Het sluiten van cellencomplexen in de politie-eenheid Rotterdam
Schriftelijke vragen
Nummer: 2026D40742, datum: 2026-09-03, bijgewerkt: 2026-09-03 12:46, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Krijg melding als deze vragen beantwoord worden:
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: M.H.M. Faber, Tweede Kamerlid (PVV)
Onderdeel van zaak 2026Z17831:
- Gericht aan: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
(ingezonden 3 september 2026)
Vragen van het lid Faber (PVV) aan de minister van Justitie en Veiligheid over het sluiten van cellencomplexen in de politie-eenheid Rotterdam
U geeft aan dat door de sluiting van de cellencomplexen er capaciteit en financiën vrijkomen, die kan worden ingezet voor de versterking van de basisteams en de opsporing; zijn enkel arrestantenbewaarders werkzaam in de cellencomplexen? En zijn zij geschikt voor het werk in de basisteams en de opsporing? Kunnen zij één op één over?
Deelt u de mening dat juist de langere aanrijtijden extra beslag leggen op de inzetbaarheid van de politie? Hoe kunnen langere aanrijtijden een positief effect hebben op meer blauw op straat? En dus op de veiligheid van de burgers en de collega politieagenten?
Kunt u de impactanalyse zo spoedig mogelijk met de Kamer delen? Worden in deze analyse de langere aanrijtijden benoemd?
Kunt u uitleggen hoe ervoor wordt gezorgd dat er altijd een politievoertuig beschikbaar is, nu de aanrijtijden zijn verlengd?
De Algemene Rekenkamer concludeerde dat in Rotterdam het percentage van afgewezen aangiften relatief gezien het hoogste is. Deelt u de mening dat dit percentage nog hoger wordt als de cellencomplexen gesloten worden, daar er geen politiecel beschikbaar is om opvolging te kunnen geven aan een aangifte?
Deelt u de mening dat verlenging van de maximale duur van 10 dagen voor het verblijf in een politiecel gewenst is, gezien het enorme tekort aan cellen? Bij verlenging van de maximale verblijfsduur, zouden cellen toch ingezet kunnen worden voor veroordeelden met een korte opgelegde gevangenisstraf?
Gezien de bovenstaande stellingen en vragen, is het dan niet wenselijk om de cellencomplexen in de eenheid Rotterdam en Assen niet te sluiten?