024 advies en AVVN-resolutie ES-10/24?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 14.

Vraag 16

Hoe verhoudt de aangenomen motie Ceder/ Stoffer en vooral de beantwoording van het kabinet op de feitelijke vragen (vraag 45) op de verplichtingen voortvloeiend uit het IGH 2024 advies en AVVN-resolutie ES-10/24?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 4 en vraag 13.

Vraag 17

Geldt het sanctiebesluit ook voor goederen uit oorspronkelijke Druzendorpen op de Golanhoogvlakten, nu dit gebied is geannexeerd door Israël?

Antwoord

Voor zover het producten betreft uit een postcodegebied dat op de EU-postcodelijst staat, inclusief de nederzettingen op de door Israël geannexeerde Golanhoogvlakte, valt dat product in beginsel onder de reikwijdte van dit besluit.

Vraag 18

Kan het kabinet deze verduidelijkende spoedvragen voor het commissie debat over het sanctiebesluit op donderdag 3 september beantwoorden?

Antwoord

De vragen zijn zo spoedig mogelijk beantwoord.