[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Amendement van de leden Grinwis en Van den Berg over geen inwerkingtreding voor 1 januari 2028

Wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met het verhogen van het aandeel van gas uit hernieuwbare bronnen in de totale leveringen van gas aan afnemers (Wet bijmengverplichting groen gas)

Amendement

Nummer: 2026D40884, datum: 2026-09-03, bijgewerkt: 2026-09-04 11:28, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36947 -10 Wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met het verhogen van het aandeel van gas uit hernieuwbare bronnen in de totale leveringen van gas aan afnemers (Wet bijmengverplichting groen gas) .

Onderdeel van zaak 2026Z17916:

Preview document (🔗 origineel)


TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL 2
Vergaderjaar 2025-2026
36 947 Wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met het verhogen van het aandeel van gas uit hernieuwbare bronnen in de totale leveringen van gas aan afnemers (Wet bijmengverplichting groen gas)
Nr. 10 AMENDEMENT VAN de leden grinwis en van den berg
Ontvangen 3 september 2026
De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

Aan artikel III wordt toegevoegd “, doch niet eerder dan 1 januari 2028”.

Toelichting

Op dit moment wordt in de memorie van toelichting 1 januari 2027 genoemd als voorgenomen datum van inwerkingtreding voor het wetsvoorstel bijmengverplichting groen gas. Deze datum komt in de ogen van indieners te vroeg. De voor de verplichting benodigde productiecapaciteit, infrastructuur en uitvoeringsorganisatie zijn nog onvoldoende zeker om de verplichting al in 2027 op een verantwoorde wijze te laten ingaan.

Een belangrijk knelpunt is dat nieuwe productie-installaties en de bijbehorende infrastructuur afhankelijk zijn van onder meer vergunningverlening, financiering, netaansluiting en voldoende beschikbaarheid van geschikte grondstoffen. Deze trajecten kennen doorlooptijden die zich niet zonder meer laten verenigen met een wettelijke start per 1 januari 2027. Wanneer de verplichting sneller wordt ingevoerd dan de productiecapaciteit kan meegroeien, bestaat het risico dat leveranciers in grotere mate zijn aangewezen op import of op de ontheffingsmogelijkheid tegen betaling. De daarmee gemoeide kosten kunnen uiteindelijk worden doorberekend aan huishoudens en bedrijven.

Uitstel schept daarnaast ruimte om de algemene maatregel van bestuur en de ministeriële regeling zorgvuldig af te ronden, de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid actueel te toetsen en het GGE-register gereed te maken. Ook kan in deze periode opnieuw worden beoordeeld of de voorgestelde verplichting de meest doelmatige en betaalbare wijze is om de productie en toepassing van groen gas te stimuleren. Daarbij kunnen onder meer alternatieve vormen van productiestimulering, een ander ingroeipad, een andere verdeling over sectoren en de samenloop met bestaande Europese en nationale instrumenten worden betrokken.

Met dit amendement wordt daarom vastgelegd dat geen artikel of onderdeel van de wet vóór 1 januari 2028 in werking kan treden. Het amendement verplicht niet tot inwerkingtreding op 1 januari 2028.

Artikel 9.9.7.2 van de voorgestelde titel 9.9 van de Wet milieubeheer koppelt het eerste kalenderjaar waarover de jaarverplichting wordt vastgesteld aan het kalenderjaar waarin die titel in werking treedt. Bij inwerkingtreding in 2028 ontstaat daardoor geen jaarverplichting over 2027. De eerste jaarverplichting heeft dan betrekking op leveringen in 2028 en wordt in het daaropvolgende kalenderjaar afgewikkeld.

Het amendement beoogt daarmee niet vooruit te lopen op de definitieve beoordeling van het instrument, maar waarborgt dat de bijmengverplichting niet eerder wordt ingevoerd dan dat voldoende duidelijkheid bestaat over vergunningen, productiecapaciteit, uitvoerbaarheid, kosten en mogelijke alternatieven.

Grinwis

Van den Berg