Tweeminutendebat Landbouw- en Visserijraad (informeel) d.d. 6-8 september 2026 (2026Z17757) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D40931, datum: 2026-09-03, bijgewerkt: 2026-09-04 09:14, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-09-03 10:16: Tweeminutendebat Landbouw- en Visserijraad (informeel) d.d. 6-8 september 2026 (2026Z17757) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Landbouw- en Visserijraad (informeel) d.d. 6-8 september 2026
Landbouw- en Visserijraad (informeel) d.d. 6-8 september 2026
Aan de orde is het tweeminutendebat Landbouw- en Visserijraad
(informeel) d.d. 6-8 september 2026 (21501-32, nr. 1831).
De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat Landbouw- en Visserijraad d.d. 6 tot
en met 8 september 2026. Ik heet de staatssecretaris van Landbouw,
Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van harte welkom in vak K.
Als eerste geef ik het woord aan mevrouw Van der Plas voor een punt van
orde.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wil eerst even een punt van orde maken. Kennelijk heeft het
Planbureau voor de Leefomgeving een doorrekening gemaakt van de
stikstofplannen van de minister. Naar ik begrepen heb, wordt de pers
straks in Nieuwspoort bijgepraat door het PBL. Ik vind dat een vreemde
gang van zaken. Het zou niet zo moeten zijn dat de pers eerder een
toelichting krijgt op de doorrekeningen en het rapport dan de Tweede
Kamer. Ik wil vragen of er onmiddellijk voor gezorgd kan worden dat de
Tweede Kamer dit rapport ook krijgt. Als dat onder embargo moet worden
verstrekt, moet het onder embargo, maar het is een wat vreemde stijl om
de pers eerder in te lichten dan de Tweede Kamer. Dit verzoek wil ik
graag direct door laten geleiden.
De voorzitter:
Dit verzoek geleiden wij door naar het kabinet. Het scheelt dat de
afvaardiging van hetzelfde departement op dit moment in vak K zit. Ik
stel het volgende voor. Laten wij even kijken of de staatssecretaris er
in zijn beantwoording iets over kan zeggen, zodat we weten wat er aan de
hand is. In beginsel ben ik het met u eens: altijd dient eerst de Kamer
geïnformeerd te worden en daarna de rest van de wereld. Laten we even
van de staatssecretaris horen wat er aan de hand is en dan verder
kijken. Is dat een werkbare optie voor u allen? Mevrouw Bromet.
Mevrouw Bromet (PRO):
Ik wil het verzoek van mevrouw Van der Plas ondersteunen. De
doorrekening is best cruciaal voor het vervolg. Moeten er dingen bij of
moeten er dingen af? We hebben een uitgebreid debat gevoerd. Ik hoorde
al dat het rapport vanavond kwam en ik was nieuwsgierig of het vanavond
ook naar de Kamer zou komen. Ik hoor nu voor het eerst dat de pers
eerder geïnformeerd wordt. Wij willen graag in ieder geval gelijktijdig
met de pers geïnformeerd worden. Misschien kan mevrouw Van der Plan zo
meteen even zeggen hoe laat het rapport gepresenteerd wordt, want
desnoods gaan we even bij Nieuwspoort luisteren.
De voorzitter:
Nou, ik denk dat er ook andere wegen zijn dan de plenaire zaal om
elkaars agenda bij te houden. Laten we gewoon eerst van de
staatssecretaris horen wat er aan de hand is en op basis daarvan kijken
waar u verder behoefte aan heeft.
Mevrouw Van der Plas, u heeft als eerste het woord tijdens dit
tweeminutendebat.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Ik heb een motie en ik heb wat vragen. Ik begin met de
motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de minister Europees wil inzetten op een betere
implementatie van de Nitraatrichtlijn;
overwegende dat Nederlandse meetgegevens en onderzoek van Wageningen
Livestock Research laten zien dat derogatie en het gebruik van
rundveedrijfmest kunnen samengaan met een goede waterkwaliteit;
verzoekt de regering om bij deze Europese inzet samen met Ierland, dat
voorzitter is, te pleiten voor ruimte voor nationale, regionale en
gewasspecifieke derogaties en daarbij de Nederlandse meetgegevens en
relevante wetenschappelijke onderzoeken actief in te brengen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 1832 (21501-32) (#1).
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan heb ik een vraag over kweekvlees, laboratoriumvlees, vlees uit een
laboratorium. Kennelijk moeten mensen daar massaal van gaan eten, maar
ik hoef het niet. Wij lazen in de antwoorden dat er de laatste jaren 60
miljoen euro belastinggeld is uitgetrokken voor kweekvlees, dus vlees
gemaakt in een laboratorium, terwijl veehouders die vandaag ons voedsel
produceren te horen krijgen dat er voor hun toekomst geen geld en ruimte
is. Als de minister dat ook niet eerlijk vindt, zoals wij vinden, trekt
hij die subsidies dan in? Stopt hij met die subsidies, of erkent hij dat
dit kabinet bewust kiest voor kweekvlees ten koste van onze
boeren?
Dan heb ik nog één vraag. Dat is een klein verzoek, een klein iets, maar
wel een belangrijk verzoek, want het gaat om mensenlevens. Het gaat over
de aed's op visserijschepen. Dat zijn defibrillatoren die nodig zijn als
iemand een hartstilstand krijgt. Het is geen standaardverplichting om
deze aan boord te hebben. Ze zijn heel erg kostbaar. Ik wil vragen of er
binnen het Meerjarig Financieel Kader misschien de mogelijkheid is voor
een subsidie, zodat de vissersschepen die op zee varen zonder nabije
hulpdiensten er een kunnen aanschaffen. Dat zou mooi zijn.
De voorzitter:
Dank u wel. Er is even één vervolgvraag; de dag is namelijk lang.
Mevrouw Podt (D66):
Ik was benieuwd naar het volgende. Mevrouw Van der Plas klaagt over 60
miljoen voor innovatie rond nieuwe soorten eiwitten. Ik ben benieuwd of
ze iets kan zeggen over hoeveel geld er gaat naar innovatie binnen de
veehouderij. Is ze daarvan op de hoogte?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ook daar gaat geld naartoe. We vragen van onze boeren vaak onmogelijke
dingen. Dat gaat gewoon over voedselproductie. Dat gaat niet over vlees
dat in een laboratorium wordt gekweekt, want dan vind ik 60 miljoen wel
een aardig ambitieus bedrag.
De voorzitter:
Het woord is aan meneer Lohman van het CDA.
De heer Lohman (CDA):
Voorzitter. In de "stikstofbrief" — zoals die in de volksmond heet — van
voor de zomer wordt veel van boeren gevraagd. Extra inspanningen op het
erf kosten geld, terwijl dat geld niet uit de markt komt. De vraag die
veel boeren hebben, is: hoe verdien ik die investering terug? Ook in
Denemarken gaan boeren de straat op. Het is een andere situatie, maar
het gaat wel om dezelfde kern: er wordt om verduurzaming gevraagd, maar
niemand vertelt ze wie dat betaalt.
Voorzitter. We zeggen "samen" en "iedereen draagt bij", maar waar zijn
de supermarkten? Waar is de verwerkende industrie? Waar is het
agrobedrijfsleven? Wie toont er leiderschap?
Ook de Europese Commissie kiest met de voedselvisie van Hansen
nadrukkelijk voor een ketenaanpak. Ik neem aan dat u daar in Brussel
over gaat spreken. Dat gaat ook niet vanzelf, want de marges in de
ketens staan in heel Europa onder druk. Kunt u mij een voorbeeld geven
van waar ter wereld het is gelukt om de keten echt mee te laten betalen
aan de verduurzaming van de landbouw? Is de staatssecretaris het met mij
eens dat de ketenaanpak uit de brief beperkt is uitgewerkt in verhouding
tot de normeringsonderdelen? Welke voornemens om de keten
verantwoordelijkheid te laten nemen zijn al in gang gezet? Welke
resultaten kunnen we op korte termijn verwachten? Ziet de minister in de
Europese voedselketenvisie een kans om de Nederlandse aanpak te
versterken? Zo ja, hoe dan?
Niemand zal zeggen dat het veranderen van de voedselketen — dat zijn de
grote veranderingen die nodig zijn om dit tot een succes te maken —
gemakkelijk is, want het speelveld is complex en Europees, maar de
opgave die bij de boer ligt, is dat ook niet. Ik herhaal mijn oproep aan
de sector: toon leiderschap. Laat de boer niet in de kou staan.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Bromet namens PRO.
Mevrouw Bromet (PRO):
Voorzitter. We hebben zo meteen het commissiedebat over de
concretisering van de Natuurherstelverordening. Voor Progressief
Nederland staat één ding vast: we moeten er alles aan doen om onze mooie
natuur te beschermen en te verbeteren. Dat kost ook een hoop geld. PRO
wil daarom dat een groter aandeel van het Europese budget ten goede komt
aan natuurherstel.
Er lopen nu onderhandelingen over de nieuwe kaders voor de financiën van
de komende jaren. Ik wil wat meer horen over hoe de staatssecretaris
daarover denkt. Gaat hij ervoor pleiten om een deel van de Nationale en
Regionale Partnerschapsplannen te bestemmen voor natuurherstel en andere
groene doelen? Is hij van plan om hiervoor de vrije ruimte in het budget
te gebruiken? Zo ja, denkt hij dan aan een specifiek percentage? Kunnen
wij als Kamer meer informatie ontvangen over de claim die LVVN doet op
het budget bij het ministerie van Financiën? Op welke termijn kan die
worden gedeeld?
Voor PRO blijft het uitgangspunt altijd: we besteden publiek geld aan
publieke doelen. We hebben dat geld hard nodig om onze natuur te
beschermen en te verbeteren. Ik reken op de staatssecretaris om ook bij
zijn collega van Financiën te pleiten voor genoeg middelen in de
Europese begroting. Ik overweeg bij de volgende Landbouw- en
Visserijraad desnoods met een motie te komen, maar dat ligt ook aan de
beantwoording die ik zo meteen krijg.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot is het woord aan de heer Jansen namens de PVV.
De heer Chris Jansen (PVV):
Dank, voorzitter. Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de Europese Commissie in haar onlangs gepubliceerde
strategie voor de veehouderij en het EU-eiwitactieplan nadrukkelijk
inzet op het sturen van consumptiegedrag en het verschuiven van het
evenwicht tussen dierlijke en plantaardige eiwitten;
overwegende dat consumenten te allen tijde volledig vrij moeten zijn in
hun voedselkeuze en het absoluut niet de taak is van Brussel of Den Haag
om de consumptie van hoogwaardig vlees en zuivel actief te ontmoedigen
of extra te belasten;
overwegende dat onze melkvee- en veehouderijsectoren van vitaal belang
zijn voor onze nationale voedselzekerheid, onze economie en de sociale
en economische leefbaarheid van het platteland;
verzoekt de regering om tijdens de verdere uitwerking van de Europese
strategie voor de veehouderij in Brussel keiharde garanties te eisen dat
deze initiatieven op geen enkele wijze zullen leiden tot een krimp van
de Nederlandse veestapel, noch tot actieve ontmoediging van de
consumptie of de productie van dierlijke eiwitten, en de resultaten
terug te koppelen aan de Kamer,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Chris Jansen en Van der
Plas.
Zij krijgt nr. 1833 (21501-32) (#2).
Dank u wel. Ik schors enkele minuten voordat we overgaan tot de beantwoording van de staatssecretaris.
De vergadering wordt van 10.25 uur tot 10.35 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Erkens:
Dank u, voorzitter. Ik begin met de moties en dan ga ik door naar de
vragen.
De motie-Van der Plas over de Nitraatrichtlijn moet ik ontraden,
verwijzend naar de brief van april over de inschatting van het kabinet
dat dit niet haalbaar is.
Ik zou de heer Jansen willen verzoeken om de motie op stuk nr. 1833 aan
te houden, omdat die nog ontijdig is. U ontvangt vrij spoedig ons
BNC-fiche voor de inzet op deze onderwerpen. Dan kunt u als Kamer
besluiten of u deze motie indient.
De voorzitter:
Is de heer Jansen daartoe bereid?
Staatssecretaris Erkens:
Anders is die ontijdig.
De heer Chris Jansen (PVV):
De heer Jansen gaat er even over nadenken, voorzitter.
De voorzitter:
Dan zien we het wel op de stemmingslijst.
De heer Chris Jansen (PVV):
Overigens, misschien direct for the record: mevrouw Van der Plas van BBB
heeft aangegeven dat zij de motie op stuk nr. 1833 graag wil
medeondertekenen.
De voorzitter:
Uitstekend. Dan is dat bij dezen genoteerd en zal iemand ergens haar
naam eronder plaatsen.
De vragen, staatssecretaris.
Staatssecretaris Erkens:
Ja, de vragen. Ik heb hier de vraag van mevrouw Van der Plas over
kweekvlees staan. Zij vraagt of wij hier bewust voor kiezen. Kweekvlees
is een van de inzetten van het kabinet op dit vlak. Voor ons gaat het om
diversificatie en staat dit niet in verhouding tot het vervangen van de
bestaande productie, maar is het een mooie innovatie die onder andere
bij een boer in Nederland al toegepast wordt. Het kan een nieuw
verdienmodel zijn. We doen het dus vanuit het kader van diversificatie.
Mensen die het niet willen eten, hoeven het ook niet te eten, en anderen
kunnen het wel eten.
De voorzitter:
Eén vervolgvraag, mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik loop al een tijdje mee in het leven, maar ook in deze sector, de
agrarische sector. Voordat ik hier kwam, ben ik jarenlang journalist
geweest. Ik kan me nog herinneren — volgens mij was het 2005 — dat men
dacht: dit is het! Binnen vijf of tien jaar zouden mensen kweekvlees
eten. We zitten nu in 2026 en we zitten nog steeds in onderzoeken,
proeverijen en allemaal gedoe. Hoelang gaan we hier nog geld in steken?
Dat gaan we toch niet meer doen?
Staatssecretaris Erkens:
De ontwikkelingen gaan wel degelijk door. Ik kan me nog herinneren dat
een van de eerste kweekvleesburgers meer dan een miljoen kostte. De
kostprijs is nu gedaald richting de €10. Dat is nog steeds te duur voor
veel mensen, wat dat betreft. Maar die ontwikkelingen gaan wel degelijk
door en de private sector heeft interesse om hier ook in te
investeren.
De voorzitter:
Dank u wel. U vervolgt.
Staatssecretaris Erkens:
Voorzitter. Dan het verzoek van mevrouw Van der Plas om te kijken of er
aed's op visserijschepen kunnen komen en of daar een regeling voor
mogelijk is. In het huidige Meerjarig Financieel Kader hebben we die
ruimte niet. Onderhandelingen voor het nieuwe MFK lopen nog, dus ik kan
daar niet op vooruitlopen. Ik sta wel sympathiek tegenover het idee, dus
wanneer wij het MFK rond hebben, zou ik kunnen verkennen of dit een
mogelijkheid is.
Voorzitter. Dan heb ik vragen van het CDA. "Kunt u mij een voorbeeld
geven waar ter wereld het gelukt is om de keten echt mee te laten
betalen?" Ik wil daarbij wel benoemen dat als vragen nog niet in
schriftelijk overleg zijn, wij in tien minuten nog geen uitvraag kunnen
doen bij alle andere lidstaten. We hebben op dit moment één voorbeeld
gevonden, maar het zouden er meer kunnen zijn, dus dat kunnen we nog
checken. Er is in juli 2025 een voorstel voor de Franse wijnsector
gekomen om het duurzaamheidsniveau te handhaven door toepassing van
bepaalde normen. Deze bovenwettelijke afspraken zijn gebaseerd op de
mogelijkheden die de gemeenschappelijke markt daarvoor biedt. Het gaat
hier dus om de wijnsector in Frankrijk, maar het kan zijn dat als ik
meer tijd had, wij meer en bredere voorbeelden hadden.
Dan een vraag, ook van het CDA, over de ketenaanpak, namelijk of wij het
ermee eens zijn dat die beperking is uitgewerkt in verhouding tot de
normering. De brief van de taskforce is de aankondiging van het
maatregelenpakket voor de primaire sector als partij in de keten. In de
brief benadrukt de minister dat we samen aan zet zijn, dus ook de
ketenpartijen. Die hebben een belangrijke rol te spelen bij de
verduurzaming van de primaire sector. Daar worden ook maatregelen voor
uitgewerkt. Zo wordt de Kamer eind dit jaar geïnformeerd over de
mogelijkheden van een zogeheten uitgebreide ketenverantwoordelijkheid en
een niet-vrijblijvende bijdrage van de keten.
Voorzitter. Dan was er nog een vraag van het CDA over de Europese
voedselketenvisie als een kans om de Nederlandse aanpak te versterken.
Inderdaad, ook in die voedselketenvisie komt het uitgangspunt "samen aan
zet" goed naar voren. Zowel van boeren als ketenpartijen alsook de regio
wordt gevraagd om te investeren in de toekomst van het Europese
voedselsysteem. Met het maatregelenpakket sluiten we aan bij de Europese
ambities op het gebied van klimaatadaptatie, verduurzaming en ga zo
door. In de Europese strategie is weerbaarheid naast duurzaamheid
eveneens een belangrijk thema. Kort na de stikstofbrief kwam daarom ook
vanuit ons ministerie de aankondiging van die Strategische Agenda
Voedselzekerheid. We proberen dus ook te kijken waar die verschillende
beleidslijnen, Europees en nationaal, elkaar kunnen versterken.
Hetzelfde geldt voor de Europese ambitie om te investeren in innovaties.
Daarbij komen we ook met de Agrifood Innovatieagenda. Die optelsom moet
ervoor zorgen dat Europa en Nederland leidend blijven.
De voorzitter:
Heel kort. Eén vervolgvraag.
De heer Lohman (CDA):
Dank u wel voor deze beantwoording. Ik begrijp hoe complex het is. Dat
is ook de achtergrond van mijn vraag. Ik vind het fijn dat er serieus
naar gekeken wordt. Ik had zelf één voorbeeld uit Nederland: de Kip van
Morgen. In bepaalde ketens komen er beperkt wel marges terecht op het
boerenerf. Ik vind het fijn om te horen dat eraan gewerkt wordt. Mijn
vervolgvraag is: welke partijen in de Nederlandse sector worden daarbij
betrokken, in voorbereiding op het gesprek dat u dit najaar gaat hebben?
Want ik heb toch het gevoel dat supermarkten onvoldoende aangesloten
zijn bij dit proces.
Staatssecretaris Erkens:
Onder andere supermarkten worden erbij betrokken. Maar wat ons betreft
geldt dat voor de bredere keten. Denk ook aan de "out of home"-sector,
de horeca et cetera. Een groot deel van het voedsel wordt natuurlijk
niet alleen door supermarkten ingekocht.
De voorzitter:
U vervolgt.
Staatssecretaris Erkens:
Voorzitter. Ik heb nog een aantal vragen van mevrouw Bromet. Gaan we een
deel van de NRPP's gebruiken voor natuurherstel en andere groene doelen?
Ja, het kabinet zet nadrukkelijk in op het gebruik van middelen
daarvoor. Ik kan niet vooruitlopen op de besluitvorming in de
ministerraad daarover.
U had ook vragen over de vrije ruimte en vroeg op welke termijn wij
informatie kunnen delen over het beroep dat wij op de middelen doen. Dat
komt in een brief in oktober uw kant op.
Voorzitter. Mevrouw Van der Plas maakte aan het begin een punt van orde
over de PBL-doorrekening. Het is me niet gelukt om in de schorsing van
tien minuten contact te hebben met het PBL. Aangezien zij onafhankelijk
opereren, stel ik voor dat we het verzoek van de Kamer doorgeleiden.
Misschien kan de minister zo al zeggen of dat lukt en hoe het PBL
reageert of we doen dat later via een brief. Ik snap de achtergrond van
het verzoek van de Kamer, maar het PBL gaat over hoe het informatie naar
buiten brengt. Dat beslis ik niet.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
"Dat beslis ik niet" … Maar dat beslissen wij wél. Informatie die naar
anderen gaat, moet eerst naar de Kamer gestuurd worden. Het rapport is
onder embargo. Wij krijgen ook weleens wat onder embargo. Dat is
helemaal niet ongebruikelijk. Ik vind het vreemd dat journalisten over
twintig minuten in Nieuwspoort hier beneden te horen krijgen wat de
doorrekening is, terwijl wij gewoon ... Ik heb begrepen dat het bericht
om 23.00 uur vanavond naar buiten komt, maar om 11.00 uur vanochtend, zo
meteen dus, zitten er al een aantal journalisten in een zaaltje. Ik gun
ze alle liefde van de wereld, maar het is wel gek dat ... Dit is voor
ons cruciaal. Wij moeten dat toch minimaal tegelijkertijd hebben?
De voorzitter:
De staatssecretaris.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
De pers heeft het kennelijk al een aantal uren onder embargo. Zij hebben
het al, maar wij hebben niks.
Staatssecretaris Erkens:
Ik snap het verzoek van de Kamer. Nogmaals, het PBL gaat over de
tijdslijn en over hoe het dit naar buiten brengt. Dat is de realiteit.
Ik zal het verzoek doorgeleiden. U heeft zo een debat met de minister.
Misschien heeft hij dan al een update van het PBL over wat daarover
gezegd wordt. Maar ik kan nu niet namens hen gaan spreken hier. Dat is
het ongemak dat ik nu voel.
De voorzitter:
Ik dank de staatssecretaris voor de beantwoording van de gestelde vragen
en zijn aanwezigheid in de Kamer.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik schors een enkel ogenblik en dan gaan we verder met het
tweeminutendebat Innovatie. Over de ingediende moties, twee stuks, zal
bij de aanvang van de middagvergadering worden gestemd. Ik schors
kort.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.